De sterren zwijgen
Iedereen leest ze, velen geloven erin: horoscopen. Maar waar berusten
ze eigenljk op? Rob Nanninga, van de Stichting Skepsis, onderwierp vierenveertig
vooraanstaande astrologen aan een test. Het resultaat was ontluisterend.
Net als bij die vele andere keren dat de astrologie op de wetenschappelijke
pijnbank werd gelegd.
HONDERD JAAR geleden huurde handelsreiziger Alan Leo een
kantoortje in de buurt van Fleet Street, waar hij horoscopen begon te
trekken. Leo was een pionier, want destijds waren er in de westerse wereld
bijna geen astrologen meer te vinden. Zijn eerste klanten waren voor het
merendeel aangesloten bij de Theosofische Vereniging, een voorloper van
de huidige New-Agebeweging. Leo had een goed zakeninstinct en ging kort
na de eeuwwisseling tot massaproductie over. Hij schreef voor elk van
de twaalf tekens van de dierenriem een horoscoopduiding, die hij voor
een shilling aanbood. Binnen drie jaar waren er twintigduizend verzonden.
De goedkope horoscopen dienden als lokaas voor een meer uitgewerkte versie,
die in verschillende prijsklassen te koop was. De zaken gingen zo goed
dat hij negen werknemers in dienst kon nemen. Leo droeg zijn kennis verder
uit door een serie boeken te publiceren onder de titel Astrologie voor
iedereen.
Vooral in Duitsland werd de astrologie zeer populair. Daar werd zelfs
een Academische Vereniging voor Astrologisch Onderzoek opgericht, waarbij
ruim honderd Herren Doktoren zich aansloten. De bekendste Duitse
astroloog was Frau Ebertin, die in 1923 een voorspelling deed over een
man die geboren was op 20 april 1889, met de zon op 29 graden in het teken
Ram. Deze man was volgens haar voorbestemd om zich als Führer voor de
Duitse natie op te offeren. Zij achtte het evenwel mogelijk dat hij in
grote problemen zou raken door een onbezonnen actie. Hitlers mislukte
putsch stelde Frau Ebertin in het gelijk en bezorgde haar veel publiciteit.
Helaas bleek Hitler pas tegen de avond te zijn geboren. De zon stond toen
niet meer in het teken van de strijdbare en impulsieve Ram maar in het
passieve teken Stier.
OOK ONDER Nederlandse theosofen vonden Leo's ideeën veel weerklank. Dit
leidde in 1907 tot de oprichting van het astrologische tijdschrift Urania.
De jonge Simon Vestdijk schreef in de jaren '20 veertien artikelen voor
dit blad, waaronder een uitvoerige analyse van de horoscoop van Gustav
Mahler. Later verklaarde hij drie jaar nodig te hebben gehad om de astrologie
goed onder de knie te krijgen en zes jaar om er weer veilig van af te
komen. Urania wordt tegenwoordig uitgegeven door de Werkgemeenschap van
Astrologen. De ruim tweehonderd leden van deze stichting onderscheiden
zich van andere astrologen door hun geloof in de planeten Persephone,
Hermes en Demeter. Astronomen hebben deze planeten nog steeds niet kunnen
ontdekken.
Na de Tweede Wereldoorlog scheen de belangstelling voor astrologie weer
weg te ebben, maar in de jaren '60 keerde het tij. Sindsdien is het aantal
astrologieboeken dat jaarlijks op de markt verschijnt iedere tien jaar
verdubbeld. Momenteel zijn er bijna anderhalfduizend Amerikaanse astrologieboeken
leverbaar, twee keer zoveel als in 1984. Ook Frankrijk is met negenhonderd
titels een grote producent. De Amsterdamse uitgeverij Schors heeft ruim
tweehonderd astrologieboeken in haar fonds. Geleidelijk begint de markt
echter verzadigd te raken.
Dank zij de vele horoscooprubrieken in kranten en tijdschriften kent tegenwoordig
iedereen het eigen zonneteken, dat in de volksmond sterrenbeeld wordt
genoemd. Uit een grootschalig onderzoek bleek dat 85 procent van de Nederlandse
jongeren wel eens horoscopen leest, al geloven ze daar meestal niet in.
Krantenhoroscopen hebben in feite weinig met astrologie te maken, omdat
het astrologisch gezien onmogelijk is om louter op basis van iemands zonneteken
te voorspellen wat hem of haar de komende week te wachten staat. Serieuze
astrologen maken gebruik van een zogenoemde geboortehoroscoop, waarin
precies staat aangegeven waar de zon, de maan en de planeten stonden op
het moment dat de betrokkene werd geboren. Uit een enquête die ik aan
duizend universitaire studenten voorlegde, bleek dat ongeveer dertig procent
van de ondervraagden geloofde dat zo'n geboortehoroscoop informatie kan
verschaffen over iemands karakter. Onder de vrouwen lag het percentage
bijna tweemaal zo hoog als onder de mannen.
OVER HET AANTAL Nederlandse astrologiebeoefenaren zijn geen betrouwbare
cijfers bekend. In de afgelopen tien jaar hebben ongeveer duizend mensen
een meerjarige astrologieopleiding afgerond. Het aantal geïnteresseerden
dat een korte astrologiecursus heeft gevolgd, is echter vele tientallen
malen groter. Zulke cursussen worden overal in het land aangeboden, onder
meer bij ruim dertig Volksuniversiteiten. Er zijn honderden astrologiebeoefenaren
die regelmatig consulten geven, maar slechts een enkeling kan daarvan
leven. Professionele astrologen halen hun inkomsten voornamelijk uit cursussen
en opleidingen, al zijn er waarschijnlijk niet meer dan een dozijn die
daar een redelijk inkomen aan overhouden. Wel is er een toenemend aantal
mensen dat de astrologie toepast in hun werk als therapeut, genezer of
bedrijfsadviseur.
De argumenten die door critici tegen de astrologie naar voren worden gebracht,
zijn vaak al eeuwenoud. Zo schreef de heilige Augustinus dat hij zijn
geloof in de sterren verloor toen hij ontdekte dat de levensloop van tweelingbroers
sterk van elkaar kan verschillen. De auteur en voormalige astrologiebeoefenaar
Rico Bulthuis gaf een hedendaags voorbeeld van dit beruchte probleem:
'Mijn kleindochters zijn vier minuten na elkaar geboren. Je hebt een
vergrootglas nodig om verschillen tussen hun horoscopen te zien. De meisjes
zijn nu achttien jaar en in elk opzicht elkaars tegenpolen. De één is
een geboren actrice en de andere juist niet. Ze interesseren zich voor
heel andere dingen. Het is net alsof het geen zusjes zijn. Hun horoscopen
zijn afgedrukt in het astrologische tijdschrift Spica, waarvan
ik jarenlang abonnee ben geweest. Niet lang daarna is het blad opgeheven.'
Een ander probleem is dat astrologen er nooit in zijn geslaagd te verklaren
waarom het geboortetijdstip zo'n doorslaggevende betekenis heeft. Met
enige goede wil zouden we kunnen aannemen dat de planeten een rol spelen
tijdens de conceptie. Maar het is heel moeilijk om in te zien hoe ze negen
maanden daarna de natuurlijke aanleg van een kind kunnen beïnvloeden.
De kosmische krachten waarover astrologen spreken, zijn ongetwijfeld niet
dezelfde als de krachten waarmee natuurkundigen zich bezighouden. Het
astrologische credo 'zo boven, zo beneden' schijnt echter geen
nadere toelichting nodig te hebben.
Sommige critici beweren dat de astrologie hopeloos is verouderd omdat
zij vasthoudt aan de sterrenstand van tweeduizend jaar geleden. Destijds
schoof de zon aan het begin van de lente het sterrenbeeld Ram binnen.
Wie tegenwoordig tussen 20 maart en 20 april is geboren, wordt door astrologen
nog steeds een Ram genoemd, maar dat is astronomisch gezien niet meer
correct. Vanwege de tollende beweging van de aardas zijn de sterrenbeelden
bijna een plaats opgeschoven. Daar komt nog bij dat de zon in de eerste
helft van december in het sterrenbeeld Slangendrager staat, dat in astrologieboeken
nergens te vinden is. Een paar maanden geleden veroorzaakte de Engelse
astronoom Jacqueline Mitten veel opschudding door te suggereren dat dit
dertiende sterrenbeeld de astrologie op losse schroeven zet. Enkele kranten
plaatsen haar 'nieuwe' ontdekking op de voorpagina.
Deze astronomische bezwaren zijn niet gerechtvaardigd omdat de westerse
astrologie geen betekenis hecht aan de sterren buiten ons zonnestelsel.
Die zouden net zo goed kunnen verdwijnen. Astrologen spreken niet over
de sterrenbeelden maar over de tekens van de dierenriem. Deze tekens verdelen
de baan die de zon jaarlijks lijkt te doorlopen in twaalf sectoren van
elk dertig graden. Ze lopen niet in de pas met de gelijknamige sterrenbeelden
maar met de seizoenen, omdat ze vastzitten aan het lentepunt. Dat is het
punt waar de zon staat als de dagen even lang zijn geworden als de nachten.
Astrologen weten al tweeduizend jaar dat het lentepunt langzaam verschuift
ten opzichte van de sterren. Omstreeks het jaar 2377 zal de zon op 21
maart in het sterrenbeeld Waterman staan. Er zijn astrologen die menen
dat het Aquariustijdperk dan zal aanbreken. Zij meten echter met twee
maten, want volgens de astrologische leer staat de lentezon per definitie
aan het begin van de dierenriem in het teken Ram.
DE BEKENDE wetenschapsfilosoof Karl Popper meende dat astrologie een pseudo-wetenschap
was omdat haar beweringen bij voorbaat nooit door feiten kunnen worden
weerlegd. Toch staan er in astrologische handboeken veel uitspraken die
kunnen worden getoetst. Zo worden er allerlei typerende eigenschappen
toegeschreven aan mensen die geboren zijn terwijl de zon in het teken
Tweelingen stond. Zulke mensen zijn volgens de astrologische leer van
nature communicatief, veelzijdig, nieuwsgierig, alert en veranderlijk.
We mogen daarom verwachten dat er in bepaalde beroepsgroepen, bijvoorbeeld
onder journalisten, opmerkelijk veel Tweelingen voorkomen. Uit statistisch
onderzoek is echter gebleken dat zulke verbanden niet te vinden zijn.
Ook met behulp van psychologische vragenlijsten is men er niet in geslaagd
de kenmerkende eigenschappen van de zonnetekens aan te tonen.
Astrologen maken ernstig bezwaar tegen dit soort onderzoek. Zij benadrukken
dat men altijd naar de hele horoscoop moet kijken. Het zonneteken is slechts
één factor, die door talloze andere astrologische factoren wordt beïnvloed.
Zo kan de invloed van de zon teniet worden gedaan door de stand van de
maan of door het samenspel van de planeten. Daarom lijken duizend Tweelingen
niet meer op elkaar dan iedere willekeurige groep mensen. Blijkbaar is
het heel moeilijk om de invloed van het zonneteken aan te tonen. Het is
daarom een groot raadsel hoe astrologen al lang geleden hebben kunnen
ontdekken wat de tekens te betekenen hebben.
In de afgelopen jaren zijn er verscheidene onderzoeken uitgevoerd waarbij
astrologen geboortehoroscopen van elkaar probeerden te onderscheiden.
Het beste onderzoek staat op naam van de voormalige astroloog Geoffrey
Dean. Door middel van een betrouwbare psychologische vragenlijst selecteerde
hij zestig personen die bijzonder extravert waren en zestig personen die
juist zeer introvert waren. De geboortehoroscopen van deze 120 proefpersonen
werden verzonden naar 45 ervaren astrologen. De astrologen probeerden
de extraverten van de introverten te onderscheiden door hun horoscopen
te bestuderen. Van tevoren waren ze er bijna allemaal van overtuigd dat
dit gemakkelijk zou lukken.
De resultaten pakten anders uit. De astrologen hadden hun keuzes even
goed kunnen bepalen door kruis of munt te gooien, want hun score bedroeg
slechts vijftig procent. Ze bleken evenmin in staat om emotioneel labiele
personen van emotioneel stabiele te onderscheiden. Het was bovendien opvallend
dat ze het onderling in het geheel niet met elkaar eens waren. Horoscopen
die volgens de ene astroloog van een extraverte instelling getuigden,
werden door de andere astroloog als introvert geduid.
De astroloog Rudolf Smit, die in de jaren '70 het Nederlands Genootschap
van Praktizerende Astrologen (NGPA) oprichtte en later nauwe contacten
onderhield met Geoffrey Dean, kwam tot de conclusie dat hij jarenlang
een hersenschim had nagejaagd. Hij besloot zijn praktijk te sluiten. Zijn
collega's lieten zich niet zo gemakkelijk ontnuchteren. Zij betoogden
dat de psychologische test die Dean had gebruikt onvoldoende informatie
bood.
OM DIT BEZWAAR te ondervangen voerde ik onlangs met financiële steun van
de Stichting Skepsis een nieuwe astrologentest uit. Daarbij konden de
deelnemende astrologen zelf aangeven wat voor informatie ze nodig hadden.
De opzet van mijn astrotest was simpel. Vijftig astrologen ontvingen elk
de geboortegegevens van zeven anonieme proefpersonen die rond 1958 waren
geboren. Daarnaast kregen ze zeven vragenlijsten die door de proefpersonen
waren ingevuld. De vragen waren door de deelnemende astrologen aangedragen
en hadden betrekking op diverse aspecten van het leven: beroep, hobby's,
interesses, persoonlijkheid, relaties, gezondheid, levensfilosofie, data
van belangrijke gebeurtenissen, et cetera. De astrologen trokken van elke
proefpersoon de horoscoop en probeerden vast te stellen welke van de ingevulde
vragenlijst daar bijhoorde. Voor degenen die alle horoscopen aan de juiste
lijst wisten te koppelden was een prijzengeld van vijfduizend gulden beschikbaar.
Door 44 astrologen werd een oplossing ingestuurd. De meerderheid had in
het verleden minstens honderd geboortehoroscopen geanalyseerd en liet
zich daar regelmatig voor betalen. De helft had meer dan vijftig astrologieboeken
gelezen; driekwart had een astrologiecursus of -opleiding gevolgd en een
kwart gaf zelf astrologielessen. De verwachtingen waren hooggespannen:
achttien deelnemers dachten dat ze alle antwoorden goed hadden terwijl
slechts zes astrologen minder dan vier treffers verwachtten. 'Ik ben
ervan overtuigd dat deze test absoluut foutloos te maken is,' schreef
een astrologe die in haar praktijk al meer dan vijfhonderd horoscopen
had geanalyseerd. Een andere optimist meldde: 'Ik ben er zeker van
dat er heel velen 't bij het rechte eind hebben, want bij mij was het
zo dat ik na elke horoscoop meteen de lijst pakte die erbij hoorde.'
In werkelijkheid bleek de beste deelnemer slechts drie treffers te hebben
gescoord terwijl de helft geen enkele vragenlijst bij de juiste horoscoop
plaatste. De astrologen hadden hun antwoorden net zo goed willekeurig
kunnen invullen, zonder de horoscopen te raadplegen. Ook dan zouden ze
gemiddeld ongeveer één toevalstreffer hebben gescoord. Omdat ze allemaal
dezelfde informatie ontvingen, leek het aannemelijk dat ze daar dikwijls
dezelfde conclusies uit zouden trekken. Dat was echter niet het geval.
Evenals bij het onderzoek van Dean waren de astrologen het onderling volstrekt
niet met elkaar eens. Slechts twee deelnemers leverden onafhankelijk van
elkaar dezelfde oplossing in. Blijkbaar gebruikte iedere astroloog zijn
eigen spelregels.
Na afloop gaven de deelnemers allerlei verklaringen voor de teleurstellende
resultaten. De meesten vonden de geboden informatie ontoereikend, al hadden
ze van te voren om veel minder gevraagd. Ze klaagden ook dat de horoscopen
en de proefpersonen te veel op elkaar leken. Hun voorkeur ging uit naar
mensen die in leeftijd sterk van elkaar verschilden. Maar dan zou de test
wat al te gemakkelijk zijn geworden, want uit de vragenlijsten kon je
gemakkelijk opmaken hoe oud de betrokkenen ongeveer waren. Een minderheid
veronderstelde dat de vragen niet naar waarheid waren beantwoord of dat
de geboortetijden niet nauwkeurig genoeg waren. Dat kan echter niet verklaren
waarom het oordeel van de astrologen geen onderlinge overeenstemming vertoonde.
Verscheidene deelnemers toonden zich verrast door het gebrek aan overeenstemming,
maar slechts een enkeling had minder vertrouwen gekregen in de astrologie.
Men was eerder geneigd de fout bij zichzelf te zoeken. Zo verklaarde een
van de deelnemers: 'Ik ben ervan overtuigd dat de mogelijkheden van
de astrologie onbeperkt zijn, maar het stuit op de beperkte kennis van
de astroloog.' Anderen gaven toe dat ze de test hadden onderschat.
'Het leek simpeler dan het was. Ik heb er maar twee avonden aan gezeten
en ik had al gauw mijn antwoorden op een rijtje. Ik moet de uitslagen
nog even nakijken en een verklaring zien te vinden. Wat mij echter het
meest verbaast is dat niemand gewonnen heeft, dat iedereen in feite op
z'n bek is gegaan!' De meeste deelnemers verklaarden zich bereid om
nogmaals aan een astrologentest deel te nemen. Bij deze nieuwe test zullen
ze de proefpersonen mondeling vragen mogen stellen.
DE RESULTATEN van het wetenschappelijk onderzoek sluiten niet aan bij
de ervaringen van astrologen. Zij menen dat astrologie wel degelijk werkt
omdat ze het bewijs daarvan in de praktijk kunnen waarnemen. Zo zijn de
problemen waarover cliënten spreken vaak duidelijk in hun horoscoop aanwijsbaar.
Bovendien kunnen zij zich meestal goed herkennen in de horoscoopinterpretatie.
De vele tevreden klanten sterken de astrologen in hun overtuiging.
Helaas zijn dit soort bewijzen onbetrouwbaar. Cliënten blijken namelijk
even tevreden wanneer de astroloog per ongeluk of met opzet een verkeerde
geboortehoroscoop gebruikt. Het komt in de praktijk regelmatig voor dat
de cliënt een foutieve geboortetijd opgeeft zonder dat dit tijdens het
consult wordt opgemerkt. Bovendien zijn in een horoscoop tientallen factoren
te vinden waaraan men betekenis kan toekennen. Niet alleen de tekens waarin
de planeten staan, zijn van belang, maar ook hun stand ten opzichte van
de horizon en ten opzichte van elkaar. Daardoor kan een astroloog bijna
altijd wel een factor aanwijzen die de problemen van de cliënt verklaart.
Een horoscoop kan worden vergeleken met een panty die iedereen past of
met een grabbelton waaruit je altijd wel een prijsje haalt.
Psychologen hebben al lang geleden ontdekt dat mensen doorgaans zeer tevreden
zijn met een algemene karakterschets wanneer ze menen dat die speciaal
voor hen bedoeld is. Dit zogenoemde Barnum-effect trad duidelijk aan het
licht in een aardig experiment van de neurochirurg Dick Zeilstra. Hij
plaatste een advertentie in De Telegraaf waarin hij namens het
fictieve bureau Grafospect voor fl. 17,50 een handschriftanalyse aanbood.
Iedereen die zo'n analyse aanvroeg, ontving dezelfde karakterbeschrijving
plus een begeleidende enquête, die door driekwart van de aanvragers werd
ingevuld. Uit de enquëte bleek dat iedereen zich grotendeels en soms volledig
in de karakterschets kon herkennen. De meerderheid was van mening dat
de analyse hen meer inzicht had gegeven in de eigen persoonlijkheid.
In de karakterschets stonden uitspraken zoals: 'U accepteert de beweringen
van anderen niet zonder dat u er voldoende bewijzen voor heeft. U heeft
de neiging om kritisch op uzelf te zijn. U maakt zich zorgen over hoe
u door anderen wordt bekeken, omdat u behoefte heeft aan hun waardering.
U heeft ondervonden dat het onverstandig kan zijn om uzelf te veel bloot
te geven. U neigt tot impulsief gedrag en het kost u daarom vaak moeite
uw geduld te bewaren. In onverwachte situaties kunt u daardoor snel handelen,
maar dit gaat vaak ten koste van een zorgvuldige overweging. Hierdoor
heeft u later wel eens spijt van een genomen beslissing. Hoewel er momenten
zijn waarop uw levenspatroon chaotisch verloopt, laat u zich niet op een
zijspoor brengen en worden bijzaken van hoofdzaken gescheiden.'
Als een astroloog dit soort uitspraken doet, zoekt de cliënt automatisch
naar bevestiging. Wanneer hij bijvoorbeeld te horen krijgt dat de planeet
Mars hem impulsief maakt, denkt hij terug aan een situatie waarin hij
inderdaad impulsief reageerde. De uitspraak lijkt daardoor veel specifieker
dan feitelijk het geval is. De cliënt realiseert zich niet dat iedereen
wel eens impulsief is.
BEHALVE HET Barnum-effect zijn er nog zo'n twintig andere psychologische
factoren die eraan bijdragen dat cliënten ten onrechte de indruk krijgen
dat de horoscoop hun diepste roerselen blootlegt. Twintig jaar geleden
ondertekenden 186 wetenschappers, onder wie achttien Nobelprijswinnaars,
een verklaring tegen de astrologie die naar duizenden kranten werd verstuurd.
De ondertekenaars ergerden zich aan het toenemende irrationalisme en achtten
de tijd aangebroken om 'de aanmatigende beweringen van astrologische
charlatans krachtdadig aan de kaak te stellen'. De autoritaire toon
van hun manifest riep veel kritiek op, vooral toen bleek dat de meeste
ondertekenaars zich nooit in de astrologie hadden verdiept. Zij kenden
geen enkel onderzoek waaruit zou blijken dat astrologische beweringen
onjuist waren.
Astrologen konden met recht betogen dat de wetenschappelijke wereld hen
geen eerlijke kans gunde om hun gelijk aan te tonen. Maar inmiddels kijken
zij aan tegen een berg van negatieve onderzoeksresultaten. Niets wijst
erop dat zij hun beweringen kunnen waarmaken. Dit heeft binnen de intellectuele
top van de astrologische gemeenschap enige onrust veroorzaakt. Men is
zich gaan bezinnen op de grondslagen van de astrologische praktijk. In
een keldertje onder de woning van de bekende astronoom prof. Kees de Jager
vonden zelfs regelmatig gesprekken plaats tussen astrologen en sceptici.
Het werd duidelijk dat de astrologen een probleem hadden zolang hun beweringen
toetsbaar waren. Een werkgroep van het NGPA boog zich over de kwestie
en vond een uitweg. De werkgroep veronderstelt dat astrologen hun hogere
intuïtie gebruiken wanneer ze zinvolle informatie uit een horoscoop halen.
Deze intuïtie schijnt uitsluitend te werken in authentieke situaties.
De cliënt moet een reële hulpvraag hebben waarmee hij spontaan en op een
zelfgekozen tijdstip naar de astroloog van zijn keuze gaat. Zodra een
wetenschapper zich in dit proces mengt, verstoort hij de intuïtie van
de astroloog. Daarom zal wetenschappelijk onderzoek nooit iets opleveren.
DAAR KOMT NOG bij dat veel astrologen geloven dat een horoscoop met name
inzicht kan verschaffen in het diepste innerlijk van de mens. De horoscoop
toont onze ware aard, onze onbewuste drijfveren en potentiële mogelijkheden.
Hij kan onze problemen verhelderen en ons helpen daar een oplossing voor
te vinden. Een horoscoop kan echter niet voorspellen hoe iemand zich daadwerkelijk
gedraagt en hoeft ook niet overeen te stemmen met de bewuste ervaringen
van de betrokkene. Op deze wijze worden astrologische uitspraken oncontroleerbaar
en dus ongrijpbaar voor kritiek.
Astrologie is daarmee eindelijk een echt geloof geworden, waarmee niet
is gezegd dat dit geloof geen waarde heeft. Voor veel mensen is het een
bron van inspiratie die zin geeft aan hun bestaan. Ze voelen zich dank
zij de astrologie verbonden met de kosmos. De astrologie geeft hun de
zekerheid dat achter alle gebeurtenissen een bedoeling schuilt die de
goede verstaander aan de hemel kan aflezen. Bovendien kan een horoscoop
worden gebruikt als een hulpmiddel om de eigen ervaringen te ordenen en
te onderzoeken. De astrologiebeoefenaar kan zich onder meer afvragen hoe
een bepaalde stand van Saturnus zich in zijn leven manifesteert. Dat kan
diepe inzichten opleveren, al hebben de planeten daar niets mee te maken.
HOMEPAGE
SKEPSIS
|