Skip to main content

Skepter 32.3 is verschenen!

De derde Skepter van jaargang 32 is op 22 augustus 2019, verschenen. Abonnees en donateurs zullen het blad in de komende dagen ontvangen.

In dit nummer van 52 pagina’s vindt u weer kritische artikelen over een groot aantal onderwerpen. Arnout Jaspers schrijft een lang artikel over hoe we biodiversiteit eigenlijk kunnen meten: kun je wel objectief vaststellen hoe het staat met de soortenrijkdom? De historie van de Rorschach-test komt aan de orde in een stuk van Jacques van Rillaer. Pepijn van Erp vertelt over de ‘veldonderzoeken’ die aanhangers van het kwakzalversmiddel MMS in Oeganda heimelijk organiseerden. Het online spel ‘slecht nieuws’, dat je zou kunnen wapenen tegen nepnieuws wordt besproken door Arno van ’t Hoog. En dat is nog maar een deel van de onderwerpen die in dit nummer aan de orde komen.

De complete inhoudsopgave kunt u vinden door op de bovenstaande cover van het nieuwe nummer te klikken.

Aanmelden als abonnee of donateur kan via deze link. Nieuwe donateurs ontvangen ook de USB-stick met jaargang 1 t/m 31 (1988-2018) van Skepter in digitaal formaat.

Zonder abonnement kunt u dit nummer toch in handen krijgen door het als los nummer te bestellen voor 7 euro en sinds kort kunt u losse nummers van Skepter ook als digitale versie (pdf) kopen (4 euro).

Pepijn van Erp

Bestuurslid en webmaster van Skepsis

5 thoughts to “Skepter 32.3 is verschenen!”

  1. Een mooi nummer met bijzonder interessante artikelen. Ik ben vooral heel blij met het stuk van Jan Willem Nienhuys over de Chinezen en het buskruit. Dat fabeltje dat in China het buskruit alleen voor vuurwerk, en niet voor vuurwapens, werd gebruikt, is zeer wijdverbreid. Zo staat het ook in het boek ‘Te Vuur en te Zwaard’ van Olaf van Nimwegen uit 2015. En dat is dan nota bene een boek over militaire geschiedenis! Ik meldde deze blunder al eens eerder op het Skepsis Blog (https://www.skepsis.nl/blog/2015/01/chinese-geneeskunde/#comment-9619). Hopelijk is het stuk van Nienhuys binnenkort online te raadplegen. Want zoals duidelijk blijkt uit het artikel: het is niet bepaald een neutraal fabeltje.

  2. Wat een service!

    Wellicht nog een aardige aanvulling op het buskruitverhaal: ook op de in Japan gemaakte Invasie-boekrol (Mōko Shūrai Ekotoba), omstreeks 1293 vervaardigd, kunnen we het offensieve gebruik van buskruit door de Chinezen zien. De Yuan Dynastie heeft tweemaal tevergeefs geprobeerd Japan te veroveren, in 1274 en 1281. Nu waren de Yuans Mongoolse khans die over China heersten, maar de Mongolen leverden zelf bijna uitsluitend de ruiterij voor de Yuan-legers. De voetsoldaten en de artilleristen waren Chinezen en de bemanning van de invasievloot bestond uit Chinezen en Koreanen. De Mongolen namen uiteraard dankbaar allerhande geavanceerde militaire technologie van hun verslagen tegenstanders over. Zo ook buskruittechnologie. Zelf moeten ze daar zeker al sinds 1215 mee bekend zijn geweest, toen ze na een lang beleg Zhongdu (Beijing) veroverden.

    De Invasie-boekrol werd gemaakt in opdracht van Takezaki Suenaga, een samurai die meehielp bij het afslaan van de invasie van 1274. Zeer interessant is de afbeelding van Suenaga te paard: linksboven hem ontploft duidelijk een granaat. Zie:

    https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:M%C5%8Dko_Sh%C5%ABrai_Ekotoba#/media/File:M%C5%8Dko_Sh%C5%ABrai_Ekotoba_2.jpg

    Nu is wel betoogd dat die granaat een latere toevoeging is. Inderdaad is de boekrol in de achttiende eeuw gekopieerd en mogelijk is het origineel uit de dertiende eeuw toen ook aangepast. Echter, inmiddels is een aantal van dit soort granaten (van keramiek) van de Japanse zeebodem gevist en is vastgesteld dat ze ooit buskruit bevatten.

    Al decennia eerder, in 1241, vielen de Mongolen Polen en Hongarije binnen. Het staat vast dat ze daarbij geavanceerde artillerie gebruikten. Minder duidelijk is of ze daarmee toen ook al bommen en granaten afvuurden, maar 1241 kan heel goed het jaar zijn geweest dat Europa kennismaakte met de explosieve kracht van het buskruit.

  3. Het artikel ‘Creatief boekhouden met biodiversiteit’ van Arnout Jaspers in de laatste Skepter vind ik zeer teleurstellend en ergelijk, omdat het tendentieus is, en neerbuigend over biologen, en omdat Jaspers subjectieve uitlatingen doet die ver buiten zijn eigen vakgebied wiskunde liggen.
    Het begint al met de tendentieuze titel: ‘Creatief boekhouden met biodiversiteit’ alsof we hier te maken hebben een grote Biodiversiteits sjoemel affaire ! Dit terwijl Jaspers in zijn artikel zelf de pers sensatie verwijt.
    Jaspers doet alsof er helemaal geen biodiversiteitscrises bestaat. Vanwege verwarrende meetmethodes?
    Als de meetmethodes problematisch zijn, wil niet zeggen dat er helemaal niets aan de hand is met de biodiversiteit. Maar dat laatste wil Jaspers kennelijk de lezer doen geloven.
    Dat Jaspers als wiskundige kritiek heeft is prima, maar hij permitteert zich meermaals uitspraken te doen die buiten zijn vakkennis liggen: nl. over de ernst van de biodiversiteits crises. Dat is onprofessioneel: schoenmaker hou je bij je leest.
    De teneur van het artikel doet me denken aan Bjørn Lomborg en dergelijke. Zijn werkwijze heeft ook gelijkenis met klimaat sceptici en creationisten/Intelligent Designers die vooral twijfel, twijfel en nog eens twijfel willen zaaien door op problematische details in te zoomen en het groter geheel te vergeten. Hij lijkt zich te scharen in het rijtje van denialists.

  4. @Gert:
    Jaspers kritiek vergelijken met de strategiën van sommige klimaatsceptici – focussen op relatief onbelangrijke details en twijfel zaaien – snijdt mijns inziens geen hout. Als je dan toch in de klimaatwetenschappen iets hiermee zou willen vergelijken dan kom je misschien uit bij het probleem hoe je de globale temperatuur precies berekent op basis van alle lokale metingen die we kennen. Wiskundig met wat fantasie vergelijkbaar met het bepalen van hoe je de verschillende soorten bij elkaar optelt, waar het artikel over gaat. Dat zijn echter niet bepaald onbelangrijke details!

    Het punt van Jaspers is dat het vangen van die biodiversiteit in één getal op zich nogal problematisch is, niet dat het allemaal wel meevalt in al die verschillende ecosystemen die we kennen (of dat de mens er geen invloed op heeft). Ook omdat een zo’n getalletje eigenlijk niet goed aansluit bij wat we zien als specifieke problemen, waar waardeoordelen een belangrijke rol spelen. Een kernzin uit artikel is volgens mij: “Over het creatief boekhouden met indices voor de biodiversiteit valt lang te twisten, maar uiteindelijk zijn ze gebaseerd op een metafoor over ecosystemen die niet deugt.”
    Klimaatsceptici, daarentegen, zijn er volgens mij wel mee eens dat de globale temperatuur een belangrijke maat is voor de stand van het klimaat, maar ze denken soms beter te weten hoe je die berekent dan de gevestigde klimaatwetenschap en ontkennen vaak dat de stijging van het kooldioxidegehalte in de atmosfeer er een rol in speelt. Toch echt een ander soort discussie, mijns inziens.

Reacties zijn gesloten.