Roswell de Verschrikkelijke
De UFO-crash, de geruchten, de getuigen
Is er in 1947 in New Mexico een vliegende schotel neergestort? Heeft
de Amerikaanse luchtmacht de lichamen van buitenaardsen geborgen, en een
cover-up-operatie opgezet die tot op de dag van vandaag effectief
is? Of mogen we vijftig jaar na dato vraagtekens zetten bij de verhalen
der 'getuigen'?
Op 8 juli 1947 werd vanuit het slaperige stadje Roswell in New Mexico
(bevolking pakweg 40.000 zielen) een militair persbericht de wereld ingezonden
dat overal ter wereld voor opschudding zorgde. Het was geschreven door
public information officer luitenant Walter Haut, op bevel van
de commandant van de basis, kolonel William Blanchard, en het luidde gedeeltelijk
als volgt:
'De vele geruchten over vliegende schotels werden gisteren werkelijkheid
toen de inlichtingenafdeling van de 509de bommenwerpersgroep van de achtste
luchtdivisie, Roswell Army Air Field, het geluk had in het bezit te komen
van een schotel, dankzij de medewerking van een van de plaatselijke veehouders
en het bureau van de sheriff van Chaves County. Het vliegende voorwerp
landde vorige week op een ranch bij Roswell. Aangezien hij niet over een
telefoon beschikt, borg de veehouder de schotel op totdat hij tijd had
om contact op te nemen met het bureau van de sheriff, van waaruit men
weer Majoor Jesse A. Marcel van de inlichtingendienst van de 509de bommenwerpersgroep
waarschuwde. Er werd onmiddellijk actie ondernomen. De schotel werd bij
het huis van de rancher opgehaald. Ze werd onderzocht op Roswell Army
Air Field en daarna door majoor Marcel overgedragen aan hogere autoriteiten.'
Een dergelijke mededeling mag wel wereldwijd op belangstelling rekenen.
Het UFO-tijdperk was toen nog maar twee weken oud en niet iedere dag waren
er berichten over gelande schotels. Daar kwam nog bij dat de eenheid die
de schotel borg geen gewone was. De 509de was op dat moment de enige actieve
nucleaire bommenwerpersgroep, degene waarvan de B-29's nauwelijks twee
jaar eerder de steden Hirosjima en Nagasaki hadden veranderd in radioactieve
puinhopen. Alles bij elkaar was dat genoeg om internationale belangstelling
te wekken; de twee kranten van Roswell en de lokale radiostations kregen
telefoontjes uit Japan, Duitsland en Engeland. Diezelfde middag echter
kwam de luchtmacht wat betreft de schotel op andere gedachten. Of, voor
wie daar de voorkeur aan geeft, de officiële doofpot - wat de Amerikaanse
ufoloog Stanton Friedman de 'kosmische Watergate' noemt - was in de maak.
Zo'n duizend kilomter ten oosten van Roswell, op het hoofdkwarter van
de achtste luchtmachtdivisie in Fort Worth, Texas, riep brigadegeneraal
Roger Ramey snel een - slecht bezochte - persconferentie bij elkaar. Poserend
naast wat leek op enige verfomfaaide stukken van een vlieger van aluminiumfolie,
deelde hij mee dat het allemaal een vergissing was geweest. De in Roswell
neergekomen schotel was een ordinaire weerballon geweest met daaronder
een radarreflector. Majoor Marcel, voor de gelegenheid overgevlogen, knielde
bij de schamele resten en liet zich op de foto zetten.
Maar enkele aspecten bleven onduidelijk. Hoe was het mogelijk dat in
drie uur tijd de 'schotel' uit het persbericht was veranderd in een hoopje
glimmende, verfrommelde velletjes en dunne stokjes? En zouden inlichtingenofficier
Marcel en andere leden van de 509de, betrokken bij de berging, niet gelijk
in de gaten hebben gehad wat ze in hun handen hadden? Niemand vroeg ernaar,
en de volgende dag verklaarden de meeste kranten het raadsel voor opgelost.
Het Roswell-incident was in de kiem gesmoord. De stroom telefoontjes droogde
op, de pers bleef weg.
Duurzame folie
En zo lagen de zaken ervoor gedurende zo'n dertig jaar. Totdat de ufologen
William Moore en Stanton Friedman Roswell ze eind jaren '70 weer oprakelden.
Op 20 januari 1978 kwam kernfysicus Friedman, in het kader van zijn lezingencyclus
'Flying Saucers are Real', op de Louisiana State University in Baton Rouge.
Na een interview voor de lokale televisie merkte de directeur van het
station op: 'wie je zou moeten zien is Jesse Marcel. Hij heeft delen van
een van die dingen in handen gehad.' Het toeval wilde, in die grote berg
synchroniciteiten die we 'het dagelijks leven' noemen, dat Marcel, inmiddels
gepensioneerd en woonachtig in Houma, Louisiana, een goede vriend was
van de directeur, dankzij hun gezamenlijke interesse voor amateurradionetwerken.
Friedman belde vanaf het vliegveld, op weg naar huis, en maakte een afspraak
voor een later interview. De resultaten daarvan zijn vastgelegd in The
Roswell Incident, geschreven door Moore, met als medeauteur Charles
Berlitz. De inmiddels overleden Marcel vertelde een verhaal dat haaks
stond op het weerballonverhaal van de luchtmacht. Volgens hem belde Sheriff
George Wilcox hem vlak nadat (de inmiddels ook overleden) rancher Mac
Brazel bij diens bureau arriveerde, met enkele stukken van schijnbaar
ongewoon materiaal, een paar dagen daarvoor aangetroffen op het Foster-ranch
waar Brazel voorman was. Marcel en Brazel vertrokken samen met counter
intelligence officer Sheridan Cabitt naar de Foster-ranch, vlakbij
het stadje Corona, ruim honderd kilometer ten westen van Roswell, en arriveerden
laat in de avond. De volgende ochtend, aldus Marcel, bezochten ze gedrieën
het waaiervormige gebied waar de resten lagen verspreid. Het was verscheidene
tientallen meters lang en breed. Marcel en Cavitt zouden hun auto's (een
Buick-dienstauto en een Jeep Carry-All) volgeladen hebben met zoveel materiaal
als er maar in kon, en keerden terug naar Roswell Army Air Field.
Marcel zei dat alhoewel het materiaal veel weg had van de folie die toentertijd
ook in sigarettenverpakkingen werd gebruikt, het ook erg duurzaam was
en bestand tegen de vlam van een Zippo-aansteker en tegen indeuken, iets
wat hij had geprobeerd met een zestienponds moker. Hij vertelde dat hij
op weg naar de basis even langs huis ging, en het materiaal aan zijn vrouw
en zijn elfjarige zoon Jesse jr. had laten zien. Naast het folieachtige
materiaal waren er korte stukjes van dunne balkjes, met daarop enigszins
paarse, hiërogliefachtige tekens. Marcel senior was er blijkbaar van overtuigd
dat de resten 'niet van deze aarde' waren. Wat het ook was, zegt Marcel
junior (nu dokter, schade-expert en helikopterpiloot), het was nauwelijks
voorstelbaar dat het de resten waren van een weerballon.
Vanaf dat moment gaan de zaken door elkaar lopen. Veel van de verwarring
kan ongetwijfeld toegeschreven worden aan gewone (of minder gewone) vergissingen.
Belangrijke getuigen van wat zich daar in de woestijn bij Roswell heeft
afgespeeld (Brazel, Blanchard, Marcel senior), zijn helaas overleden,
en dat geldt ook voor veel secundaire getuigen. Andere getuigen, inmiddels
in de zeventig, tachtig of zelfs negentig, hebben ongetwijfeld last van
de gebruikelijke feilen van het langetermijngeheugen.
Twee buitenaardsen
En dan zijn er de UFO-onderzoekers. Met de publicatie van het boek van
Moore en Berlitz (waarvoor Friedman researchmedewerker was) werden het
Roswell-incident en de getuigen plotseling zeer gewild materiaal, en er
ontstond een nog steeds aanhoudende stroom van publicaties, video's, romans
(zoals Whitley Striebers Majestic) en in ieder geval één tv-film,
Roswell, van de Showtime studio's - en dan zwijgen we maar van
de vele reportages in de tabloid-tv-shows die het laatste decennium
zo populair zijn geworden, zoals Unsolved Mysteries en Hard
Copy.
Het is heel begrijpelijk dat Moore en Friedman het gevoel hebben dat
Roswell van 'hun' is, maar begrip is in deze wereld dun gezaaid, en de
beide auteurs zagen zich binnen de korstste keren omvergelopen door collega-
(of minstens ex-collega-) ufologen. Hun grootste en meest vasthoudende
concurrenten zijn Kevin Randle en Donald Schmitt, beide verbonden aan
het J. Allen Hynek Center for UFO Studies. Zij hebben tot nog toe twee
boeken ove het onderwerp geschreven: UFO Crash at Roswell (Avon
Books, 1991, de basis voor de Showtime-productie) en The Truth about
the UFO Crash at Roswell (Evans & Co, 1994). Friedman, in onmin
geraakt met Moore, sloeg terug met Crash at Corona (Paragon House,
1992), dat hij schreef samen met luchtvaartjournalist Don Berliner van
het Fund for UFO Research in Maryland. De meest recente studie is Roswell
in Perspective van Karl T. Pflock (FUFOR, 1994). Pflocks echtgenote
is een medewerker van Steve Schiff, Republikeins congreslid voor New Mexico,
waarover straks meer. Met zoveel onderzoekers op hetzelfde spoor, zou
je verwachten dat de hele Roswell-affaire steeds helderder wordt. In plaats
daarvan is het allemaal alleen maar verwarrender geworden, vooral als
je kijkt naar het nieuwe, gereviseerde reconstructie voorgesteld door
Schmitt en Randle in The Truth. In tegenstelling tot de oude
zekerheden (of op z'n minst publicaties) over Roswell, claimen Randle
en Schmitt dat er twee ruimteschepen neerkwamen in de woestijn bij Roswell,
laat in de avond van vrijdag 4 juli - een dag die Amerikanen altijd al
met vuurwerk associëren. Een van deze objecten was verantwoordelijk voor
de resten die Brazel aantrof op de Foster-ranch, ten westen van Roswell.
De ander zou op slechts vijftig kilometer ten noorden van de basis zijn
neegestort, in betrekkelijk gave staat, en het was uit deze tweede schotel
dat militairen op 5 juli de lichamen van vijf buitenaardsen borgen, waarvan
er op z'n minst een - aldus hun informanten - nog in leven was. De lichamen
zouden op de basis onderzocht zijn en daarna, met de schotels, overgebracht
zijn naar een hogere instantie, mogelijk Wright Field in Dayton, Ohio,
de thuisbasis van het Air Technical Intelligence Center (ATIC). (Deze
organisatie werd later berucht in UFO-kringen vanwege haar betrokkenheid
bij de geheimzinnige hangar 18 en project Blue Book.)
Volgens de reconstructie van Randle en Schmitt had commandant Blanchard
de zaak redelijk onder controle, totdat Brazel op zondagmorgen het stadje
binnenreed met nieuwe wrakstukken, waardoor er paniek uitbrak. Het persbericht
van dinsdag was, aldus de auteurs, het eerste onderdeel van een slim georkestreerde
cover-up-operatie. Tot nog toe waren ufologen er altijd van uitgegaan
dat dat persbericht een geweldige blunder was van Blanchard, een blunder
die door middel van een persconferentie moest worden rechtgetrokken.
Tegenstrijdige getuigen
Ironisch genoeg gaat Friedman akkoord met de lezing dat er twee schotels
zouden zijn neergekomen, maar geen van allen gaat in op de enorme discrepanties
tussen de beschrijvingen van de terreinen waarin de wrakstukken lagen.
Net als Randle en Schmitt gelooft Friedman dat er een tweede schotel relatief
intact is neergekomen, met dode (mogelijk levende) inzittenden. Hij maakt
echter gebruik van een totaal andere verzameling van 'getuigen' en situeert
deze tweede vindplaats meer dan 250 kilometer ten westen van de Foster-ranch,
op de vlakte van San Augustin.
Friedman maakt voornamelijk gebruik van de verklaringen van ene Barney
Barnett en ene Gerald Anderson. De tweede getuige dook pas in oktober
1989 op, na de première van de afleverig van Unsolved Mysteries
over Roswell. Beide verklaarden in de buurt van de schotel en van dode
aliens te zijn geweest, net op het moment dat er een groep archeologen
arriveerde, waarna spoedig de militairen kwamen, die iedereen wegstuurden.
De opkomst en ondergang van Gerald Anderson in het UFO-wereldje was adembenemend
- in beide richtingen. Hij was bijvoorbeeld maar vijf jaar oud op het
moment dat hij bij de schotel zou hebben gestaan, en het staat ook vast
dat hij zijn aantekeningen over telefoongesprekken met Randle vervalste.
Ten derde, het dagboek van een familielid, bijgehouden op papier uit 1947
en in overeenstemming met zijn verklaring, bleek geschreven te zijn met
inkt van na 1974. (Anderson zei later dat het een kopie was die hij bij
de begrafenis van zijn vader had gekregen.) Barnett, die ten tijde van
het incident in de buurt van Roswell woonde, vertelde zijn vrienden en
familieleden over de schotel, de aliens, de archeologen en en de
militairen in San Augustin. Hij heeft de archeologen en buitenaardsen
geïntroduceerd in de Roswell-zaak (en wellicht is hij ook verantwoordelijk
voor de verhalen over een tweede schotel).
Opvallend is dat Randle en Schmitt een heel hoofdstuk eraan besteden
om de verhalen van Barnett en Anderson onderuit te halen, en vervolgens
de aanwezigheid van archeologen en buitenaardsen op een heel andere plaats
'bevestigen'. Op hun beurt ontzenuwen Friedman en Pflock weer de verhalen
van enkele nieuwe, door Randle en Schmitt gevonden getuigen. Nóg verwarrender
is dat getuigen die door verschillende onderzoekers zijn geïnterviewd,
vaak tegenstrijdige verklaringen afleggen. Blijkbaar zijn hun antwoorden
afhankelijk van wanneer en door wie ze worden ondervraagd. Enkele getuigen
weigeren ook hun naam te noemen, zogenaamd vanwege veiligheidsredenen
of vermeende dreigementen.
Leugen om bestwil
Amerikaanse ufologen lijken het wat de Roswell-zaak betreft maar over
twee dingen eens te zijn. Ten eerste, ondanks alle tegenstrijdigheden
zou het wel eens het beste UFO-geval aller tijden kunnen zijn. Ten tweede,
de Amerikaanse luchtmacht speelt een vuil spelletje. Zoals Don Ecker,
onderzoeksmedewerker van UFO Magazine het formuleerde, hun vermeende
pogingen getuigen te intimideren zijn 'in de beste traditie van de Nazi
Waffen-SS'. Glen Dennis, toen assistent in het plaatselijk mortuarium,
heeft verklaard dat hij op de basis een verpleegster ontmoette die geholpen
zou hebben bij de autopsies. Een paar dagen later was ze verdwenen. Hij
zegt dat hem verteld werd dat als hij zijn mond niet hield, zijn botten
zouden verbleken in de woestijnzon. Een lokaal radiostation zou zijn bedreigd
met het intrekken van hun vergunning als ze niet onmiddellijk ophielden
met hun berichtgeving. Ook familieleden van sheriff Wilcox, meer dan veertig
jaar na dato geïnterviewd, zeggen dat er toentertijd met de dood werd
gedreigd.
Vergeleken met 'de beste traditie van de Nazi Waffen-SS' stelt het allemaal
erg weinig voor, maar deze verhalen waren voor congreslid Schiff genoeg
om een volledig onderzoek aan te vragen naar de officiële afhandeling
van deze zaak. Dat onderzoek wordt nu uitgevoerd door een controleorgaan
van de regering, het Government Accounting Office (GAO). Jammer genoeg
strekt hun interesse zich niet uit tot UFO's en dode aliens, maar
gaat het om het beleid ten opzichte van Roswell, ongeacht waar de wrakstukken
vandaan kwamen. Het onderzoek, dat ongetwijfeld nog wel een jaar in beslag
zal nemen, concentreert zich op op federale en militaire rapportage en
de wijze waarop met deze documenten werd omgegaan. Interessant is dat
er nog onbekende originele documenten (aannemende dat die nog bestaan)
boven tafel kunnen komen.
Ondertussen heeft de luchtmacht de publiciteitsoorlog met het GAO al
gewonnen door op 8 september vorig jaar een 23 pagina's tellend rapport
uit te brengen over de Roswell-zaak. Luchtmachtvertegenwoordigers maakten
bekend dat een uitgebreide speurtocht in de eigen archieven niets had
opgeleverd dat wees op de aanwezigheid van UFO's of buitenaardse lichamen.
Het onderzoek had dus alleen betrekking op de archieven van de luchtmacht,
die op dat moment nog onderdeel uitmaakte van het leger. Het rapport vermeldde
ook dat miljoenen documenten waren ontdekt, slecht gerubriceerd en nog
niet gedeclassificeerd, in een pakhuis in St. Louis. Het doorploegen van
die berg alleen al kan jaren duren.
Interessant is dat luchtmacht gevangen lijkt te zitten in een door haarzelf
ontworpen Catch 22. Men gaat ervan uit dat als er een geheim plan had
bestaan om de UFO-crash en de berging geheim te houden, deze beslist een
administratief spoor achter had moeten laten, en een dergelijk spoor is
niet gevonden. Tegelijkertijd echter geeft men toe dat er wel degelijk
sprake was van een geheim project, een dat net zo geheim was als het Manhattan-project.
Dat was project-Mogul, de ontwikkeling van door ballonnen gedragen akoestische
apparatuur, bedoeld om op grote hoogte geheime sovjetatoomproeven te detecteren.
Er zou sprake zijn geweest van een 'leugen om bestwil'. De persconferentie
was inderdaad een cover-up - niet van neergestorte UFO's maar van
neergekomen Mogul-ballonnen. De luchtmacht wilde niet zozeer materialen
verbergen, als wel het project.
Het rapport zegt het niet met zoveel woorden, maar de blunder van Blanchard
- het originele persbericht - werkte wellicht in het voordeel van het
leger. Laat Stalin maar een hele afdeling geheim agenten aan het werk
zetten om te achterhalen of de VS werkelijk over een technologisch geavanceerde
schotel beschikken...
Alles bij elkaar heeft de Roswell-zaak weinig van andere UFO-zaken maar
veel van de beroemde affaire rond Iwan de Verschrikkelijke. Iwan was Iwan
Marchenko, een sadistische Oekraïense kampbewaker die de gevangenen van
Treblinka teroriseerde. In 1986 stond in Israël een gepensioneerde fabrieksarbeider,
John Demjanjuk, terecht voor Marchenko's misdaden. Bijna twintig overlevenden
herkenden in de foto van Demjanjuk hun Iwan de Verschrikkelijke. Vijf
van hen getuigden waar Demjanjuk bij was dat dít hun beul was geweest.
Demjanjuk werd schuldig bevonden en ter dood veroordeeld, maar later weer
vrijgesproken door het Israëlische Hooggerechtshof. Uit recent vrijgegeven
Russische documenten blijkt dat het inderdaad om twee verschillende personen
ging.
Hetgeen maar weer eens bewijst dat vijftig jaar oude geheugens zich in
details kunnen vergissen, en dat datgene wat nog herinnerd wordt, gekleurd
is door de emoties en verlangens van nu. De zaak van Roswell de Verschrikkelijke
is echter niet zo eenduidig. Luchtmachtvertegenwoordigers en ufologen
zijn het er nu over eens dat er werkelijk iets neerkwam, in Roswell in
juli 1947. De vraag is wát. De motieven van vermeende getuigen die steeds
vreemdere verklaringen afleggen hoeven hier niet in twijfel te worden
getrokken - alhoewel de belangstelling van de media in dergelijke gevallen
een onberekenbare invloed kan uitoefenen. Het gaat om de waarde die een
jury zou hechten aan herinneringen van een halve eeuw oud.
De Amerikaanse UFO-scene heeft het Roswell-rapport van de luchtmacht
unaniem verworpen. Het wordt al beschouwd als onderdeel van de veronderstelde
cover-up. Gezien het feit dat zij het onderzoek zélf op gang hebben
gebracht, wordt het interessant te zien hoe de gelovers in crashed
saucers zullen reageren op het definitieve GAO-rapport. Ik denk dat
ze dat ook simpelweg zullen afwijzen zodra blijkt dat het niet volledig
hun eigen geloof in buitenaardse bezoekers en een geheim militair complot
onderschrijft.
Betekent dat dat er in Roswell geen leugens zijn verkocht ter bescherming
van 'nationale veiligheidsbelangen'? Helemaal niet. Het ziet er alleen
niet naar uit dat het iets met buitenaardse wezens van doen heeft. En
in ieder geval heeft het niets van doen met 'de beste tradities van de
Nazi Waffen-SS', die als geen ander wisten dat alleen de doden niet kunnen
spreken. Zonder steeds weer nieuwe springlevende 'getuigen' was de Roswell-zaak
nu zo goed als dood geweest.
Dennis Stacy is redacteur voor MUFON UFO Journal en co-redacteur
voor The Anomalist. Dit is een bewerkte vertaling van een artikel
dat eerder verscheen in de Fortean Times, nr. 78 (december '94
- januari '95).
|