Het échte Roswell-incident
De kleine leugens rond een groot mysterie
Het 'raadsel' van de neergestorte UFO's van Roswell is opgelost, zo constateert
Karl Korff in zijn boek The Roswell UFO Crash. De slachtoffers
van de hele affaire zijn geen aliens, maar de UFO-onderzoekers
zélf.
Volgens een wijd verbreid verhaal hebben de VS in juli 1947, nabij Roswell,
New Mexico, de resten van een neergestorte vliegende schotel geborgen,
tezamen met die van de inzittenden. Het Amerikaanse leger zou dit 'Roswell-incident'
snel hebben weggemoffeld en tot op de dag van vandaag niet bereid zijn
om open kaart te spelen. Als dit werkelijk gebeurd zou zijn, dan zou dat
het verhaal van de eeuw zijn, en het zou zeker de grootste door een regering
geregisseerde doofpotaffaire aller tijden zijn. We kunnen gerust stellen
dat als ooit zou blijken dat als enige regering hier op aarde over de
fysieke resten van een buitenaards ruimteschip of zijn inzittenden zou
beschikken, dit voor de mensheid van fundamentele betekenis zou zijn.
Wat moeten we dan met de vele claims die de afgelopen jaren rond Roswell
zijn gedaan? Hoe is het ook maar mogelijk een begin te maken met het onderscheiden
van feit en fictie?
Het Roswell-incident is een complex samenspel van gebeurtenissen, dat
je moeilijk kunt begrijpen zonder je in de kleinste details te verdiepen.
In mijn boek The Roswell UFO Crash heb ik daartoe een poging gedaan.
(*) Het boek is het resultaat van zo'n zestien jaar onderzoek. Het 'mysterie'
van Roswell bleek oplosbaar. Er zijn geen geloofwaardige aanwijzingen
dat het hierbij ging om de resten van een buitenaards ruimteschip.
Het Roswell-incident speelde zich af in 1947, in het weekend van 4 juli
(de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, mh), toen een veeboer genaamd William
'Mac' Brazel de lokale sheriff, George Wilcox, vertelde dat hij wellicht
de resten had gevonden van 'een van die vliegende schotels' (dit gebeurde
toen de opwinding over vliegende schotels voor het eerst over Amerika
spoelde). Wilcox zocht contact met autoriteiten van de nabijgelegen luchtmachtbasis
Roswell Army Air Field, waar majoor Jesse Marcel de opdracht kreeg de
zaak te onderzoeken.
Marcel en twee contraspionageagenten, Sheridan Cavitt en Louis Rickett,
reden naar de ranch waar Brazel werkte en verzamelden de wrakstukken.
Op 8 juli kwam het 'publication office' van Roswell AAF met de opmerkelijke
bericht dat ze de resten hadden geborgen van een 'vliegende schijf' (meer
details over de eerste gebeurtenissen en wat daarvan gemaakt is door diverse
auteurs in Skepter, maart 1995).
De volgende dag was de opwinding alweer voorbij. Generaal Roger Ramey,
die opdracht had gegeven de wrakstukken naar hem door te sturen, op Carswell
Air Force Base (ook bekend als Fort Worth), maakte tijdens een persconferentie
in aanwezigheid van Marcel bekend dat alle drukte ontstaan was door een
weerballon, en verder niks. Daarmee was het verhaal van de 'Roswell vliegende
schotel' morsdood, en dat zou het ook decennialang blijven.
In 1978 had UFO-onderzoeker Stanton Friedman echter een toevallige ontmoeting
met Marcel. Deze kwam met zijn verhaal over een geborgen schotel, en Friedman
meende daarmee eindelijk over de 'kroongetuige' te beschikken die een
einde zou kunnen maken aan de vermeende cover-up van neergestorte
schotels en aliens-op-sterk-water. De Roswell-mythe leefde weer
op, met Friedman als zijn meest luidruchtige (en zichtbare) verkondiger.
'Honderden getuigen'
In de pro-UFO-literatuur wordt altijd veel stampei gemaakt over de 'tientallen'
of zelfs 'honderden ooggetuigen' van de vermeende crash. Als deze verering
voor grote aantallen uitsluitend een zaak was van gelovigen die zelf niks
onderzoeken, dan was er niks aan de hand, maar ook de auteurs van verscheidene
Roswell-boeken spelen dit spelletje mee. In The truth about the UFO
Crash at Roswell merken Kevin Randle en Donald Schmitt op dat Bill
Moore, coauteur van Stanton Friedmans The Roswell Incident (1980),
'meer dan zeventig' getuigen zou hebben geïnterviewd 'die iets wisten
van de gebeurtenis.' Ten tijde van de publicatie van The Roswell incident
liepen Friedman en Moore op te scheppen dat ze zelfs 'negentig getuigen'
hadden ondervraagd. Dergelijke grote getallen lijken indrukwekkend, maar
zonder verdere kwalificatie zijn ze alleen maar misleidend. Het gaat er
niet om hoe veel getuigen er werden ondervraagd, maar om wat
voor getuigen het gaat (directe getuigen, verhalen uit de tweede hand,
et cetera) en hoe betrouwbaar en gedetailleerd hun verklaringen zijn.
Een zorgvuldige analyse van The Roswell Incident leert dat er
in het boek maar vijfentwintig getuigen worden gepresenteerd. Daarvan
zijn er maar zeven die beweren dat ze resten van een schotel hebben gezien,
en één daarvan is verdacht. Van die zeven beweren er maar vijf dat ze
de resten ook in handen hebben gehad, en één van hen houdt stijf en star
vol dat het niet van een buitenaards ruimteschip was. De andere 'getuigen'
zijn uit de tweede hand (met andere woorden, ze hebben van het van horen
zeggen) of het zijn mensen die geen wrakstukken zagen of die op het kritieke
moment niet aanwezig waren op het terrein waar de resten werden gevonden.
Met andere woorden, dat zijn geen echte getuigen.
Behalve op het aantal getuigenverklaringen leggen de Roswell-auteurs
ook graag de nadruk op het feit dat de getuigenverklaringen zo goed op
elkaar aansluiten. Opnieuw echter blijkt uit een zorgvuldig lezen van
The Roswell Incident en andere boeken dat er ernstige discrepanties
bestaan die, bij nauwkeurige analyse en vergelijking, de UFO-zaak ernstige
schade berokkenen.
Iets dat veel UFO-gelovigen gemakkelijk vergeten is dat toen Friedman
en Moore met hun interviews begonnen, de herinneringen der getuigen onvermijdelijk
veranderd waren. Afgezien van andere invloeden waren er in ieder geval
al 31 jaar verstreken, zo niet meer. Het staat vast dat herinnering in
de loop der jaren steeds vager worden. En ondertussen benadrukken de Roswell-auteurs
voortdurend hoe 'helder en scherp' die herinneringen zijn. Het waarschijnlijk
meest absurde 'bewijs' dat de Roswell-getuigen en hun herinneringen boven
iedere verdenking staan, is te vinden in Randle en Schmitts The Truth
about... (later omgewerkt voor televisie door Showtime onder de titel
Roswell). De auteurs zien overeenkomsten tussen herinneringen aan
het vermeende UFO-incident en die aan de moord op president Kennedy en
verklaren: 'De Roswell-herinneringen zijn levendig en gedetailleerd, ondanks
het verstrijken van vele jaren'; ze vormen een 'snapshot memory'. Als
dat zo is, dan zijn de getuigen wel vergeten om een fotorolletje in de
camera te stoppen, want zelfs de belangrijkste getuige, majoor Marcel,
kon zich aanvankelijk niet eens het jaar van de vermeende UFO-crash herinneren,
laat staan de maand. Marcels antwoord op de vraag wanneer deze 'snapshot
memory' werd vastgelegd, luidde dan ook 'eind jaren '40'!
Onmogelijke onderbreking
Voor mijn boek onderzocht ik systematisch de verklaringen van alle belangrijke
getuigen die naar voren komen in The Roswell Incident en andere
werken. Duidelijk wordt dat het hier gaat om een mengelmoes van vergissingen,
versieringen en pure verzinsels. Sommige van de mensen die als getuigen
naar voren worden geschoven door de pro-UFO Roswell-auteurs bleken helemaal
geen getuigen te zijn. Een paar voorbeelden:
- Lydia Sleppy vertelt dat ze via de telex doorgaf dat er een vliegende
schotel was geborgen, toen de machine plotseling stilviel en er een dreigende
boodschap van de FBI terugkwam waarin haar uit naam van de nationale veiligheid
opgedragen werd om daarmee op te houden. Onderzoek bij alle relevante
FBI-afdelingen en het hoofdkwartier leverde geen enkel bewijs op dat de
FBI een dergelijke boodschap heeft verzonden, en er was ook geen afluisterapparatuur
in gebruik die dat mogelijk zou maken. Het type telex dat Sleppy toen
gebruikte moest met een handschakelaar op 'ontvangen' gezet worden, anders
konden binnenkomende berichten niet ontvangen worden. Het is uitgesloten
dat de FBI haar uitgaande boodschap op de een of andere manier had kunnen
onderbreken.
- Loretta Proctor, de buurvrouw van 'schotelontdekker' Mac Brazel, beweerde
dat ze tevergeefs heeft geprobeerd het materiaal te buigen, breken en
in brand te steken. Gelovers in neergestorte schotels beschouwen haar
verklaring als hét bewijs dat er toen inderdaad een schotel gemaakt van
een buitenissig materiaal is neergestort. Maar Loretta vertelde regelmatig
weer iets anders. Ze veranderde van een getuige die nooit enige wrakstukken
heeft gezien in iemand die ze probeerde te mishandelen. Die ontwikkeling
begon nadat haar echtgenoot, die altijd glashard heeft verklaard nooit
enig materiaal te hebben gezien, overleden was.
- Sergeant Melvin E. Brown wordt door verscheidene auteurs genoemd als
de getuige die buitenaardse lijkjes heeft gezien. Maar hij kan niet als
een getuige worden beschouwd aangezien hij in 1986 overleed en nooit door
UFO-onderzoekers ondervraagd is. Het enige 'bewijs' voor het feit dat
Brown een 'getuige' zo zijn geweest komt van zijn dochter Beverly Bean,
die dat jaren na zijn dood beweerde. Geen enkel ander familielid onderschrijft
haar verklaring. Een blik in zijn militaire dossier leerde me dat hij
kok was en nooit toegang heeft gehad tot geheime zaken, en zelfs nooit
wacht heeft gelopen. Beverly sprak zichzelf ook regelmatig tegen en vertelde
regelmatig een ander verhaal.
Marcel de oorlogsheld
In mijn boek staan voor het eerst uittreksels uit het militaire dossier
van Jesse Marcel. Daaruit blijkt dat hij zijn land eervol diende maar
geen betrouwbare getuige mag heten. (Friedman en zijn companen beschouwen
ieder woord van Marcel als de absolute waarheid.) Het dossier toont duidelijk
aan dat Marcel de neiging had te overdrijven en ook regelmatig probeerde
zichzelf de geschiedenis in te schrijven. Dat overdrijven werd, ironisch
genoeg, ook vastgesteld door de commandant van de basis in een evaluatie
van Marcels activiteiten die luttele dagen na het incident werd opgesteld!
Marcel claimt dat hij persoonlijk de resten naar Carswell AFB heeft gevlogen.
Dat is onmogelijk want hij is nooit piloot geweest. Desondanks claimde
hij ook tegenover Friedman en Bob Pratt, toentertijd journalist voor de
National Enquirer (een bekend Amerikaans sterkeverhalenblad, mh),
dat hij niet alleen piloot was maar ook vijf vijandelijke vliegtuigen
had neergeschoten! Als dat zo was, dan moet hij de eretitel 'aas' hebben
gehad, en die zou in zijn dossier zeker niet ontbroken hebben. Maar daar
is niets van te vinden. Generaal Ramey schreef er juist in dat Marcel,
omdat hij geen piloot was, slechts beperkte carrièrevooruitzichten had
binnen de luchtmacht. Geen wonder dat Marcel Ramey later de schuld gaf
van de cover-up.
Marcel claimde dat hij afgestudeerd was in de natuurkunde en noemde zelfs
de namen van universiteiten die hij zou hebben bezocht. Ik ontdekte dat
hij bij de ene helemaal niet voorkwam in de archieven en bij de andere
zijn studie nooit had afgemaakt. Alhoewel hij hier tegenover Friedman
glashard over loog, heeft hij tegenover de militaire autoriteiten altijd
de waarheid gesproken. Op de vraag of hij een academische graad had, antwoordde
hij (onder ede) steevast 'nee'. Wist hij dat die UFO-onderzoekers dat
toch niet na zouden trekken? Kon het hem zelfs wat schelen? We weten het
niet.
Friedman heeft de inhoud van het dossier nooit kunnen weerleggen. Hij
merkt slechts op dat militaire dossiers berucht om hun onbetrouwbaarheid
zijn. Misschien klopt dat soms wel, maar het is in dit geval irrelevant
aangezien Marcel zélf de inhoud regelmatig ondertekend en daarmee onderschreven
heeft. Zolang Friedman en andere pro-UFO Roswell-auteurs de moeite niet
nemen om zijn volledige dossier in handen te krijgen, hebben ze ook niet
het recht om er iets over te zeggen, laat staan om het af te wijzen.
Naast de verklaring van Marcel weerleg ik ook de verklaringen van getuigen
als de Britse majoor Hughie Green, de begrafenisondernemer te Roswell
Glen Dennis en vele andere. Al met al blijft er geen betrouwbare getuige
over die aannemelijk weet te maken dat de resten van buitenaardse oorsprong
waren. Maar als we geen fysieke overblijfselen hebben om te bestuderen,
kunnen we dan nog vaststellen wat voor wrakstukken daar nu werkelijk werden
geborgen? Het antwoord is gelukkig ja, maar daar komt meer bij kijken.
Geen gewone ballon
De cover-up door de luchtmacht startte op het moment dat de resten
aangetroffen door Marcel op Carswell AFB arriveerden, en generaal Ramey
mededeelde dat het simpelweg om de resten van een weerballon ging. Alhoewel
Marcels geloofwaardigheid inmiddels ernstig in diskrediet is geraakt,
is het zeker waar dat hij de resten begeleidde en aanwezig was toen Ramey
de weerballonverklaring gaf. Maar was er sprake van de cover-up
waar Marcel het over had? Volgens kolonel Thomas J. DuBose, toentertijd
Rameys assistent, was die verklaring inderdaad een leugen, bedoeld om
de pers 'zo snel mogelijk van zijn [Rameys] rug te krijgen.' Als het niet
om een vliegende schotel ging, vanwaar dan die weerballonverklaring? Wat
viel er te verbergen als de resten al in Rameys kantoor ten toon werden
gespreid?
Volgens de pro-UFO Roswell-auteurs, vooral Friedman, Randle en Schmitt,
is het materiaal dat toen gefotografeerd werd niet datgene wat Marcel,
Sheridan en Cavitt geborgen hadden, maar waren het de resten van een weerballon
die naar binnen waren gebracht om de ware aard van het Roswell-incident
te verhullen. Helaas voor hen is de enige bron voor deze verwisseling
opnieuw Jesse Marcel. Om zijn claim te onderzoeken heb ik de foto's die
toen gemaakt zijn nauwgezet geanalyseerd evenals de getuigenverklaringen
van de andere twee personen die in Rameys kantoor waren tegelijkertijd
met de restanten, kolonel DuBose en Irving Newton. DuBose is de B-29 afkomstig
uit Roswell persoonlijk tegemoet gelopen toen deze op Carswell landde,
met als lading de resten die Marcel had verzameld. Hij droeg de resten
vervolgens persoonlijk in een verzegelde canvas postzak direct naar Rameys
kantoor. In een interview maakte hij duidelijk dat Marcel gewoon fantaseerde.
KK: Twee onderzoekers (Schmitt en Randle) beweren dat de resten in Rameys
kantoor verwisseld waren en dat uw mensen in plaats daarvan de resten
van een weerballon neerlegden.
TD: Onzin! Er is nooit iets verwisseld!
KK: Dus u zegt dat wat daar lag in Roswell aangetroffen was?
TD: Dat is absoluut waar!
(...)
KK: Heeft u de foto's bekeken?
TD: Jazeker, zeer zorgvuldig.
KK: Herkent u het materiaal?
TD: Zeker! Dat is wat Marcel vanuit Roswell naar Fort Worth bracht!
Ik sprak ook met Irving Newton en Sheridan Cavitt en zij bevestigden
dat het materiaal dat toen was verzameld inderdaad op de foto's te zien
was en dat er nooit sprake is geweest van de resten van een UFO. Beide
vertellen ook dat ze door verschillende UFO-auteurs verkeerd zijn geciteerd
en dat ze hen dat zeer kwalijk nemen.
Maar DuBose hield vol dat er sprake was geweest van een cover-up.
Hij heeft nooit geweten om wat voor ding het ging, maar het was in ieder
geval geen ordinaire weerballon. Wat was het dan wél?
Project-Mogul was een ultrageheim project waarbij ketens van ballonnen
werden opgelaten voorzien van instrumenten bestemd voor het vergaren van
gevoelige informatie. De clusters van ballonnen waren dusdanig opgezet
dat ze op een redelijk constante hoogte bleven zweven in plaats van alsmaar
verder te stijgen in de atmosfeer. Project-Mogul startte direct na afloop
van de Tweede Wereldoorlog en was bedoeld om te achterhalen hoe ver de
Russen waren met het maken van atoombommen. Het project had een 'national
security rating' van 'Top Secret A-1', even hoog als het Manhattan-project
(het maken van de eerste atoombom).
Alhoewel Mogul al eerder als mogelijke verklaring voor het Roswell-incident
naar voren is geschoven, waren er tot voor kort geen harde bewijzen. In
mijn boek verschijnen voor het eerst de ooit geheime foto's en tekeningen
van het project, en deze kunnen vergeleken worden met de geborgen resten.
Het gaat duidelijk om hetzelfde materiaal.
In een interview vertelt Charles Moore, de belangrijkste geleerde betrokken
bij de experimenten en de man die de ballonnen opliet waarvan Marcel later
de resten zou vinden, voor het eerst over de Roswell-auteurs met wie hij
heeft gesproken (meer over Moore in Skepter, september 1995). Hij
had begin jaren '90 geschreven naar Stanton Friedman, naar aanleiding
van een door Friedman geplaatste advertentie, en hem en zijn coauteur
Don Berliner ontmoet in een hotel in Socorro. Friedman en Berliner bleken
niet geïnteresseerd in zijn verhaal en beschuldigden hém er juist van
deel uit te maken van de cover-up. Het is opmerkelijk dat deze
ontmoeting niet vermeld staat in Friedman en Berliners Crash at Corona,
en dat Friedman er ook elders nooit melding van heeft gemaakt.
De andere delen van mijn boek hebben betrekking op twee vermeende fragmenten
van vliegende schotels. In beide gevallen bleek uit grondige analyses
dat zij niet buitenaards waren. Ik ga ook in op de MJ-12 documenten (zie
Skepter, september 1990) en de beschuldiging van Friedman dat de
daarin genoemde astronoom Donald Menzel een geheim agent van de regering
zou zijn geweest, wiens taak het was om 'desinformatie' te verspreiden.
De weduwe en kinderen van Menzel vinden deze belachelijke claims bepaalde
niet grappig, en ze waren zo vriendelijk om mij deelgenoot van hun gevoelens
te maken en extra bewijzen aan te dragen dat hun vader geen lid was geweest
van de niet-bestaande geheime organisatie MJ-12.
Een van de laatste hoofdstukken betreft de beruchte 'alien autopsy film'
(zie Skepter, september 1995). Ik geef tientallen redenen waarom
het hier om een mystificatie moet gaan en informatie over wat er zich
tijdens de productie achter de schermen afspeelde en over de trucs van
de promotor van deze film, Ray Santilli.
De slotparagraaf van mijn boek heb ik zonder enig genoegen geschreven,
maar ik moest de dingen nu eenmaal bij hun naam noemen. Dat slot luidt:
'Het wordt tijd dat de UFO-gemeenschap wat betreft Roswell eens goed in
de spiegel kijkt. Als dat gebeurt zal ze voor het eerst zien dat ze twee
forse blauwe ogen heeft, en een gat in hun hoofd. En dat heeft ze zichzelf
aangedaan.'
(*) Kal. K. Korff, The Roswell UFO Crash. What they don't want you
to know. Prometheus Books, 63,50.
Dit artikel verscheen eerder in The Skeptical Inquirer,
juli/augustus 1997. Vertaling en bewering: Marcel Hulspas. © Kal K. Korff.
Alle rechten voorbehouden.
Kal K. Korff is voorzitter van TotalResearch, een organisatie
gericht op het onderzoeken van universele raadsels en problemen. Hij was
als analist verbonden aan het Lawrence Livermore Laboratory en het 'Star
Wars project' en is een erkend expert en pionier op het gebied van computergestuurde
multimediasystemen. Korff was betrokken bij de ontwikkeling van de HyperCard
software voor de Apple Computers. Eerder publiceerde hij Space Ships
of the Pleiades: The Billy Meier Story (1996; zie Skepter,
juni 1997).
|