Skip to main content

Profiler

Een profiler is iemand die psychologische profielen van seriecriminelen maakt. Dit beroep staat bijvoorbeeld in de aandacht door de tv-serie Profiler. Er zijn echte helden in dit beroep die in de spotlight staan. In The New Yorker van 12 december 2007 las ik een aardig artikel over de methodes van deze profilers, en de wetenschappelijke basis die er voor hun theorieën is: ‘Dept. of Criminology: Dangerous Minds’.De auteur, Malcolm Gladwell, laat zien dat deze basis nogal dun is. Zelfs de casussen waarop de helden hun roem baseren, lijken bij nadere analyse op een andere wijze opgelost te zijn. Een heel lezenswaardig artikel, zowel op de site van de New Yorker te lezen, als op de site van de auteur, die overigens een van mijn favoriete non-fictie schrijvers van dit moment is.

Doordat de Amerikaans politie steeds sterker leunt op profilers, hebben die er voor gezorgd dat er tijd verloren is in onderzoeken in richtingen die later nergens op leken te slaan, terwijl richtingen die wel op feiten gebaseerd waren veronachtzaamd werden.

Dit artikel delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page

12 gedachten over “Profiler

  1. Ik kreeg als een reactie door een artikel in de New York Times over iemand die 16 jaar in gevangenis zat, deels op aanwijzing van een profiler, en ondanks DNA-bewijs dat hem ontlastte.

    Verder ook een aardig stuk onder “Opsporing: demystificatie van de daderprofielanalyse” in de eerste oratie van Corine de Ruiter.

  2. Het artikel van Gladwell is voor skeptici zo interessant omdat het vertelt hoe onderzoek van de universiteit van Liverpool heeft duidelijk gemaakt dat ‘profilers’ gewoon waarzeggers zijn, en dat de gebruikelijke cold reading trucs hun zogenaamde successen verklaren. Een tweede interessant aspect is dat profiling een grote vlucht heeft genomen toen de FBI zich er eind jaren 1970 mee ging bemoeien, maar dat de eerste profiler, de freudiaan James Brussel al in 1956 een geval ‘oploste’.

  3. Profiling is inderdaad door de FBI populair gemaakt en inderdaad vertoont de FBI methode nogal wat onoverkomelijkheden. Echter er vindt steeds meer wetenschappelijk onderzoek plaats waardoor er steeds betere methoden van daderanalyse worden ontwikkelt.
    Het blijft mijnsinziens echter een probabalistisch hulpmiddel voor de recheche. Men kan dus niet blind varen op de profiler, omdat deze er ook wel eens naast kan zitten. Als er voldoende hard bewijs is heeft men ook geen profiler nodig. Profilers worden juist vaak om hulp gevraagd bij zaken waarbij veel onduidelijk is. Zij kunnen dan helpen met het reconstrueren van het misdrijf en het bedenken van mogelijke scenario’s. Deze zogenaamde gedragskundige rechercheadvisering wordt in Nederland regelmatig toegepast en door de rechercheurs als zeer nuttig ervaren. Dat neemt echter niet weg dat er nog altijd ander forensische onderzoek nodig is om volledige duidelijkheid in een zaak te krijgen. Een zaak los je op door met een team hard en zorgvuldig te werken en niet doordat een profiler de dader aanwijst. Gedraskundig advies kan een rechercheur echter wel sturen in de richting van de meest waarschijnlijke dader of hem wijzen op mogelijk nuttige nog niet onderzochte onderzoekslijnen.

    Voor wie zich nog meer in deze materie wil verdiepen, kijk eens op

    methoden van daderanalyse

    gedragsanalyse en profilers

  4. Daderanalyse is geen wetenschap, het is vaak niet eens een goede, beredeneerde gok. Men denke bijvoorbeeld aan de analyse in de G.J. Heijn-ontvoering waar profielen van hele dadergroepen werden gemaakt, terwijl er achteraf maar één dader bleek te zijn. Ook de ‘analyses’ die in deze zaak op zogeheten paranormale wijze waren verkregen, zaten er alle naast.

    Denk verder aan de ‘analyse’ van onze nationale opiniepeiler over de inmiddels beroemd geworden klusjesman en zijn niet-bestaande mes onder een grafzerk.

    Iedere daderanalist of profiler zal zijn best wel doen, maar het blijft steeds vrij zeker dat het geconstrueerde profiel niet echt betrouwbaar is.

  5. An De Laender
    29/11/2007

    Ik ben zelf psycholoog en gedragstherapeut van opleiding, en werk nu een twaalftal jaren, zowel in een psychiatrisch ziekenhuis als in een privépraktijk.
    Ik was zeer blij het skeptische artikel over profilers te vinden, en herken hiervan zeer veel in mijn eigen werkervaringen.
    Uit onderzoek blijkt dat psychologen en psychiaters niet beter zijn dan Jan Modaal, om voorspellingen te maken over het gedrag van mensen, maar ik merk tijdens mijn werkervaringen steeds opnieuw, dat zij dat wel menen te kunnen, en dat collega’s (niet psychologen) dat ook steevast van ons lijken te verwachten.
    “Als we deze man buiten laten, gaat hij dan geen zelfmoord plegen?”, is zo’n vraag die men mij wel eens stelt op een vergadering. Het is doorheen de jaren behoorlijk moeilijk gebleken uitgelegd te krijgen dat ik dat net zo min weet, als ieder ander mens. En uitgelegd te krijgen dat zulke dingen niet echt voorspelbaar zijn.
    Als er één ding is dat ik doorheen de jaren geleerd heb, door veel te praten en te ervaren met mensen, dan is het dat mensen zeer complex, verschillend en onvoorspelbaar zijn. De psychologie is verre van een wetenschap, al stelt zij zich zo wel voor, en het is juist door te doen alsof wij dat soort zaken weten, dat wij ons meer en meer gaan gedragen als waarzeggers of helderzienden.
    In mijn samenwerking met collega’s heb ik tot mijn verbijstering steeds opnieuw vastgesteld dat zij inderdaad gedrag van mensen vaak op één manier interpreteren, zonder enige twijfel over of dit wel de juiste interpretatie is. Vb.: een man wordt opgenomen en zegt dat hij niet met de medepatiënten in de leefruimte wil eten, maar liever op zijn kamer. Dan heeft hij narcistische trekken: hij voelt zich te goed om zich met de anderen in te laten. Bij dat soort redeneringen, die dan in de loop van de vergadering lijken te verworden tot waarheden, krijg ik de kriebels. Ik kan meteen minstens een handvol alternatieve verklaringen uit mijn mouw schudden voor dit gedrag: misschien is de man erg verdrietig, en kan hij niet tegen al de trieste verhalen die hij anders van medepatiënten hoort; misschien heeft hij wat nood aan stilte, vindt hij het daar te lawaaierig omdat hij t.g.v. zijn psychische toestand makkelijk overprikkeld raakt; misschien heeft hij een negatieve ervaring opgelopen met één van de medepatiênten en ziet hij ’t daarom niet zitten; misschien heeft hij een eetstoornis en wil hij verbergen dat hij niet eet en zijn eten weggooit; misschien is hij gewoon een eenzaat, die nooit graag in gezelschap eet; misschien vindt hij dat het in de leefruimte stinkt; misschien is er een medepatiënt met een hoest en is hij bang ziek te worden wanneer hij daar eet;…. En wanneer men over dit gedrag wat langer nadenkt, kan men wellicht nog veel meer mogelijke verklaringen vinden.
    Wat me ook vaak opvalt in ons werkveld, alsook in het verhaal over daderanalyse, is dat ieder gedrag wordt geweten aan iemands persoonlijkheid, i.p.v. er rekening mee te houden dat gedrag ook een gevolg kan zijn van de specifieke omstandigheden. Vb.: een vrouw zit tijdens een gesprek met haar therapeut met haar armen en benen gekruist. Dit wordt al snel geïnterpreteerd als een verdedigende houding, iets willen verbergen… Terwijl ik me even goed kan voorstellen dat ze het misschien gewoon koud heeft.
    Het enige waar men zich volgens mij zou mogen op baseren om voorspellingen te maken over iemands gedrag, zijn statistische gegevens. Vb.: Als uit onderzoek blijkt dat de meeste seriemoordenaars blenke mannen zijn (ik weet niet of dat klopt, maar heb dat wel eens gelezen), hou dan bij het onderzoek in je achterhoofd dat de kans groter is bij een misdaad van een seriemoordenaar, dat de dader een blanke man is. Vergeet echter niet dat het slechts om een kans gaat, niet om een feit!

  6. Ik kan de reactie van An de Laender grotendeels onderschrijven, op één punt na. Haar opmerking dat de psychologie geen wetenschap is, wil ik graag kwalificeren.

    De psychologie bestaat uit een flink aantal subdisciplines, waarbij eigenlijk de enige overeenkomst is: we bestuderen het gedrag van de mens. Dat kan op neuraal niveau, op functioneel niveau, op individueel niveau, op groepsniveau en op verder bijna ieder niveau waar een onderzoeker brood in ziet.
    Het probleem is natuurlijk dat de mens zich niet gedraagt als een elementair deeltje uit de fysica, of als twee reagerende chemicaliën in een reageerbuisje. Het menselijk gedrag is enorm complex. Extra complicerend is het feit dat psychologen mensen zijn, die mensen bestuderen. Object is ook subject.

    Er zijn meer onderzoeksdisciplines die gebukt gaan onder de beschuldiging dat ze niet wetenschappelijk zouden zijn (historisch onderzoek bv).

    In mijn visie is dit allemaal onzin. Een onderzoeksveld mag zich een wetenschap noemen wanneer er een methodologie wordt toegepast die de meest ‘ware’ resultaten oplevert. In het geval psychologie: theorievorming, dubbelblind onderzoek, statistische onderbouwing en falsificatie van hypotheses. Popper zou er trots op zijn 😉
    Ik ben sociaalpsycholoog en tijdens mijn studie in Leiden werd erg veel aandacht besteed aan methodologie en statistiek. Toegegeven: veel aanstaande psychologen probeerden zo snel mogelijk van die vervelende ‘rekenvakken’ af te komen en kozen zeker geen extra verdieping in methodologie. maar dat zegt niets over het onderzoeksveld zelf.

    Vooral de klinische- of gezondheidspsychologie heeft een enorme valse start gemaakt met de pseudo-wetenschap van de psychoanalyse, maar ook daar zijn de bakens reeds lang verzet.

    De psychologie is een relatief jonge discipline en onderzoekt een bijzonder ingewikkeld onderwerp. De verschillende niveaus waarop gedrag wordt bestudeerd maken ook een verschil. Onderzoek en theorievorming op neuraal niveau ligt dichter bij de natuurwetenschappen dan onderzoek op het niveau van individueel pathologisch gedrag. De kennis over het gedrag van de mens staat nog maar in de kinderschoenen, maar dat is geen reden om te zeggen dat het geen wetenschap is. Het is de methodologie die telt.

    Verder herken ik in het stukje van De Laender mijn eigen ervaringen. De buitenwereld verwacht vaak dat psychologen een soort kristallen bol hebben waar in karakter en toekomstig gedrag glashelder worden aangegeven. Zo werkt het natuurlijk niet. En dan de amateurpsychologen! Al die mensen die ooit een boekje hebben gelezen en (zelfs in hun werk) allerlei oordelen vormen over het gedrag van anderen. Vanuit dit perspectief is de psychologie inderdaad geen wetenschap. En het komt helaas te veel voor.

    Maar An, alle obstakels ten spijt, het onderzoeksveld van de psychologie is echt wel een wetenschap!

  7. Ik vind het stukje van An de Laender eerlijk gezegd blijk geven van een verkeerde voorstelling van zaken. Ik vraag me zelfs af of ze goed begrijpt wat de term ‘wetenschappelijk’ betekent. Peter Hoogerbrugge geeft hierboven al een korte uitleg. Het is net als met andere vakken: als men niet wetenschappelijk te werk gaat wil dat niet zeggen dat het vak an sich niet wetenschappelijk is. Het gaat om de beoefening ervan.

    An de Laender schrijft: “Het enige waar men zich volgens mij zou mogen op baseren om voorspellingen te maken over iemands gedrag, zijn statistische gegevens.” Dat is in feite nu net precies wat iemand die persoonlijkheidsdiagnostiek bedrijft, doet. Testmateriaal wordt altijd genormeerd, en interpretatie vindt plaats nadat men de individuele scores afgezet heeft tegen de normgegevens. Pure statistiek dus.
    De fout die men vervolgens niet moet maken, is dat het diagnostisch proces van de persoonlijkheid een weergave van de werkelijkheid is. Het is een model van een zeer complex geheel -dus een reductie- die vorm krijgt door het gebruik maken van statistische gegevens. Daar horen foutkansen bij. En dus ook de kans dat een onjuiste inschatting wordt gemaakt. Dit is op het gebied van het bedrijven van wetenschap ook niets nieuws: foutkansen zijn er in elke tak van wetenschap. Het is wederom het gebruik van methoden en technieken die ervoor zorg dienen te dragen dat deze kansen zo klein mogelijk zijn, en de conclusies niet meer inhouden dan men kan waarmaken.
    het aantal mogelijke verklaringen die er zijn, zijn bij analyse van gedrag niet zo interessant, daarvoor zijn het er teveel. Het gaat om het aangeven van de meest waarschijnlijke verklaring. Of, qua diagnostiek, om het beredeneren van het meest waarschijnlijke model.

    An schrijft voorts “Wat me ook vaak opvalt in ons werkveld, alsook in het verhaal over daderanalyse, is dat ieder gedrag wordt geweten aan iemands persoonlijkheid, i.p.v. er rekening mee te houden dat gedrag ook een gevolg kan zijn van de specifieke omstandigheden.”
    Ik weet niet waar U dat vandaan heeft, maar het klopt in ieder geval niet. Bent U bekend met de rapportage Pro Justitia? Dat is een deskundigenrapport in opdracht van de rechtbank, uitgevoerd door een psycholoog en een psychiater. Het is daar juist uit den boze om het gedrag, bv. het delict, te verklaren vanuit de persoonlijkheid. Dat zou namelijk cirkelredeneren zijn. De persoonlijkheid en het gedrag, hier verdenking van het delict, dienen los van elkaar te worden beschouwd. Daarbij is een daderanalyse natuurlijk nooit compleet zónder omstandigheden. U zal als psycholoog ook weten, dat gedrag enkel wat zegt in context. Met andere woorden: zonder context is het beoordelen van gedrag onzin.

    Kortom: ik vraag mij af in hoeverre An de Laender haar vakkennis up to date is, en in hoeverre zij opleiding heeft gehad in de persoonlijkheidsdiagnostiek.

  8. De discussie is van profiler ergens anders op overgegaan.
    Het lijkt mij goed te benadrukken dat een profiler zoals bedoeld in het artikel, iets anders is dan een psycholoog of psychiater die een onderzoek naar een verdachte uitvoert in opdracht van de rechterlijke macht. Een profiler is – als ik het goed begrijp- en opsporingsambtenaar, een agent. Hoe die werken, met welke methoden en opleiding is niet vergelijkbaar met de eerstgenoemden mocht dit nog niet duidelijk zijn.

  9. Hallo ik wil heel graag voor profiler gaan studeren, maar ze vertellen me dat in België deze richting niet bestaat en alleen in Nederland, Australië en Schotland te volgen is. Als iemand meer informatie weet of een contactlink heeft naar een profiler gelieve die dan door te geven, zodat ik weet wat ik moet doen.

  10. @ Savannah

    Googelen met “opleiding” en “profiler” levert inderdaad vooral buitenlandse toestanden op (FBI en zo), maar ook een verhaal van ene Ronald die meldt dat hij de opleiding Forensic Sciences volgt aan het Van Hall Instituut te Leeuwarden, met daarin een specialisatie voor dader-profiler. De opleiding zou dit jaar voor het eerst worden gegeven.

  11. @ Savannah

    Sorry, even vergeten dat Leeuwarden toch een eind van België afligt …

Reacties zijn gesloten.