Skip to main content

Skepsis erft

berendengeert
Berend Veen en Geert

Op 12 november 2014 ontving ik een brief van een notaris in Emmer-Compascuum waarin stond dat Skepsis de voornaamste erfgenaam was van Berend Veen, overleden op 15 oktober 2014 op de leeftijd van 63 jaar. De erfenis bestond voornamelijk uit een aanzienlijke schuld aan de Sociale Dienst van de gemeente Emmen, en een perceel van 1955 vierkante meter met een sterk verwaarloosde woning erop. Skepsis heeft de erfenis meteen beneficiair aanvaard.


Ik ben in Emmer-Compascuum met de notaris gaan overleggen en heb ook poolshoogte genomen. Het was onmiddellijk duidelijk dat er flink opgeruimd moest worden voor het onroerend goed verkocht kon worden. Een aantal Skepsis-vrijwilligers uit de buurt heeft daarbij geholpen, en in totaal moest er ruim zestig kubieke meter spullen afgevoerd worden, onder meer een lange schutting van asbest golfplaten en ‘betimmeringen’ van asbesthoudende eternietplaten. Het boekenbezit van de erflater – ik schat ruim duizend boeken, de wanden van zijn woonkeuken waren rondom betimmerd met boekenplanken – , ging naar Huize Spoorloos in Emmen, waarmee Veen goede contacten had gehad. Een vriend van Spoorloos erfde de inboedel, maar inbrekers hadden toen al de echt waardevolle zaken ontvreemd, onder andere een door Berend zelf gebouwde computergestuurde freestafel. De woning was overhoop gehaald. Onze opruiminspanning had effect, want het huis is verkocht en op 3 april overgedragen aan de koper. Die wil een nieuw huis op het terrein bouwen. Behalve de schulden aan de gemeente bleken er nog andere schulden te zijn, en een voorzichtige schatting van de netto opbrengst komt nu uit op ruim twintig mille, aanzienlijk minder dan in de zojuist verschenen Skepter staat.

Tijdens het opruimen vond ik diverse persoonlijke documenten en verder hebben kennissen en buren van Berend Veen me wat verteld over zijn leven. Berend Veen kende Skepter heel goed. Toen de bibliotheek van Emmer-Compascuum in de jaren negentig nog een (gratis, vermoed ik) abonnement op Skepter had, was Veen een ijverig lezer van het blad. Hij liet het in zijn enthousiasme ook zien aan zijn buurman. Maar hij was waarschijnlijk de enige lezer, en de bibliotheek stopte het abonnement, ik vermoed toen Skepsis vroeg of men wilde gaan betalen. Typisch voor Veen was dat hij toen niet zelf een abonnement nam. Ook was hij in het bezit van de allereerste druk van Tussen Waarheid en Waanzin, en diverse werken van auteurs als Martin Gardner, Richard Dawkins, Douglas Hofstadter, Paul Kurtz, Stephen Jay Gould en Michael Shermer.

Berend Gerardus Veen werd geboren op 10 september 1951. Hij was enig kind. Zijn moeder Nelly Derks (1922) was een rooms-katholiek meisje uit Puiflijk (Druten), en zijn vader Otto Veen (1911) kwam uit Emmen. Otto’s persoonsbewijs uit de bezetting vermeldt ‘machinist’ als beroep. Hij was niet katholiek en tot groot verdriet van Nelly had haar huwelijk (maart 1950) ertoe geleid dat Puiflijk haar de rug had toegekeerd. berendveen-juni1965Zo ging dat in die tijd. Dit moet grote indruk gemaakt hebben op Berend (jeugdfoto uit 1965 links), en het was voor hem een reden om opstandig te zijn jegens elke vorm van religieus geloof. Zelfs vlak voor zijn dood werd hij emotioneel over wat ‘de gelovigen’, ‘slechte mensen’, zijn moeder hadden aangedaan. In zijn jeugd verhuisde de familie van Emmen naar de woning aan Kanaal A NZ 147 in Emmer-Compascuum. Otto legde er een tuin aan, die doorging voor de mooiste tuin van het hele Kanaal A.

veenca1970Berend voltooide een MTS-opleiding Elektrotechniek in Emmen, en daarna in 1970 een specialisatie in Meet- en Regeltechniek in Den Haag. (De foto rechts moet ongeveer uit die tijd dateren.) Hij volgde daarna nog een jaar of drie allerlei colleges aan de universiteit van Leiden. Hij was een echte techneut. Zijn cv vermeldt als hobby’s het bouwen van computergestuurde freestafels, van autonoom kruipende robots, van stirlingmotoren en elektrische ligfietsen. De benodigde onderdelen goot hij zelf uit aluminium of plastic. In 1992 kwam hij na het overlijden van Otto in Emmer-Compascuum wonen. Zijn langdurigste werkkring was de ‘bloedzakkenfabriek’ Fresenius Kabi, voorheen NPBI (Nederlands Productielaboratorium voor Bloedtransfusieapparatuur en Infusievloeistoffen). Van 2001-2008 was hij daar als kwaliteitscontroleur werkzaam bij de R&D-afdeling. Die werd in 2009 echter opgeheven, en toen stond hij op straat.

Berend kwam op velen over als een zonderling en hij meed contacten met anderen. De buurvrouw zei dat hij alleen was, maar hij voelde zich naar eigen zeggen niet eenzaam. Wie hem beter kende, kon hem waarderen als een zachtaardige, filosofisch maar nuchter ingestelde en zeer intelligente man met een encyclopedische kennis, met wie je over van alles en nog wat, maar vooral over techniek kon praten. ‘Berend wist altijd alles beter’, zei de buurman. Toen er in 1995 een plan werd aangekondigd om een hoogspanningsleiding aan te leggen die pal over zijn terrein zou lopen, heeft hij zich met succes daartegen verzet, tot groot plezier van de eveneens gedupeerde huurders van woningen aan Kanaal B.

tuin146Hij verwaarloosde zichzelf (en ook de tuin en het huis) nogal en ik heb tijdens de opruiming (foto: stukje van de tuin) de indruk gekregen dat uitgaven plannen en een verstandig huishouden voeren ook zijn sterke punt niet was. Hij voelde zich veel te onafhankelijk om hulp te vragen aan anderen. Dat brak hem op toen zijn royale ontslagvergoeding op was. Op 24 mei 2014 werd hij in erbarmelijke toestand aangetroffen nadat zijn buurman geen reactie meer kreeg na aankloppen. Berend was heel ziek. Hij had een onbehandeld melanoom en ongediagnostiseerde ernstige diabetes. Omdat hij geen geld had voor de eigen bijdrage had hij niet naar de dokter willen gaan. Dat de dokter je heus niet laat stikken als je niet kunt betalen, wist hij wellicht niet. De buurman herinnert zich hem als iemand die altijd vond dat het lichaam zichzelf wel geneest, wat enigszins contrasteert met zijn felle afwijzing van ‘kwakzalvers’ – of misschien ook niet als je bedenkt dat kwakzalvers vaak goede sier maken met het natuurlijk verloop van een ziekte en hij dat natuurlijk wist. Na een korte behandeling in het ziekenhuis werd hij opgenomen in verpleeghuis De Horst in Emmen. Daar leerde hij een zekere Geert beter kennen, die hij al eens was tegengekomen bij de kerstmaaltijd in 2013 in Huize Spoorloos. Berend sprak veel met Geert, en veel van dit verhaal is gebaseerd op wat Geert me heeft verteld. De afbeelding bij het begin van dit stuk toont Geert die Berend rondrijdt in de omgeving van De Horst.

Geert drong er vaak bij Berend op aan dat hij zijn nalatenschap moest regelen, want anders zou alles naar twee nichten gaan die weliswaar in de buurt woonden en die ook op familiekiekjes van vroeger staan, maar die Berend al dertig jaar gemeden had. Bij leven en welzijn was Berend nogal nonchalant over zulke dingen geweest: ‘Als ik dood ben, mag het Leger des Heils of zo de boel hebben, het kan me niet schelen.’ Of hij zich realiseerde dat het LdH een sterk religieuze organisatie was, of dat de buurman tegen wie hij dit zei het zich niet goed herinnerde, is onduidelijk. Toen Berend zo zwak was dat hij nauwelijks meer kon schrijven, heeft hij op 26 september 2014 de notaris laten komen. Zijn keuze voor Skepsis was zeer wel overwogen; een buurvrouw kreeg behalve zijn kat ook een legaat. Ruim een week later was zijn toestand zo slecht geworden – hij kon op zijn nieuwe tablet de cursor niet meer bewegen – dat hij op zijn verzoek in slaap werd gebracht om de dood af te wachten. Bijna het laatste wat hij deed was zijn naam schrijven op een bedankkaart voor de goede zorg van De Horst.

Degenen die Berend Veen kenden vonden het jammer dat het zo gelopen is. Skepsis is natuurlijk blij met de royale schenking, maar ik voel me toch wel aangegrepen door de tragiek eromheen.

Dit artikel staat ook in verkorte vorm in de gisteren verschenen Skepter.

Dit artikel delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page

4 gedachten over “Skepsis erft

  1. Bedankt, Jan Willem, voor dit mooie verslag. Ik zie enige overeenkomsten met Rob (Nanninga).

    20 mille is toch veel geld. Ik weet dat jij heel veel werk hiervoor verzet hebt en ook dat mag genoemd worden. Veel dank dus voor jouw als immer noeste en onverstoorbare inzet voor Skepsis. Jij gaat onverschrokken door, ook als er – voor het buitenoog niet altijd zichtbare – hoge golven te verwerken zijn.

    Ik hoop toch dat zulke skeptische mannen beter voor zichzelf gaan zorgen. Voor Berend Veen komt deze wens te laat. Nu heb ik geen idee of en op wie dit van toepassing is, maar ik zou zeggen: wie de schoen past, trekke hem aan. Denk ook aan je eigen gezondheid en vraag indien nodig om hulp; durf te ontvangen, niet alleen te geven.

    Bedankt Berend en Jan Willem, en anderen die zich voor dit nalatenschap hebben ingezet!

  2. Beste Jan Willem,

    ook ik wil op deze plek even laten weten dat ik jouw inzet zeer waardeer!

    Met vriendelijke groet,

    Sander Wendel.

  3. Een uniek persoon heeft ons verlaten.
    Het leven van Berend is goed verwoord door Jan Willem. Na zijn “overgave” aan de hulpverlening, toen hij reeds ernstig ziek was, hebben deze mensen, de hulpverleners, buiten gewoon goed voor hem gezorgd. Met name de jongste van het stel heeft zich meer dan je van hem kunt verwachten Berend verzorgd! Daar moeten we blij mee zijn! Berend was, ondanks sommige negatieve passages in het stuk van Jan Willem een geweldige kerel! Zeer intelligent maar had andere normen en waarden dan de gemiddelde Nederlander. Een goud eerlijke vent met een rugzak vol bagage aan kennis maar ook aan goede- en slechte momenten van het leven. Hij had niets met geld, dat blijkt ook wel in het boven genoemde stuk. Hij kon er ook niets mee. Met name de omgeving zoals hij leefde was bijzonder. U en ik willen niet zo leven, maar hij was daar gelukkig, heel gelukkig. Wie zijn wij om daar over te oordelen.
    Voor hem moet het geweest zijn om juist jullie iets te schenken. Vol overtuiging! Voor Berend maakte het vast niet uit hoeveel het was. Zijn huis was voor hem zijn paleis.
    Ik ben ontzettend blij dat ik deze unieke keer’l heb mogen ontmoeten. Al was het maar ruim een jaar.

    Geert

  4. Een bijzonder verhaal over een bijzondere man. Misschien een goed idee om zijn voorbeeld te volgen en per testament een legaat na te laten aan Skepsis en/of VtdK.

Reacties zijn gesloten.