Geen Elvis, geen alien
Het einde van het Marsgezicht

Nieuwe, spatscherpe foto's laten zien dat het fameuze Marsgezicht geen
bouwwerk van een verloren gegane Marsbeschaving is, maar gewoon een sterk
geërodeerde heuvel. Maar of de volgelingen van de geflipte journalist
Richard Hoagland zich door de foto's zullen laten overtuigen, valt te
betwijfelen.
Het verhaal van het Marsgezicht begon in 1976. De Amerikaanse Vikingruimtesondes
draaiden in een baan om de Rode Planeet, en brachten vrijwel het gehele
oppervlak in kaart. Niet extreem gedetailleerd overigens: de kleinste
structuren die op de Vikingfoto's nog te zien waren, hadden afmetingen
van een kleine honderd meter. Maar het waren verreweg de scherpste foto's
die ooit van onze buurplaneet gemaakt waren, en planeetonderzoekers en
vluchtleiders van NASA's Jet Propulsion Laboratory (JPL) in Pasadena waren
dan ook wildenthousiast.
Op één van de Vikingfoto's was een verzameling vreemd gevormde geologische
structuren te zien, ongetwijfeld gevormd door winderosie. Relatief kleine
en geďsoleerde heuvels en bergen, met scherpe schaduwen als gevolg van
de lage zonnestand, gaven het terrein het uiterlijk van een rommelige
kinderkamer, alsof iemand met kolossale rotsblokken aan het gooien was
geweest. En één van die 'rotsblokken', in feite een heuvel met afmetingen
van ongeveer een bij anderhalve kilometer, had wel iets weg van een mensengezicht.
'Moet je kijken, wat grappig,' moeten de NASA-onderzoekers tegen elkaar
gezegd hebben. 'Net een gezicht.' De opmerkelijke heuvel leek een uitstekende
aanleiding te vormen om het Vikingproject opnieuw onder de aandacht van
de pers te brengen, en de foto werd door de publiciteitsafdeling van het
JPL verspreid met een kort bijschrift waarin werd gewezen op de treffende
gelijkenis van de heuvel met een mensengezicht. Dat hadden ze beter niet
kunnen doen. Wetenschapsjournalist en planetariummedewerker Richard Hoagland,
die altijd al een meer dan gemiddelde belangstelling had voor alles wat
riekt naar buitenaards leven, vond de gelijkenis zó treffend dat hij ervan
overtuigd raakte dat The Mars Face geen natuurlijke geologische structuur
kon zijn. Volgens Hoagland was hier sprake van een kunstmatig bouwwerk,
opgericht door een mogelijk verloren gegane Marsbeschaving, als een soort
boodschap aan de aardbewoners.
'Face fans'
Boodschappen voor andere beschavingen in het heelal - daar was Hoagland
wel mee vertrouwd. Begin jaren '70 was hij degene geweest die op het idee
kwam om de twee Amerikaanse Pioneers uit te rusten met een aardse boodschap
voor mogelijke andere levensvormen. De Pioneers waren de eerste ruimtesondes
die het zonnestelsel zouden uitvliegen, en het was in principe denkbaar
dat ze ooit gevonden zouden worden door een andere intelligente beschaving.
Via de Amerikaanse astronoom Carl Sagan, die direct de grote publicitaire
waarde van het idee inzag, wist Hoagland zijn idee te realiseren: beide
Pioneers werden vlak voor de lancering uitgerust met een plaquette waarop
informatie te vinden was over de plaats van de aarde in het heelal en
over het leven op onze planeet.
Misschien was Hoagland zó overtuigd geraakt van het bestaan van buitenaards
leven en van het nut van dergelijke 'boodschappen' dat hij het Marsgezicht
niet meer objectief in de ogen kon kijken. In kranten en tijdschriften
publiceerde hij artikelen over het gezicht, en al snel schreven ook de
boulevardbladen over het 'bewijs' voor het bestaan van intelligent leven
op Mars. De NASA probeerde geduldig uit te leggen dat hier gewoon sprake
was van een merkwaardig gevormde heuvel en een specifieke schaduwval,
maar dat was vechten tegen de bierkaai.
Het werd nog erger toen Hoaglands eigen speurwerk in de NASA-fototoarchieven
een tweede Vikingfoto van het Marsgezicht boven water haalde, gemaakt
bij een iets andere zonnestand. Door de twee foto's nauwkeurig op te meten,
was het mogelijk om de driedimensionale structuur van de formatie te achterhalen.
Voor Hoagland en zijn groeiende schare van volgelingen was het nu helemaal
zonneklaar: er was hier sprake van een soort gigantische sfinx, met een
omhoogstekende neus, diep liggende oogkassen, een mond waarin met enige
fantasie zelfs tanden waren te herkennen, en een strak Egyptisch kapsel
of hoofddeksel. Nu de ruimtelijke structuur van het gezicht was achterhaald,
was het voor de 'face fans' niet moeilijk om het gezicht vanuit elke gewenste
hoek en onder elke gewenste zonnestand te bekijken. Dankzij geavanceerde
computerbewerkingen konden er zelfs filmpjes gemaakt worden waarin je
als het ware om het Marsgezicht heen vloog. En op die foto's en filmpjes
leek het gezicht je indringend aan te staren, als een versteende mummie
uit een ver verleden.
Natuurlijk richtte Hoaglands aandacht zich ook op de andere geërodeerde
structuren in de omgeving. Hierin waren volgens hem duidelijk piramiden
en resten van andere bouwwerken te herkennen. Al snel kregen de heuvels
suggestieve namen als 'de stad', 'de citadel', 'de burcht' en 'het fort'.
Inmiddels werd de NASA ervan beschuldigd informatie achter te houden:
er zouden veel gedetailleerdere foto's bestaan, waarop duidelijk te zien
was dat op Mars de resten van een verloren gegane beschaving waren aangetroffen.
Verborgen schedel
NASA's verweer vond geen gehoor meer. Dat mensen al eeuwenlang gezichten
zien in merkwaardige rotsformaties (of in wolken, of in de donkere vlekken
op de maan) was geen reden om het Marsgezicht naar het rijk der fabelen
te verwijzen. De constatering dat complete delen van het Marsgezicht op
beide Vikingfoto's in de schaduw lagen, zodat er geen enkele informatie
uit afgeleid kon worden over het werkelijke reliëf, was aan dovemansoren
gericht. Het feit dat het 'neusgat' van het Marsgezicht in werkelijkheid
een 'verloren pixel' in de Vikingopname was, werd genegeerd. En in de
technische specificaties van de Vikingcamera's, waaruit zonneklaar bleek
dat er nooit extreem gedetailleerde opnamen van het Marsoppervlak gemaakt
konden worden, was ook niemand geďnteresseerd.
De Mars Observer, een nieuwe ruimtesonde voor onderzoek aan de Rode Planeet,
moest aan alle flauwekul een einde maken. Mars Observer werd in het najaar
van 1992 gelanceerd, en kwam in augustus 1993 bij Mars aan. De geavanceerde
ruimtesonde had een complete batterij meetapparatuur aan boord, inclusief
een zeer gevoelige camera, waarmee het hele Marsoppervlak zeer gedetailleerd
in kaart gebracht zou gaan worden. Ook Cydonia Regio zou worden vastgelegd,
en de scherpe Observerfoto's van het Marsgezicht zouden ongetwijfeld laten
zien dat er gewoon sprake is van een geërodeerde rotsformatie.
Helaas ging het radiocontact met het ruimtevaartuig verloren vlak voordat
het in een baan om Mars aankwam, waarschijnlijk als gevolg van een explosie
in een brandstoftank. Dat was koren op de molen van de Hoaglandsekte,
die het verhaal van de explosie beschouwde als een coverupstory van NASA.
Mars Observer zou wel degelijk in een baan om Mars bewegen. De scherpe
Observerfoto's van het Marsgezicht, de piramiden en de stad zouden door
de CIA geheim gehouden worden, en misschien was er zelfs wel contact gelegd
met intelligente Marsbewoners.
De mythe van het Marsgezicht viel niet meer te stuiten. Inmiddels waren
er complete boeken over verschenen; Hoagland had (en heeft) een uitgebreide
Internetsite aan het verschijnsel gewijd, en enthousiaste volgelingen
zagen nu in vrijwel elke Marsfoto tekenen van kunstmatige intelligentie.
Zelfs op de panoramafoto's die de Mars Pathfinder vorig jaar zomer naar
de aarde seinde bleek een mensenschedel te liggen, half verborgen achter
een rotsblok.
Nieuw volksgeloof
De Mars Global Surveyor, NASA's meest recente Marsverkenner, is er nu
eindelijk in geslaagd om de mysterieuze structuren in Cydonia Regio gedetailleerd
in beeld te brengen. De ruimtesonde kwam najaar 1997 aan in een langgerekte
baan om Mars, en via aerobraking - een afremprocedure waarbij gebruik
wordt gemaakt van de wrijving in de ijle bovenste luchtlagen van de planeet
- werd die baan getransformeerd in een vrijwel volmaakte cirkelbaan, vanwaaruit
het Marsoppervlak nauwgezet bestudeerd moest gaan worden.
Hoewel Mars Global Surveyor pas volgend voorjaar in de definitieve 'mapping
orbit' terecht zal komen (een jaar later dan gepland als gevolg van technische
problemen met een van de zonnepanelen), is de gevoelige camera van de
ruimtesonde ook de afgelopen maanden al druk in de weer geweest met het
maken van close-ups van onze buurplaneet. Op de Global-Surveyorfoto's
zijn details van slechts een paar meter groot te zien, en sommige Marsfoto's
lijken op gestoken scherpe luchtfoto's van aardse berglandschappen.
Begin april vloog Mars Global Surveyor over Cydonia Regio, en werd de
camera op het Marsgezicht gericht. Om complottheorieën te voorkomen, plaatste
het JPL alle waarnemingen (inclusief de zogeheten 'ruwe', onbewerkte data)
direct op Internet. Op maandag 6 april kon iedereen zo met eigen ogen
het gezichtsverlies van Mars aanschouwen. The Mars Face bleek - zoals
verwacht - een rotsformatie te zijn. Een week later werd ook het gebied
van de 'piramiden' gefotografeerd, en ook daar was niets bijzonders aan
te zien.
Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat de mythe van het Marsgezicht
nu verleden tijd is. Direct na de publicatie van de foto's waren er op
Internet al kritische geluiden uit het Hoaglandkamp te lezen. NASA zou
een deel van de informatie hebben achtergehouden; de 'bewerkte' foto's
konden nooit afgeleid zijn uit de vrijgegeven 'ruwe' data, en bovendien
laten Hoaglands eigen beeldbewerkingsresultaten nog steeds overduidelijk
de trekken van een mensengezicht zien. Kortom: het Marsgezicht is dood,
leve het Marsgezicht.
Vermoedelijk zal NASA moeten leren leven met een nieuw stukje volksgeloof.
In pseudo-wetenschappelijke kringen heeft het Marsgezicht in korte tijd
dezelfde status verworven als de graancirkel, de alien abduction
en het huilende Mariabeeldje. En het kan niet lang meer duren of in de
extreem gedetailleerde Marsfoto's van de Global Surveyor worden binnenkort
de gelijkenissen van Elvis Presley, Lady Diana en Moeder Teresa aangetroffen.
Govert Schilling is freelance journalist. Dit artikel verscheen eerder
in Eos van juni 1998.
|