Sprekende spieren
De Neuro-Emotionele Integratie van Roy Martina
Ga nooit met dolfijnen zwemmen. Met hun sonar beïnvloeden ze je subtiele
energieën. Dat overkwam de Nederlandse arts Roy Martina. Na zo'n zwempartij
kon hij wel veertig verschillende emoties voelen. Gelukkig ontdekte hij
een methode om de negatieve emoties onschadelijk te maken.
Martina deed zijn ervaringen op tijdens een seminar op Hawaï van Anthony
Robbins, het rolmodel van Emile Ratelband. Daar werd dus de Neuro-Emotionele
Integratie (NEI®) geboren. Sinds een jaar of drie kan men zich bij het
NEI®-instituut in Nijmegen laten opleiden
tot NEI®-Practitioner. De cursus omvat 23
dagen die elk tweehonderd gulden kosten (zonder BTW omdat Martina's beroepsopleidingen
zijn vrijgesteld voor de omzetbelasting). Ook is het mogelijk een vierdaags
NEI®-seminar te volgen dat wordt aangeboden
voor 1875,- (inclusief vegetarische maaltijden). De deelnemers aan
het seminar worden begeleid door Practitioners in opleiding, die op deze
wijze aan hun stageverplichting voldoen. De opleiding is populair onder
alternatieve behandelaars die een nieuw specialisme aan hun repertoire
willen toevoegen. Voetreflexologie, Bachremedies, Reiki, Touch for Health,
chiropractie, homeopathie, acupunctuur en chakratherapie bieden geen oplossing
voor alle problemen. Er is daarom altijd een markt is voor iets nieuws.
Al zo'n 350 Nederlanders mogen zich inmiddels gecertificeerd NEI®-Practitioner
noemen. Ook beunhazen, die slechts een paar NEI®-technieken
beheersen, schieten volgens Roy Martina, de grondlegger van NEI®,
als paddestoelen uit de grond.
De Martina Development Group (MDG®) verzorgt tevens een opleiding tot
NLP-Practitioner en tot INTEGRA®-Practitioner. Dat laatste betekent Integratie
Natuurlijke Therapieën & Energieën en Geo Reflex Analyse. Volgens
Roy Martina is het een combinatie van de meest effectieve therapieën uit
de natuurgeneeswijzen, waarvan hij de werkzaamheid heeft kunnen vaststellen
met een elektroacupunctuurmeter, al meet die volgens critici slechts de
huidweerstand. INTEGRA®-Practitioners beschikken onder meer over methoden
om gifstoffen, energieblokkades en allergieën op te sporen en te behandelen.
Zij zijn in staat een klacht op vijf niveaus te genezen: op het niveau
van het bewustzijn, op cellulair niveau, energetisch niveau, constitutioneel
niveau en biochemisch niveau. Ze kunnen meer dan reguliere artsen, want
die 'raken vier van de vijf niveaus niet'. In zijn eigen laboratorium
heeft Martina al ruim 1.500 alternatieve geneesmiddelen ontwikkeld, waaronder
de Phytaliteit Plus®-lijn, de Amazone®-lijn en de 5-Elementen®-lijn. Deze
middelen worden geleverd door Martina Medical Research B.V.
De Martina Development Group stelt zich ten doel binnen afzienbare tijd
te komen tot een erkende 4-jarige HBO-opleiding tot Vitaliteitscoach,
een combinatie en integratie van de huidige drie opleidingen. Binnenkort
verschijnt Martina's tiende boek, Vitaliteitskunde, dat hij als
zijn 'levenswerk' beschouwt. Eerder dit jaar verscheen van zijn hand een
boek over Emotioneel Evenwicht, EE®, zijn nieuwste handelsmerk. Om optimale
resultaten te boeken tijdens een NEI®-seminar
dient men eerst een tweedaags EE®-seminar te volgen. De basisbeginselen
van NEI® zijn te vinden in Wie ben je
echt!, waarvan sinds vorig jaar al meerdere drukken verschenen.
Verzwakte spieren
NEI® is gebaseerd op de veronderstelling
dat psychologische problemen en lichamelijke klachten meestal voortkomen
uit onverwerkte emoties die zich als virussen in het onbewuste en in onze
cellen of organen hebben genesteld. 'Vaktechnisch' worden deze emotionele
virussen Psycho Energetisch Geheugen (PEG) genoemd. Veel mensen streven
naar een glanzende carrière, een fantastisch huwelijk en een optimale
gezondheid, maar daar komt weinig van terecht omdat hun onbewuste de hakken
in de grond zet en hun doelstellingen saboteert. Zo is het mogelijk dat
iemand zegt dat hij veel geld wil verdienen terwijl zijn onbewuste van
mening is dat dit ten koste van zijn huwelijk zal gaan. Hij is dan niet
congruent met wat hij zegt te willen. Congruentie betekent dat
we ons helemaal inzetten voor het doel dat we willen bereiken, waarbij
het bewuste en het onbewuste harmonisch samenwerken.
NEI®-therapeuten onderzoeken door middel
van een spiertest welke uitspraken een stressreactie veroorzaken. Het
lichaam fungeert daarbij als leugendetector omdat men aanneemt dat een
incongruente uitspraak de spier onmiddellijk zal verzwakken. Zo kan men
bijvoorbeeld vaststellen dat iemand incongruent is met de uitspraak 'Ik
wil meer verdienen'. Vervolgens kan de therapeut bepaalde acupunctuurpunten
aanraken om te onderzoeken welk orgaan het meest gestresst wordt. De oude
Chinezen kenden vijf elementen (hout, vuur, aarde, water en metaal) die
elk verbonden zijn met bepaalde emoties, organen en energiekanalen (meridianen).
Wanneer de therapeut uitkomt bij de levermeridiaan, dan weet hij dat dit
verband houdt met emoties die bij het element hout horen en kan hij het
onbewuste vragen: 'Heeft dit iets te maken met de emotie kwaadheid, boosheid,
agressiviteit, jaloezie, teleurstelling, depressie, woede, wrok, niet
kunnen vergeven, onredelijkheid, prikkelbaarheid, niet kunnen loslaten,
je misbruikt voelen, gebruikt voelen?' Op het moment dat hij de juiste
emotie noemt, geeft het onbewuste een teken door de spier te verzwakken.
Daarmee zijn we er nog niet. Eerst moet de therapeut het onbewuste vragen
of de cliënt het emotionele virus van iemand anders heeft overgenomen.
Het is mogelijk dat de cliënt is gaan meeresoneren met de negatieve emoties
van een vriend of familielid. Al tijdens de conceptie kunnen emoties elektromagnetisch
worden overgedragen. Emotionele virussen kunnen ook door een zaadcel worden
meegedragen en van generatie op generatie worden doorgegeven. Zo zijn
er overgeërfde emotionele virussen die iemand vatbaar kunnen maken voor
bepaalde toxinen of kankersoorten. Het is volgens Martina verstandig om
je van zulke virussen te ontdoen voordat je kinderen krijgt.
De NEI®-therapeut is een soort detective
die zoekt naar de eerste keer dat een bepaalde emotie niet goed is verwerkt.
Dit allereerste onverwerkte incident ligt aan de basis van de latere problemen.
Door een lijst met vragen af te werken kan men de datum exact vaststellen.
Meestal gaat het om incidenten in de vroege jeugd. Ook kan het voorkomen
dat een kind negatieve opmerkingen in zijn onbewuste opslaat terwijl het
nog in de baarmoeder zit. Herinneringen aan vorige levens kunnen aan het
licht komen wanneer men vraagt 'Is dit gekomen voor je geboorte?'. Zelf
ontdekte Roy Martina dat hij in zijn vorige leven als jood was vergast.
Dat verklaarde waarom hij als kind veel last had van astmatische bronchitis.
Hij benadrukt echter dat NEI® geen geloof
in reïncarnatie vereist. Theorieën waar je nog niet achter staat, mag
je rustig naast je neer leggen. Bovendien gaat het er niet om wat de waarheid
is, maar hoe we de dingen ervaren, de Emotionele Realiteit. Als iemand
bijvoorbeeld ervaart als kind te zijn mishandeld en misbruikt, dan hoeft
dat niet werkelijk zo gebeurd te zijn.
Tussen de oren
Een cliënt die altijd erg kwaad werd als hij belasting moest betalen,
ontdekte dat deze emotie was ontstaan toen zijn ouders voor straf zijn
spaarvarken in beslag namen. Wanneer dit originele plaatje (OP) is opgespoord,
de eerste keer dat iets is voorgekomen, dan kan de betreffende emotie
worden geïntegreerd. De cliënt legt daarbij één hand op het gebied waar
de emotie vastzit (bijvoorbeeld op de lever) en de andere hand op de Emotionele
Therapeutische Punten die zich op zijn voorhoofd bevinden. Hij concentreert
zich op het originele plaatje en ademt diep vanuit de buik. De therapeut
plaatst nu twee vingers op de 0-punten in beide oren van de cliënt. Stimulatie
van deze punten zorgt ervoor dat de emotie optimaal door beide hersenhelften
wordt verwerkt waarbij verstand en gevoel worden geïntegreerd.
Het originele plaatje moet van alle emotionele lading worden ontdaan.
Daarom vraagt de therapeut of er nog andere emoties aan het incident verbonden
zijn die ook moeten worden verwerkt. Zoals gebruikelijk geven de spieren
het antwoord. Ten slotte raakt de therapeut de Bio-energetische Anker
Punten aan die zich aan weerszijden van de ogen bevinden. Blijft de spier
nu sterk, dan betekent dit dat het lichaam het hele proces goed heeft
verwerkt. In andere gevallen kan men een middel uit de 5-elementen®-lijn
voorschrijven. Deze middelen bevatten bloemenessences die helpen bij het
loslaten van emoties.
De behandeling is geslaagd wanneer de cliënt niets meer op zijn lever
heeft en uit volle overtuiging zegt: 'Ik kan belasting betalen zonder
mij gefrustreerd te voelen.' Het is echter niet uitgesloten dat er nog
andere emotionele blokkades zijn die hem storen bij zijn fiscale plicht.
Om die te achterhalen laat de therapeut hem zinnen uitspreken zoals: 'Ik
geniet ervan om belasting te mogen betalen, ik ben het waard om belasting
te betalen, ik durf belasting te betalen, het is goed voor anderen dat
ik belasting betaal.' De therapeut kan ook vragen of er in het onbewuste
nog delen zitten die niet helemaal instemmen met wat men tijdens de behandeling
heeft bereikt. Het onbewuste kan worden vergeleken met de directie van
een grote organisatie die meer dan honderd directeuren telt. Deze directeuren
bemoeien zich allemaal met onze zaken en het is niet gemakkelijk om ze
op één lijn te krijgen. We kunnen er ook nooit zeker van zijn dat de directie
een consensus heeft bereikt want sommige directeuren worden pas wakker
wanneer zich een bepaalde situatie voordoet.
Het uiteindelijke doel is een toestand waarin het bewuste en het onbewuste
(dat eveneens met de term 'onderbewuste' wordt aangeduid) als een eenheid
samenwerken. Dan kun je bijna alles bereiken wat je wilt. Het is daarbij
belangrijk om goed op je woorden en je lichaamstaal te letten. Wanneer
je bijvoorbeeld zegt dat je iets erg mooi vindt, ontstaat er een
incongruentie in de taal, die stress veroorzaakt. Je kunt beter zeggen
dat je het fantastisch vindt, want 'erg' is een negatief woord. Het is
ook aan te raden dagelijks met gebalde vuisten een aantal affirmaties
uit te schreeuwen. 'Ik wil het, ik kan het en ik ga ervoor!'
Toegepaste Kinesiologie
Hoewel Roy Martina regelmatig spreekt over eigen ontdekkingen, bevat
zijn werk bijna uitsluitend ideeën die al eerder door anderen zijn gepropageerd.
Zo schrijft hij: 'Ik durf te beweren dat heel veel ziekten, misschien
wel 90%, beginnen met een negatieve emotie of een negatieve gedachte....
Reuma kan komen doordat we emotioneel verstijven.' Waar hebben we dat
eerder gehoord? Sla Karin Spainks (1992) analyse van de 'orenmaffia' er
maar eens op na.
De spiertest die NEI®-therapeuten gebruiken
om diagnoses te stellen, is indirect overgenomen van George Goodheart,
een chiropractor uit Detroit die vanaf 1964 de Toegepaste Kinesiologie
ontwikkelde. Momenteel is hij onderzoeksdirecteur van het International
College of Applied Kinesiology, dat hij in 1973 oprichtte. Hoewel de naam
anders doet vermoeden, heeft de techniek meer te maken met subtiele energieën
dan met bewegingswetenschap. Goodheart deed zijn ontdekkingen nadat hij
van een collega een boek kreeg waarin twee fysiotherapeuten beschreven
hoe je de sterkte van afzonderlijke spieren manueel kunt testen. (Kendall
& Kendall, 1949). Hij onderwierp enkele patiënten aan deze tests en
slaagde erin zwakke spieren te versterken door de uiteinden te masseren.
Een nieuwe doorbraak volgde toen de methode geen succes opleverde bij
een patiënt die last had van zijn been. Terwijl Goodheart het been betastte,
op zoek naar meer diagnostische informatie, vertelde de patiënt opeens
dat de pijn voor het eerst sterk was verminderd. 'Daar kwam u toch voor?'
zei Goodheart zo nonchalant mogelijk terwijl zijn brein op volle toeren
draaide. Wat was hier aan de hand? Kennelijk had het betasten van de spier
een positief effect. Hij probeerde dit uit op zijn secretaresse, 'a very
fine German woman', die vaak last had van een lichte neusbijholteontsteking.
Ze hield haar hoofd dan wat scheef vanwege een verzwakte spier. De behandeling
mocht echter niet baten, zodat Goodheart op het idee kwam dat hij misschien
niet noodzakelijk op de spier zelf moest drukken maar op iets anders.
Hij herinnerde zich dat de osteopaat Frank Chapman in 1930 een verzameling
neurolymfatische reflexpunten in kaart had gebracht. Die bevinden zich
onder meer in de kuiltjes tussen de ribben. Wanneer ze worden gemasseerd,
bevordert dat volgens Chapman de lymfedrainage in specifieke organen.
Goodheart stimuleerde een reflexpunt van zijn secretaresse en dat bleek
haar goed te doen. Ze kon haar hoofd nu beter rechthouden en had minder
last van haar bijholten.
Goodheart raakte ervan overtuigd dat zwakke spieren vaak verband houden
met zwakke organen. Stimulatie van neurolymfatische reflexpunten kan deze
problemen snel oplossen, zoals blijkt uit de spiertest die na afloop van
de behandeling wordt uitgevoerd. Goodheart deed ook inspiratie op bij
de osteopaat William Sutherland, die loszittende schedelbeenderen weer
op hun plaats probeerde te duwen, en bij de chiropractor Terence Bennett,
de ontdekker van de neurovasculaire reflexpunten op het voorhoofd. Aanraking
van deze zenuwvatpunten en druk op de schedel bleek een positieve invloed
te hebben op verzwakte spieren en bijbehorende klachten. Via een boek
over acupunctuur dat hij van een patiënt kreeg, kwam Goodheart in aanraking
met subtiele energiekanalen (meridianen). Zijn spiertests stelden hem
in staat blokkades en verstoringen in de balans van dit Chinese energiesysteem
doeltreffend op te sporen. De balans kon worden hersteld door bepaalde
acupunctuurpunten vast te houden of over een meridiaan te strijken. Het
veronderstelde verband tussen spieren en meridianen vormt tegenwoordig
de basis van de Toegepaste Kinesiologie.
Touch for Health
Goodheart verbreidde zijn leer vooral onder chiropractors. Hij was van
mening dat alleen goed getrainde professionals spiertests mogen uitvoeren.
Een van zijn meest enthousiaste studenten, de chiropractor John Thie,
zag echter een grotere markt in het verschiet liggen. Hij schreef de bestseller
Touch for Health (1973) en richtte twee jaar later de Touch for
Health Foundation op. Deze organisatie bood seminars aan waar iedere leek
kon leren hoe je 14 spieren en de bijbehorende energiekanalen moet testen
en in balans kunt brengen. De spiertest bleek ook geschikt om voedingstekorten
en allergieën op te sporen. Bij veel mensen nam de spierkracht af wanneer
ze een klontje suiker in de mond of in de hand hielden.
Touch for Health instructeurs onderwezen de spiertestmethode in ruim
vijftig landen. In Nederland werden de eerste beoefenaren, waaronder Coby
Schasfoort en Yoka Brouwer (die later naar NLP overstapte), al in de jaren
'70 opgeleid. Inmiddels bestaan er tientallen soorten 'gespecialiseerde'
kinesiologie, meestal ontwikkeld door Amerikaanse chiropractors en voormalige
Touch for Health instructeurs die een eigen opleidingsinstituut en handelsmerk
vestigden. Het boekje In balans met kinesiologie (Holdway, 1996)
biedt een overzicht van diverse nieuwe methoden en ook op Internet is
veel informatie te vinden.
Verscheidene nieuwe kinesiologische technieken richten zich met name
op emotionele blokkades, negatieve gedachten en verdrongen gevoelens.
Hierbij worden verbale vragen gesteld terwijl men meestal steeds dezelfde
indicatiespier test. De feedback van het onbewuste geeft aan welke emoties
en overtuigingen de persoonlijke ontplooiing of het lichamelijk welzijn
in de weg staan. Negatieve emoties en gedachten maken het lichaam letterlijk
zwak. De remedie bestaat onder meer uit het aanraken, vasthouden, bekloppen
of masseren van verschillende plaatsen op het lichaam. Zo maken veel kinesiologen
gebruik van de 'Emotional Stress Release'-punten, die bij sommige mensen
als twee kleine bulten op het voorhoofd zichtbaar zijn. De cliënt krijgt
daarbij de opdracht zich een situatie voor te stellen die spanning oproept,
terwijl de therapeut zijn vingers op de ESR-punten plaatst. In de vingertoppen
kunnen pulsen worden gevoeld die geleidelijk samenvloeien en synchroon
worden ten teken dat de behandeling is geslaagd.
Kinesiologie biedt oneindig veel toepassingsmogelijkheden en er worden
voortdurend nieuwe technieken ontwikkeld. Zo richten Edu-K® en Brain Gym®
zich vooral op kinderen met leerproblemen. Volgens deze theorie kan stress
ertoe leiden dat beide hersenhelften niet goed met elkaar samenwerken
of dat bepaalde hersenfuncties worden uitgeschakeld. Door middel van spiertests
kan worden uitgezocht waar het probleem zit en hoe het is ontstaan. Om
de informatiestroom in de hersenen te stimuleren en te herstellen moet
de cliënt bepaalde bewegingen uitvoeren. Als hij bijvoorbeeld met de armen
een liggende acht (lemniscaat) in de lucht beschrijft, kan dat zijn spreek-
en luistervaardigheid bevorderen.
| Takken van kinesiologie en hun grondleggers |
Advanced Kinesiology
Applied Kinesiology
Applied Neurogenics
Applied Physiology
Behavioral Kinesiology
Biokinesiology
Blue Print
Body Integration
Brain Gym
Chiro-Kinesiology
Clinical Kinesiology
Contact Reflex Analysis
Creative Kinesiology
Dance Kinesiology
Edu-Kinesiology
Element Rebalancing
Essence Repatterning
Health Kinesiology
Human Ecology Balancing |
Sheldon Deal
George Goodheart
Richard Duree
Richard Utt
John Diamond
John Barton
Andrew Verity
Rene Espy
Paul E. Dennison
Milton E. Dowty
Alan Beardall
Dick Versendaal
Haakon Lovell
David Fuerstenau
Paul E. Dennison
Gordon Stokes
Pat McCallum
Jimmy Scott
Steven Rochlitz |
|
Hyperton X
Integrative Kinesiology
Life Care Kinesiology
LEAP
KER
Kinesionics
Manual Kinesiology
Neural Organization Technique
Neuro Emotional Integration
Optimum Health Balance
One Brain Kinesiology
Professional Kinesiology Practice
Stress Release
Systematic Kinesiology
Touch for Health
Three in One
Transformational Kinesiology
Vega Bio-Kinesiology
Wellness Kinesiology |
Frank Malhoney
Trevor Savage
Richard Beale
Charles Krebs
Peter Wilhelmsson
Kartha Purkh S. Khalsa
Mac Pompeius Wolontis
Carl A Ferreri
Roy Martina
Charles Benham
Gordon Stokes
Bruce Dewe
Wayne Topping
Brian Butler
John Thie
Gordon Stokes
Grethe Fremming
Roy Martina
Wayne Topping |
Responsverwachtingen
Een simpele demonstratie van de spiertest kan als volgt worden uitgevoerd.
Ga voor een proefpersoon staan en vraag hem een arm naar voren en omhoog
te brengen. Het is niet noodzakelijk dat de arm helemaal horizontaal wordt
geheven. Leg nu je vingers op zijn pols en ga na of de spier in positie
kan blijven als je de arm met niet al te veel kracht naar beneden probeert
te duwen. Wanneer de proefpersoon de spier kan vastzetten, is er blijkbaar
geen onbalans in het lichaam aanwezig. Laat de proefpersoon nu een zogenaamd
stress statement doen. Als hij een skepticus is, kun je hem laten zeggen
'Ik geloof in kinesiologie'. Omdat dit niet waar is, raken zijn hersenen
overbelast en zal de spier zwak worden, zodat de arm nu gemakkelijk naar
beneden kan worden geduwd. Indien deze test de proefpersoon overtuigd
heeft, zal blijken dat de spier sterk blijft wanneer hij de uitspraak
herhaalt.
De Amerikaanse medicus Wallace Sampson onthulde een simpel trucje dat
deze proef gegarandeerd doet slagen (Hulspas & Nienhuys, 1997). Geef
eerst plotseling een klein duwtje tegen de arm en druk pas daarna echt
door. Het duwtje veroorzaakt een reflex die de spierspanning doet toenemen,
waardoor de proefpersoon het gevoel krijgt dat hij gemakkelijk weerstand
kan bieden. Bij de tweede poging blijft het voorbereidende duwtje achterwege
en wordt de druk geleidelijk opgevoerd. Daarbij zal de proefpersoon het
gevoel krijgen dat zijn arm nu veel slapper is en gemakkelijk meegeeft.
Gewoonlijk wordt de uitkomst van een spiertest vermoedelijk in hoge mate
bepaald door de responsverwachtingen (response expectancies) van
de cliënt. De verwachting dat een bepaalde respons automatisch zal optreden,
kan volgens de psycholoog Irving Kirsch de bijbehorende subjectieve ervaringen
en daarmee samenhangende fysiologische veranderingen opwekken. Kirsch
(1985, 1989, 1990) beschrijft diverse experimenten op het gebied van hypnose,
placebo-onderzoek en psychotherapie die aantonen dat de verwachtingen
van de proefpersonen sterk van invloed zijn op hun ervaringen en resultaten.
Een trucje zoals dat van Wallace Sampson kan eventueel in het begin gebruikt
worden om deze verwachtingen te wekken of te versterken.
NEI®-therapeuten voeren een zogenaamde
O-ringtest uit, waarbij de cliënt met zijn duim en wijsvinger een ring
vormt die de therapeut probeert los te trekken. Gewoonlijk vertelt de
therapeut de cliënt van te voren wat het betekent wanneer de spieren in
zijn vingers zwak worden. Het lijkt aannemelijk dat de cliënt dikwijls
een bepaalde respons verwacht, mede onder invloed van de uitlatingen en
non-verbale signalen van de therapeut. Misschien heeft de cliënt bovendien
de behoefte de therapeut in het gelijk te stellen. Dat kan ertoe leiden
dat hij zijn spieren onwillekeurig meer of minder spant. Ook de trekkracht
van de therapeut (en de plaats waar hij trekt, bijvoorbeeld aan de middelste
of aan de bovenste kootjes van de vingers) kan variëren onder invloed
van zijn behoefte om steun te vinden voor een bepaalde hypothese. Cliënt
en therapeut ervaren dat een spier reageert op bepaalde uitspraken door
zwak te worden, maar deze ervaringen hangen nauw samen met hun wensen
en verwachtingen. Wanneer de vingers van een cliënt sterk blijven nadat
de therapeut een emotionele virus onschadelijk heeft gemaakt, dan betekent
dat waarschijnlijk alleen dat beiden geloven dat het zuiveringsritueel
het beoogde effect heeft gehad.
Zelfs wanneer verwachtingen geen overheersende rol spelen, is het moeilijk
om zonder technische hulpmiddelen vast te stellen of een spier sterk of
zwak is. Met subsidie van het International College of Applied Kinesiology
voerden Lawson en Calderon (1997) een experiment uit om na te gaan in
hoeverre spiertesters tot een gelijkluidend oordeel komen. Drie deskundigen
met minimaal tien jaar ervaring in de Toegepaste Kinesiologie stelden
elk meermaals enkele spieren van ruim tachtig vrijwilligers op de proef.
Wanneer de ene spiertester een spier als zwak beoordeelde, was de kans
dat dit oordeel door een collega werd bevestigd gemiddeld 63 procent.
De ene spier bleek bleek lastiger te testen dan de andere, want dit gemiddelde
varieerde per spier tussen 17 en 83 procent. Deze mate van onderlinge
overeenstemming is significant hoger dan je op grond van het toeval mag
verwachten, maar desondanks lager dan je van een betrouwbare test mag
verwachten. (Bovendien laten vingerspieren zich waarschijnlijk moeilijk
testen op de manier die Roy Martina aanbeveelt.)
Het tijdschrift van de American Dietetic Association publiceerde
een dubbelblind experiment waarbij men onderzocht in hoeverre spiertesters
vitaminetekorten kunnen opsporen (Kenny e.a., 1988). De conclusie was
dat ze evengoed een muntstuk hadden kunnen opgooien om hun keuzes te bepalen.
Ook onderling stemden hun oordelen niet met elkaar overeen. Kinesiologen
bleken evenmin in staat om vast te stellen of patiënten allergisch waren
voor wespengif (Hautarzt 48, Suppl. 1, 22, 1997). Andere experimenten
waarbij men eveneens de diagnostische waarde van een spiertest onder gecontroleerde
omstandigheden op de proef heeft gesteld, ben ik in de literatuur nog
niet tegengekomen. De spiertest wordt vaak met een leugendetector vergeleken,
maar dat is geen aanbeveling want zo'n apparaat is tamelijk onbetrouwbaar
(Nanninga, 1993).
Therapeutische effecten
In 1995 richtte Roy Martina de stichting RELIEF op, die zich ten doel
stelt kinderen met leer- en/of gedragsproblemen pro Deo te behandelen.
Ook streeft men ernaar NEI® te introduceren op scholen, bij gemeenten, Riagg's en
ziekenhuizen. 'De stichting wil op deze wijze een bijdrage leveren aan
de preventieve gezondheidszorg en aan integratie van de probleemgroepen
in onze samenleving.' Om officiële instanties met voorstellen te kunnen
benaderen, dienen de positieve effecten van NEI®
gedocumenteerd te worden. Daarom heeft men geld ingezameld voor een wetenschappelijk
onderzoek naar de werkzaamheid van NEI®.
Volgens een folder van de stichting is het onderzoek vorig jaar op de
universiteit van Utrecht van start gegaan en worden de uitkomsten begin
volgend jaar gepubliceerd.
Een medewerker van de Martina Development Group vertelde dat het onderzoek
wordt uitgevoerd door dr. C.W. Kramer en dat de resultaten al binnenkort
te verwachten zijn (1). Kramer heeft al langer interesse voor alternatieve
behandelwijzen en is aangesloten bij de vereniging voor homeopatische
artsen. Een paar jaar geleden was hij van plan de healing-powers
van Jomanda te onderzoeken, maar dat is wegens geldgebrek niet doorgegaan.
Desgevraagd vertelt Kramer dat het NEI®-onderzoek
nog in de steigers staat. Eerst moet er een bruikbare vragenlijst komen
die men de cliënten voor en na de behandeling kan laten invullen. Dit
instrument wordt momenteel getest in een kleine pilot-studie. Over de
rest van het experiment kon Kramer mij nog weinig meedelen, al begreep
ik dat het niet beperkt wordt tot enkele specifieke klachten en dat de
NEI®-therapeuten hun eigen cliënten als proefpersonen mogen
selecteren. Kramer wist niet of er op het terrein van de toegepaste en
gespecialiseerde kinesiologie al eerder onderzoek is uitgevoerd. Niettemin
vond hij NEI® een 'heel interessante' methode
waar hij al veel goeds over had gehoord.
Het lijkt me niet onaannemelijk dat veel cliënten zich na afloop van
een NEI®-therapie beter zullen voelen dan daarvoor. Er bestaan
tegenwoordig honderden soorten psychotherapieën die meestal niet voor
elkaar onderdoen (Dryden & Feltham, 1992). Met tegengestelde theorieën
kunnen evengoede resultaten worden geboekt. Blijkbaar zijn die resultaten
niet te danken aan een bepaalde theorie, maar aan meer algemene factoren.
Kirsch (1985) geeft daar een aardig voorbeeld van. Hij vergeleek twee
methoden om mensen van hun spreekangst af te helpen. De ene groep werd
onderworpen aan een desensitisatie-procedure, waarbij men hen onder geruststellende
omstandigheden geleidelijk blootstelde aan angstverwekkende stimuli totdat
hun angstreactie was uitgedoofd. De overige proefpersonen moesten zich
angstige scènes voor de geest halen terwijl ze pijnlijke elektrische schokken
kregen toegediend. Men maakte ze wijs dat hun angst op deze wijze werd
gestraft. De conditioneringstheorie, waarop de desensitisatie-methode
is gebaseerd, voorspelt dat elektrische schokken averechts werken en de
angst alleen maar zullen versterken. Desondanks bleken beide methoden
even effectief in het verminderen van spreekangst.
Volgens Kirsch wordt het effect van een psychotherapie voor een groot
deel bepaald door de verwachtingen van de cliënt. Frank (1973), Torrey
(1986) en Mair (1992) noemen nog enkele andere factoren die een bijdrage
leveren. De belangrijkste is waarschijnlijk de houding van de therapeut.
Een goede therapeut toont belangstelling en begrip. Hij bemoedigt en motiveert
de cliënt. Hij speelt zijn rol met toewijding en overtuiging, zodat er
een vertrouwensband ontstaat en de cliënt het gevoel krijgt dat de therapeut
echt om hem geeft.
Een goede therapeut biedt de cliënt ook een begrijpelijke en geloofwaardige
verklaring voor de problemen. Alleen al het feit dat hij weet wat er mis
is en de klachten benoemt, kan een hele geruststelling zijn. De therapeut
weet bovendien precies welke stappen er moeten worden gezet om het probleem
op te lossen. Hij reikt de cliënt bepaalde doelen en middelen aan, moedigt
hem aan een actieve rol te spelen en overtuigt hem ervan dat hij vooruitgang
boekt.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat NEI®-therapeuten
een integratieproces tussen beide hersenhelften kunnen opwekken door op
twee oorpunten te drukken. Ze voelen echter geen behoefte om zulke aannames
met feiten te onderbouwen. Dat is misschien verstandig, want wetenschappelijke
twijfel of een gebrek aan geloof kan afbreuk doen aan hun overtuigingskracht
en zelfvertrouwen. Een NEI®-behandeling
fungeert als een gestructureerd ritueel dat de cliënt meer geloof in eigen
kunnen kan verschaffen. Hij gaat zichzelf zien als iemand die meer greep
heeft op de sabotagepogingen van zijn onbewuste en dat kan hem motiveren
om dingen in zijn leven te veranderen. De spiertest is een suggestief
middel om de cliënt van Emotionele Waarheden te overtuigen. Niet de therapeut
vertelt hem wat er moet gebeuren, maar zijn eigen lichaam. En dat liegt
nooit, zoals George Goodheart, Ted Troost en vele anderen al zeiden.
(1) Naschrift (2002): Het onderzoek van dr. Kramer is nooit goed van
de grond gekomen. Kramer wil ook niet dat de resultaten naar buiten worden
gebracht omdat er te veel op de kwaliteit van het onderzoek is aan te
merken. Roy Martina heeft het handelsmerk NEI inmiddels verkocht en hij
heeft weer iets anders ontwikkeld om veel geld mee te verdienen.
Literatuur
Dryden, Windy & Colin Feltham, ed. (1992).
Psychotherapy and its discontents. Buckingham: Open University
Press.
Frank, J.D. (1973). Persuasion and healing. Baltimore: Johns Hopkins
University Press.
Goodheart, George J. You'll
be better: the story of Applied Kinesiology.
Holdway, Ann (1996). In balans met kinesiologie. Heemstede: Via
Libris.
Hulspas, Marcel & Jan Willem Nienhuys (1997). Tussen waarheid en
waanzin. Utrecht: Scheffers.
Kendall, F.P. & E.K. McCreary (1983). Muscles: testing and function.
(3rd ed.) Baltimore, MD: William & Wilkins.
Kenny, J.J., R. Clemens & K.D. Forsythe (1988). Applied kinesiology
unreliable for assessing nutrient status. Journal of American Dietetic
Association, 88, p.698-704.
Kirsch, Irving (1985). Response expectancy as a determinant of experience
and behavior. American Psychologist, 40(11), p.1189-1202.
Kirsch, Irving & James R. Council (1989). Response expectancy as a
determinant of hypnotic behavior. In: Spanos & Chaves (eds.), Hypnosis.
Buffalo, NY: Prometheus, p.360-379.
Kirsch, Irving (1990). Changing expectations: a key to effective psychotherapy.
Brooks/Cole.
Lawson, Arden & Lawrence Calderon (1997). Interexaminer agreement
for applied kinesiology manual muscle testing. Perceptual and Motor
Skills, 84, p.539-546.
Mair, Katharine (1992). The myth of therapist expertise. In: Dryden &
Feltham (eds.), p.135-168.
Martina, Roy (1997). Wie ben je echt! Blaricum: Andromeda.
Martina, Roy (1998). Wat ben je waard - Emotioneel Evenwicht. Blaricum:
Andromeda.
Martina, Roy (1998). Vitaliteitskunde. Blaricum: Andromeda.
Nanninga, Rob (1993). De neus van Pinocchio: hoe
betrouwbaar is de leugendetector? Skepter, 6(3), p.15-18.
Spaink, Karin (1992). Het strafbare lichaam. Amsterdam: De Balie.
Thie, John (1973). Touch for Health. TH Enterprises Publishers.
Torrey, E. Fuller (1986). Witchdoctors and psychiatrists. Northvale,
NJ.: Jason Aronson Inc.
|