Skip to main content

De EU, consumentenbedrog en homeopathie

Er zijn Europese regels voor consumentenbescherming en gezondheid die in nationale wetten verwerkt zijn. Die zeggen onder meer dat elke claim van genezing of gezondheid goed onderbouwd moet zijn. De regels over geneesmiddelen bevatten een deel dat daarmee lijnrecht in tegenspraak is. Fabrikanten van homeopathische middelen mogen allerlei oncontroleerbare claims doen over het water, de alcohol en de suiker die zij duur verkopen onder allerlei suggestieve benamingen, en overheden worden zelfs verplicht aan zulk bedrog mee te werken.

Bescherming van de consument is van groot belang voor de EU. Richtlijn 2005/29/EC (zie ook de brochure) omschrijft en veroordeelt allerlei soorten oneerlijke handelspraktijken zoals misleidende reclame en agressieve verkooptechnieken. In Nederland is deze richtlijn omgezet in wetgeving, namelijk de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (Wet OHP). In Aanhangsel I van de Richtlijn staat een zwarte lijst van praktijken die onder alle omstandigheden oneerlijk worden geacht. Deze is in Nederland overgenomen in de Wet OHP art. 193g lid q: ’bedrieglijk beweren dat een product ziekten, gebreken of misvormingen kan genezen’.

Gezondheid heeft eveneens prioriteit voor de EU. Er bestaat een Directoraat-Generaal Gezondheid en Consumentenbescherming, dat de taak heeft om ‘Europese burgers gezonder en veiliger te maken en vertrouwen te geven’, om wetten te maken over voedselveiligheid en om te controleren dat de regels correct worden toegepast door de lidstaten.

De EU-richtlijn laat geen ruimte voor twijfel. Elke bewering die gaat over genezen of behandelen van een ziekte wordt als oneerlijk of misleidend beschouwd tenzij het desbetreffende product is geregistreerd als geneesmiddel en er bovendien voldoende bewijs voor de werkzaamheid en aanverwante claims is voorgelegd aan en aanvaard door de EU of de nationale farmaceutische autoriteiten.

Producenten van voedsel of voedingssupplementen mogen zeggen dat hun product de gezondheid bevordert of de kans op ziekte vermindert, maar alleen als die beweringen ook waargemaakt kunnen worden en bovendien zijn voorgelegd aan en goedgekeurd door de European Food Safety Agency (EFSA). Honderden van zulke claims zijn al afgewezen als ongegrond en misleidend. In 2011 zouden al deze claims verdwenen moeten zijn. Er is op de site van het Directoraat-Generaal Gezondheid en Consumentenbescherming een lijst van Afgewezen Gezondheidsclaims. Ook beweringen over kruidenmiddelen moeten gegrond zijn.

Geneesmiddelen zijn al veel langer gereguleerd. De eerste strenge EU-regels zijn al in 1965 opgesteld (EU Richtlijnen 65/65/EEC, 75/319/EEC en 89/341/EEC). Geneesmiddelen kunnen nationaal worden geregistreerd of op EU-niveau door de European Medicines Agency (EMA). Alle lidstaten moeten medische producten accepteren die door andere staten erkend zijn. Sinds 1965 is het al zo dat er grondig bewijs moet zijn voor elke bewering dat een middel symptomen kan verlichten of ziekten kan genezen. Het gevolg is geweest dat duizenden ‘traditionele’ producten zijn verdwenen uit de Europese apotheken wegens ontbrekende werkzaamheid of veiligheid. Dit systeem heeft vele jaren redelijk gefunctioneerd, hoewel er nog wel wat verbeterd kan worden.

Een vreemde uitzondering

Echter, in 1992 stemde het Europese Parlement (vestiging Brussel, foto links) voor een uiterst vreemde uitzondering op de bescherming tegen onware en misleidende beweringen. In EU Richtlijn 92/73/EEC liet men de eis dat de werkzaamheid bewezen moest zijn vervallen voor een speciale groep producten, namelijk de homeopathische en antroposofische middelen.

  • Art.7 §4. De criteria en procedurevoorschriften van de artikelen 5 tot en met 12 van Richtlijn 65/65/EEG zijn, met uitzondering van de bepalingen betreffende het bewijs van therapeutische werking, analoog van toepassing op de speciale vereenvoudigde registratieprocedure voor homeopathische geneesmiddelen.

Een van de overwegingen was ‘… de zeer lage concentratie werkzame bestanddelen en de geringe toepasbaarheid van conventionele statistische methoden voor klinische proeven … ‘. Een tweede argument was ‘dat homeopathische behandeling zo sterk geïndividualiseerd is dat het niet mogelijk is om een enkel product te associëren met een enkele ziekte’ (laatste citaat is samengevat; dezelfde zinsneden komen in diverse EU-documenten over homeopathie voor en ook in de Europese farmacopee). Deze twee redenen zijn onzin. Wat weerhoudt onderzoekers van uittellen hoeveel mensen er al dan niet beter worden nadat ze al dan niet met homeopathie behandeld zijn?

Het gevolg van deze richtlijn is dat homeopathische medische producten (HMP) door de lidstaten geregistreerd moeten worden als geneesmiddel, ook als er niets meetbaars in zit behalve suiker, water of alcohol. Ze hebben ook vrijstelling van de verplichting om de samenstelling te vermelden. Het volstaat om de uitgangsstof te vermelden gevolgd door een code die het aantal keren en aard van de schudverdunningen aangeeft.

Deze HMP vallen onder de wetten voor geneesmiddelen, en zij ontsnappen daarom aan de regels voor voedsel en voedingssupplementen, en wellicht ook aan de wet Oneerlijke Handelspraktijken (OHP).

De oorspronkelijke tekst van de richtlijn uit 1992 legde in artikel 7 sterke beperkingen op aan deze HMP. Het was niet toegestaan dat een ziekte werd vermeld en merknamen waren eveneens taboe. Er werd geëist dat het middel ook sterk verdund was en dat op het etiket een waarschuwing stond met de tekst ‘homeopathisch geneesmiddel zonder goedgekeurde therapeutische indicaties’.

Achterdeurtjes

De meeste beperkingen werden echter snel omzeild door de homeopathische industrie. Deze kregen toestemming om zogeheten complexmiddelen op de markt te brengen. Dat zijn mengsels van verscheidene HMP’s met suggestieve merknamen (zie illustratie). Losse velletjes papier, zelfs boekjes met medische indicaties werden ook in omloop gebracht, alles zonder enig bewijs van werkzaamheid.

Het bovenvermelde argument dat in de homeopathie de geneesmiddelkeuze zo hogelijk individueel is, een van de redenen waarom de uitzondering werd toegestaan, werd onmiddellijk vergeten nadat het zijn doel gediend had, namelijk de vrijstelling van bewijsplicht.

Andere toevoegingen aan de richtlijn openden nog meer achterdeurtjes. Zo waren er speciale registratieprocedures die rekening hielden met ‘nationale tradities’, en er werd een speciale categorie ‘homeopathie met indicaties’ geschapen waarvoor geen bewijs nodig was. Dergelijke wetgeving werd in Nederland ingevoerd, en wel met het oog op ‘de belangen van de homeopathische exportindustrie’. Het werd in Nederland ook toegestaan om geconcentreerde tincturen als ‘homeopathisch middel’ te verkopen, die niet allemaal zonder gevaar zijn. Deze wetgeving werd in Nederland weliswaar later weer teruggedraaid, maar toen spanden de fabrikanten processen aan om de uitvoering van de nieuwe wetten te bestrijden. Zie: Regelgeving homeopathische middelen, stand april 2009

In 2004 werd dit consumentenbedrog (en nog veel meer) wettig gemaakt door richtlijn 2004/27/EC. De verkopers van HMP mogen nu ziekten en symptomen vermelden als er gegevens uit het verleden beschikbaar zijn over ‘traditioneel homeopathisch’ gebruik; een ‘adequate bibliografie’ volstaat. Wat dat inhoudt staat echter nergens. Eveneens zijn sinds 2004 alle lidstaten verplicht speciale commissies in te stellen voor zulke homeopathische middelen met indicatie. Dat betekent dus dat serieuze farmacologen samen met homeopaten in één commissie moeten gaan zitten, om aldus gezamenlijk middelen officieel te registreren waar niets anders in zit dan water, alcohol of suikerkorrels, en zij moeten dan het ‘traditionele gebruik’ registreren als medische indicatie.

Protesten

Diverse wetenschappelijke organisaties en nationale Academies van Wetenschappen hebben officieel tegen deze onzin geprotesteerd. De autoriteiten baseren zich echter op de wet, zelfs als die pseudowetenschap en ernstige gezondheidsschade aan de patiënten mogelijk maakt. De nieuwe kleren van de keizer worden nu officieel vastgelegd door een antiwetenschappelijke wet.

De homeopaten geven openlijk toe dat de meeste van hun producten zo sterk verdund zijn dat ze geen enkel atoom of molecuul van de oorspronkelijke grondstof meer bevatten. De Europese farmacopee bevat dan ook op last van de richtlijn een apart hoofdstuk over homeopathie. Daar valt in te lezen dat ‘het verschil tussen oplosmiddel en HMP niet met allopathische analytische methoden kan worden vastgesteld.’ Echt waar! De term allopathisch is een bekend scheldwoord van homeopaten voor achttiende-eeuwse natuurgeneeskunde.

Men verzuimt te vermelden dat dit verschil door helemaal niemand kan worden vastgesteld: niet door homeopaten, niet door helderzienden, door geen enkele andere methode. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de bewering van voorstanders van homeopathie dat hun water, alcohol of suiker een of ander soort geheugen bezit, om maar te zwijgen van de geneeskrachtige werking van dat geheugen.

De Belgische sceptische organisatie SKEPP heeft een prijs van 10.000 euro beschikbaar voor het geheugen van water. De Amerikaanse James Randi Educational Foundation (JREF) biedt zelfs een miljoen dollar. Enkele jaren geleden was er een homeopathische campagne waarbij geclaimd werd dat men een sterk schudverdunde stof (geen geneesmiddel overigens) van het oplosmiddel kon onderscheiden (afbeelding: Madeleine Ennis die de claim lanceerde). In samenspraak met het JREF en uiteraard met de homeopaten die deze claim geuit hadden organiseerde het BBC-programma Horizon (Beelden van de uitzending op 26 november 2002 op YouTube: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5) een test. Als de test gunstig zou zijn uitgevallen, zou het JREF ogenblikkelijk de beloofde miljoen dollar hebben uitgekeerd. De homeopaten faalden (rechts: twee van de vier uitslagkolommen).

Wij willen diegenen die in toverwater geloven hun geliefde middeltjes niet afpakken. Maar wij vragen onze Europese Parlementsleden om in overweging te nemen of het wel ethisch verantwoord is om producten te adverteren en te verkopen die door helemaal niemand met welke methode dan ook kunnen worden onderscheiden van het oplosmiddel: water, alcohol of suiker.

Oproep aan het EP

In aanmerking genomen dat niemand homeopathische producten kan onderscheiden (als het oplosmiddel, namelijk water, alcohol of suiker hetzelfde is) vragen wij aan alle betrokkenen of het aanvaardbaar is zulke producten onder verschillende namen en met verschillende indicaties te adverteren en te verkopen.

We doen daarom een beroep op de Europese Parlementsleden om hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de bescherming van de burgers, om deze onaanvaardbare maas in de wetten voor consumentenbescherming te dichten, waardoor producten zonder enige inhoud zich kunnen onttrekken aan de regels tegen consumentenbedrog, over voedsel en voedselveiligheid en over medische producten. We moeten uniforme, niet-discriminerende wetten hebben, en niet bepaalde industrieën voortrekken ten koste van gezond verstand en eerlijkheid.

  • Als HMP geneesmiddelen zijn, dan moeten ze vallen onder dezelfde regels als alle andere geneesmiddelen.
  • Als HMP voedsel of voedingssupplementen zijn, hetgeen wij aanbevelen, dan moeten alle regels voor die groep van toepassing zijn, in het bijzonder moeten gezondheidsclaims worden goedgekeurd door de EFSA.

Of het nu om voeding of geneesmiddel gaat, alle ingrediënten moeten op het etiket worden vermeld met hun internationaal aanvaarde chemische of biologische namen, en de hoeveelheden moeten worden weergegeven in controleerbare en gangbare eenheden van gewicht of volume. De homeopathische naam van de beginstof en het aantal keren dat er schudverdund is mag worden vermeld, vooropgesteld dat die de consument niet kan misleiden.

Vermelden dat een product ooit is gebruikt door iemand voor een bepaalde indicatie kan zeker niet worden toegestaan als werkzaamheidsbewijs. Dat zou namelijk kunnen dienen als precedent voor andere oude middelen en volksgeneesmiddelen, en het zou een doos van Pandora (rechts, schilderij van J.L. Lefebvre, 1882) openen voor andere verlangens.

Een eerdere Engelse versie van deze tekst staat op de ECSO-site, getiteld The EU, Consumer Fraud and Homeopathy.
Ook in het blad van Skepp, Wonder en is gheen Wonder stond een artikel over hetzelfde onderwerp, toegespitst op de Belgische situatie. Eveneens te vinden op de site van Skepp: Homeopathie: misleiding en oneerlijke reclame: De waarheid verdund en de consument geschud.

Vorig blogartikel
Volgend blogartikel

Dit artikel delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page

7 gedachten over “De EU, consumentenbedrog en homeopathie

  1. Volgens mij bestaat Skepsis uit een stelletje gefrustreerde farmaceuten. De mensheid heeft honderd duizenden jaren geneeskundige planten gebuikt als medicijn. Hoelang hebben we farmacie? Wellicht moet de oude geneeskundige kennis van planten eens omarmd worden door de farmacie en samen werken.
    Het komt ronduit arrogant over om je zo op stellen als Skepsis.

  2. De bijdrage van W. Scheffer hierboven is slecht geïnformeerd.
    1. Bij Skepsis zitten nauwelijks farmaceuten; in het bestuur zit er ook geen een. Op de site van Skepsis staan ook heel weinig artikelen van farmaceuten. Dat kan iedereeen zelf door inspectie vaststellen. Auteur van bovenstaande is een Vlaamse professor-emeritus in de huisartsengeneeskunde.

    2. Hoe lang de mensheid planten gebruikt als geneesmiddel is onbekend. De ‘moderne mens’ bestaat pas zo’n 40.000 jaar, dus hoe iemand kan weten wat mensen honderdduizend jaar geleden deden, en of dat erg verstandig was, is zacht gezegd onduidelijk. Mensen die dit soort dingen zeggen, kunnen nooit zulke geneesmiddelen opnoemen die lange tijd in gebruik waren. Aan het begin van de 19de eeuw waren er maar een paar plantaardige middelen bekend:
    A. digitalis/vingerhoedskruid, door Withering ontdekt als het enige werkzame bestanddeel van een kruidenmiddel van 20 kruiden tegen ‘waterzucht’.
    B. opium
    C. kinine of beter gemalen bast van de kinaboom, bij toeval ontdekt als werkzaam tegen malaria, maar niet als zodanig gebruikt door de indianen.
    D. colchicine/herfsttijloos tegen jicht.

    Er waren natuurlijk heel veel giffen van plantaardige oorsprong.

    3. Dat een of ander medische gebruik lange tijd bestaat, wil niets zeggen. Zo werd aristolochia (een zeer giftige plant die een van de meest kankerverwekkende stoffen bevat die bekend zijn, namelijk aristolochiazuur) gebruikt als middel bij bevallingen, omdat de bloem op het geboortekanaal lijkt. De methode van aderlaten heeft het 2000 jaar uitgehouden zonder dat iemand echt goed in de gaten had dat het een schadelijke techniek was.

    4. Farmaceutische onderzoekers zijn voortdurend en op grote schaal op zoek naar farmaceutisch actieve planten. Zo is aspirine een chemische modificatie van salicylzuur (oorspronkelijk uit moerasspirea of wilgenbast), allerlei opiaten zijn ontwikkeld uit opium, en zelfs moderne medicijnen tegen kanker (vincristine, taxol) zijn van plantaardige oorsprong (maar niet afkomstig uit de volksgeneeskunde). Afhankelijk van hoe je telt, is ongeveer een derde van alle medicijnen direct of indirect van plantaardige oorsprong; voorts leveren bacteriën en schimmels ook heel veel medicijnen.

    5. Over vele planten worden allerlei verhalen verteld, doorgaans allemaal bakerpraatjes van het type zoals over de aristolochia hierboven. Al deze planten zijn nauwkeurig onderzocht. Er is eenvoudig vrijwel niets meer dat te omarmen valt. Er is wel een vak ‘etnobotanie’ dat nauwkeurig de geneeskrachtige werking van volksgeneeskundige planten onderzoekt, maar dat levert niet veel op. Je kunt bijna net zo goed willekeurige planten gaan onderzoeken als wat door sommige mensen als geneeskundige plant wordt beschouwd.

    6. De farmacie is onderdeel van de moderne natuurwetenschap, je zou kunnen zeggen een soort scheikunde. Deze bestaat ongeveer 200 jaar. Het verzoek dat de farmacie maar eens in de leer moet gaan bij allerlei oud bijgeloof, klinkt mij in de oren als het advies dat een computerspecialist maar eens in de leer moet gaan bij mensen die nog op hun vingers rekenen. Dat noem ik nou arrogant, speciaal als het in combinatie is met de volgende misvatting.

    7. Dit stuk gaat over homeopathie, zoals bekend de geneeswijze met oneindig verdunde middelen (zoals zand, soda, zout, zwavel, kalk, kwikchloride, arsenicum, gemalen bijen, slangengif, hondenmelk, allerlei bekende giftige planten, opgedroogd pus enzovoorts enzovoorts). Dat heeft helemaal niets gemeen met plantengeneeskunde.

    8. Er wordt gezegd ‘zo op te stellen als Skepsis’, maar het ‘zo’ verwijst kennelijk naar de inhoud van bovenstaande stuk. Wat is er arrogant aan ‘laat dezelfde wetten gelden voor de homeopaten als voor andere aanbieders van geneesmiddelen’? Of wordt de auteur ervan beschuldigd dat hij niet de vereise nederigheid toont voor de oneindige wijsheid van het Europarlement?

    9. Ben ik (geen farmaceut, maar wiskundige) gefrustreerd? Misschien wel, maar dan vanwege de confrontatie met de zoveelste brief waarin een combinatie van (1) onkunde over Skepsis (2) onbegrip over waar farmacie zich mee bezighoudt (3) onkunde over wat homeopathie inhoudt, in combinatie met (4) anderen voor arrogant uitmaken omdat zij die misvattingen niet delen.

  3. Ik snap niet waar die mensen van skepsis zich zo druk over maken.
    Als je kijkt naar de effectiviteit van een homeopathische behandeling dan weet je toch dat de homeopathische middelen werken, dan is het toch niet belangrijk meer om te weten hoe zo’n middel kan werken als het maar werkt. Via statistieken zou je op een wetenschappelijke manier de effectiviteit van een homeopathische behandeling kunnen aantonen. En voor de mensen die denken dat het een placebo effect is, homeopathie werkt ook bij baby’s en dieren, dus hoeven we daar ook geen discussie meer over te voeren.
    Het zou voor de leden van skepsis en zeker voor de schrijver van dit artikel goed zijn om zich homeopathisch te laten behandelen, dan komen ze wat lekkerder in hun vel te zitten, zijn ze minder gefrustreerd en kunnen ze misschien de waarheid onder ogen zien dat homeopathie echt werkt.

  4. Brunink geeft een mooi overzicht van de redenen die homeopaten alsmaar aanvoeren.
    1. Het gaat er in het bovenstaande artikel in de eerste plaats om dat voor homeopathie gewwoon dezelfde regels worden toegepast als voor geneesmiddelen.
    2. Dat homeopathie niet kan werken, is wel degelijk relevant, want dat houdt in dat vertrouwen in homeopathie een sterk geloofsaspect heeft (en geloof werkt als een roze bril) en het houdt in dat er tegenover 200 jaar natuurwetenschappen heel wat meer moet staan dan een slap onderzoekje van dertien in een dozijn. Bij serieuze middelen worden miljarden uitgegeven (per middel) voor onderzoek, aan de homeopathie worden honderden miljoenen verdiend, daar mag toch wel deugdelijk onderzoek aan gedaan worden, in plaats van fraudulent onderzoek als dat van oscillococcinum (zie: http://www.kwakzalverij.nl/761/Oscillococcinum )
    3. Dat homeopathische middelen werken, is niet wat er komt uit het serieuze onderzoek.
    4. Via statistiek zou je inderdaad de werking van homeopathie kunnen aantonen, dat is in feite de enige methode. En dat is ook geprobeerd. Ga terug naar 3.
    5. Het argument dat het placebo-effect niet werkt bij baby’s en dieren is onjuist. Homeopathie bij dieren is ook ‘met statistiek’ onderzocht, en voor wat daar uitkomt: ga naar 3. Homeopathie bij baby’s is bijvoorbeeld onderzocht door diarree van baby’s met homeopathie te behandelen. Voor kritiek op dat onderzoek, zie: http://www.kwakzalverij.nl/1136/Homeopathie_werkt_ook_niet_bij_kinderdiarree

    6. Het slotargument, namelijk dat men zichzelf maar moet laten behandelen, is ook typisch voor alto’s. Ze denken dat persoonlijke ervaringen voldoende zijn, terwijl de rest van de geneeskunde heeft afgeleerd zo te denken (en terecht, persoonlijke ervaringen hebben 2000 jaar het aderlaten in stand gehouden, dus persoonlijke ervaringen zijn niets waard, hooguit een reden om als de bliksem goed onderzoek te gaan doen om ze te controleren; dat onderzoek is gedaan, ga naar 3).

  5. Een mooi stuk, en een fijn tegengewicht voor de licht paniekerige berichten die ik hoor over complotten om alternatieve geneeskunde de nek om te draaien. Mensen zijn bang dat ze straks geen brandnetel en goudbloem meer in hun tuin mogen helpen en maken zichzelf zo steeds kwader.

    Dit artikel geeft een beter indicatie van het hoe en waarom. En ook al helpt homeopathie via de placebo methode – een doosje mintdropjes met ‘geneesmiddel’ is goedkoper. Deed mijn moeder vroeger ook als ik wat ziekig was, hielp wel. Natuurlijk was het dan wel gewone mintdrop uit de jamin, maar wat niet weet, wat niet deert in dit geval.

  6. De verhalen over de brandnetels die verboden zijn na 30 april gaan over wat anders. Een richtlijn (directive) van de EU heeft zeven jaar geleden de regeringen van de lidstaten opgedragen om wetgeving over kruidenmiddelen te maken. De termijn waarop die wetgeving klaar moet zijn is a.s. 30 april 2011. Die wetgeving is dan ook allang klaar in Nederland. Zie bijv. art. 118 van de nieuwe Geneesmiddelenwet.

Reacties zijn gesloten.