Skip to main content

De toverkracht van rectale koffie

In Do You Believe in Magic maakt de Amerikaanse arts en onderzoeker Paul Offit korte metten met de industrie van megavitamines en kruiden, van koffieklysma’s en ontelbare waardeloze middelen tegen kanker. De industrie wordt geholpen door tv-beroemdheden die beter hadden moeten weten.

Bespreking van Paul A. Offit, Do You Believe in Magic? The Sense and Nonsense of Alternative Medicine, New York: Harper Collins 2013

Offit is expert op het gebied van vaccins. Hij is het hoofd van de Afdeling Infectieziekten en directeur van het Vaccine Education Center van het Children’s Hospital van Philadelphia. Als wetenschapper is hij nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van een vaccin tegen het rotavirus (RotaTeq), een virus dat diarree en uitdroging veroorzaakt en daarmee zeker in ontwikkelingslanden veel slachtoffers maakt. We kunnen dus wel stellen dat Paul Offit een autoriteit op medisch gebied is. Maar Offit kent het medisch circuit ook als patiënt. Zijn ervaringen daar omschrijft hij als ‘largely disappointing’. Zo kreeg hij te horen dat bij hem een dodelijk uitgezaaid melanoom was aangetroffen, wat uiteindelijk slechts een goedaardige aandoening (‘cutaneous blue nevus syndrome’) bleek te zijn. Problemen met knie en prostaat konden ook niet geheel naar tevredenheid worden opgelost, wat ertoe leidde dat sommige mensen Offit aanraadden het eens in het alternatieve circuit te proberen. Offit koos daar niet voor. En in zijn nieuwste boek legt hij uit waarom. Het levert een onthutsende reis op langs koffieklysma’s, megavitaminen, antiverouderingsproducten, waardeloze behandelingen tegen kanker, hysterie over de Ziekte van Lyme en onzinnige theorieën over autisme (zie ook het interview met Offit hier).

Alternatief is aantrekkelijk

Alternatieve geneeskunde is big business in de Verenigde Staten. Er gaan miljarden dollars per jaar in om, waarmee meteen de mythe sneuvelt dat alternatieve geneeskunde minder commercieel zou zijn. Een van de redenen voor de populariteit van het alternatieve is dat veel mensen de moderne, conventionele geneeskunde niet vertrouwen. In het eerste deel van zijn boek onderzoekt Offit waar dit wantrouwen vandaan komt. Hij doet dit aan de hand van Dr. Mehmet Oz, een zonder meer briljante hartchirurg die mede dankzij Oprah Winfrey een eigen televisieshow heeft gekregen. Deze Dr. Oz Show trekt zeker 4 miljoen kijkers per dag. Die zien de dokter, getrouwd met een Reiki-meesteres, diverse vormen van alternatieve geneeskunde promoten, zoals natuurgeneeskunde, homeopathie, acupunctuur, therapeutic touch, gebedsgenezing en chiropraxie. Andrew Weil en de onvermijdelijke Deepak Chopra mogen regelmatig hun opwachting maken in de show. Dr. Oz noemt ze liefkozend zijn ‘Superstars of Alternative Medicine’.

Waarom zijn Dr. Oz en zijn kompanen zo populair, terwijl ze therapieën promoten die nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd zijn en vaak stammen uit een tijd dat ziekte werd gezien als goddelijke wraak, uit balans geraakte lichaamssappen, verschoven wervels of verstoorde levenskracht? Een eerste reden die Offit aantreft, is hun holistische aanpak: ze bieden in wezen een handleiding voor het leven. Daarnaast geven ze de patiënt het gevoel dat deze meer is dan een nummer en nemen ze uitgebreid de tijd om de problemen van hun cliënten door te nemen (tegen een bepaalde prijs uiteraard). Juist het feit dat het vaak om eeuwenoude geneeswijzen gaat, maakt sommige van de genoemde alternatieve therapieën zo aantrekkelijk (in het Westen althans, doorgaans niet in de landen van herkomst; Offit merkt fijntjes op dat Chinezen en Japanners nog maar weinig ophebben met hun traditionele geneeskunde). Vroeger was kennelijk alles beter, al moet je dan wel even de hoge kindersterfte en lage levensverwachting van toen wegdenken. Alternatieve geneeskunde biedt meer dan alleen genezing. Ze biedt ook spiritualiteit en zingeving en ze is natuurlijk. En natuurlijk is natuurlijk goed.

Natuurlijk is goed

Met die constatering komt Offit op vitaminen, want wat is er natuurlijker dan dat. Hier is een hoofdrol weggelegd voor de Amerikaanse scheikundige Linus Pauling (1901-1994). Pauling was in veel opzichten en uitzonderlijk man, want hij won de Nobelprijs voor de scheikunde (1954) en tevens die voor vrede (1962). Rond zijn 65ste ontspoorde deze grote geleerde echter, en wel zodanig dat Offit er niet voor terugschrikt hem als ‘arguably the world’s greatest quack’ neer te zetten. Pauling beweerde namelijk dat vrijwel iedere ziekte, van wratten tot kanker en AIDS, genezen kon worden met een combinatie van enorme doses vitamine A, C en E, selenium en bètacaroteen. Wetenschappelijk onderzoek dat deze stelling kon onderbouwen had hij niet. De critici moesten maar bewijzen dat het niet klopte. En dat deden ze.

Het sleutelwoord hier is anti-oxidanten. Anti-oxidanten bestrijden zogenaamde vrije radicalen die tijdens het proces van oxidatie in het lichaam (omzetting van voedsel in energie) vrijkomen. Vrije radicalen kunnen onder meer DNA, celmembranen en bloedvaten beschadigen en worden daarom gelinkt aan het verouderingsproces, kanker en hartkwalen. Dat is echter maar de helft van het verhaal. Het lichaam, zo weten we nu, gebruikt vrije radicalen ook om indringers als bacteriën te doden en nieuwe kankercellen te elimineren. Door een teveel aan anti-oxidanten wordt de natuurlijke balans juist verstoord en functioneert het immuunsysteem slechter dan bij een normale inname. Het beschikbare wetenschappelijke onderzoek wijst dan ook uit dat megavitaminen en supplementen schadelijk kunnen zijn, zo toont Offit aan. Zo schadelijk, dat zelfs sprake is van een verhoogd risico op kanker en hartkwalen. Maar tot schade aan de inkomsten van Big Supplement lijkt dit onderzoek voorlopig niet te leiden. In 2010 werd in de Amerikaanse vitamine-industrie 28 miljard dollar getoucheerd, in 2012 34 miljard – meer dan 100 dollar per hoofd van de bevolking.

Vrijheid blijheid, met dank aan de sterren

Dankzij de Dietary Supplement Health and Education Act (DSHEA) van 1994 kunnen megavitaminen en supplementen probleemloos verkocht worden. De Food and Drug Administration (FDA) is door deze wet buitenspel gezet. Omdat de tegenstanders van overheidsbemoeienis met deze producten moeilijk een beroep konden doen op de wetenschap om hun bezwaren tegen controle door de FDA te onderbouwen – het beschikbare bewijs ondersteunde hun beweringen immers niet, integendeel – gooiden ze het over een andere boeg. Het argument was nu dat de FDA de vrijheid van de gewone Amerikaan zou beperken door zich met de vitaminen en supplementen te bemoeien: “Do not let the FDA take our vitamins away!”; “Protect your rights to use vitamins and other supplements!”

We kennen deze argumenten in Nederland en Europa ook. De Stichting Voor Vrije Keuze voert bijvoorbeeld actie om onbewezen en dus misleidende claims terug te krijgen op de verpakkingen van homeopathische geneesmiddelen. De ook in Nederland wel eens gesignaleerde Hongaarse vitaminepusher Gábor Lenkei [1] opereert via een bedrijf dat Free Choice heet. De vrije keus ligt in al deze gevallen echter niet bij de consument. Het gaat in wezen om de vrijheid van producenten om zonder wetenschappelijke onderbouwing claims te kunnen doen en onwerkzame en zelfs potentieel gevaarlijke middelen op de markt te brengen.

De nadruk op het ‘natuurlijke’ en het ‘recht op vrije keuze’ bij alternatieve geneeskunde lopen als rode lijnen door het boek. Dat geldt ook voor de dubieuze rol die beroemdheden in de Verenigde Staten spelen bij het promoten van het alternatieve. De Dietary Supplement Health and Education Act mocht zich bijvoorbeeld verheugen in de warme steun van Sissy Spacek, James Coburn, Whoopi Goldberg, Jenny Jones en Mel Gibson. Wijlen Steve McQueen maakte reclame voor laetrile, een (waardeloos) middel tegen kanker gemaakt van abrikozenpitten. De in Nederland niet erg bekende actrice Suzanne Somers (1946, foto) promoot een spectaculaire manier voor vrouwen om door de overgang te komen met natuurlijke bio-identieke hormonen (die overigens dezelfde structuur hebben als de synthetische; van deze hormonen is vastgesteld dat ze een verhoogd risico op borstkanker, hartziekten, beroerte en bloedstolsels opleveren). Bij Oprah Winfrey mag ze verkondigen dat deze hormonen beter zijn, omdat ze natuurlijk zijn. Dat ze worden geproduceerd door een anti-verouderingsindustrie waarin jaarlijks 6 miljard dollar omgaat, is kennelijk niet relevant.

Natuurlijk doet Somers het niet alleen met haar bio-identieke hormonen. Offit neemt ons mee langs haar dagelijkse regime van injecties (o.a. vaginaal), koffieklysma’s, supplementen, vitaminen en crèmes. Kritiek van artsen en hoogleraren doet ze hooghartig af: die zijn gehersenspoeld door de farmaceutische industrie. Big Wrinkle – zo noem ik de anti-verouderingsindustrie maar even – promoot haar producten dan ook het liefst onder de leus ‘wat de farmaceutische industrie niet wil dat u weet’. Ook dat is een leus die we in Europa kennen. Vaccinbestrijdster Lynne McTaggart schreef What Doctors Don’t Tell You en de al genoemde Gábor Lenkei (foto) pende Censuur – wat u niet mag weten over uw gezondheid bij elkaar. Offit wijst terecht op de ironie dat de anti-verouderingsindustrie zelf een industrie is. Een industrie die misschien wel beroemdheden kan mobiliseren, maar niettemin een groot probleem heeft dat Offit treffend samenvat: “Although anti-aging gurus rail against mainstream medicine for not being on their side, their biggest problem is that science isn’t on their side”.

Autisme

Offit publiceerde enkele jaren geleden al een gezaghebbend boek over autisme en de onterechte beschuldiging dat deze aandoening veroorzaakt zou worden door vaccins. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit thema in zijn nieuwste boek terugkeert. Wederom is een negatieve hoofdrol weggelegd voor een beroemdheid: B-actrice en voormalig playmate Jenny McCarthy. Zij heeft een autistisch zoontje [2]. Dat is volgens haar de schuld van het BMR-vaccin en Oprah Winfrey gaf haar alle gelegenheid dit verhaal te vertellen. Natuurlijk is het verhaal onzin, maar zogenaamde DAN-dokters in Amerika – DAN staat voor Defeat Autism Now – hebben nog veel meer oorzaken van én behandelingen voor autisme bedacht. Je oren staan te klapperen als je de lijst tot je neemt: autisme wordt veroorzaakt door problemen met de mitochondria, wat kan worden verholpen met megavitaminen. Autisme wordt ook veroorzaakt door voedselallergieën (gluten), wervelscheefstand (oplossing: chiropraxie), lekkende darmwanden, slechte spijsvertering en vergiftiging met zware metalen. Bij de oplossingen vinden we, afhankelijk van de oorzaak, remedies als koffieklysma’s en marihuana.

Jenny McCarthy kan het weten, want zij is een expert (volgens Oprah). Maar de bioloog, theoloog en osteopaat Rashid Buttar is nog veel meer een expert. Hij heeft tenminste nog enige biomedische training. Buttar (foto ontleend aan de Encyclopedia of American Loons) is van mening dat veel chronische ziekten worden veroorzaakt door vergiftiging met zware metalen zoals kwik en lood. De oplossing is (dure) chelatietherapie. Wie met kanker bij Buttar komt, krijgt chelatietherapie en dat geldt ook voor patiënten met artritis, diabetes en Parkinson. En voor kinderen met autisme, want Buttar is ervan overtuigd dat zijn autistische zoon deze aandoening heeft gekregen als gevolg van thiomersal (conserveermiddel op basis van kwik) in vaccins. Het middel wordt sinds eind jaren ’90 niet meer gebruikt in de VS en geen enkele connectie met autisme is ooit gevonden. Het aantal kinderen bij wie de diagnose wordt gesteld is ook niet gedaald sinds thiomersal niet meer wordt gebruikt. Voor Rashid Buttar telt dat echter niet. Autisme wordt voor hem veroorzaakt door vergiftiging met zware metalen. Punt.

Buttar heeft echter een oplossing bedacht: chelatietherapie, niet via een infuus, maar in de vorm van een crème die op de huid wordt gesmeerd (à raison van 150 dollar per flesje). Volgens hem werkt dat fantastisch. Zijn beroemde anti-autismecrème – ‘Buttar’s butter’ – is echter niet getest op werkzaamheid. Niet nodig, volgens Buttar, want hij wéét dat het werkt. Hij houdt tirades tegen conventionele artsen, die allerhande zaken voor hun patiënten zouden verzwijgen. Volgens Buttar moet je als patiënt dan ook zo snel mogelijk bij je dokter wegrennen als die weigert op kritische vragen in te gaan. Merkwaardig genoeg vraagt Buttar zelf van zijn patiënten absolute gehoorzaamheid. Ze moeten vooral onmiddellijk ophouden met denken: “I tell them I’m the general”. Buttar boert er goed bij. De duizenden patiënten uit tientallen Amerikaanse staten en uit het buitenland betalen zijn gepeperde rekeningen van duizenden dollars met genoegen.

Sense and Nonsense

Tegen het einde van zijn boek bespreekt Offit het placebo-effect en concludeert hij dat veel alternatieve behandelingen en therapieën hun werking uitsluitend daaraan ontlenen. Dat maakt ze volgens hem niet per definitie waardeloos. Ook alternatieve artsen en behandelaars kunnen een waardevolle rol spelen, maar er lopen volgens de auteur vier scherpe grenzen tussen placebobehandelingen en kwakzalverij. Er wordt een grens overschreden wanneer tegen effectieve conventionele therapieën wordt geageerd, wanneer de alternatieve genezers potentieel schadelijke therapieën aanraden zonder te waarschuwen voor mogelijke effecten en bijwerkingen (bijvoorbeeld bij kruiden), wanneer patiënten financieel worden uitgekleed en wanneer de behandelaars magisch denken bevorderen. In veel in het boek omschreven gevallen worden meerdere van deze grenzen overschreden, dat moge duidelijk zijn.

Al met al is Do You Believe in Magic vaak een treurig boek over mensenlevens die gered hadden kunnen worden en geniale mensen die lelijk ontsporen. Ronduit onsmakelijk is dat de koffieklysma’s als panacee tegen bijkans iedere aandoening in vrijwel ieder hoofdstuk terugkomen. Het maakt dat je toch met andere ogen naar je dagelijkse bakje troost kijkt. Maar er is ook hoop. Hoop omdat veel mensen in de Verenigde Staten stelling nemen tegen gevaarlijke alternatieve therapieën en hun beoefenaars. Niet alleen Offit, maar blijkens de voorbeelden in het boek ook vele onderzoekers, artsen, patiënten, instellingen en belangenorganisaties. Hoopgevend is ten slotte dat, zo stelde ik vast, veel van de in het boek bekritiseerde behandelaars en beroemdheden inmiddels een Pigasus Award op de schoorsteenmantel hebben staan. Ik doel hier op de jaarlijks door James Randi uitgereikte prijzen. Jenny McCarthy heeft er een gewonnen, net als Stanislaw Burzynski, die mensen met kanker voor duizenden dollars behandelt met ‘antineoplastons’, een natuurlijk middel gewonnen uit urine. Ook The Oprah Winfrey Show en Andrew Wakefield behoren tot de gelukkige winnaars. Mehmet Oz is echter de absolute koploper met maar liefst drie Pigasus Awards, laatstelijk in 2012 in de categorie Refusal to face reality. James Randi zou nog geen aspirine van hem aannemen.

Do You Believe in Magic? is een erg goed boek, dat duidelijk maakt dat ‘alternatieve geneeskunde’ in de Verenigde Staten een zeer breed begrip is, doorgaans niet kan bogen op wetenschappelijke onderbouwing, maar breed wordt gedragen door New Age beroemdheden die grif betalen voor dubieuze behandelingen. Het boek is vlot geschreven, staat vol informatie en is begrijpelijk voor niet-medici. Het is soms wat kort door de bocht, maar altijd met een duidelijk doel voor ogen: science-based medicine. Paul Offit laat het medisch leed dat hij beschrijft voor zichzelf spreken en voegt er zelden harde diskwalificaties aan toe. Alle opbrengsten van de verkoop van Do You Believe in Magic? worden gedoneerd aan het Children’s Hospital of Philadelphia.

Noten:

[1] Het is moeilijk te zeggen wie deze Gábor Lenkei precies is. Hij presenteert zich als arts en onderzoeker. In PubMed is één publicatie (over stafylokokken) van een G. Lenkei te vinden, maar het is onduidelijk of dat deze Gábor Lenkei is. Die laatste heeft in Hongarije in elk geval een recordboete wegens het misleiden van consumenten op zijn naam staan en wordt vaak in verband gebracht met Scientology. Zie ook de discussie op het Skepp Forum.

[2] De diagnose autisme wordt overigens wel betwist. Er zou eerder sprake van het syndroom van Landau-Kleffner, een aandoening die vaak met autisme wordt verward.

Dit artikel delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page

22 gedachten over “De toverkracht van rectale koffie

  1. Voor de ‘behandeling’ van autisme zijn nog wat andere weerzinwekkende methodes op de markt, zoals chemische castratie, naar ik meen gepromoot door een zekere heer Geier (sorry, ik ben even te lui om het precies op te zoeken) en klysma’s met MMS.

  2. Offit gaat in zijn boek inderdaad ook nog kort in op de behandeling van autisme met MMS (een bleekmiddel dat via een klysma in de darmen wordt ingebracht). Daarbij verwijst hij in de noten naar een eerder artikel van Orac op ScienceBlogs.

    Aangrijpend is het verhaal dat hij vertelt van een uitstekend opgeleide moeder (Yale en Harvard) die niet kon accepteren dat haar dochter autistisch was. Ze probeerde allerhande alternatieve behandelingen, totdat ze bij een chiropractor kwam. Die stelde voor een enorme elektromagneet onder de matras van haar dochter te leggen om ‘de ionen in haar hersenen te herschikken’. Na een gesprek met haar man over deze bizarre methode realiseerde ze zich: “This was my grief, not my brain. And you can’t think with with your grief.”

    De moeder in kwestie richtte de Autism Science Foundation op. Wanhopige ouders verwijt ze niets, wel de behandelaars die misbruik maken van hun situatie.

  3. Laetrile is niet alleen een waardeloos middel tegen kanker, het is ook gevaarlijk.

  4. Ook in Europa worden niet werkzame therapieën steeds meer gepusht richting wanhopige (kanker)patiënten. Een toenemend probleem omdat veel van die therapieën allesbehalve onschuldig zijn en/of de reguliere behandeling kunnen verstoren. Het aantal vragen dat ik (zelf kankerpatient en patient advocate) er over krijg via de social media neemt sterk toe.

    Recente statistieken suggereren dat b.v. in Duitsland meer dan 50% van de kankerpatienten alternatieve therapie probeert. Ik denk dat het daarom belangrijk is dat reguliere behandelaars met hun patienten meer in gesprek gaan over CAM, al was het maar om aan te geven wat ze beslist niet moeten doen.

  5. @Hans Keulen

    Zeer mee eens, alternatief is beslist niet onschuldig. Offit begint zijn boek met laetrile en de casus van Joey Hofbauer, een jongetje van zeven bij wie de ziekte van Hodgkin werd vastgesteld. De casus speelde in 1977 en ook toen was die ziekte al goed regulier te behandelen met bestraling en chemo. De ouders van Joey kozen echter voor een alternatieve behandeling met laetrile. Die behandeling werd uitgevoerd door een psychiater zonder enige specialisatie in de oncologie, die de ouders eerst een verklaring liet ondertekenen om iedere aansprakelijkheid uit te sluiten.

    Overigens bleef de behandeling niet beperkt tot laetrile. Joey kreeg ook ook rauwe melk en rauwe lever, daarna een vegetarisch dieet, enorme hoeveelheden vitamine A (wat tot problemen met zijn zicht leidde), koffieklysma’s en een vaccin gemaakt van bacteriën in zijn eigen urine. ‘A witch doctor’s diet’, volgens een kankerspecialist. Joey stierf op tienjarige leeftijd. Laetrile was populair omdat filmster Steve McQueen het gebruikte en aanprees. Maar ook McQueen had er niets aan. Die stierf op z’n vijftigste. Laetrile bleek ook nog gevaarlijk, zoals u (of een andere Hans) al vaststelde. Bij bepaalde patiënten leidde het tot cyanidevergiftiging.

    Offit noemt in zijn boek nog een andere dubieuze kankerbehandelaar. Dat is de hierboven al genoemde Stanislaw Burzynski (1943) die de ‘antineoplastons’ heeft ontwikkeld, een natuurlijk middel tegen kanker, gewonnen uit urine. Hoewel er veel mooie verhalen over hem circuleren, blijken patiënten in de meeste gevallen nog steeds doodziek te zijn en gewoon aan hun kanker te sterven. Bovendien blijken de antineoplastons toxisch te zijn en vele bijwerkingen te hebben. Maar Burzynski gaat gewoon door en verdient er goed aan.

    De kans lijkt klein dat zijn behandeling naar Nederland overwaait. Burzynski laat zijn patiënten liever voor duizenden dollars naar de VS komen. Niettemin lijkt het goed als Nederlandse artsen op de hoogte zijn van zijn onzinnige en onbewezen therapie, vooral het geval dat hun patiënten overwegen naar de VS af te reizen.

  6. Inderdaad! Het artikel meldt trouwens ook dat Burzynski’s zoon al bezig is zijn vaders werk voort te zetten. Dat horen we meer in de wereld van de alternatieve geneeskunde (vader en zoon Smits, vader en zoon Banerji). Opvallend vond ik verder dat het einde van het artikel meldt dat Burzynski’s kliniek tegenwoordig vooral veel chemotherapie toepast. De behandelmethode die Burzynski zelf altijd afgekraakt heeft als ‘barbaars’.

    David Gorski is ook ingegaan op de reportage van USA TODAY: http://www.sciencebasedmedicine.org/the-burzynski-empire-strikes-back/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=the-burzynski-empire-strikes-back

  7. Ter relativering: ik ken ook in de niet-alternatieve sector opvallend veel familierelaties, zoals echtparen en ouder-kinder-relaties.

  8. Inderdaad. De ouders van mijn tandarts waren ook tandarts. Toen de moeder er mee stopte, ging ik over naar de zoon, terwijl ik ook nog een keer bij de vader ben geweest. Dat was gelukkig maar een keer. Niet dat de man geen goede tandarts was, maar hij was zo zwijgzaam als een oester. Z’n zoon ratelde weliswaar aan een stuk door (dat is in ieder geval wel minder geworden), maar hij legde in ieder geval uit wat hij aan het doen was.

  9. ‘antineoplastons’, een natuurlijk middel gewonnen uit urine.

    Is er een verklaring voor die vaak voorkomende (kinderlijke) fascinatie voor urine?

    Het lichaam filtert maar liefst 180 liter voorurine om alle bruikbare stoffen er weer uit te halen alvorens het restant van 1,5 liter weg te gooien.

    En dan kun je zogenaamd nog steeds waardevolle genezende stoffen in de urine aantreffen?

    Of het bestempelen als “een steriel, medicinaal voedingssupplement dat door je eigen lichaam op maat is gemaakt”? Dus opdrinken die handel. Lekker handig van moeder natuur om het eerst uit te laten plassen

  10. 180 liter voorurine? Is dat niet wat veel? Dan zou je toch heel wat moeten eten en drinken om dit naar binnen te krijgen.

  11. Nee, lees maar bij http://www.nierstichting.nl/asset/folders/2hoe-werken-onze-nieren.pdf hoe de nieren werken: eerst wordt een groot deel van het vocht minus grote moleculen en bloedlichaampjes aan het bloed onttrokken in een soort van zeefje, de nierbuisjes halen daar meteen alle bruikbare stoffen waaronder water (99 procent van al het water) weer uit en geven die terug aan het bloed. Wat dan niet teruggaat heb je echt niet nodig, lijkt me zo. Als je het uitrekent, gaat alle bloedvloeistof iets vaker dan eens per uur door de zeef.

  12. Ja, ik dacht al dat het vooral een optelsom van de hoeveelheid vloeistof die de nieren passeert was.

  13. Met meer dan 2 keer je lichaamsgewicht aan vocht wat gezuiverd wordt zou je toch ergens het geluid van een klaterende kraan verwachten 🙂

    “Het restant van 1,5 liter” is misschien een misleidende omschrijving.

    Maar niemand heeft een verklaring voor die vaak voorkomende (kinderlijke) fascinatie voor urine?
    Freud ook niet?

  14. Ik heb eerlijk gezegd geen flauw idee, maar de fascinatie voor urine vind je ook in andere culturen. Ik meen dat er in de ouderenwoningen bij mij in de flat, althans die op de begane grond (inmiddels zijn er in de hele flat ouderenwoningen) een Indische dame woonde, die altijd wat ochtendurine bij haar voordeur sprenkelde, om boze geesten of zo af te weren.

  15. 180 liter per dag klinkt als ‘veel’ maar dat is 2 tot 3 percent van het volume (7000 liter) dat het hart dagelijks verpompt. Naar verluidt kwam men pas laat (16de eeuw) op het idee om eens te rekenen aan de hoeveelheid bloed die het hart verpompt. Daar kwam toen zo’n groot getal uit dat men begon te vermoeden dat de stroming van het bloed geen eenrichtingverkeer was van de longen naar de organen en ledematen.

    In lichaamscellen vindt ook energietransport plaats, daar wordt ATP uit AMP gemaakt in de mitochondriën, het ATP fungeert dan als energiebron bij tal van processen waarbij het weer tot AMP wordt afgebroken. Een ATP/AMP-molecuul doorloopt deze cyclus gemiddeld driemaal per minuut (en vaker als de energiebehoefte groter is), met als gevolg dat de totale hoeveelheid ATP die het lichaam dagelijks produceert en weer consumeert ongeveer 190 kilo is (kennelijk kan een gram ATP ca. 50 joule transporteren). Bij wie zware arbeid verricht is het natuurlijk meer. Ik vertel dit omdat diverse alto-genezers supplementen verkopen waar ATP in zit, ‘om de tekorten aan te vullen’.

  16. Niet dat ik iets heb met het alternatieve circuit (ze hebben me ooit lang geleden 100 guldens afgetroggeld in ruil voor wat ritueel gezwaai met een pilletje) maar ik vermoed dat er net zo’n groot artikel geschreven kan worden over reguliere geneesmiddelen die niet werken. Menig boek over dit onderwerp telt meer karakters dan de 13.929 van hierboven. Vraag is wel hoe in beide vakgebieden de verhouding tussen bedoeld en onbedoeld uitvalt.

  17. Rectale koffie? Goede garnalen. Ik heb 1x zo een klisma gezien. Die werd notabene uitgespoeld in de spoelbak. Ze hebben toen later een nieuw keukenblad gekocht (bij http://aanrechtblad-kopen.nl meen ik) omdat ze het echt te ranzig vonden als ze in hun spoelbak bezig waren. Kwamen allemaal dingetjes mee enzo.

  18. Meneer of mevrouw de Boer,
    Het verschil tussen regulier en alternatief is heel simpel. Natuurlijk is er in het reguliere circuit veel fout. Echter geneesmiddelen ontwerpen, testen en registreren is bepaald geen sinecure. Ook nadat ze in de handel zijn gebracht, is het niet afgelopen met testen en controleren.
    Echter is in het alternatieve circuit alles of vrijwel alles fout en nep en bedrog.
    Daar gaat men uit van ongecontroleerde verzinsels die niets uitstaande hebben met natuurwetten en daar vaak mee in tegenspraak zijn.

Reacties zijn gesloten.