Van de schappen!
(Skepter 14 (4), december 2001)
Half oktober werd aangekondigd dat een groot aantal homeopathische middelen per 1 januari 2002 uit drogisterijen en apotheken zouden verdwijnen (2 november werd het officieel). Het gaat voornamelijk om zogeheten artikel-6 middelen. Er zijn ongeveer 3000 homeopathische middelen aangemeld van het soort dat homeopaten voorschrijven: sterk verdunde 'enkelvoudige' middelen zonder verdere indicatie waar ook geen reclame voor gemaakt mag worden, zoals een triljoen maal een triljoen maal schudverdund keukenzout of arsenicum. Van dat type zijn er 1768 veilig en onschadelijk bevonden. Er zijn echter ook een stuk of 400 middelen (er komen nog dagelijks dossiers binnen) die voor zelfzorg bedoeld zijn: allerlei mengsels en matig verdunde plantenaftreksels, met indicatie. Daarvan zijn er nog maar twee goedgekeurd (w.o. een middel tegen koorts en zenuwpijn, zie Stop de Persen 3 december 1999), en de hele rest mag na 1 januari niet meer in de winkel staan voordat de goedkeuring rond is. De Inspectie van de Gezondheidszorg piekert er niet over om uitstel te verlenen. Ze hebben al eens een jaar uitstel gegeven. De Nederlandse overheid is al buitengewoon ruimhartig dat ze via een geheel eigen interpretatie van de Europese regels bij de middelen volgens artikel 6 (die met indicatie dus) geen wetenschappelijk bewijs van werkzaamheid verlangen. De Europese regels dateren van 1992, in 1995 werd het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) belast met de controle, en in 1997 meldde dr. Frits Lekkerkerker tijdens de jaarvergadering van de Vereniging tegen de Kwakzalverij dat er al 10.104 artikel-6 producten waren aangemeld.
Met de deadline in zicht begint homeopathisch Nederland zich
in de meest wonderlijke bochten te wringen. De Bond van
Farmabedrijven Nederland (BFN) spande een kort geding aan tegen
de minister dat op 9 november voorkwam. De Bond zei dat ze te
weinig tijd hadden, hoewel ze vanaf 1992 de bui al hadden
kunnen zien hangen. Hun smoes was dat ze de exacte invulling
van de regels pas in 1999 te horen kregen. De minister won.
Vervolgens kondigden VSM en Nehoma een kort geding aan (komt
op 18 december voor), waarin ze een overgangsregeling eisten
voor smeerseltjes en degelijke waarvoor een aanvraag was
ingediend. De firma knijpt hem als een ouwe dief, want ze
kunnen met geen mogelijkheid zeggen wat er precies in
kruidenextracten als Spiroflor zit. Op 24 november laten ze
dapper paginagroot weten dat ze nergens bang voor zijn: hun
spullen zijn goed, de overheid is te langzaam. Verdund bewijs
(Skepter 14 (4), december 2001)
De chemici Kurt Geckeler en Shashadar Samal in Zuid-Korea hebben een geheel nieuw fenomeen ontdekt dat zich afspeelt in de meest boeiende en raadselachtige vloeistof ter wereld, namelijk water. Ze ontdekten dat verschillende stoffen die opgelost zijn in water, bij het toevoegen van meer water ('verdunnen' noemt een scheikundige dat) eigenaardige klonteringen gaan vertonen. De moleculen gaan bij elkaar hangen, alsof ze bang zijn voor hun waterige omgeving. Dat zou te zien zijn als men met laserstralen door water schijnt, en ook als men het hele zaakje weer indroogt. Concentreren door te verdunnen -- dat riekt naar homeopathie! moeten ze bij de redactie van New Scientist gedacht hebben. En ze plaatsten het berichtje op 10 november over anderhalve pagina, helemaal vooraan, met als kop: 'Is dit de truc die bewijst dat homeopathie geen klets is?' De onderzoekers komen aan het woord over hun 'contra-intuïtieve' ontdekking. Ze reppen in hun artikel slechts over een eventueel verdiept inzicht in verschijnselen die bij verdunning een rol spelen en laten zich tegenover journalist Andy Coghlan voorzichtig uit. Maar die blijft maar over homeopathie babbelen. Hij geeft zelfs een samenvatting van de zaak-Benveniste (zie Skepter juni 1991, maart 1994 en Parariteiten, maart 1997). Benveniste gebeld, maar die ziet geen relevantie voor zijn werk. De verdunningen zijn niet extreem genoeg, zegt hij. Dat klopt, de sterkste verdunning blijkt nog wat zouter dan zeewater. Een andere onderzoeker denkt dat het de werkzaamheid van matig verdunde homeopathie kan verklaren. Chemicus 'Jan Enberts' uit Groningen werd gebeld (waarom hij?) maar die ziet geen enkele reden om hier biologische relevantie aan toe te kennen. Dan maar naar Peter Fisher van het Royal London Homeopathic Hospital. 'Het is geen bewijs voor de homeopathie, maar het sluit aan bij wat we denken en is heel bemoedigend.'
Het is al met al een treurig stemmend rondje deskundigen dat
de lezer van New Scientist voorgeschoteld krijgt, en
dat alleen maar omdat Andy zo nodig wil horen dat dit een
bewijs is voor homeopathie. Tja, als de deskundigen dat
ontkennen, moet je wel steeds verder zoeken. Skepsis
raadpleegde ook deskundigen, waaronder een die vier jaar lang
met laserstralen door water geschenen heeft. Onzin, een
artefact van een buitengewoon indirecte meetmethode, in een
tijdschrift waar wel vaker iets langs de referenten glipt,
oordeelden ze. De 'verdunde' zoutoplossing zou (volgens
Geckeler en Samal) zoutklonten zo groot als bacteriën
bevatten, die niemand ooit zijn opgevallen. Hoezo verdunnen?
(mh) Nostradamus zag het al(Skepter 14 (4), december 2001)
'In het jaar van de nieuwe eeuw en negen maanden, Binnen 24 uur na de aanslag op het WTC vloog bovenstaand 'Nostradamisch' kwatrijn via Internet de wereld rond, meestal voorzien van de aantekening dat New York op 45 graden noorderbreedte ligt (het scheelt maar 5 graden...), en de oproep deze angstwekkend accurate voorspelling van de ramp verder te verspreiden. Een andere 'voorspelling' leek nog beter:
'In de stad York zal plaatsvinden een ineenstorting, De niet-kenners van Nostradamus zorgden onmiddellijk voor een gigantische hausse in de belangstelling voor de beroemde Franse ziener, maar voor de kenners was onmiddellijk duidelijk dat deze mislukte versjes nooit van hem afkomstig konden zijn. Ten eerste ontbrak informatie waar in zijn werken deze verzen te vinden zouden zijn. Ten tweede bevat het eerste kwatrijn te veel saaie herhalingen in woord en beeldspraak; Nostradamus zorgde er wel voor dat de twee laatste regels van een kwatrijn een heel ander thema leken aan te snijden. De twee openingsregels lijken verdacht veel op het begin van het enige gedateerde kwatrijn, nummer 72 van Centurie 10: 'In het jaar 1999 en zeven maanden...' (zie Parariteiten, juni 1999), de eerste helft van regel drie, en regel vier, zijn het begin van kwatrijn 97 van Centurie 6. (Een Centurie is een groep van honderd kwatrijnen.) En wat het tweede kwatrijn betreft: de laatste regel is werkelijk te krom én te doorzichtig om ook maar iemand voor de gek te houden. Het was een mutatie van een stukje uit een Canadese scriptie uit de jaren 1990. En dat terwijl Nostradamus best wel bruikbaar materiaal heeft achtergelaten. Centurie 2, kwatrijn 83:
'De grote handel van een groot Lyon veranderde, Lees voor Lyon (in Nostradamus' dagen een rijke handels- en bankiersstad) het eiland Manhattan, beschouw wolkenkrabbers als bergen en Zwitsers als symbolisch voor geld, motregen (bruine) als een handig rijmwoord voor ruine, en de oude sluwe meester heeft weer het laatste woord. Niet alleen de pseudo-Nostradamussen hadden het druk na de aanslag, ook de numerologen maakten overuren. Zij hadden meer succes. Bedenk dat de aanslag plaatsvond op 11 september, de negende maand van het jaar:
* De Twin Towers leken veel op het getal 11. Geen kanker maar bacterie(Skepter 14 (3), september 2001)
(follow-up en correcties voor dit artikel in
maart 2004) Spoedig bleek dat ze september 1999 al een knobbeltje in de borst had, en dat ze in voorjaar 2000 in het Kennemer Gasthuis, en daarna in mei in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis te horen had gekregen dat de tumor al zo groot was dat opereren zonder voorafgaande chemokuur niet mogelijk was. Ze wees dat af, en stortte zich in een geheel eigen en dodelijk programma 'Plank voor je Kop': de alternatieve wereld, die nu wel heel bont bleek, en heel duur: enkele tonnen. Zo arriveerde ze zomer 2000 in een Zwitserse kliniek die een uitvinding van universeel genie Panos T. Pappas toepast: de PAP Ion Magnetic Inductor. Uit een slang van dit apparaat die zo te zien uitmondt in een dikke lus met twee windingen komen magnetische pulsen, waarvan de weldadige werking onder meer berust op koude kernsplitsing (K wordt Na+O). Het toestel zou ook helpen tegen aids, verstuikte enkels en maagzweren. Op een website van Pappas staat dat deze reactie energie oplevert, maar volgens de conventionele natuurkunde moet er zoveel energie bij dat die alleen maar bij de paar miljard graden in de kern van een supernova beschikbaar is. Daarna liet ze zich door de Hilversumse kwakzalver Kees Boegem met keukenzoutcapsules ('een lichaamseigen stof!') pekelen en door Jomanda bestralen ('uit de andere wereld is doorgekomen dat alles goed is zoals het is; ik blijf toch het woord kanker bestrijden, absoluut'). Eind 2000 bezocht ze twee maanden lang C.J.M. Broekhuyse, een Haarzuilense arts-kwakzalver en auteur van Vluchten kan niet meer. Die vertelde haar dat haar kanker werd veroorzaakt door een bacterie, waar hij wel enige zelfontwikkelde middeltjes tegen had. Die bleken niet te helpen ('ga toch even op zoek naar een chirurg'), maar het geloof in de bacterie bleef. Ook zou Syl volgens Privé een jaar lang patiënt zijn geweest in het homeopathische Instituut Walborg, en daar ozontherapie en een 'gigantische hoeveelheid medicijnen' hebben gekregen. Nog maar een half jaar geleden verkondigde ze aan studiopubliek dat ze geheel genezen was van kanker. De laatste etappe bracht Syl door ten huize van Jos M.A. Koonen en Tonny Derksen, vrienden van de familie Millecam. 'Integere mensen die op hun wijze hun uiterste best hebben gedaan,' aldus Syls vriend Nol Willemsen. Huisarts Jos doet aan colonhydrotherapie (darmspoelingen tegen vastgekoekte gifstoffen), homeopathie, acupunctuur, elektroacupunctuur, geluidstherapie volgens Sharry Edwards (het lichaam helpen door toevoer van complementaire frequenties en harmonischen, na analyse van stemafdrukken), kortom ook een veelzijdig kwakzalver. In de woning in Millingen aan de Rijn werd een PAP-IMI apparaat geïnstalleerd en Lotje gedoopt. De patiënte kreeg ook daar volop homeorommel ('nee hebben we en ja kun je krijgen' zei de dokter). Toen de zieke de laatste drie weken snel achteruitging en van benauwdheid, pijn en oedeem niet meer kon liggen, zitten, slikken, slapen of staan werd ze op vrijdag naar het Radboudziekenhuis in Nijmegen gebracht. Daar konden de artsen alleen nog maar vaststellen dat ze hooguit nog twee weken te leven had.
Wie een zekere vroege dood verkiest boven een chemokuur en een
tamelijk zekere genezing (meer dan 90 procent zeker voor de
combinatie van opereren, bestralen en chemo) is daar vrij in.
Artsen horen echter niet mee te werken aan de instandhouding
van een illusie die voor een afschuwelijk ziekbed zorgt en de
zieke ook nog de gelegenheid ontneemt zich op de dood voor te
bereiden. AvL-chirurg E. Rutgers in Nova van 1 september
over bacteriën en Jomanda's kletsverhaal: 'pure
misleiding, crimineel, misdadig ik heb geen andere
woorden.' (jwn) Bomhoffs opstand(Skepter 14 (3), september 2001) Het begon zo onschuldig. 'Hofpredikant' C.A. ter Linden verklaart (in NRC Handelsblad) op paaszaterdag de neochristelijke visie op het bijbelverhaal van de opstanding van Jezus, die telkenjare met Pasen gevierd wordt. Eigenlijk is het een halve boekbespreking van Verder met Nederland van oud-diplomaat Peter van Walsum in combinatie met Waarlijk opgestaan! Een discussie over de opstanding van Jezus Christus van de Leidse nieuw-testamenticus H.J. de Jonge. Van Walsum is het opstandingsverhaal als een legende gaan zien. Volgens Ter Linden en De Jonge waren dergelijke verhalen (bijvoorbeeld over Romulus, zie ook 2 Makkabeeën) tamelijk gewoon in de Oudheid. Het paasverhaal was oorspronkelijk een metafoor die geleidelijkaan steeds letterlijker werd genomen. Ter Linden vindt dat het verhaal waar is, maar in spirituele zin: 'Gods keuze voor ... deze door mensen misverstane en verworpen gekruisigde.' De moraal is dat Van Walsum ook zonder letterlijk geloof in de opstanding christen kan blijven. Op 2 juni barstte NRC-columnist Eduard Bomhoff los. In de nagalm van zijn verdediging (tegen Piet Borst) van de alternatieve geneeswijzen begin dit jaar kwam hij in opstand tegen Ter Linden. Met zoveel getuigen volgens de bijbel staat de verrijzenis van Jezus op 5 april 33 toch wel vast. Ter Linden maakt dezelfde fout als Hume, die dicit Bomhoff het bestaan van wonderen ontkende omdat die strijdig zijn met de natuurwetten.
Bijna twintig reacties over en weer, voornamelijk van
randstedelijke intelligentsia, volgden in een maand tijd,
terwijl diverse briefschrijvers ook nog elders in de krant hun
gal uitstortten over de mededeling van Piet Borst (2 juni) dat
hem het atheïsme met de paplepel was ingegoten. De
hoogleraar Herman Philipse nam het op voor Ter Linden en Hume.
Bomhoff had Hume niet begrepen ('hij begeeft zich met
verfrissende bravoure op een hem onbekend vakgebied'). Als we
een verhaal over een wonder moeten beoordelen gaat het om twee
al dan niet waarschijnlijke gebeurtenissen: óf het
wonder geschiedde óf de getuigen zijn onbetrouwbaar.
Een rationeel oordeel accepteert het kleinste wonder, en dat
is meestal de tweede mogelijkheid, gegeven de menselijke
neiging om te liegen, te fantaseren, te overdrijven of zich
domweg te vergissen. Het maakt daarbij niets uit of het wonder
onwaarschijnlijk is of erg onwaarschijnlijk. De wat
amateuristische rekenpartij met waarschijnlijkheden van
Philipse zal de wiskundige en econoom Bomhoff wel niet
overtuigd hebben. Philipse gaf als voorbeeld nog een bericht
van Tacitus: de wonderbaarlijke genezing van een blinde door
het speeksel van keizer Vespasianus. Helaas maakte Bomhoff er
vervolgens een Leiden-Nyenrode controverse van. De
origineelste bijdrage kwam van Maarten 't Hart die een
onopvallend wonder in de bijbel signaleerde: in Mattheüs
27 vers 52 staat dat vele ontslapen heiligen weer tot leven
kwamen op het tijdstip van Jezus' verscheiden. Maar in plaats
van meteen naar huis te gaan op vrijdagavond, bleven ze op hun
graf zitten en kwamen daar pas vandaan (vers 53) na Jezus'
opstanding. (jwn) Dolfijn!(Skepter 14 (3), september 2001) Wie aan Harderwijk denkt, denkt aan files, patatlucht, massa's mensen die zich verdringen rond bakken water en een immense hal waarin dolfijnen en zeehonden hun verplichte sprongetjes maken. Als medisch centrum had het dolfinarium nog niet echt naam gemaakt. Stichting Sam gaat daar verandering in brengen. Het Dolfinarium moet het eerste Nederlandse zeezoogdierenpark worden waar contact wordt gelegd tussen dier en kind.
De stichting is genoemd naar de vijfjarige geestelijk
gehandicapte Sam Griffioen. Sam had er al veertien
therapeutische ontmoetingen met dolfijnen in de VS op zitten
toen hij eind augustus in Harderwijk kennis mocht maken met de
dolfijn Moby. Volgens zijn vader, manueel therapeut en
psycholoog Richard Griffioen, is zijn zoontje daar zeer sterk
van opgeknapt. Hoe dat kan? 'Uit onderzoek is gebleken dat
muziek, water en interactie met zoogdieren helpen bij het
vasthouden van de concentratie. Bij dolfijnensessies heb je al
deze elementen bij elkaar.' In New-Agekringen, waar het
dolfijnencontact al veel langer populair is, wordt wel
beweerd dat vooral geestelijk gehandicapten in staat zouden
zijn 'contact te maken' met dolfijnen. Of, een stuk aardser,
dat de sonar van dolfijnen een stimulerend effect zou hebben.
Hoe dan ook, de vakgroep diergeneeskunde van de universiteit
van Utrecht gaat vanaf dit najaar samen met Sam onderzoeken
wat hiervan waar is. Een positief resultaat lijkt
onvermijdelijk, want omstuwd door zoveel aandacht en liefde zal
Sam best wel weer wat verder komen. (mh) De kolenboer komt(Skepter 14 (3), september 2001) Het leek El Cid, de introductiecommissie van de Leidse universiteit (de vrijwilligersclub die de eerstejaars bezig moet houden) zo'n aardig idee: Emile Ratelband met zijn gloeiende kooltjes. Weer eens wat anders dan de traditionele hoogtepunten roeien, blindemannetje en bungeerunnen (een elastiek om en dan maar vooruit stormen). Emile kwam, zag de enorme belangstelling en besloot vroeg te beginnen om op tijd thuis te zijn. De NLP-geherprogrammeerde eerstejaars ('Als je het wilt, kun je het ook! Tsjakka!') liepen dus letterlijk over hete kolen. Tachtig wist Ratelband over te halen, ruim vijfentwintig hielden er verbrande voeten aan over, negen van hen besloten naar het ziekenhuis te gaan en vijf daarvan bleken tweedegraads brandwonden te hebben. Eén is er ernstig aan toe: ze raakte in paniek en belandde midden in de kooltjes. Opname was in geen van de gevallen nodig. De media, altijd belust op 'ontgroeningsexcessen', besteedde er ruime aandacht aan. De Leidse universiteit liet weten de zaak hoog op te nemen. Ratelband liet weten dat hij zijn optreden met de commissie zou 'evalueren' maar hij wist al te melden dat er niet goed naar hem was geluisterd. Sommige slachtoffers zouden hun voeten niet snel genoeg schoongemaakt hebben of voldoende intens 'koel mos' gemompeld hebben en 'als jong volwassene heb je een eigen verantwoordelijkheid.' (Ratelband niet dus.)
Kortom, er gebeurde eigenlijk niets ernstigs, er zal ook niets
gebeuren om herhaling te voorkomen en Ratelband strooit zijn
kooltjes volgende week weer lustigjes ergens anders uit. (mh) Karma in Leusden(Skepter 14 (2), juni 2001) Op zondag 29 april waren het thema karma en reïncarnatie het onderwerp van discussie in het Café des Idées van het ISVW te Leusden. De filosoof en Skepter-auteur Erik Hoogcarspel en de eveneens aan lezers van Skepter welbekende medicus en self-made filosoof dr. Hugo Verbrugh traden tegen elkaar in het strijdperk. De godsdienstfilosofe dr. Jildi Mohamad Sjah ging voor Skepsis luisteren. Verbrugh gaf de aftrap, en pakte breed en wollig uit. Hij noemde reïncarnatie het belangrijkste thema van het millennium en karma een gangbaar begrip. Dat had hij ontdekt door de krant te lezen. Zijn betoog, in de vorm van een tiental vragen aan het publiek die hij voor het gemak zelf maar beantwoordde, was rijkelijk gelardeerd met zijsporen en anekdotes. Later verzuchtte Hoogcarspel dat het niet meeviel om overtuigend over te komen tegenover het retorisch geweld van verhaaltjes en citaten uit de Reader's Digest en Prana. En als je opponent zich filosoof noemt, maar meent dat Hume (die het bestaan van de ziel ontkende) een aanhanger van reïncarnatie was, en de ene drogreden op de andere stapelt, dan is de strijd wel erg ongelijk. Het viel onze spionne op dat Verbrugh de traditionele monotheïstische geloofsinhouden zonder meer afwijst, en een al even traditioneel niet-westers geloof, namelijk dat van de reïncarnatie, niet alleen interessant maar ook noodzakelijk vindt. Het begrip karma behoren we, aldus Verbrugh, te verbinden met verantwoordelijkheid die op deze wijze een metafysische uitbreiding krijgt over de dood heen. Bovendien krijgen we in deze tijd te maken krijgen met procreatie zonder copulatie, klonen bijvoorbeeld. Verbrughs opvatting over noodzakelijkheid van reïncarnatie vloeit kennelijk voort uit zorgen over de stand van de medische wetenschap. Wat er wedergeboren wordt, zo vervolgde Verbrugh, is een 'reïncarnerende entiteit' die onze herinnering met zich meeneemt, tegelijkertijd leven we voort in de herinnering van anderen. Het denken over reïncarnatie is tevens een 'performatieve denkdaad' die maakt dat het thema gedacht en ook op filosofische wijze onderzocht kan worden. Voor Hoogcarspel bleef er niet veel tijd meer over. Hij beschouwde reïncarnatie in het westerse denken als een mythe, die via Pythagoras en Plato uit Egypte stamt. De Egyptenaren spraken echter over een laatste reis na de dood. Deze gedachte kan mogelijk afkomstig zijn uit India, waar reïncarnatie als een kringloop vanzelfsprekend was. Het dode lichaam werd daar verbrand, de ziel stijgt op en als het regent komt de ziel weer terug op aarde. Karma noemde Hoogcarspel een verklaring voor het kwaad en onrecht in de wereld. Hij ging nog een stap verder door reïncarnatie te vergelijken met 'kielhalen', een straf waaruit lering getrokken dient te worden. In India zijn methoden ontwikkeld om deze pijnlijke kringloop te beëindigen. De recitatie van een mantra kan bijvoorbeeld de gevolgen van slecht karma elimineren. Er is geen verband tussen karma en verantwoordelijkheid. Als je elk ongeluk of handicap aan 'karma' wijt is dat een verklaring achteraf. Verantwoordelijkheid betekent dat je iets wilt, dat wat je wilt ook uitvoert en voor de gevolgen door de betrokkenen aanspreekbaar bent. Dat is heel wat anders dan je aan de regels houden uit angst voor repercussies in een volgend leven. De voorstelling van een reïncarnerende entiteit was voor Hoogcarspel moeilijk te vatten want een entiteit neemt ruimte in. Als argument tegen de 'performatieve denkdaad' stelde hij dat alles wat alleen gedacht wordt, niet kenbaar is en dus geen object voor onderzoek. Voor Hoogcarspel is de wereld niet rechtvaardig en dat kun je niet met karma goedpraten.
De hoge opkomst bewees dat het een interessant thema was en
het publiek beklaagde zich dan ook dat er te weinig tijd voor
discussie was. Daar waren ze toch voor gekomen, en niet voor
muzikale intermezzo's. Tijdens de discussie met het publiek
kwamen er getuigenissen van mensen voor wie reïncarnatie
een waar geloof was die hen anders in het leven deed staan. Tochtige spookstad(Skepter 14 (2), juni 2001)
Tien dagen lang heeft een team van 240 nieuwsgierige ghost
busters door de onderaardse gangen en gewelven van
Edinburgh en Edinburgh Castle gedwaald. Het barst daar van de
spoken, zeggen veel inwoners (en de lokale VVV is het daar
graag mee eens). Na afloop van het onderzoek, op 17 april,
moest onderzoeksleider/psycholoog Richard Wiseman toegeven dat
er veel meer te voelen was dan hij had verwacht. Bijna de
helft van de medewerkers rapporteerde gekke kille plekken,
onverwachte rillingen en onverklaarbare angstige momenten.
Eén van hen raakte zelfs overstuur van een nauwelijks
hoorbaar spookachtig gekreun, en er zijn ook echte spoken
gemeld. Een en ander gebeurde op de plekken die al bekend
stonden vanwege deze griezeleffecten. Wiseman, die eerder een
spookachtig koude hoek in Hampton Court Castle wist te
verklaren als het gevolg van een verborgen (doch tochtige)
geheime deur, denkt dat ook op veel van deze plekken curieuze
licht- en luchteffecten de haren even overeind kunnen zetten.
De fantasie doet dan de rest. En het spook komt gewoon even
kijken. (mh)
(Skepter 14 (2), juni 2001)
Het is heel eenvoudig. Op 18 oktober 1961 verscheen Maria aan
vier meisjes in San Sebastian de Garabandal, Spanje. De Moeder
Gods voorspelde toen een groot wonder. Ze zei niet wanneer het
zou gebeuren maar in ieder geval op een donderdag. Dat was
vele jaren voordat ex-topambtenaar van financiën Frans
Rutten ontdekte dat hij streng katholiek was. Maar wat
gebeurde daarna? Iemand belde (Frans houdt geheim wie), een
'zieneres', en deze vertelde dat het zou gaan om 11 april, de
sterfdag van de heilige Stanislaus van Krakau (ca. 1030-1079).
Rutten, in De Telegraaf van 14 maart: 'Ik ben nagegaan
wanneer zijn feest weer op een donderdag valt. In 2013. Maar
de zieneres had erbij verteld dat deze paus dit grote wonder
zou gaan meemaken. Dan klopt dat jaartal dus niet, want de
kans dat deze paus dan nog leeft is 9 procent. De andere
donderdag is in 2002. Volgend jaar dus.'
Ruttens theologische wiskunde is blijkbaar al uitgelekt want
in NRC Handelsblad van 15 maart meldt hij dat
goedgelovige Amerikanen al 'dik betaald' hebben om straks in
Spanje op de eerste rij te zitten. Maar u bent gewaarschuwd.
Op 11 april 2002 begint het Einde der Tijden. Rutten heeft het
u voorspeld. En als er die dag niks gebeurt, stapt hij op als
voorzitter van het Instituut voor Katholieke Informatie. 'Het
verschijnsel wordt spectaculairder dan het om zijn as tollen
van de zon zoals dat in 1917 in Fatima in Portugal te zien
was. En in een bosje zal een teken overblijven.' Fijn, zo'n
bosje. Leuk voor de lokale ansichtkaartenindustrie. Maar heeft
Maria niks nuttigers te doen? (SdP voorspelt dat volgend jaar
op 12 april wordt ontdekt dat de feestdag van Stanislaus 8 mei
is, en dat die in 2003 op een donderdag valt.) (mh) (Skepter 14 (2), juni 2001)
Het genezend medium verkeert in de problemen. Ze heeft geen
zendtijd meer. Negen jaar lang konden haar trouwe fans hun
bronwater instralen door de flessen voor de radio te zetten
tijdens haar uitzendingen voor Noordzee FM. Begin mei echter
was de laatste straaldag. De zender vindt Jomanda niet meer
bij zijn imago passen. Jomanda is te oud. Geen nood, dacht ze,
want bij die andere jonge omroep, Yorin (wat vroeger Veronica
heette), werd inmiddels druk gesleuteld aan een
ochtendprogramma waarin Jomanda samen met Marga Bult zieke
kijkers in zou stralen. Een week na haar vertrek bij Noordzee
FM trok echter ook Yorin de stekker eruit. 'De kijkcijfers
vielen nogal tegen,' aldus een woordvoerder. Het programma
paste ook niet in het profiel van Yorin, dat het meer van
tieten en schieten moet hebben dan van klagende zieken. Achter
de schermen werd gefluisterd dat er nog een probleem was:
Jomanda is inmiddels zo vaak actief in het buitenland dat het
programma van tevoren opgenomen moest worden. De beloofde
straling voor het bronwater was dan steevast al dagen oud. Als
dat uit zou komen, kon iedereen 'boerenbedrog!' gaan roepen.
En zo zit het nationaal genezend medium nu zonder nationaal
zendend medium. Bellen om uw water in te laten stralen kan
echter nog steeds voor 50 cent per minuut. (mh) (Skepter 14 (2), juni 2001)
De wereld moge vooruit gaan, de antroposofen gaan voorlopig
terug. Begin april besloot directeur Lutters van de Vrije
Hogeschool op te stappen nadat duidelijk werd dat zijn plan om
de opleiding ruimte te laten bieden voor méér
geestelijke stromingen dan uitsluitend de antroposofie. Dat
ideologische regime schrok studenten en broodnodige
fusiepartners af. 'Als je de moed niet hebt om je eigen
beweging op de schop te doen, wordt het nooit meer wat,'
verklaarde hij in Trouw. Die moed hadden zijn collega's
dus niet. Lutters mocht gaan.
Een maand eerder maakte voorzitter Dunselman van de
Antroposofische Vereniging duidelijk hoe hij denkt te
voorkomen dat het nooit meer wat wordt met de antroposofie in
Nederland. Hij wil bijeenkomsten beleggen waarin de leden zich
via 'meditatieve bezinning' op de Grondsteenspreuk gaan
bezinnen op hun geestelijke wortels. Deze spreuk is een tekst
van Rudolf Steiner uit 1923. De openingsregels luiden:
(Skepter 14 (1), maart 2001) Twee keer per dag wandelt Sai Baba over het plein van zijn tempel, waar
duizenden toegewijden zich voor de darshan hebben verzameld. Hier en daar stopt hij
even om een smeekbrief in ontvangst te nemen of een klein beetje heilige as te
'materialiseren'. Enkele uitverkorenen mogen na afloop van het ritueel naar de
interviewkamer voor een persoonlijk gesprek met de vleesgeworden god. Daar deelt Sai Baba
ringen en kettingen uit die spontaan in zijn handen verschijnen. Vertraagde videobeelden maken duidelijk dat de goeroe simpele trucs gebruikt.
Er zijn volgelingen die erkennen dat ze wel eens hebben gezien hoe hij heimelijk
geschenken tussen de kussens van zijn stoel vandaan haalde. Maar dat belet hen meestal
niet om te blijven geloven dat hij ook zonder trucs kan toveren. Ze vermoeden dat hij soms
bedrog pleegt om hun eigen geloof op de proef te stellen, want alles wat Baba doet heeft
een goddelijke bedoeling die gewone mensen vaak niet kunnen begrijpen. `Never try to
understand me,' waarschuwde Baba. Zijn meest ondoorgrondelijke praktijken vinden plaats in een kamertje achter de
interviewruimte. Knappe knapen en jonge mannen maken de meeste kans om na afloop van een
groepsinterview uitgenodigd te worden voor een tête-à-tête in deze achterkamer. Het
schijnt niet ongebruikelijk te zijn dat Baba tijdens zo'n privé-consult hun broek naar
beneden trekt om gematerialiseerde olie op hun penis, balzak of buik te wrijven. Hij vindt
het niet nodig een verklaring te geven voor deze overrompelende acties. Een voormalige devotee uit Groningen vertelde hoe Baba zijn
geslachtsdeel inspecteerde en een klevige vloeistof op zijn buik smeerde toen hij in 1989
als 19-jarige student een bezoek bracht aan de ashram in India. Hij had destijds niet het
idee dat er iets ongeoorloofds gebeurde, maar dat veranderde toen hij enkele jaren later
met de Engelse Keith Ord sprak. Keith vertelde dat hij drie keer in het achterkamertje was
uitgenodigd, waar Baba zijn penis masseerde met de kennelijke bedoeling deze in erectie te
brengen. Tijdens de laatste sessie pakte hij de hand van Keith en wreef daarmee langs zijn
eigen lid terwijl hij 'good, good' en 'this is divine' zei. Vorig jaar zijn er meer verhalen over Baba's handtastelijkheden naar buiten
gekomen. Enkele getuigenissen zijn te vinden in 'The Findings' van David en Faye Bailey,
een uitvoerig document dat via Internet is verspreid. De Engelse concertpianist David
Bailey was een prominente volgeling van Baba. Hij had zich in 1994 aangesloten en gaf
muziekonderricht aan studenten van Baba's middelbare jongensschool. Bovendien publiceerde
hij een tijdschrift over Baba en schreef boeken over hem. Zijn visie veranderde radicaal
nadat een Indiase scholier van het Sai College bij hem zijn hart uitstortte over de
seksuele wandaden van Baba. Ook enkele andere bronnen berichten dat Sai Baba zich
regelmatig seksueel te goed doet aan scholieren die speciaal voor hem geselecteerd worden.
Het is echter moeilijk om te beoordelen hoeveel hier van waar is omdat de informatie uit
de tweede of derde hand komt en de slachtoffers niet worden geïdentificeerd. Ook Bailey
weet niet precies wie het zijn. Op Internet staan inmiddels meerdere getuigenissen van westerse ex-volgelingen,
waaronder twee Amerikaanse teenagers, die claimen dat Baba orale seks met hen wou
bedrijven. (zie o.a. www.exbaba.nl) De
meest schokkende onthullingen kwamen van Conny Larsson, ex-filmster, psychotherapeut en
coödinator van de Sai Baba-beweging in Zweden. Zijn verklaringen zijn echter wat warrig
en inconsistent. Een aanzienlijk deel van de westerse aanhang heeft Sai Baba de rug toe gekeerd,
maar de rest (mogelijk nog de meerderheid) blijft er van overtuigd dat een avatar
geen seksuele verlangens heeft maar louter goede bedoelingen. Wie weet, misschien gebruikt
hij de massageolie om de onderste chakra te reinigen of de kundalini-energie vrij te
maken. In zijn jongste kersttoespraak waarschuwde Sai Baba alle 'Judassen' die kwaad
over hem spreken: 'Verraad aan God is de ergste van alle zonden zulk verraad kan in
geen enkel aantal levens goed gemaakt worden.' (rn) (Skepter 14 (1), maart 2001) Een goed verhaal moet je niet controleren maar afdrukken, zo luidt een ijzeren
wet in de journalistiek. Wie neemt het NCRV-programmamaker Thom Verheul dan kwalijk dat
hij Jacqueline B. zonder enige onderbreking aan het woord liet? Ze vertelde een
bloedstollend verhaal: haar vader, een dominee, zou haar hebben misbruikt en tot
abortussen hebben gedwongen. Een paar mensen namen het hem wél kwalijk: de familie B.
Dochter Jacqueline heeft 'een achtergrond van fantasie en onwaarheden,' zo vertelde hun
advocaat tijdens een getuigenverhoor voor de rechtbank in Arnhem. Verheul was daarvan op
de hoogte, aldus de advocaat. In hetzelfde programma (Verborgen Moeders) kwam ook
Annemarie K. aan het woord die naar eigen zeggen vijf kinderen zou hebben gehad uit
incest, waarvan er drie zijn vermoord. Haar familie heeft een aanklacht ingediend tegen
Verheul en de NCRV wegens smaad. Beide families willen weten waarom noch de NCRV noch
Verheul ooit contact met hen hebben opgenomen. De politie heeft de zaak in onderzoek.
Verheul liet alvast ter verdediging weten dat hij de vrouwen als patiënten zag en dat
'dergelijke gekwetste vrouwen' er nu eenmaal een 'andere waarheid' op na houden. Die sloot
dan opmerkelijk goed aan bij zijn 'andere' journalistieke moraal. (mh, Utrechts
Nieuwsblad, 17 februari 2001, zie ook Stop de Persen 26 juni 2000) (Skepter 14 (1), maart 2001) Eindelijk, Bigfoot heeft een diepe indruk gemaakt. Letterlijk. Een expeditie op
zoek naar deze ongrijpbare harige reus heeft in de modder van het Gifford Pinchot National
Park in de staat Washington (al te nauwkeurige gegevens zouden een afschrikwekkende stroom
nieuwsgierigen veroorzaken) de afdruk gevonden van de bil van de bigfoot. Het monster was
even gaan zitten. In de modder. 'Als we nu een paar andere wetenschappers zo ver krijgen
dat ze komen kijken, met een objectieve instelling, dan denk ik dat ze zullen zeggen dat
er hier inderdaad ''iets'' rondzwerft,' aldus Le Roy Fish, een van de ontdekkers. Het was
het enige tastbare resultaat van een dertien (!) man tellende expeditie die de Bigfoot uit
het bos trachtte te lokken met behulp van voedsel, lokstoffen en geluidsopnamen van
vreemde nachtelijke kreten, ooit geregistreerd en wie weet afkomstig van het monster zelf.
Een paar appels achtergelaten in de modder bleken echter voldoende. De volgende ochtend
waren de appels weg, en was de afdruk daar. Geleerden zijn uitgenodigd om de bilafdruk te komen bestuderen, maar voorlopig
heeft nog niemand zich gemeld. Reactie van Benjamin Radford, van de Skeptical Inquirer:
'Ach ja, na een tijdje wordt je moe van al de grappen.' (mh, New Scientist, 23
december 2000) (Skepter 14 (1), maart 2001) Afgelopen december organiseerde de Engelse (para)psycholoog Richard Wiseman een
klein ganzfeldexperiment dat hij met oog voor publiciteit aankondigde als
'The World's Largest ESP Experiment'. Tien proefpersonen probeerden elk een foto te raden,
maar in tegenstelling tot eerdere experimenten gebruikte Wiseman zoveel mogelijk 'zenders'
die zich gezamenlijk concentreerden op de afbeeldingen. Proefpersonen hebben vaak moeite
het paranormale signaal op te vangen. Wellicht wordt de kans op een goede ontvangst groter
wanneer er meer zenders in de lucht zijn. In een zaaltje van het Londense Museum of the
Unknown vertoonde Wiseman een reeks dia's die door middel van een toevalsprocedure werden
gekozen. Elk beeld moest op paranormale wijze worden overgebracht naar een proefpersoon
die zich in een naburig kantoorgebouw bevond. De beschrijvingen die deze persoon van de
'binnenkomende' beelden gaf, waren via een luidspreker in de zaal hoorbaar. Tijdens de
laatste twee sessies werden de dia's op de buitenkant van het museum geprojecteerd, maar
vanwege het slechte weer waren er hooguit honderd toeschouwers. Het verbaasde Wiseman niet
dat de resultaten van het experiment overeenkwamen met de kansverwachting. Eerder
publiceerde hij een meta-analyse waaruit bleek dat ganzfeldexperimenten de laatste jaren
weinig opleveren (Skepter, december 2000). Maar volgens de psycholoog Daryl Bem
heeft Wiseman het mis, want als je de meest recente experimenten bij zijn meta-analyse
optelt, blijkt het psi-effect toch nog niet helemaal verdwenen te zijn. (rn) (Skepter 14 (1), maart 2001) Het was een ontdekking die een ware egyptomane vloedgolf ontketende: de sfinx
van Gizeh zou veel en veel ouder zijn dan de Egyptische beschaving. Geoloog Robert Schoch
wist het zeker, hij had de verwering bestudeerd aan de voeten van het kalkstenen monument
(beter: van het kunstzinnig bijgewerkte restant van een rotsbult) en was tot de conclusie
gekomen dat, gezien de schaarse regen die daar valt, de sfinx minstens tienduizend jaar
buiten moet hebben gestaan (zie Skepter, maart 2000). Egyptologen waren uiteraard
furieus met deze inmenging vanuit een vreemd vakgebied op een terrein dat zij (letterlijk)
al vele decennia geleden hebben uitgekamd. Maar veel geologen vonden de discussie (die
zich vooral toespitste op de geschiedenis van het klimaat in Egypte) wel grappig en
sindsdien behoorde 'de leeftijd van de sfinx' tot de vaste randvoorstellingen bij grote
geologische congressen. Zo ook in november vorig jaar tijdens de 112de bijeenkomst van het
Amerikaans Geologisch Genootschap. Maar de heren geologen lijken een beetje sfinxmoe. De
conclusie luidde opeens dat de sfinx minimaal 5000 jaar oud is. Da's veel minder dan
Schoch riep en teleurstellend dicht bij de leeftijd die egyptologen haar toedichten: 4500
jaar, ten tijde van de bouw van de grote piramides. Nu werd de bouw van piramides kort
voor het congres langs astronomische weg op elegante en uiterst nauwkeurige wijze
gedateerd, en de bouwkundige samenhang tussen piramides en sfinx staat buiten kijf. Het
lijkt er dus op dat de geologen van het onderwerp (en Schoch) af willen. Het was leuk, zo
lang als het duurde. (mh, NRC Handelsblad, 2 december 2000; Nature, 16
november 2000) |