RUIMTESCHEPEN VAN DE PLEJADEN
Geen enkele UFO-goeroe levert zóveel 'bewijzen' voor zijn buitenaardse
contacten als de Zwitser Billy Meier. De Amerikaanse onderzoeker Kal Korff
hield zijn beroemde kiekjes echter eens goed tegen het licht.
De UFO-avonturen van de Zwitserse ex-legionair Eduard 'Billy' Meier nemen
hun aanvang in 1975. Meier was toen invalide - tien jaar eerder was hij
tijdens een busongeval zijn linkerarm kwijtgeraakt - en om de tijd te
doden richtte hij samen met enkele bekenden een discussiegroepje op over
metafysica. Tijdens een van hun praatsessies zou Meier zijn gehoor een
niet-alledaagse mededeling doen: op 28 januari 1975 had hij vlakbij zijn
boerderij in Hinwill, een plaatsje bij Zürich, een buitenaardse schone
ontmoet. Semjase, zo heette ze, was enkele honderden jaren oud maar zag
er uit alsof ze nog vooraan in de twintig was. Ze was met haar ruimteschip
komen vliegen van Erra, een planeet die rond een van de sterren van de
Plejadensterrenhoop zou cirkelen.
Het Italiaanse Il Giornale dei Misteri - een tijdschrift voor
liefhebbers van esoterie - bracht in 1976 als eerste verslag uit van Meiers
beweringen. Kort daarna publiceerde ook het Duitse sensatieblad Quick
en het Zwitserse Blick het verhaal. In Nederland was het onder
andere het blad Privé dat op de boot sprong. Bijkomende publiciteit
werd verzorgd door de Zwitserse ufologe Lou Zinsstag, die eerder al actief
was in het International Get Acquainted Program (IGAP), een netwerk van
groepjes dat de kosmische filosofie van wijlen George Adamski aan de man
probeerde te brengen. (Overigens beweerde Adamski niet dat hij zijn wijsheid
van de Plejaden had maar van veel dichter bij huis: de planeet Venus.)
In 1977 besloot Zinsstag contact op te nemen met ex-luchtmachtpiloot
en ufoloog Wendelle Stevens. Die had namelijk een zwak voor verhalen over
contacten en verzamelde UFO-foto's, en aangezien Meier dergelijke foto's
met dozijnen tevoorschijn toverde, zou Stevens dé man zijn om ruchtbaarheid
te geven aan dit kersverse contactverhaal. En zo geschiedde. Na een eerste
fotoboek in 1979 volgde al vlug een tweede en derde. (1) Stevens' boeken
puilen uit van de naïviteit, maar bevatten ook pseudo-wetenschappelijke
analyses die de indruk moeten wekken dat Meiers beweringen door experts
zijn onderzocht en echt bevonden. In Europa is het sinds de jaren '90
vooral de Duitse New-Agepromotor Michael Hesemann die brood ziet in de
Meiercultus.
Jezus gered
Nadat de familie Meier in 1977 gedwongen werd te verhuizen - de Zwitserse
overheid had beslist dat op het betreffende stuk grond iets anders moest
verrijzen - vond ze een onderkomen in een afgelegen boerderij in het gehucht
Hinterschmidrüti, eveneens in het kanton Zürich. Voor de ruimtebroeders
maakte dat weinig verschil. Ze bleven komen. Na Billy's eerste buitenaardse
ervaring zouden er nog zo'n zevenhonderd volgen. Meier stichtte op deze
plek het 'Billy Meiers Semjase Silver Star Center, en werd de drijvende
kracht achter een 'Freie Interessengemeinschaft für Grenz- und Geisteswissenschaften
und Ufologiestudien'. Erg ruimdenkend was dit genootschap echter niet
want wie een andere opinie had dan die van Meier kwam er niet in. De 'studie'
bestond uit het lezen en herlezen van de absurde filosofische overtuigingen
die de UFO-goeroe inmiddels op papier had gezet.
Nog steeds leven er in deze uithoek van Zwitserland Meieradepten in commune.
De door hen gehanteerde wetten werden hen gedicteerd door de ruimtebroeders
uit de Plejaden. Een koperen plaat met de beeltenis van de uitverkoren
boodschapper pronkt naast de voordeur van het huis. Meier kan hun probleemloos
de meest groteske ongerijmdheden opdissen; het gaat er allemaal in als
zoete koek. Zo kwam hij tijdens een van zijn ruimtereizen net op tijd
in Palestina aan om Jezus van een pak slaag te redden. Dat was waarschijnlijk
meer zelfbescherming dan naastenliefde, want Meier ontpopte zich kort
nadien als de reïncarnatie van Christus. (2) Meier biedt een simpele oplossing
voor alle levensvragen: de engelachtige buitenaardsen zullen na de dood
onze metgezellen worden en hier op aarde hoeven we alleen maar genoeg
geld in te zamelen om het werk van het genootschap draaiende te houden.
Sinds de eerste berichten uit 1976 is de populariteit van Meiers ruimteavonturen
alleen maar gegroeid. Heel wat landen kennen een fanclub en de video's
over de belevenissen van Meier worden gretig gekocht. Dit succes is vooral
te wijten aan de honderden foto's en filmpjes die Meier in de loop der
jaren produceerde. Iedere UFO-enthousiasteling kent ze inmiddels wel:
de kiekjes met de barok vormgegeven, glimmend gepoetste schijven die boven
het Zwitserse berglandschap zweven. De catalogus die het Center uitgeeft
biedt er ruim duizend te koop aan. Af en toe is er zelfs eentje waarop
een buitenaardse juffrouw prijkt (maar zo op het eerste gezicht zouden
deze dames ook hier om de hoek kunnen wonen).
Inmiddels zijn er ook al een tiental boeken over Meier op de markt, stuk
voor stuk geschreven door gelovers of UFO-auteurs die een graantje mee
wilden pikken. Sinds kort echter is er ook Spaceships of the Pleiades,
een goed gestoffeerd boek dat het volledige verhaal vertelt en glashelder
uitlegt hoe de vork aan de steel zit. De auteur, UFO-onderzoeker Kal Korff,
spaarde zich geen moeite op zoek naar de achtergronden van het Meier-epos.
Hij liet zelfs een imposante haardos en bijpassende baard groeien om in
de commune te kunnen infiltreren. De onvoorstelbare naïviteit van Meiers
aanhang kwam tijdens de gesprekken spoedig naar voren.
Weggezapte bomen
Men kan zich afvragen of het wel nodig is om dergelijke evidente onzin
in een dik boek te weerleggen. Ik vrees van wel. Velen nemen zijn beweringen
serieus, en zelfs onder UFO-onderzoekers zijn een heleboel twijfelaars
te vinden. (Korff was trouwens ooit een van hen.) In tegenstelling tot
andere ruimteprofeten levert Meier namelijk een enorme hoeveelheid 'bewijsmateriaal'
in de vorm van landingssporen, foto's, video's, stukjes buitenaards materiaal
(zoals een rotsfragment van Erra) en zelfs kiekjes gemaakt tijdens zijn
tijdreizen. Een heleboel ufologen zijn ervan overtuigd dat Meier met zijn
ene arm die hele klus nooit alleen zou kunnen klaren. Daarmee, zo toont
Korff aan, onderschatten ze echter schromelijk de capaciteiten en vindingrijkheid
van deze lichamelijk gehandicapte. De trucfoto's van Meier zijn gemakkelijk
na te bootsen en het is best mogelijk dat hij in de meeste gevallen alleen
handelde. Wellicht dat hij zo nu en dan geholpen werd door een familielid
of vriend.
De foto's uit vervlogen tijden bijvoorbeeld (wazige kiekjes van dinosauriërs
en een grotbewoner) bleken afkomstig uit een tv-documentaire. Ze waren
eenvoudigweg van het scherm gefotografeerd. (Op sommige opnamen is de
rand van het scherm zelfs te zien!) Een close-up van de planeet Venus,
volgens Meier door hemzelf gekiekt vanuit een ruimteschip, bleek een kopie
van een foto gemaakt door de ruimtesonde Mariner 10. Een van de hoogtepunten
van Meiers carrière als fotograaf van tijd en ruimte is zijn shot van
'het oog van God' - in werkelijkheid een onscherpe foto van de al zo vaak
afgedrukte Ringnevel in het sterrenbeeld Lier.
Zoals het een goede sekte betaamt, gaan de aanhangers van Meier niet
in discussie met onderzoekers die de beweringen van de leider niet slikken.
Mislukte trucagefoto's die in Meiers prullenmand werden ontdekt, worden
geïnterpreteerd als foto's van een schaalmodel dat de leider van een van
zijn buitenaardse vriendinnen cadeau kreeg. Computerbewerkingen die de
draadjes tonen waaraan de modellen werden opgehangen, worden uitgelegd
als manipulaties van kwade machten of inlichtingendiensten die de waarheid
willen toedekken.
Het irrationele denken rond de figuur van Meier wordt goed samengevat
in het volgende incident dat opgetekend werd in het boek ...und sie
fliegen doch! van Meiersympathisant Guido Moosbrugger. In het hoofdstukje
'Mysteriöse Eliminierung von Tannenbäumen' vertelt Meier dat een ruimteschip
zonder problemen een volledig bos naar een andere dimensie kan sturen.
Waarschijnlijk wierp Moosbrugger dit thema op omdat op een van Meiers
dikwijls gepubliceerde fotoreeksen een spar voorkomt waar een UFO omheen
cirkelt. Uit een bezoek ter plekke bleek echter dat er op die plaats helemaal
geen boom staat. Je zou dus kunnen denken dat voor de gelegenheid een
miniatuurboompje werd 'geplant' waaromheen de fotograaf een 'indrukwekkend
grote' schotel aan een touwtje liet bungelen. Volgens Meier had het betreffende
ruimteschip de boom echter gedematerialiseerd. Om uit te leggen hoe dat
in z'n werk gaat, nodigt Meier Moosbrugger uit voor een bezoek aan een
plek waar tot voor kort een vijftal sparren stonden, maar nu geen takje
meer te bespeuren valt. Wanneer de eigenaar van de grond onverwachts opduikt
en opmerkt dat er zich op die plek nooit en te nimmer een boom bevond,
wordt die door Meier onder de neus gewreven dat niet alleen de sparren
zélf maar ook alle herinneringen daaraan worden weggezapt! Moosbrugger
lijkt met deze uitleg zeer tevreden.
De skepticus, hoe goed geïnformeerd ook, kan niet optornen tegen zoveel
onzin. Korff gaat niet dieper in op dat gevoel van onmacht, en dat heeft
het voordeel dat zijn analyse zakelijk en objectief blijft. Het boek is
dan ook niet alleen het lang verhoopte wapen in de confrontatie met de
Meieradepten, het geeft ook inzicht in de ontstaansgeschiedenis van een
sektarisch genootschap en de dubbelzinnige rol van de leider die het presteert
om zijn eigen verzinsels serieus te nemen en tegelijkertijd de zaak beduvelt.
In psychiatrische instellingen zijn gereïncarneerde beroemdheden die goed
op kunnen schieten met de bewoners van andere planeten geen uitzondering.
Het enige verschil is dat zij nooit zoveel gewillige oren vinden.
Noten
1. Stevens is ook dol op een heel ander soort plaatjes. In 1983 werd hij
in zijn thuisstaat Arizona veroordeeld wegens zedendelicten met minderjarigen.
Overigens beschikt Billy Meier zélf ook over een bepaald niet kinderachtig
strafblad.
2. Meiers verhaal doet sterk denken aan de megalomane hersenspinsels
van de Franse UFO-goeroe, Claude 'Raël' Vorilhon, die ooit eens meegevoerd
werd naar een planeet in een ander zonnestelsel om er te tafelen met Christus,
Mozes, Boeddha en Mohammed.
|