*
|
E.T. promoveert
De eerste verrassing was dat er van de zes commissieleden twee 'verhinderd' waren. (1) De filosofe en alchimiekenner Françoise Bonardel was wel gekomen. Ze was erg tevreden met het moedige werkstuk. Haar enige kritiek was dat het aanhangsel met 40 pagina's keiharde bewijzen van de invloed der sterren niet de kern van het proefschrift vormde. Mevrouw Bonardel zei ook dat het rationalisme een sekte geworden was die zich afsloot van de ervaringswereld. De promovenda beaamde dit en merkte op dat de astrologie het spectrum van het universeel begrip kon verbreden, maar dat het paradigma ontbrak waarmee de astrologie in de wetenschap kon worden verwelkomd. Op dat moment stond een van de 280 toehoorders in de zaal op. Het was Sven Ortoli, hoofdredacteur van Science et vie junior en zei kalmpjes: 'Ik moet nu weg, maar dit is een farce. De koning heeft geen kleren aan...'. Behalve hij verliet ook hartchirurg Christian Cabrol briesend van woede de zaal. Volgens The Times smeet hij in elk geval de deur achter zich dicht. Op vervolgvragen van de filosofe antwoordde Germaine: 'Net als chipkaarten zijn de wezens vanaf hun intrede in de ondermaanse wereld als het ware, volgens de woorden van Aristoteles, doordrenkt met harmonische of dissonante planetaire energieën, die een meer of minder evenwichtige psyche induceren.' Een indrukwekkend staaltje wetenschappelijke onderzoeksgeest. Met een beroep op Aristoteles had ze ook kunnen beweren dat menstruerende vrouwen de melk zuur maken en een spiegel roodachtig kleuren. Waarom deze farce, en waarom dit protest? Het werk van mevrouw Hanselmann
(in 1992 afgestudeerd in de letteren) wemelde van de fouten, en niet alleen
maar tik- en spelfouten. Ze haalde Pareto en Weber door elkaar, een geciteerd
artikel van een commissielid bleek door een andere geschreven ('sorry,
foutje van mijn tekstverwerker'), en toen de promovenda gevraagd werd
naar een sociologische bronvermelding noemde ze de Dictionnaire d'astrologie.
In Frankrijk is de astrologie in 1666 onder Louis XIV uit de universiteit
gegooid, bij gelegenheid van de oprichting van de Academie van Wetenschappen,
en het leek erop of ze nu onder het mom van sociologie terugkeerde.
Een belangrijke reden voor de belangstelling en het protest was misschien wel de promovenda zelf. Zij is bekender onder haar artiestennaam Elizabeth Teissier, voormalig Miss France in de jaren 1950, en mannequin bij Chanel, thans de astrologe van het weekblad Télé 7 Jours. (2) Ze is ook in Nederland bekend hoewel niet zo erg bij lezers van Skepter doordat ze elke maandag een groot deel van pagina 2 van De Telegraaf vult met haar astrologische vooruitzichten. Ze had ook de warme belangstelling van wijlen François Mitterand (zie Stop de Persen 26 juni 2000). Elizabeth Teissier probeert al jaren lang de astrologie als studie aan de Sorbonne te laten invoeren en wil misschien wel zelf professor worden. Dat ze kon promoveren heeft ze misschien zelfs aan politieke steun te danken. Ze voorspelde in 1987 aan Jack Lang dat hij zou terugkeren in de politiek. Die was zo blij dat hij haar beloofde dat ze hem n'importe quoi kon vragen als ze gelijk zou hebben. En binnen een jaar kreeg ze gelijk. Ze vroeg toen meteen om zijn hulp om de astrologie weer door de universiteit erkend te krijgen. Dat zei ze in elk geval in juli 2000 in een interview. Haar kans op een professoraat is er zeker niet kleiner op geworden. Weliswaar ontving ze na een beraadslaging van vijf minuten het obligate mention très honorable, maar niet de 'gelukwensen van de commissie', in cijfers uitgedrukt dus een zeventje in plaats van de acht. In de goeie oude tijd kon je zonder 'gelukwensen' geen professor worden, maar dat is afgeschaft. Haar bul heeft ze ook nog niet, de universiteit moet nog eens heel precies nagaan of alles volgens de regels gebeurd is. De Franse rationalisten zullen nog heel wat actie moeten voeren om Teissiers carrière (en de oprichting van een leerstoel astrologie) te dwarsbomen. De scheidende voorzitter Jean-Claude Pecker van AFIS (de Franse skeptische organisatie) merkt op dat Teissier heel mooie benen heeft, daar kan de wetenschap niet zo goed tegen op. Natuurlijk stuiten de ambities van Elizabeth Teissier op hevig verzet van vele sociologen, die er een complete degeneratie van hun wetenschap in zien. Er zijn echter ook een paar sociologen die er niet onwelwillend tegenover staan, omdat ze de sociologie zijn gaan zien als een soort literatuurvorm. De socioloog Michel Maffesoli was haar promotor. Hij houdt wel van een schandaaltje en wellicht dacht hij door de te verwachten discussie zijn eigen vakgroep weer eens wat publiciteit te bezorgen. Een aantal wetenschappers, waaronder vier Franse Nobelprijswinnaars, hebben zich door Pecker laten opstoken om een protestbrief naar de Franse minister van onderwijs te sturen, diezelfde Jack Lang. De Leuvense natuurkundige Jean Bricmont, Peckers opvolger, vindt het persoonlijk niet zo'n goed idee om de overheid zich te laten bemoeien met wie er wel en niet promoveert. Hij vergeleek de dissertatie van Teissier met de grap die zijn medeauteur Alan Sokal (zie Skepter, december 1998) met de postmoderne filosofen uithaalde. Helaas was Teissier bloedserieus.
Veel nieuws heeft mevrouw Hanselmann trouwens niet te melden. Ze baseert zich hoofdzakelijk op de statistische resultaten van Michel Gauquelin, waarvan de onbetrouwbaarheid al is vastgesteld en waarvan in Skepter (maart 1996) al eerder melding is gedaan. Als onweerlegbaar bewijs van astrologische invloeden noemt ze enkele omstreden feiten, zoals de invloed van de maan op oesters, op het verloop van geestesziekten en de menstruatiecyclus en de invloed van Saturnus op loodsulfaat. Ook haalt ze het aan alle kanten rammelende 'onderzoek' van playboy Gunther Sachs aan. En wie poneert dat 'de gekromde atomen die zich soms tussen individuen vertonen wiskundig geverifieerd zijn, maar feitelijk een astrologische ontdekking zijn' heeft wetenschappelijk eigenlijk niets te melden. Commissielid Patrick Tacussel merkte fijntjes op dat de titel van het proefschrift niet klopte: als de astrologie een samenhangend stukje kennis is, dan is ze modern, maar niet postmodern. De denkwereld van de jonge doctor wordt aardig geïllustreerd door haar discussie met de voorzitter van de commissie, Serge Moscovici. Die had gezegd dat wetenschappers van de New Age (Capra, Costa de Beauregard enzovoorts) toch maar randfiguren waren. Waarop Teissier zich verweerde met 'Alles is trilling en niets is van materiële orde; dit is vastgesteld door Etienne Guillé.' Guillé is voor haar de bekende geleerde die in zijn boek L'alchimie de la vie heeft vastgesteld dat kobalt bij Pluto hoort. En toen haar promotor tijdens de verdediging uitlegde dat het er niet om ging astrologie tot wetenschap te verheffen, interrumpeerde de promovenda met een gloedvol: 'Jawel! De astrologie is een wetenschap!' en voegde er mopperend aan toe dat ze anders dat hele boek toch niet geschreven zou hebben. De occulte krachten hebben blijkbaar ook belangstelling voor Elizabeth. Tijdens de receptie verdween deel 1 van haar eigen exemplaar van het proefschrift. Zou het gedematerialiseerd zijn en nu aan gene zijde met rode oortjes worden gelezen? Of was het toch die astronoom, een 'mannetje' volgens E.T., dat haar tijdens de receptie vroeg hoe hij een exemplaar kon krijgen? (3) Ze deed bij de politie aangifte van diefstal van 'het originele manuscript'. Frankrijks beroemdste socioloog van het moment, Pierre Bourdieu, ging
enkele maanden gelden met emeritaat. Over zijn werk draait er nu een film
in Parijs onder de titel De sociologie is een vechtsport. Als mevrouw
Hanselmann op metafysische doping zou worden gecontroleerd, zou ze ongetwijfeld
positief worden bevonden. Erik Hoogcarspel is filosoof en Jan Willem Nienhuys is redacteur van
Skepter. Noten toegevoegd voor de website 1. Een van beide was verhinderd vanwege een treinstaking. 2. Elizabeth Teissier schreef aan Le Monde (23 april 2001) dat Teissier haar gehuwde naam was. 3. Deze kopie is ijverig bestudeerd.
Een uitvoerige kritiek op Teissiers proefschrift van natuurwetenschappelijk
standpunt is gepubliceerd door Henri Broch en deze kan gevonden worden
op de Zetetic website in
de vorm van een pdf-file. Daar bevindt zich ook een geannoteerde Engelse
vertaling, vervaardigd door Jan Willem Nienhuys in samenwerking met Henri
Broch. In augustus 2001 werd een diepgravender analyse gepubliceerd door een
groep van negen geleerden: sociologen, antropologen, astronomen, filosofen
enzovoorts. De voornaamste conclusie is dat de dissertatie van Teissier
geen sociologie bevat, dat wil zeggen geen neutrale poging om maatschappelijke
verschijnselen waar te nemen en te analyseren. Integendeel, de dissertatie
beweert onomstotelijk bewijs te leveren dat astrologie een wetenschap
is. Helaas blijkt uit de dissertatie overduidelijk dat de auteur geen
flauw benul heeft van wat een wetenschappelijk bewijs is. Ze is duidelijk
in de war over elementaire astronomische en astrologische beginselen.
Het belangrijkste argument voor de wetenschappelijkheid van de astrologie
bestaat uit beweringen over Michel Gauquelin die slechts als leugens kunnen
worden aangemerkt. Dezelfde argumenten en dezelfde onomstotelijke bewijzen
staan trouwens in Teissiers Astrologie, wetenschap van de XXIste eeuw:
Stellingen, bewijzen, perspectieven, gepubliceerd in 1996; het Franse
origineel dateert al van 1988, herzien 1994. Het woord epistemologie in
de titel vraagt om een filosofische analyse, en men zou verwachten dat
Teissier redenen geeft (variërende van logica tot mode) waarom mensen
in astrologie geloven. Het enige dat in die richting gaat is Teissiers
vermelding van een onderzoek van Le Monde dat 58 procent van de
Fransen in astrologie gelooft. Alle commentatoren zijn het erover eens dat de universiteit de schuld
is van deze farce. Teissier heeft slechts op handige wijze de zwakheden
van de universiteit uitgebuit in haar eigen voordeel. Deze analyse door negen geleerden is (nog) niet vertaald. Ze staat eveneens
op de genoemde Zetetic
website; als html-file is ze ook in te zien op de website
van de Association Française pour l'Information Scientifique (AFIS).
Daar staan ook talrijke artikelen en commentaren die in de Franse pers
verschenen zijn, en een 40-tal pagina's uit de dissertatie bij wijze van
voorbeeld. Een Engelse versie van dit artikel
staat elders op deze website. |