*
|
Het gevaar van
de goeroe De `goddelijke kracht' die charismatische leiders wordt toegeschreven, heeft een donkere keerzijde. Waar andere leiders zich kunnen beroepen op gevestigde instituten of tradities, is de charismatische leider volledig op zichzelf aangewezen. Om stevig in het zadel te blijven, dient hij een aantal gevaren te omzeilen. Lukt dat niet, dan kan een vreedzame vereniging uitmonden in geweldadige excessen.
In principe is er niets gewelddadigs aan charismatisch leiderschap. Binnen de overheid, het bedrijfsleven en de kerk wordt dit type leider juist als zeer positief ervaren. Socioloog Max Weber onderscheidde drie typen leiders. Een traditionele leider ontleent zijn macht aan zijn afkomst. Bij een rationeel-legale leider is de macht niet zo zeer gebonden aan zijn persoon maar aan de positie die hij bekleedt. Bij een charismatische leider is dit net andersom, zijn macht heeft puur betrekking op zijn persoon en zijn kwaliteiten. En dat levert volgens de godsdienstsocioloog Lorne L. Dawson (2002) een aantal moeilijkheden op. Want om zijn macht goed te blijven uitoefenen, moet de leider continu zijn macht kunnen legitimeren. Als de leider hierin faalt, kan dit gewelddadig gedrag in de hand werken. Charisma werd oorspronkelijk omschreven als een `door God geschonken' speciale kracht die iemand in staat stelt om buitengewone, miraculeuze prestaties te verrichten. Naast deze goddelijke of bovennatuurlijke inspiratie, kent Weber de charismatische leider nog drie andere kenmerken toe: de macht van deze persoon is geworteld in hem zelf, met zijn volgelingen heeft hij een sterke emotionele band en de groep die hij om zich heen heeft verzameld is een zeer hecht gezelschap. De charismatische leider verschilt op een aantal belangrijke punten van de niet-charismatische leider. Hij is meer visionair, vertoont meer expressie van emoties, voelt beter de behoeften van zijn volgelingen aan, raakt aanvankelijk nauw betrokken bij de levens van zijn volgelingen, is zeer actief, geeft zelf het goede voorbeeld, is meer bezig met `goede dingen doen' dan `dingen goed doen', blaakt van zelfvertrouwen en standvastigheid, bezit grote retorische gaven, beschikt over goede impression management kwaliteiten, en zijn succes is gekoppeld aan mythes. Vooral dat laatste punt is belangrijk. Volgens Kets de Vries (1988) ligt een deel van de aantrekkingskracht van charismatische leiders in het feit dat ze algemene historische of mythologische idealen van een verre abstractie tot een nabije psychologische realiteit maken. Dit doen ze vaak door te beweren dat ze een reïncarnatie zijn van een belangrijke historische figuur. Zo beweerde Sai Baba als kind al dat hij de reïncarnatie was van Shirdi Sai Baba, een Indiase heilige. De Koreaanse Sun Myung Moon van de Verenigingskerk had een heleboel verklaringen voor zijn eigen optreden als de nieuwe verlosser. Een eeuwenoud Koreaans openbaringenboek voorspelde reeds de komst van een Koreaans wereldbestuurder. Boeddhistische monniken hadden een openbaring van de Boeddha gekregen dat er een nieuwe heerser zou verschijnen in Korea. En ook Confucius had een zelfde boodschap aan zijn aanhangers geopenbaard. Moons verschijning werd, volgens hemzelf en zijn aanhangers, dus al lange tijd verwacht. David Koresh
van de Branch Davidians beweerde aanvankelijk slechts een profeet te zijn,
maar naarmate zijn macht toenam, werden zijn uitspraken bouder. Toen in
april 1993 zijn commune in Waco door de FBI was omsingeld, ondertekende
hij zijn brieven met Yahweh Koresh, de naam die hij aan God toekende.
Versmelting
met het ideaal De opluchting van het doorgeven van deze verantwoordelijkheid kan euforisch zijn, en dit leidt makkelijk tot de misattributie dat de bron van de opluchting de leider en zijn groepering is. Dit werkt ook een sterke identificatie in de hand met andere volgelingen die hetzelfde proces doorlopen. Elke nieuwe bekering versterkt de identificatie van de bestaande volgelingen met de leider. Zoals reeds aangegeven, is de autoriteit van een charismatische leider puur terug te voeren op zijn persoon en zijn kwaliteiten. Meer dan traditionele en rationeel-legale leiders zijn ze dus op zichzelf aangewezen. Charismatische leiders moeten het zonder de externe ondersteuning doen van bestaande gebruiken en gevestigde instituten. Daarom moeten zij continu hun leiderschap legitimeren. Als de charismatische leider daar niet in slaagt, dan zal de groepering snel uiteenvallen of instabiel worden. Dit laatste kan leiden tot gewelddadig gedrag. Volgens Dawson wortelt het geweld binnen nieuwe religieuze groeperingen geworteld in het falen van de leider om zijn macht te legitimeren. Om een evenwicht te bereiken, dient de charismatische leider vier zaken de baas te blijven: hij moet zijn imago handhaven, hij moet de identificatie van zijn volgelingen met zijn persoon binnen de perken weten te houden, hij moet voorkomen dat zijn beweging bureaucratisch wordt en hij moet voortdurend nieuwe successen boeken om zijn geloofwaardigheid te behouden. Een belangrijk kenmerk van charismatisch leiderschap is de persoonlijke band tussen de leider en de volgeling. Hiervoor moet de leider zich veel tussen zijn volgelingen begeven. Te veel persoonlijk contact kan echter zijn mysterieuze persoonlijkheid wegnemen. Te veel isolatie van de leider kan daarentegen weer de stabiliteit van de groep in gevaar brengen. De charismatische leider moet dus de goede balans vinden. Meestal is het zo dat zich een `inner circle' vormt rondom de leider. Dit zijn de meest loyale en fanatieke volgelingen. Doordat ze voordurend in zijn aanwezigheid willen verkeren, kunnen ze hem min of meer isoleren van de rest. Dit kan negatieve consequenties hebben. Enerzijds zijn deze hielenlikkers niet in staat om de leider negatieve feedback te geven die essentieel is bij het maken van realistische beslissingen voor het voortbestaan van de groep. Anderzijds kunnen de overige volgelingen onwetend blijven over de genomen beslissingen en de extreme plannen van de inner circle. Zonder dat ze het weten, kunnen ze in gevaar zijn. Zo waren de meeste leden van de Orde van de Zonnetempel waarschijnlijk niet op de hoogte van de voorgenomen zelfmoord toen ze in Zwitserland bijeen werden geroepen. Als de devotie van de volgelingen is gebaseerd op een versmelting van hun eigen ideale ego met dat van de persoon van de leider, dan wordt elke aanval op de leider door de volgeling als een persoonlijke aanval gezien. Onder deze omstandigheden is het niet verbazingwekkend dat zich twee kampen kunnen vormen. Enerzijds demoniseert de groep alle tegenstanders en afvalligen. Het gevaar dat zij voor de groep vormen wordt hierbij sterk overdreven. Anderzijds wordt het fanatisme en de onverzoenlijkheid van sommige afvalligen min of meer aangewakkerd door de aard en de sterkte van de emotionele gebondenheid aan de charismatische leider. Beide processen maken de interactie van de groep met buitenstaanders licht ontvlambaar en verhogen de kans op gewelddadige confrontaties. Onzekere charismatische leiders kunnen deze situatie uitbuiten door het als aanleiding te nemen om de groep nog verder te isoleren en psychologische versmelting met de leider nog verder te stimuleren. Leden van de People's Temple van Jim Jones voelden zich zo bedreigd door de buitenwereld dat ze Leo J. Ryan, een lid van het Amerikaanse congres dat voor onderzoek naar Jonestown was gekomen, vermoordden. Het verzoek om te versmelten met de leider kan ook nog op andere manieren tot geweld leiden. Ten eerste is het waarschijnlijk dat de onderwerping van volgelingen aan de leider altijd gepaard gaat met onderdrukte gevoelens van verachting en agressie, omdat ze hun gemoedsrust hebben moeten betalen met het wegcijferen van zichzelf. Als, zoals Freud beweert, onderdrukte gevoelens altijd een weg zoeken naar het bewustzijn, dan is een bepaalde mate van toekomstige rebellie tegen de leider onontkoombaar. Ten tweede kan de vraag om verdere psychologische identificatie met de leider leiden tot het lokaliseren en verdrijven van dissidenten of waardeloze leden binnen de groep die geofferd kunnen worden aan de agressieve impulsen van de andere groepsleden. Deze vicieuze cirkel blijft gehandhaafd door de neiging van vele afvalligen om de leider en de groep te demoniseren, wellicht als verdedigingsmiddel tegen de traumatische effecten van het falen van hun eigen versmelting met de leider. Deze polarisatie draagt zeker bij aan een ongezonde mate van paranoia aan beide kanten.
Om de macht toch te behouden, ondanks de omvang van de groepering, passen charismatische leiders doorgaans een van de volgende zes strategieën toe. Ten eerste kan de leider, soms vrij plotseling en drastisch, besluiten om de doctrines en gebruiken binnen de groep te veranderen. Hiermee brengt hij zijn volgelingen uit balans en zorgt hij ervoor dat ze zich weer concentreren op zijn woorden en wensen. Op deze wijze worden de volgelingen weer allemaal even afhankelijk van de leider. In de commune van Bhagwan werd bijvoorbeeld losbandig seksueel contact eerst toegejuicht, maar de opkomst van aids greep Bhagwan aan om een heel ander beleid op dit punt te gaan voeren. Zijn volgelingen mochten alleen nog vrijen met latex handschoenen en condoom. Omdat hij ervan overtuigd was dat aids ook via speeksel overgebracht kon worden, werd zoenen verboden, evenals enveloppen dichtlikken of kaarsen uitblazen. Zweet was ook gevaarlijk, dus moesten telefoons, wc-brillen, kranen en deurknoppen met alcohol gereinigd worden. In alle kamers stonden emmers met het opschrift `contaminated wastes', waarin men alles moest deponeren wat in contact met lichaamsvocht was geweest. Ten tweede kan de leider de offers die hij van zijn volgelingen eist, sterk opschroeven. Een voorbeeld hiervan is Jim Jones, die de `White Nights' introduceerde. Dit waren avonden waarop men collectieve zelfmoord repeteerde. Jones beweerde dan dat hij de wijn die tijdens de dienst gedronken werd, vergiftigd had en dat iedereen binnen een uur zou sterven. Hij ging zelfs zo ver dat hij vertrouwelingen tussen het publiek plaatste die stuiptrekkingen simuleerden of zich dood hielden. Nooit wisten de volgelingen zeker of het `vergif' dat ze dronken ook werkelijk vergif was. Ten derde kan de leider inspelen op de angst van de groep door grotere vijanden te bedenken en daarmee het belang van interne solidariteit te benadrukken. Asahara van de Japanse Aum-sekte zei bijvoorbeeld dat Amerika hen met sproeivliegtuigjes vol sarin wilde aanvallen. Ironisch genoeg was hij tegelijkertijd zelf bezig met het produceren van sarin om hiermee een apocalyps te bewerkstelligen. Een vierde methode om de macht te blijven handhaven is door dissidenten de kop in te drukken door informatie over hen zorgvuldig te controleren en door deze mensen publiekelijk te vernederen, of op andere manieren druk op hen uit te oefenen. Gedurende de ontwikkeling van de People's Temple werd Jones bijvoorbeeld steeds afhankelijker van het uitdelen van fysieke en psychische straffen. Wanneer groepsleden de regels overtraden of zijn orders niet opvolgden, strafte hij ze met een pak slaag, eenzame opsluiting, onthouding van eten en drinken of hard werken op het veld. Ten vijfde kan de leider stelletjes of vrienden binnen de groep scheiden om weer hun onverdeelde aandacht te bemachtigen. Koresh pakte dit vrij radicaal aan en eigende zich het alleenrecht toe om seksuele betrekkingen te onderhouden met elk vrouwelijk sektelid, met inbegrip van minderjarigen. Als laatste redmiddel kan de leider besluiten tot een verhuizing om zodoende weer alle neuzen zijn kant op te krijgen. Jones verhuisde met zijn Peoples Tempel eerst van Indianapolis naar Californië, en vervolgens naar de jungle van Guyana in Zuid-Amerika. Bhagwan vertrok van het Indiaase Poona naar de VS waar hij de stad Rajneeshpuram oprichtte.
Om zijn spirituele status te verhogen, kan de charismatische leider zich toeleggen op het doen van apocalyptische voorspellingen. Door een dergelijke angst inboezemende voorspelling kan hij zijn volgelingen namelijk extra motiveren tot devotie. Dit zien we inderdaad bij veel charismatische leiders gebeuren, maar het is overigens iets dat uit de reguliere religies is ontsproten. Koresh nam het boek Openbaring als de basis voor zijn apocalyptische visie. Na het voltrekken van zeven rampen zou volgens hem God op aarde terugkeren en een nieuw koninkrijk stichten in Israël met Koresh op de troon. Hij wist zijn aanhang ervan te doordringen dat zij tot de onsterfelijke elite zouden behoren die uitverkoren waren alle slechte wezens op aarde uit te roeien, te beginnen met de christelijke kerk. Bhagwan deed ook apocalyptische voorspellingen. Volgens hem zou de wereld vanaf 1984 geteisterd worden door grote natuurrampen en in 1993 grotendeels weggevaagd worden door een nucleaire derde wereldoorlog. Hierop werd onmiddellijk een begin gemaakt met het bouwen van schuilkelders in de ashram. De leider van de Japanse Aum-sekte, Shoko Asahara, wilde niet langer passief het einde der tijden afwachten, maar probeert dit proces via de weg van de totale terreur te versnellen. Het Amerikaanse Chemical and Biological Arms Control Institute luidde mondiaal de noodklok nadat bekend werd hoe imposant het arsenaal aan strijdgassen was waarover de Japanse sekte beschikte. De angst is groot dat een deel van die voorraad nog altijd op onbekende opslagplaatsen ligt te wachten op een nieuwe terreurdaad. Wanneer een apocalyptische voorspelling niet uitkomt, hoeft dit overigens geen gevaar voor de groep te betekenen, zolang de leider er maar een goeie verklaring voor heeft. Enige jaren geleden kwam de groep People Forever International in de publiciteit omdat ze het onwankelbaar vertrouwen hadden onsterfelijk te worden. Deze sekte is in 1998 echter wel opgeheven na een aantal sterfgevallen onder haar aanhangers. Charismatisch leiderschap is een sterk bindmiddel voor een groep. Maar uit voorgaande voorbeelden blijkt dat het een zeer wankele basis heeft, namelijk de persoon van de leider zelf. Als hij zich te veel isoleert om zijn imago te blijven handhaven, wanneer zijn volgelingen te ver gaan in hun versmelting met hun leider, wanneer de beweging te groot en bureaucratisch wordt of wanneer de leider er niet meer in slaagt om successen te blijven boeken, dan ontstaat er een gevaarlijke situatie. De processen in de vicieuze cirkel kunnen escaleren, en de groep kan in een fatale spiraal terechtkomen. Belangrijk is om nogmaals te benadrukken dat charismatisch leiderschap op zich niet gevaarlijk is. De leider moet zich alleen wel goed overeind kunnen houden op de smalle evenwichtsbalk van het charisma.
Dawson, L.L. (2002). Crises of charismatic legitimacy and violent behavior in new religious movements. In: Bromley, D.G. & Melton, J.G. (ed.) (2002). Cults, Religion & Violence, p. 80-101. Hennekam, Jolanda (1993). De val van Rajneeshpuram: Opkomst en ondergang van de Bhagwanbeweging. Skepter, 6(2), 19-25. Hogervorst, A. (2002). Hoe word ik God? Een studie naar charismatisch spiritueel leiderschap. Afstudeerscriptie Sociale Psychologie, Universiteit van Amsterdam. Nanninga, Rob (1991). Op zoek naar bekering: Hoe word je lid van een sekte? 4(4), 32-36. © Stichting Skepsis. Het is niet toegestaan artikelen
uit Skepter op andere websites over te nemen.
|