Skip to main content

Kritisch denken voor beginners

NRC Academie heeft een serie hoorcolleges uitgebracht: CD’s over een keur van onderwerpen die men bijvoorbeeld tijdens lange autoritten kan beluisteren. Recent (1 februari 2011) verscheen het college ‘Kritisch denken’ door Johan Braeckman (foto). Ik heb de zes CD’s van een uur elk voor u beluisterd. Het is een waar genoegen om zo’n goede spreker te horen. Hieronder staat mijn verslag. Ik hoop dat min of meer duidelijk is wat terug te vinden op de CD’s en wat mijn eigen toegevoegde mijmeringen zijn.

Braeckman stelt, in navolging van Bertrand Russell, dat geloven zonder basis onjuist is. Dit is natuurlijk lijnrecht in strijd met de opvatting die in sommige religies verkondigd wordt, namelijk dat het onvoorwaardelijke geloof, dus zonder reden of bewijs, iets waardevols zou zijn.

Wij allemaal hebben echter de neiging om met te weinig bewijs van alles en nog wat te geloven, en de voornaamste reden is dat we andere mensen op hun woord vertrouwen. Geloof is dus vaak uiteindelijk loyaliteit aan en onvoorwaardelijk vertrouwen in iemand anders, maak ik daarvan.

Het zou een misvatting zijn om te denken dat tegenover geloof absolute zekerheid staat. Absolute zekerheid bestaat niet, zelfs niet in de wiskunde, al is daar de maximale graad van zekerheid zo extreem dat we ons niet goed kunnen voorstellen wat daar onzeker aan is. Maar als het over zaken als de onwerkzaamheid van de homeopathie, de onbestaanbaarheid van een perpetuum mobile en de evolutietheorie gaat, dan zijn die enerzijds slechts 99,999… procent (met veel doch eindig veel negens) zeker, maar anderzijds is er een punt waarop je kunt zeggen dat het zinloos om nog verder serieus te kijken naar pepetua mobilia en dergelijke.

Kritisch denken, de beheersing van onze natuurlijke neiging om te geloven, is iets dat harde training vereist. Het is duidelijk dat ‘geloven’ heel nuttig is, want als kinderen hun ouders niet zouden geloven zou opvoeding onmogelijk zijn, en zou fantasie, het geloof aan een denkbeeldige werkelijkheid, onmogelijk zijn. Zonder fantasie geen kunst en ook niet de creativiteit die voor wetenschapsbeoefening nodig is. Hierboven maakte ik een opmerking over zekerheid in de wiskunde, en daarmee verwees ik impliciet naar het werk van Kurt Gödel, Alonzo Church en Alan Turing (foto rechts). Het is voorstelbaar dat iemand die opmerking afwijst en eerst het beroemde bewijs van Gödel zelf, inclusief alle details, wil nagaan. Maar wie dat niet wil doen is er toch op aangewezen mij te geloven, of wiskundigen die echt alle details hebben nagegaan.

Men moet niet denken dat slimme mensen niet in de valkuilen van het denken terecht kunnen komen. Er zijn voorbeelden te over van hoog opgeleide personen die erg onzinnige dingen geloven. Een voorbeeld is de geoloog Kurt Wise, die bij nota bene Stephen J. Gould promoveerde, maar niettemin meent dat de aarde hooguit tienduizend jaar geleden is geschapen. Dat is vergeleken met diverse Nobelprijswinnaars die zich lieten foppen door hun eigen ideeën nog maar een kleine jongen. Diverse psychiaters zoals Carl Gustav Jung, Wilhelm Reich, Immanuel Velikovsky (foto uit 1972 links), John Mack waren actief in de onzinbusiness, en de meest succesvolle psychiatrische oplichter (Braeckman drukt zich wat parlementairder uit) was wel Freud. Over dokters die medische onzin produceren kom ik nog te spreken. Slimme mensen kunnen heel veel onzin geloven, want ze kunnen ook goed rationaliseren.

Uiteraard komen mensen met rare ideeën vaak in conflict met de realiteit. Als men dan erg verknocht is geraakt aan zo’n idee, bijvoorbeeld doordat men het heeft uitgedragen en het geloof deelt met medegelovigen, dan zal men het idee niet opgeven, maar een manier bedenken om de zogeheten cognitieve dissonantie op te heffen. Zo voorspelde ex-scientologe Dorothy Martin dat de wereld zou vergaan op 21 december 1954, en dat alleen zij en haar UFO-sekte gered zouden worden. Toen dat niet gebeurde, gaf men het geloof niet op, maar men redeneerde dat de vroomheid van de sekte de wereld gered had. Een en ander is beschreven in het klassieke boek When Prophesy Fails (1956; afbeelding is herdruk uit 2011) van Leon Festinger (Martin heet Marian Keech in het boek).

Bekende valkuilen zijn allerlei drogredenen, maar ook de eigen ervaring. Iets met eigen ogen gezien hebben (of menen te hebben) kan heel veel rationele overwegingen uitvlakken. Een roddeltje of een wonderbare genezing die men zelf van de buurman hoort, zijn trouwens voor het gevoel ook zulke eigen ervaringen. Buitenmatig geloof wordt ook veroorzaakt door autoriteit – dus de status van degeen die iets zegt – en groepsdruk. Solomon Asch liet in de jaren 1950 zien dat nogal wat mensen overduidelijke onwaarheden (gelijke lengte van twee lijnen die 15 procent verschillen) gaan accepteren als maar voldoende veel mensen om hen heen heen hetzelfde denken en dat nadrukkelijk zeggen. Geloof maakt ook dat men zwak bewijs overschat.

Braeckman somt een hele reeks van deze valkuilen en drogredenen op. Ik noem er een paar:
– de neiging om een leegte in de kennis te willen opvullen, dus als men iets niet begrijpt, zoekt men zelf een verklaring, in de overtuiging dat er geen andere verklaring is. Zo dacht Erich von Däniken (foto links) dat allerlei grote prestaties uit het verleden van niet-westerse beschavingen te danken waren aan buitenaardse ontwikkelingshulp. Een racistisch idee dat hem heel veel heeft opgebracht.
– Verwarren van correlatie met causaliteit en in samenhang daarmee het idee dat als A gevolgd wordt door B, dan A ook wel de oorzaak van B zal zijn. Dat zit in ons ingebakken en het is in de praktijk van alledag misschien niet eens zo gek. In elk geval heeft B.F. Skinner laten zien dat duiven zelfs bijgelovig kunnen worden: duiven die vaak genoeg op toevallige tijdstippen een maiskorrel kregen, gingen na enige tijd vreemd gedrag vertonen. Ze herhaalden bewegingen die ze een keer vlak voor die maiskorrel hadden uitgevoerd. Omdat er vaak zo’n maiskorrel kwam, werd deze bijgelovige herhaling beloond. De skinnerproef kan trouwens ook met mensen gedaan worden, met ongeveer dezelfde resultaten: wonderlijke capriolen om een kleine beloning telkens opnieuw binnen te slepen.
Confirmation bias: de neiging slechts naar bevestigingen te zoeken, en te vergeten dat men bij serieuze oordelen ook op zoek moet gaan naar weerleggingen. Wetenschappers doen dat in zekere zin voortdurend, namelijk door publicatie van hun resultaten in tijdschriften en presentatie op congressen, waarna hun collega’s het een sport vinden om zoiets weer af te schieten.
– Selectieve waarneming en selectief onthouden: dit treedt typisch aan de dag bij mensen die op bezoek bij een medium alle missers vergeten. Overigens wil ik hier opmerken dat het geloof in een medium ook veroorzaakt wordt door de bereidheid van de slachtoffers om zelf de mededelingen van het medium verder in te vullen.
– Het onvermogen toeval te begrijpen. In het newagedenken is dit een grote constante, want daar hoort men vaak dat toeval niet bestaat.
– Vals dilemma, dat is een argumentatietechniek waarin de suggestie wordt gewekt dat er maar twee, of een beperkt aantal mogelijkheden zijn. Als ik me een oneerbiedige opmerking mag permitteren: de hele logica is eigenlijk een groot valsdilemmaspel. In de klassieke logica zijn de dingen waar of onwaar, terwijl de werkelijkheid niet allemaal zo wit-zwart is, en er bovendien dingen zijn die je niet weet. De logica kan dan wel intern consistent lijken, en zelfs wel toepasbaar zijn als we te maken hebben met een klein aantal duidelijk onderscheiden objecten, maar de wereld zit toch anders in elkaar. Zelfs de wiskunde is niet goed toegesneden op de logica, want het begrip oneindig heeft al vanaf de tijd van Pythagoras voor onaangename paradoxen gezorgd.
– Slechte definities: vanaf de tijd van de wiskundige Euclides is bekend hoe ver je kunt komen als je begint met goede definities en strakke redeneringen. Zijn boek (het is best mogelijk dat Euclides eigenlijk een auteurscollectief was, maar hoe aantrekkelijk dat idee ook is, het is niet te bewijzen of te weerleggen) en de wiskunde die eruit voortkwam is meer dan twee millennia het ideaal geweest voor de natuurwetenschap. Braeckmans smakelijke tirade tegen de postmodernisten (een stelletje fantasten die door Alan Sokal (foto) ontmaskerd zijn in zijn befaamde grap) sla ik maar over.
– Immunisatie: de eigen favoriete theorie wordt zo uitgebreid of aangepast dat deze ongevoelig wordt voor elke poging om hem te weerleggen, vaak zo dat de weerleggingen zelf worden gezien als aanvullend bewijs. Tegenwoordig is het erg in om ‘ander paradigma’ te roepen als iemand bezwaar maakt tegen de meest onzinnige newagegedachten, maar in de religie is de techniek van immuniseren allang bekend. Wie op innerlijke tegenstrijdigheden in het godsbegrip wijst, krijgt van de gelovigen uiteindelijk altijd te horen dat God nu eenmaal onbegrijpelijk is en dat het geloven van het ongelooflijke juist de ultieme loyaliteitstest is. Een andere variant is die van de psychoanalyse. Naar verluidt moet iedereen die niet in de malligheden van Freud gelooft in therapie.
– Patroonherkenning. Het menselijk brein is buitengewoon goed in patroonherkenning. Voor het herkennen van gezichten schijnen we zelfs een apart stukje hersenen te hebben. Maar in tegenstelling tot (goede) computerprogramma’s is het menselijk brein niet ingericht op zeldzaam voorkomende situaties zoals die door listige psychologen in elkaar worden gezet, bijvoorbeeld een hol gezicht of een ondersteboven hoofd met ondersteboven ogen erin. In het visuele deel van onze hersenen gaat zoveel om, dat er ook veel misgaat. Braeckman geeft daar ook veel voorbeelden van. Er is zelfs een speciaal woord voor de illusie dat men iets ziet (menselijke gezichten of gestalten in wolken of een vlek op een bakplaat of foto’s van de planeet Mars of het konijn in de maan), namelijk pareidolia of algemener apofenie. Een dramatisch voorbeeld van iets dat tussen de oren verkeerd kan gaan is dat zogezegd het draadje van waarneming naar het emotionele centrum gestoord is, zodat men goede bekenden (huwelijkspartners bijvoorbeeld) wel ziet, en wel weet wie het verondersteld worden te zijn, maar dat men ze voor dubbelgangers of robots houdt.
– Complottheorieën. Men zou complottheorieën kunnen opvatten als voorbeelden van patronen zien waar die niet zijn, maar eerlijk gezegd vind ik al die dingen die te maken hebben met de al dan niet correcte verwerking van zintuiglijke indrukken in de hersenen toch iets anders dan het aan elkaar breien van rare ideeën zoals de Protocollen van de Wijzen van Zion of het verzinsel dat de maanlandingen nooit gebeurd zijn. Braeckman geeft heel veel voorbeelden en bespreekt zelfs tamelijk uitvoerig wat de vele complottheorieën rond 9/11 zijn. Hij heeft in dit verband kritiek op de term theorie.

Een theorie (van theoria=beschouwing) is echter niet meer dan een rij woorden, een verhaal dat de pretentie heeft zowel samenhangend te zijn als betrekking te hebben op de waarneembare werkelijkheid. Het idee is dan dat de onderlinge samenhang van de woorden ook een samenhang in die werkelijkheid weerspiegelt. En voorbeeld is de getaltheorie (een stuk wiskunde over 0, 1, 2, 3, … ), de verzamelingstheorie, de theorie van de partiële differentiaalvergelijkingen of van de complexe functies, de theorie van de zwaartekracht of van het elektromagnetisme (zie afbeelding) enzovoorts. In de opgesomde voorbeelden is het verband tussen de woorden en de bijbehorende werkelijkheid heel erg intens. Maar allerlei onzinnige verhalen zijn natuurlijk ook theorieën: de pretentie dat zij op de werkelijkheid slaan is er wel, het zijn per slot van rekening geen romans of goochelvoorstellingen, maar het blijft bij pretentie. In het dagelijks leven gebeurt het natuurlijk vaak dat we een verhaaltje in de vorm van vermoedens vertellen over iets waar we niets van weten. Dat noemen dan ‘gewoon maar een theorie’.

De bijbelse creationisten beschouwen de evolutietheorie ook als ‘zomaar een theorie’. Hun eigen verhaal is natuurlijk niet ‘zomaar een theorie’, omdat zij over informatie menen te beschikken waaraan absoluut niet getwijfeld kan en mag worden. In de wiskunde is ‘tegenspraak’ een uiterst krachtig bewijsmiddel. Wanneer veronderstelling P tot een tegenspraak voert, tot iets dat zeker onwaar is, is daarmee keihard bewezen dat P onwaar is. Dat doen wiskundigen dan ook vaak. Als ze vastlopen met een bewijs voor P, proberen ze uit niet-P een tegenspraak af te leiden. Dat is net zo goed in de zwart-witwereld waar ‘niet-niet’ hetzelfde is als ‘wel’. Dus de creationist die een klein onopgelost probleem van de evolutietheorie aangrijpt om daarmee (in zijn ogen) de hele evolutietheorie onderuit te halen, is eigenlijk heel wetenschappelijk bezig. De natuurwetenschap is echter geen wiskunde. De hele wetenschap (trouwens ook de wiskunde) zit vol onopgeloste problemen, en een onopgelost probleem is geen keiharde tegenspraak die volgt na een redenering waar geen speld tussen te krijgen valt.

De echte wetenschap heeft een heel arsenaal technieken ontwikkeld om tot grote zekerheid te geraken over wat ze beweert. Systematisch proeven doen is zo’n techniek, mathematisering is een andere. Na introductie van de foutenrekening in de sterrenkunde, circa 1800, vond de méthode numérique heel, heel geleidelijk ook ingang in de geneeskunde, om uiteindelijk te culmineren in de randomized controlled trial (RCT), de dubbelblinde proef met loting en controlegroep – een enigszins overtollige beschrijving omdat zowel loting als blindering zonder controlegroep ondenkbaar zijn, en blindering plus controlegroep waardeloos is wanneer de onderzoeker zich de vrijheid permitteert om de controlegroep ‘handig’ samen te stellen. Maar in de hele wetenschap, en zeker de moderne, is de geest van tegenspraak aanwezig: zoals gezegd zoeken wetenschappers bewust de confrontatie met collega’s op. Dit vormt, zo is mij verzekerd, een schril contrast met hoe het in de pseudowetenschap toegaat. Daar gaan astrologen die met onderling tegenstrijdige systemen werken minzaam met elkaar om, en vele genezers zien er geen been in om de door Hahnemann verfoeide natuurgeneeskunde samen met de homeopathie te praktiseren, en zieken zowel oneindig verdund keukenzout of kalk te geven als hoeveelheden vitaminen en mineralen die vele malen groter zijn als wat iemand normaal nodig heeft. In de pseudowetenschap lijkt het negeren van tegenspraken, leven en laten leven, tot een kunst verheven te zijn.

De vierde CD in de reeks, met hoofdstukken 10, 11 en 12 gaan over het brein. Een groot deel van ons brein wordt gebruikt voor het geheugen, maar het werkt heel erg anders dan een camera of de harde schijf van een computer. Ons geheugen is notoir onbetrouwbaar, zoals onder van onder meer Elizabeth Loftus (foto) heeft aangetoond. We herinneren ons de dingen anders dan ze waren, en herinneringen kunnen ook gefabriceerd worden. Dat is op grote schaal in de VS gebeurd waar in de jaren 1990 vele duizenden vrouwen door middel van suggestieve therapie en onderdompeling in een cultuur van ‘medeslachtoffers’ herinneringen kregen ingeplant aan seksueel misbruik op kinderleeftijd. De hele affaire is een laat gevolg van de perfide theorie van Freud dat nare herinneringen met groot gemak verdrongen worden. Bij onderzoek blijkt dat dit in feite zelden of nooit voorkomt.

Een ander onderwerp dat zich voor kritische beschouwing leent, is dat van het lichaam-geestdualisme. Het idee dat na de dood de geest blijft voortbestaan is misschien wel troostrijk voor de nabestaanden, maar moeilijk houdbaar met onze kennis van hoe de hersenen werken, hoe beperkt die kennis ook nog maar is. Zogenaamde bewijzen voor het voortbestaan van de geest komen uit reïncarnatieverhalen (onbetrouwbaar), uittredingservaringen (die ook wel tijdens hersenoperaties voorkomen) en bijnadoodervaringen. Daarover heeft Pim van Lommel een boek geschreven vol met onzin die elders op deze site al besproken staat. Van Lommel is een goed voorbeeld van iemand die niet dom is en toch in alle valkuilen van het denken tegelijk loopt. En hij heeft niet eens het excuus van mensen die zelf zo’n ervaring gehad hebben en daarom het idee dat het maar een droom was erg aanstootgevend vinden.

De CD met hoofdstuk 13, 14, 15 begint met een bespreking van geestengeloof, en zijdelings natuurlijk ‘klopgeesten’ (doorgaans jongelieden die om aandacht vragen of gewoon een geintje uit willen halen). Wat er in concrete gevallen aan de hand is als iemand een geest ervaart, is van geval tot geval verschillend. De psycholoog Richard Wiseman heeft onderzoek gedaan naar allerlei fysieke invloeden die aanleiding kunnen geven tot een gevoel dat er ‘iets’ is, en hij ontdekte bijvoorbeeld dat ongeveer een kwart van de mensen onaangename gewaarwordingen kan krijgen van infrageluid, onhoorbaar lage trillingen.

Braeckman gaat uitvoerig in op de vervalser Han van Meegeren en hij wijst erop dat De Emmausgangers oorspronkelijk bedoeld was om de kunstcriticus Abraham Bredius om de tuin te leiden, wat wonderwel lukte. Bredius en anderen vonden De Emmausgangers zelfs nog beter dan het echte werk van Vermeer. Wij kunnen ons dat nu niet meer goed voorstellen, en misschien speelde de kunstmode van de jaren 1930 een belangrijke rol in het oordeel. Zelfs na de bekentenis van Van Meegeren (hij was beschuldigd van de misdaad van de verkoop van een authentieke Vermeer aan Göring, en moest toen bewijzen dat hij een kundig vervalser was) waren er kunstkenners die volhielden dat de vervalsingen van Van Meegeren wel degelijk echt waren. Dat doet wat denken aan het vaak geponeerde vermoeden dat goochelaars paranormaal begaafd zijn, en maar doen alsof ze goochelen om er geen last mee te krijgen.

Mensen bedriegen en liegen vaak. Kinderen en volwassenen die altijd de waarheid spreken, zijn onaangenaam in de omgang en worden vaak gemeden. De evolutiebioloog Robert L. Trivers (foto rechts) heeft op basis van dat gegeven een verklaring gegeven van de neiging tot zelfbedrog: ‘Bedrieg de wereld, begin bij jezelf.’ Niet alleen is in het menselijke sociale verkeer misleiding een belangrijk element, maar ook alles wat ondernomen wordt om die misleiding te doorzien (kritisch denken bijvoorbeeld). Het is dus belangrijk dat men bij het bedriegen zo geloofwaardig mogelijk overkomt, en dan is het handig als men al die praatjes zelf ook gelooft. Het is dus niet zo vreemd dat van kwakzalvers zelden bewezen kan worden dat ze opzettelijk de kluit belazeren, en evenmin is het verwonderlijk dat bij een onderzoek eens bleek dat 94 procent van de professoren denkt dat ze beter zijn dan hun collega’s.

Aan het slot van deze CD legt Braeckman nog eens uit dat alternatieve geneeskunde vooral placebogeneeskunde is, en ook de manier waarop een Randomized Controlled Trial (RCT) wordt ingericht, doet hij uitvoerig uit de doeken. Ik ben het niet helemaal met hem eens over alternatieve geneeskunde. Ik heb namelijk een stuk of 120 kwakzalverskuren tegen kanker verzameld en toegelicht (er zijn er zeker tienmaal zoveel), waarvan er vele door zelfverzekerde dokters zijn bedacht. Het placebo-effect is misschien wel werkzaam bij aandoeningen die mede door psychische oorzaken worden veroorzaakt of in stand gehouden, maar is nutteloos bij ernstige ziekte zoals kanker.

Op de laatste CD wordt kritisch denken op religie toegepast. Bij veel aspecten van religie gaat het om geloof, maar wanneer een prelaat zich uitlaat over het nut of de werkzaamheid van condooms, dan gaat het over in beginsel dingen die je zou kunnen onderzoeken, en dan wordt het weer wel interessant. Idem met relikwieën: als er twee kerken zijn die allebei een schedel van dezelfde Jacobus bewaren, dan ligt het toch voor de hand te denken dat ten minste één van beide kerken zich vergist, en hetzelfde geldt voor de circa dertig kruisigingsspijkers van diverse kerken. De Lijkwade van Turijn (rechts: foto uit 1898) is een beroemd geval. Er zijn een stuk of vijftig documenten die betrekking hebben op dit object, allemaal van kort na de tijd dat het in de late middeleeuwen in de openbaarheid kwam. Er was toen onenigheid over het recht deze lap tentoon te stellen, en over wie de rechtmatige eigenaar was. In die tijd heeft geen der would-be bezitters ooit beweerd dat het om een authentiek ding van meer dan 1200 jaar oud ging. (Dit argument dateert van Ulysse Chevalier, een vooraanstaand geleerde die er in 1902 een boek over schreef, maar na Chevalier wordt het nauwelijks meer genoemd; in 2006 werd er tegengeworpen dat Chevalier enkele documenten van tegenpaus Clemens VII niet had genoemd.) Een koolstof-14-datering in 1988 stelde vast dat het toen inderdaad nauwelijks meer dan 700 jaar oud was. Er zijn veel andere onafhankelijke aanwijzingen dat het ding gemaakt is omstreeks de tijd dat het voor eerst opdook (1354). Uiteraard zijn ook creationistische denkbeelden een legitiem voorwerp van kritisch denken.

Het op een na laatste hoofdstuk recapituleert het voorgaande, in de vorm van vuistregels, en het laatste hoofdstuk verdedigt ‘kritische denkers’ tegen bijvoorbeeld het misverstand dat ze fundamentalistisch zijn of een closed mind hebben. De kritische denker heeft juist veel begrip voor onzin, en is zelfs bereid om de meest vreemde beweringen te accepteren en er proeven mee te doen (ook die waar geen respectabele wetenschapper financiering voor zou durven vragen). Maar het begrip voor onzin houdt op wanneer die gebruikt wordt om verdriet, ellende en angst voor ziekte en dood uit te buiten door misbruik te maken van de kwetsbaarheid van het menselijk brein.

Van dezelfde auteur verscheen eerder:
Darwin en de evolutietheorie
Een hoorcollege over zijn leven, denken en de gevolgen van zijn werk (4 cd’s)

Dit artikel delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page

92 gedachten over “Kritisch denken voor beginners

  1. Tja zo kun je natuurlijk alles naar je toe redeneren en wat daar niet in past afdoen als drogredenen of weet ik wat.

    Bestuderen van hoe de geest werkt heeft dus niets te maken met kritisch denken – weten we dat ook weer.

  2. @ Toon vd Sandt,

    fijne toelichting van u. Betekent het 50/50 procent niet dat u eigenlijk meer agnostisch bent? (Of is die term onbruikbaar.)

  3. @ Jan Willem,

    ben het helemaal met u eens,
    bereid zijn open te staan is wat anders dan alles maar aannemen. Daarom doet skepsis met name goed werk.
    Maar verder komt men wellicht ook niet, dan zoals u zegt ‘je kunt experimenteel onderzoek doen naar de fysische invloeden die zulke onbestemde gevoelens oproepen’. Waarmee ik wil zeggen, ergens houdt het gewoon op, wat rest blijft de vraag of men op die manier (langs wetenschap en experimenten) alles kan verklaren. In een discussie tussen twee wetenschappers meende de ene dat het onderzoek eenmaal eindigt, zoals bij het vaststellen van quantumfenomenen, (waarbij een wetenschapper ons de gelukkige hand
    reikt, ‘gefeliciteerd, want niemand begrijpt eigenlijk de quantummechanica’) de ander daarentegen wilde doorgaan (tot de laatste grens.)
    Maar onderwijl vraag je je af, of de mens er wel voor is ‘gemaakt’ om “alles” te begrijpen.

  4. Bestuderen van hoe de geest werkt heeft dus niets te maken met kritisch denken

    Als je vindt dat het er wel wat mee te maken heeft, leg dan eens uit welke valkuil Braeckman (of ik in de recensie) heeft overgeslagen, foutief behandeld of ten onrechte als valkuil aangemerkt.

    Braeckman heeft opgemerkt dat ook heel slimme mensen in valkuilen kunnen lopen. Dat je bewust moet zijn om een denkfout te maken, lijkt me evident, daar heb ik geen Tibetaanse boeddhist voor nodig. Dat je door bewust te zijn of te mediteren denkfouten zou kunnen vermijden lijkt me nogal sterk.

    drogredenen of weet ik wat

    Moeten wij daar nou uit opmaken dat de auteur eigenlijk niet weet wat drogredenen zijn?

  5. @Theo

    Ik heb natuurlijk mijn persoonlijke drijfveren, interesses en voorkeuren, maar moet, vind ik, altijd blijven willen toegeven, dat ook ik (en mijn bronnen) het evt. niet bij het rechte eind kunnen hebben, dat het nog toch nog effe anders zit. Dus zet ik de verhouding maar op 50%/50%.
    Ik ben toch te gedreven om als agnostisch te kunnen worden aangeduid.
    TVDS

  6. @JWN wat je uit mijn woorden wilt opmaken is jouw zaak. Hier is niet alleen de term drogreden gebruikt om mijn woorden te typeren. Maar ik heb niet zo’n zin om de preciese woorden op te zoeken.

    Als je de werking van de geest bestudeert, dan doe je dat als de persoon die je bent, dat kan nou eenmaal niet anders. Of is alleen het aannemen op gezag (van JWN of Braeckman) toegestaan?
    Je bent wie je bent mede door je ervaringen. Maar het zou een valkuil zijn die ervaringen mee te laten wegen in je kritisch denkproces… aldus dit blog…

    Voor mij leer je door die ervaringen te bestuderen echter juist een helder zicht op die valkuilen. Wat niet garandeert dat je er niet een keer in zal stappen..

  7. “@amateur leuk hè dat er verschillende mensen op deze aardkloot rondlopen die er verschillende ideeën op na houden? Of stoort je dat?”

    Hier jokt Rita een beetje, ze vindt andere ideeen, zeker die van JWN helemaal niet zo leuk als ze hier suggereert. Het valt ook niet mee, als je vrij rondzweeft en er wordt niets anders gedaan dan proberen je met beide benen op de grond te zetten? Prettig is toch anders! Tibet en andere Verre-Oostengebieden waren populair bij bepaalde westerlingen in de 70-er jaren van de vorige eeuw, dat is alweer verleden tijd.
    Toon is en blijft de man van de vrije keus (50/50), hij doet geen enkele poging om een nieuw element in de discussie te brengen, dat sceptici tot nadenken zou kunnen bewegen. Zijn bijdragen zijn variaties op zijn eigen thema. Dat is nu wel duidelijk.

  8. @amateur. Het stoort je dus.
    Ik loop hier al heel wat jaartjes rond op deze aardkloot, en op twee benen. Het is mij nog nooit gelukt te gaan zweven.

    Maar je kent me wel hè? Weet precies wanneer ik iets meen of wanneer ik jok. Weet precies wat ik leuk vind en wat niet. Knap hoor! Ben je helderziend ofzo?

    Als dit “kritisch denken” moet voorstellen, dan begrijp ik heel goed waarom ik daar niet bij aansluit. Ik ga niet zomaar mee met wat anderen mij op gezag willen laten denken – van welke kant dat ook komt. En of iets populair is of niet zal me al helemaal een worst zijn.

    Zijn skeptici überhaupt wel tot (zelf) nadenken te bewegen?

  9. Bij mijn weten is “iemand met beide benen op de grond zetten” een legitieme uitdrukking en wat gaat daaraan vooraf? Juist!

  10. @ amateur

    Graag zou ik een nieuw element willen aandragen, maar zeker de sceptici van Skepsis hebben al ontzettend veel gezien en gehoord. Ze struinen zelfs actief het ineternet, de dagbladen, TV-uitzendingen af op zoek naar eigenaardige zaken en visies. Ik houd mij inderdaad (voorzichtig) bij ik-statements.”Ik doe dit, ik denk dat, maar kan er naast zitten”. Ik vind de lopende discussie tussen andere deelnemers niet erg verhelderend. Niet het nieuwste, maar wel nu om op te hameren, is de opmerking, dat m.i. sceptici, gesterkt door de gedegen logica en successen van wetenschap, de fuik van het objects-denken ingaan, en erop vertrouwen, dat daar toch wel een goede formulering en begrip van de werkelijkheid gloort. Ik geloof, dat de terugweg voor zulke vast overtuigden lang is, zolang ze de naden van dit denken niet verkennen (i.h.b. die van het niet aangetoonde bewustzijn in neurale model-vorming). Als ik lees, hoe bij een aantal argumentaties het cerebrale, intellectuele de pan uit rijst (hoewel allemaal netjes en zorgvuldig geformuleerd) denk ik: dat zal het zeker niet zijn. Ik geloof dat een goede beschrijving van de wereld/werkelijkheid in wezen eenvoudig is/moet zijn, en in ieder geval vrij van construerend denken.
    En voorts geloof ik, dat mensen zichzelf in beweging moeten brengen. “It’s your loss”, dan moet je het zelf maar weten, heb ik leren denken, als ik mensen in oververhit debat zie/ hoor.
    TVDS

  11. Voorts: in het begin heb ik iets verteld over de lijkwade van Turijn, gewoon om beter te reflecteren op het discussie-stuk zelf.(Ook JWN had tegelijk iets over spijkers van Christus’ kruis). Wat is daar van terecht gekomen? Ondergesneeuwd in geschillen-debat.
    TVDS

  12. door die ervaringen te bestuderen echter juist een helder zicht op die valkuilen

    Misschien moet het nog maar eens worden uitgelegd. Als je je beperkt tot ‘ervaringen’ loop je een groot risico dat je alleen datgene uitkiest wat een intense emotie heeft losgemaakt.

    Heel strikt gesproken natuurlijk niet want de fysicus die op een metertje kijkt en die de stand van de wijzer noteert, de kankeronderzoeker die het genoom van een specifieke kanker door een dna-sequentieapparaat heeft laten gaan en naar de tabel met de uitslagen zit te kijken, de bioloog die het 5319-ste kevertje toevoegt aan zijn collectie, hebben natuurlijk ook een ervaring.

    Maar daar gaat het in de uiteenzetting over de valkuilen niet om, en evenmin over een introspectieve analyse van wat er zich achtereenvolgens allemaal in je gedachten afspeelt bij een ‘ervaring’.

    De ervaring waar het hier om gaat is een anekdote, iets dat iemand heeft meegemaakt en wordt herinnerd en doorverteld, zonder dat de luisteraar en misschien wel de verteller overziet hoeveel selectieve herinnering eraan te pas is gekomen.

    De genezer die zich een geval herinnert van een zieke die van de genezer een bepaalde behandeling kreeg en daarna blij was dat die weer genezen was: we weten niets over het aantal gevallen van de genezer waarin het verkeerd afliep en die de genezer vergeten is, niets over wat de betrokkene eigenlijk mankeeerde omdat een deugdelijke diagnose ontbrak, niets over een eventuele behandeling die de zieke tegelijk onderging, niets over het ‘natuurlijk verloop’ van de behandeling en zelfs niet of misschien de betrokkene enige tijd later toch aan die nare ziekte is overleden. Het is dit soort ‘ervaringen’ dat kwakzalvers ertoe brengt altijd te claimen dat zij 80% succes hebben.

    Wilhelm Reich zag wat iedereen ziet die om een heldere dag ontspannen naar de blauwe lucht kijk, namelijk krioelende witte stipjes die komen en gaan: een fysiologisch verschijnsel, maar hij dacht dat het een mysterieuze kosmische energie was, en hij grondvestte er een hele wereldbeschouwing op plus een aantal genezersapparaten.

    Zo gauw als je ‘ervaringen’ (voorspellende dromen bijvoorbeeld) gaat analyseren door ze systematisch op te gaan schrijven voordat je alleen nog maar op je falende selectieve herinnering bent aangewezen, houden ze al een beetje op ‘ervaringen’ te zijn.

    Of je daardoor een helder zicht hebt op valkuilen, betwijfel ik. De reden voor mijn twijfel is dat Rita nog steeds geen enkele valkuil duidelijk(er) heeft gemaakt.

    Ze poneert ‘je bent wie je bent door je ervaringen’. Maar alweer: daar gaat het niet over. Het gaat erover dat je moet oppassen voor het oordeel: ‘dit is zo toevallig, daar moet iets achter steken’, voor de neiging om slechts naar bevestigingen te zoeken, enzovoorts. Als ik al kritiek heb op Braeckmans uiteenzetting is dat het eigenlijk teveel valkuilen zijn. Ik heb zelf al de ‘ervaring’ van een roddeltje van een concrete buurman van vlees en bloed ondergebracht bij ‘persoonlijke ervaring’. Correlatie, confirmatie bias, slechte werking van het geheugen en pareidolia zijn volgens mij allemaal varianten van selectiviteit.

    De reden om ze toch apart te behandelen is omdat er per item aansprekende voorbeelden van zijn (die Braeckman ook geeft). Elke docent weet dat wat je combineert met een aansprekelijke anekdote beter verankerd wordt (dat is ook de uiteindelijke oorzaak van die natuurlijke selectiviteit van de hersenen), en dat ook herhaling beter is om iets te verankeren (dat weet iedereen die zich een bepaalde techniek wil eigen maken, of het nou een taal is, of een gedicht, of een tak van sport of algebraïsche meetkunde).

    Als Rita nou eens meehielp door wat van dat heldere Tibetaanse zicht op valkuilen van het denken aan ons te vertellen, dan zou ze een nuttige bijdrage leveren. Maar uitgerekend dat komt er niet van, we krijgen alleen maar zedenpraken te horen in de trant van dat de wetenschap ook niet alles is.

  13. Variaties kunnen heel ver gaan. Wie in zijn jonge jaren Lionel Hampton aan het werk heeft gehoord op het thema “Stardust” van Hoagy Carmichael, weet nog dat hij aan het eind een zucht van verlichting slaakte, toen hij de weg terug vond. Ik vind het ook welletjes zo. Misschien heeft JWN nog wat.

  14. @ amateur

    Ik heb nog eens terug-gelezen, maar kan van jouw kant geen andere boodschap opmaken, dan dat wat (nog) niet verklaard is, door anderen nog wordt verklaard met mysterieuze ideeën en dat ze, naar jouw mening onterecht, wetenschap starheid verwijten. Het is echter heel goed mogelijk en denkbaar, dat wetenschappelijke kennis niet kan en zal uitkristalliseren tot een kennis, die deze zaken begrijpt. En dat er een andere weg zal moeten worden bewandeld. Dat is nu open-minded-ness, één die ook de alternatief denker moet hebben, als hij een stukje mystiek onttoverd ziet.
    Maar alleen een “wachet op de wetenschap” slaken is geen uitdaging aan anderen in een debat.
    TVDS

  15. Uiteindelijk gaat het er om of dingen gemeten kunnen worden. Zodra er subjectieve zaken mee gaan spelen hebben we niet meer met wetenschap te maken.

  16. Je kunt ervaringen beperken tot intens emotionele ervaringen en die emoties hebben zondermeer de neiging je zicht op de ervaring te vertroebelen. En ja, anekdotische ervaringen staan het meest bloot aan vervorming door het geheugen, dat lijkt me evident.

    Maar zo beperkt wil ik niet kijken naar ervaringen, maar goed het wordt hier dus niet getolereerd om het breder te trekken.

    >> “Als Rita nou eens meehielp door wat van dat heldere Tibetaanse zicht op valkuilen van het denken aan ons te vertellen, dan zou ze een nuttige bijdrage leveren. Maar uitgerekend dat komt er niet van, we krijgen alleen maar zedenpraken te horen in de trant van dat de wetenschap ook niet alles is.”<<

    Er is mij al van alles aangesmeerd, als zou ik mezelf als deskundige op het gebied van boeddhisme zien. Waar heb ik gezegd dat ik deskundige ben op het gebied van het boeddhisme??

    Dat heldere zicht moet ik nog gaan beleven, ben pas bij het 1e deel over de geschiedenis van het wetenschappelijk denken. Wat ik zei was slechts dat ik van dit boek meer verwacht te leren omtrent “kritisch denken” dan van de hier besproken cursus, juist omdát het ingaat op de werking van de geest. Maar ik heb het natuurlijk helemaal mis.

    Wat de schrijver beoogd met het boek, maar wat hier zondermeer wordt afgewezen (zonder enige kennis trouwens, maar dat is voor kritisch denken nou eenmaal niet nodig), is – “te helpen ons inzicht in de geest in balans te brengen” Hij zegt: “De wetenschap heeft diepgaand onderzoek gedaan naar de materiële aard van verschijnselen. Contemplatieven hebben de geest bestudeerd die de verschijnselen waarneemt en die het onderzoek uitvoert” Ergens bestaat er een tussengebied waar die twee zouden kunnen samenwerken en elkaar aanvullen om tot een meer omvattende visie te komen – dat is het doel van dit boek.

    Vragen die gesteld worden zijn : “Hoe weten we dingen? Hoe beslissen we dat iets waar is?”

    Wat ik voel als valkuil waarin men mij hier probeert te gooien is de valkuil van het “aannemen op gezag.” Maar goed, ik ga te diep op zaken in, dit blog was kennelijk slechts bedoeld als een vermakelijk verhaaltje voor het slapengaan…

  17. Het is echter heel goed mogelijk en denkbaar, dat … er een andere weg zal moeten worden bewandeld.

    Dit is weer het redeneren vanuit de toekomst. “Mischien zal in de toekomst blijken dat…”, “Wat ga jij zeggen als je na de dood …” , “Als de homeopathie morgen bewezen wordt, …” “Allerlei theorieën zijn in het verleden eerst afgewezen om daarna toch waar te blijken, wie zegt dat deze theorie niet ook … “.

    Een naam voor deze typische debatteertruc heb ik niet kunnen vinden. het lijkt wat op argumentum ad ignorantiam, namelijk een retorische truc om datgene wat onbekend is voor te stellen als een onweerlegbare ondersteuning van je bewering. Het is een wat gepolijstere vorm van ‘Wacht maar, ik krijg je nog wel!’

    In http://www.don-lindsay-archive.org/skeptic/arguments.html#future wordt het genoemd ‘Argument to the future’.
    Het heet Untestability fallacy in http://theautonomist.com/aaphp/permanent/fallacies.php
    Op http://evolutionwiki.org/wiki/Argument_to_the_Future wordt gesteld dat dit een populair argument is van pseudowetenschappers.
    De wereld gaat kennelijk vooruit: in de tijd van Aristoteles en in de middeleeuwen was deze manier van fout debatteren nog niet als aparte entiteit erkend.

  18. Waar heb ik gezegd dat ik deskundige ben op het gebied van het boeddhisme??

    Nergens, maar deze aantijging staat in elk geval niet in het citaat. Je hebt verklaard (1) dat je een bepaald boek las en (2) je hebt meteen verklaard “Wallace is zowel boeddhist als wetenschapper”, kennelijk als een soort aanbeveling voor een boek dat (3) “wetenschap [wil] verrijken met de inzichten die verfijnde meditatietechnieken uit het boeddhisme, … “.

    Ik heb vraagtekens gezet bij de bewering dat Wallace een serieuze natuurwetenschapper is, en het citaat dat Rita nu geeft vraagt of ze even wil uitleggen wat dit met het onderwerp te maken heeft.

    Ze grijpt terug op haar hoop op “een beter (meer allround) begrip geeft van bewustzijn, dan dit college ‘kritisch denken’”, maar weet het nog niet, want zover is ze nog niet in het boek. Maar kritisch denken heeft helemaal niets met bewustzijn te maken, althans niet meer dan met schaken, reizen, vogeltjes kijken, erwtensoep koken, tuinieren of telefoneren of nog tienduizend andere activiteiten. ‘Kritisch denken’ is een soort mentale hygiëne, het is niet allemaal erg hoogstaand, en kritisch denken verhoudt zich tot wetenschap als handenwassen tot hersenchirurgie. Zonder rigoureuze mentale hygiëne gebeuren er ongelukken, net zoals vieze handen en instrumenten bij operaties of zelfs gewone bevallingen desastreus kunnen zijn.

    De vergelijking is niet helemaal eerlijk, omdat in de serieuze wetenschap die mentale hygiëne op ruime schaal betracht wordt, net als in de professionele geneeskunde.

    Er is geen reden om te denken dat Tibetaans-boeddhistische opvattingen over wat bewustzijn is, ons een steek verder helpen bij deze mentale hygiëne. Misschien heb ik het fout, maar dan moet Rita maar eens wat concrete voorbeelden geven, in plaats van nu met het excuus te komen dat ze nog niet zover in het boek is.

    En Rita heeft de cursus van Braeckman in het geheel niet beluisterd en verwacht er na mijn uiteenzetting minder van dan van een boek waarvan ze nog niet eens weet wat er in staat, en waarin ze zelfs niet even vooruit kan bladeren om zo een antwoord op een alleszins redelijke vraag te geven, namelijk ‘wat dit te maken met het onderwerrp?’

  19. Ik had kennelijk teveel verwachtingen van een blog met in de titel “kritisch denken” ik had het “voor beginners” over het hoofd gezien.

  20. Rita,

    laat je vooral niet ontmoedigen.
    Van Jan Nienhuys is het blijkbaar ook een speciale tacktiek om de psychologie van een ander te menen kunnen verwoorden: ‘dit en dat wil Rita en als ik zus en zo zou reageren zou Rita dit en dat doen.’
    Rita, Kritisch denken, dat is wetenschappelijk. (ps. skepsis.) (Ikzelf vind het Boeddhisme wat levensbeschouwing aangaat meer rationeel dan elke andere religie (geen geloof in een persoonlijke God bv.)
    Als je iets van bewustzijn wilt weten, koop je toch het boek ‘wij zijn ons brein’ van Swaab. Dat is wetenschappelijk..

    Renate: ‘Uiteindelijk gaat het erom of dingen gemeten kunnen worden.’ Wat een opgewekt vertrouwen in de wetenschap, wat niet gemeten kan worden bestaat niet, valt dus als conclusie. Als de astronomie er morgen achterkomt dat er een volkomen onbekend sterrenstelsel bestaat, krijgt het een naam, en een plek in de kosmologie, het bestaan van iets hangt af van het feit of men het wel of niet kan achterhalen. Klopt dat?

  21. @JWN

    Ik begrijp, dat je je gerede twijfels uit bij het gebruik van deze zinsnede, maar ik heb dit niet manipulerend of als truc bedoeld. Het donkerbruine vermoeden (van mijn, en veler kant) is er nu al, of er niet langs andere wegen moet worden gegaan. En er zijn al, sinds mensenheugenis, andere wegen bewandeld. Die zijn natuurlijk op hun beurt weer te betwijfelen. Voor de reguliere wetenschap is het nog lang geen tijd, is me duidelijk.
    Wat ik bijv. jammer vind, is dat de parapsychologie ook de weg van de reguliere wetenschap kiest en daar min of meer schipbreuk lijdt: hun onderzoeksresultaten zijn marginaal en kritiek/skepsis wordt hun niet bespaard.
    Ik vind, dat zij zo’n andere weg (weer) moeten gaan en een richting van gamma-wetenschap moeten kiezen (theologie, paranormaal bronnen-onderzoek, antropologie).
    Maar hun budgetten zijn klein, en dus geld- en personeelsgebrek. Daarom is een andere weg muziek voor de toekomst of voor nooit. Mag het publiek het thuis uitpuzzelen.

    TVDS

  22. JWN (nog een teruglezend)

    Legt wetenschap (het “iedereen mag weten, dat ons werk nog niet af is”, van prof. ’t Hooft in zijn Skepsis-rede) op haar beurt niet een pittige claim op het wereld-verklaren? Met recht, vanuit haar professionele werkwijze, kun je zeggen. Maar het houdt ook een wachten in. Op een bus, die niet op de dienstregeling staat.

    Over dromen optekenen: de engelse Ir. Dunne heeft dat braaf gedaan in de 20e eeuw en kwam vandaar tot de conclusie, dat voorspellende elementen in een droom heel normaal zijn, even normaal als herinneringen. Echter laat het tegenwoordige skeptische denken hem met zijn conclusie voor wat hij is.

    TVDS

  23. parapsychologie ook de weg van de reguliere wetenschap kiest en daar min of meer schipbreuk lijdt: hun onderzoeksresultaten zijn marginaal en kritiek/skepsis wordt hun niet bespaard.

    Dat is de normale gang van zaken in de natuurwetenschap, dat men kritiek heeft op elkaar. Wie dat niet aanstaat moet inderdaad maar iets anders gaan doen.

    Nu even iets luchtigs: de bestuurder van een universiteit beklaagde zich dat de faculteit natuurkunde zo duur was, met al hun grote machines. Ja, zei de decaan van de wiskundefaculteit: wij zijn veel goedkoper, wij hebben alleen maar een hele hoop papier en potloden nodig plus een hele grote prullenbak.
    En wij dan, riep de decaan van filosofie: wij hebben geen eens een prullenbak nodig!

  24. @ JWN.

    ‘En wij hebben geen eens een prullenbak nodig’

    dat is toch ook een behoorlijk vooroordeel naar de filosofie. Wat is het eigenlijk jammer, want een goede filosoof zit zeer dicht bij de realiteit, en zou, indien goed, aansluiten bij de wetenschap. Waarom onderschat u de filosofie zo? Ook bij velerlei levensvragen kan de filosofie helpen, en bij de vage vragen, waar niet meteen zomaar een wetenschap een antwoord op heeft. (Levenszin o.a.) Het is jammer, want je moet wel concluderen dat skepsis en filosofie – als andere takken – verschillende werelden zijn, en blijkbaar willen zijn. Wetenschap is als je het heel fijn betracht, zelf een filosofie op het leven – had Einstein zelf daar niet mooie beknopte zinnen bij? Ook wetenschappers beschouwen al het bestaande teneinde als een verheven mysterie.

  25. Ja het is ook een onaardig grapje voor de filosofen. En misschien ook wel voor de wiskundigen, althans als een fysicus het vertelt. Maar het drukt ook uit dat in de natuurwetenschappen (waar ik de wiskunde dan ook maar bij reken) de onderzoekers vaak tegen onoplosbare problemen aanlopen, en ook vaak op doodlopende wegen terechtkomen, en die bij het ontmoeten van een tegenspraak of iets dat niet klopt met de waarnemingen eigenlijk geen andere keus hebben dan de zaak in de prullenbak gooien.Dat komt omdat er absolute criteria voor waarheid zijn (interne: vrijheid van tegenspraak) en externe (kloppen met waarnemingen). Er zijn nog meer criteria, namelijk relevantie, en daar hebben de vakgenoten nog veel over te zeggen. En het spijt me dat de filosofie nooit de indruk heeft weten te wekken met dergelijke absolute criteria rekening te hoeven houden. Misschien kun je een concreet voorbeeld geven waaruit blijkt dat mijn indruk onjuist is.

  26. @Theo
    ‘wij zijn ons brein’ van Swaab. Dat is wetenschappelijk..’

    De wetenschap vindt het misschien wetenschappelijk, maar het is wel van de slechte soort:

    Met ‘wij zijn ons brein’ debiteert Swaab. in technische termen. een zogeheten ‘mereological fallacy’.

    ‘Mereologie’ is een filosofisch vakgebied dat over de relatie tussen het geheel en de delen gaat. ‘Fallacy’ wordt aldus gedefinieerd: ‘1. A false notion, 2. A statement or an argument based on a false or invalid inference, 3. Incorrectness of reasoning or belief; erroneousness, 4. The quality of being deceptive.’

    ‘Mereological fallacy’ kan omschreven worden als een drogredenering waarin een kenmerk of een kwaliteit die aan een geheel toekomt, wordt toegeschreven aan een van de delen ervan.

    Bron: http://www.vkblog.nl/bericht/321329/Dick_Swaab_pleegt_opnieuw_filosofisch_bedrog_en_komt_er_mee_weg_alsof_hij_echte_wetenschap_bedrijft

  27. @ JWN

    Ik kan het grapje wel plaatsen. Ikzelf hou niet erg van de filosofie, vind haar enorm verduisterend. Zoveel filosofieën als filosofen, lijkt het wel. Sommige zijn echt niet-te-vreten, zo zwaarmoedig of droog of zelfs fout in mijn beleving.
    Ook in de parapsychologie in nederland is er een aantal medewerkers, die vaste grond zoekt in een filosofische fundering voor de para-psychologie. Nog meer boeken, nog meer stof, nog meer interessante lezingen en ego’s. Terwijl het zou moeten gaan om een fris begrip van wat een mens kan overkomen op mentaal en fysiek gebied.

    Dan heeft de exacte wetenschapper een aantrekkelijker, extraverter, en ongecompliceerder wereld-beeld met een actief participerende plaats voor de onderzoeker zelf. Zijn in het algemeen ook opgeruimdere mensen.

    TVDS

  28. @Theo,
    “Wat een opgewekt vertrouwen in de wetenschap, wat niet gemeten kan worden bestaat niet, valt dus als conclusie.”

    Redeneerfout, wel bekend! De juiste conclusie is: wat niet bestaat, kan niet gemeten worden. Voorbeeld voor gelovigen: Als het regent zijn er wolken, onjuiste conclusie: als het niet regent, zijn er geen wolken, juiste conclusie: als er geen wolken zijn, regent het niet. In bovenstaand geval: als iets niet gemeten kan worden, zijn er twee mogelijkheden: het bestaat of het bestaat niet.
    Voor de amateur(= liefhebber): irrationale getallen werden vroeger wel: onmeetbare getallen genoemd.

  29. @Rita

    Ik heb het bericht even bekeken. Is te vergelijken met: vroeger werd het hart allerlei kwaliteiten toebedacht, maar tegenwoordig, vinden artsen, moeten we toch wel inzien, dat het hart een gewone pomp is. En nu: wordt het brein als een soort mensje in de mens besproken en doet dit, ziet dat, voelt dit. Het is ook nuchter om maar te stellen dat het brein gewoon een neurale processor is. Zodat je in staat bent om tijdens een diner gewoon te spreken, te eten. Of je in staat bent om met je ogen te knipperen, als ergens het licht te fel is, etc. En….om een bepaalde situatie bewust mee te kunnen maken….want als die processor deels uitvalt, blokkeert dat ook. Daar wordt brein-wetenschap niet minder uitdagend van: al die bedrading, alles zit ingenieus in elkaar; hoe angst-toestand wordt “geprocessed”, of juist onderdrukt, hoe pijn wordt “geprocessed”, waarnemen , spreken etc. Kortom hoe het brein zijn werk doet in de fysieke wereld en we in staat zijn daarin te leven.
    Het “wij zijn ons brein” kun je ook zo lezen: zoals wij geworden zijn, zo heeft ook ons brein zich ontwikkeld.

    TVDS

  30. TVDS

    ‘het hart een gewone pomp’ Toch kun je pijnsteken voelen als je jezelf druk maakt, in stress verkeert, dan gaat het hart sneller kloppen als je nerveus bent, dan ga je sneller ademhalen, dan breekt je het zweet uit. Klopt het wat u beweert?

  31. Verder over het wetenschappelijk gehalte van Swaab:

    In dit stuk: Studium Generale: Het Brein van Swaab is Geestig http://tinyurl.com/3l74nox staat:

    “Bij de vragenronde was er uiteraard iemand die vroeg ‘hoe het zit met het brein en het bewustzijn’. En Swaab was een oppassend wetenschapper toen hij antwoorde: hoe de hersenen het bewustzijn voortbrengen is een raadsel voor hersenwetenschappers. Verwacht van mij niet dat ik dit probleem in twee minuten kan bespreken.- De waarheid is dat Swaab, desgevraagd, niet weet dat wij ons brein zijn, maar dat hij vermoedt dat dit zo is. Jammer, dat een uitstekend populair wetenschappelijk boek dan als titel een bewering draagt die wordt gepresenteert als feit.”

  32. We zijn weer, ik moet het toegeven, handig bezig om het onderwerp onder te sneeuwen. Het gaat hier niet over wetenschappers, maar over pseudo-wetenschappers, mensen die niet kritisch kunnen of willen denken. Ik zou Rita, Theo en wie nog meer, willen adviseren zelf een blog te starten, om te kunnen prijsschieten op wetenschappers.

  33. @ Theo
    Dat verandert niets aan het feit dat het hart gewoon een pomp is. Het hart maakt wel deel uit van ons lichaam en wordt dus uiteindelijk gestuurd door ons centraal zenuwstelsel. Dat verandert niets aan het mechanisme. Een computergestuurde pomp blijft nog steeds een pomp, ook als deze pomp informatie terugstuurt naar de computer.

  34. @ amateur

    Precies wat ik dacht – zeg niks verkeerds over ‘wetenschappers’ want daar kunnen ‘sceptici’ niet tegen…

    Waar schaar je Swaab onder? Wetenschapper of pseudo-wetenschapper. Want het kritisch gehalte van zijn denken is dus duidelijk discutabel..

  35. @ Renate,

    natuurlijk is het hart een pomp, maar wat ik – heel beknopt – wilde zeggen is dat lichaam en geest op elkaar inwerken. Het hart reageert bv. ook op emoties. Wat wil dat zeggen? Geen idee, maar sommige mensen die van een ander een orgaan ontvangen, beweren iets te ervaren van diens ‘geest’. (Allemaal pseudo, helemaal eens met amateur, maar toch.)

  36. @ Theo
    Natuurlijk reageert het hart op emoties, evenals andere organen. Als ik zenuwachtig ben, krijg ik pijn in m’n buik. Dat heeft mijns inziens te maken met het feit dat het een en ander in verbinding staat met het centraalzenuwstelsel en dus met de hersenen. Als daar dus iets gebeurt, kan zich dat vertalen naar een gevoel in een orgaan.

  37. JWN stelt bondig: “Kritisch denken, de beheersing van onze natuurlijke neiging om te geloven, is iets dat harde training vereist.”

    Dat vat de hele discussie hierboven mooi samen. Niet-kritisch denken is namelijk veel makkelijker omdat er nauwelijks enige trainingsarbeid voor nodig is. Je kunt gewoon op je gevoel of persoonlijke ervaring afgaan en lekker wegdromen. Let wel: er is niemand die hier enig bezwaar tegen heeft en het is waarschijnlijk nog gezond ook. Maar ga het aub niet als een toetsbare waarheid zien of erger nog, deze als zodanig breder verkondigen. Voor dat soort met veel poeha gebrachte bijzondere claims (vaak ook nog met enig gevolg tot gevolg) is de Stichting Skepsis niets meer of minder dan het hoogstnoodzakelijke kritische tegengeluid. Het biedt (na vaak noeste denkarbeid) een nuchter alternatief voor deze doorgeschoten en oncontroleerbare claims.

    Geen wonder dus dat sommigen alhier nogal kregelig reageren zodra er met wat kritische denkarbeid aan hun zo moeiteloos gemetselde geloofsfundament geknabbeld wordt. Ontnuchtering is dan ook geen prettige ervaring. Als de gammele fundering, na het lezen van de heldere samenvatting van een aantal kritische denkregels, dan toch niet zo stevig blijkt te zijn als men gedacht had, tsja, dan gaan we toch wat geestelijk wiebelen op dat afbrokkelende voetstuk waarop men zichzelf gehesen heeft. Of men doet gewoon de ogen dicht en stopt de vingers in de oren om dan maar helemaal zonder voetstuk verder te zweven. Waar heb je zo’n lastig grondanker immers voor nodig, het beperkt je toch alleen maar je mentale bewegingsvrijheid?

    De mate van kritisch denken, als beheersing van onze natuurlijke neiging om te geloven, is dus een persoonlijke keuze. Het is echter een onterechte angst dat kritisch denken tot een volmaakt geestelijk keurslijf zal leiden waaruit geen geloof meer kan ontsnappen. Er blijft altijd wat te geloven over en eenieder is vrij om de kritische denkinspanningsgrens te trekken waar hij/zij dat wil. Maar als je dan niet bereid bent om de vereiste inspanning voor (zelf)kritisch te denken te leveren, dat vind ik dat best enige bescheidenheid betracht mag worden bij het bekritiseren van mensen die deze noeste denkarbeid (vaak na jaren van wetenschappelijke studie) wel kunnen opbrengen en deze kennis dan ook nog eens op dit blog bijzonder helder aan ons uitdragen.

  38. Wat een gezeur, om te vallen over een pakkende bondige titel, die gevolgd wordt door ongeveer 450 pagina’s toelichting, met al in het begin van hoofdstuk 1 een citaat van Hippocrates waarin ongeveer hetzelfde staat, gevolgd door een regel of zes toelichting. Ik constateer dat de discussie ontaardt in dingen die weinig te maken hebben met het onderwerp. Ik vind de bijdrage van Agno een mooie uitsmijter. Schluss!

Reacties zijn gesloten.