Skip to main content

Helderziendheid bekeken (gratis boek)

Het meest omvangrijke onderzoek naar paragnosten werd uitgevoerd door dr. H.G. Boerenkamp, die verbonden was aan de vakgroep Parapsychologie van de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij schreef er niet alleen een dissertatie over, maar ook een verhandeling voor het grote publiek, waarin hij de resultaten in een bredere context plaatst. Een nieuwe digitale versie van dit boek (aangevuld met een samenvatting van het proefschrift) is nu beschikbaar op de website van Skepsis:

HELDERZIENDHEID BEKEKEN
(bezoek de download-pagina)

Twaalf paragnosten die in de jaren 1980 tot de besten van Nederland werden gerekend, namen aan het onderzoek deel. Ze hoefden zich niet te onderwerpen aan proeven waarmee ze geen ervaring hadden, maar mochten helderziende uitspraken doen over echte personen. In totaal werden er circa 150 consulten op geluidsband vastgelegd, die nauwkeurig werden geanalyseerd.

Het onderzoek maakte duidelijk dat er geen reden was om aan te nemen dat de paragnosten helderziende ervaringen konden oproepen. Daarmee was echter niet alles gezegd. Boerenkamp behandelt in zijn boek verschillende vragen die vooral op psychologisch terrein liggen. Enkele daarvan zijn:

  • Welke kenmerken heeft een spontane helderziende ervaring?
  • Wat kan ertoe leiden dat men een ervaring helderziend noemt?
  • Hoe raken mensen ervan overtuigd dat ze een helderziende gave hebben?
  • Wat doen paragnosten tijdens een consult?
  • Hoe raken cliënten onder de indruk van de uitspraken van een paragnost?

Het onderzoek van Boerenkamp is weer actueler dan ooit. Uit een recent opinieonderzoek bleek dat 55 procent van de ondervraagden wel een paragnost zou willen raadplegen wanneer een familielid wordt vermist. De concrete aanleiding om het boek opnieuw uit te brengen was de tv-serie Op zoek naar het Zesde Zintuig. Boerenkamp vond dit programma misleidend en ethisch onverantwoord. Hij had niet verwacht dat een publieke omroep zoiets zou uitzenden. Gelukkig heeft de KRO inmiddels besloten om er niet mee door te gaan, ondanks de goede kijkcijfers. Het programma gaat nu naar RTL4, die ook al een spiritistisch medium en een babyfluisteraar in huis heeft.

Wie zijn of haar kennis van het paranormale aan de tv ontleent, zal moeite hebben om niet te gaan geloven dat de wonderen voor het opscheppen liggen. De universitaire vakgroep Parapsychologie is niet meer in staat om dit beeld te nuanceren, want deze vakgroep is al in 1988 wegens bezuinigingen opgeheven. Gelukkig hebben we het boek nog en bestaat er ook nog een stichting die zich ten doel stelt wetenschappelijk verantwoorde informatie te verstrekken over buitengewone beweringen.

Dit artikel delen:Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page

96 gedachten over “Helderziendheid bekeken (gratis boek)

  1. @ H.M. Franssen
    U kunt het wel onderzoeken door alle voorspellingen die paranormaal zouden kunnen zijn, van tevoren op te schrijven. Daarbij moet u ook van tevoren beslissen wat er nodig is om later tot de conclusie te komen dat de voorspelling is uitgekomen. Als u dat geruime tijd doet, dan kunt u veel beter beoordelen in hoeverre er echte paranormale factoren in het spel zouden kunnen zijn.

    Meestal blijkt het toch tegen te vallen als je alles op een rijtje ziet en niet pas achteraf beslist wat bijzonder is.

    Wanneer het gaat om voorspellingen die betrekking hebben op dingen buiten de huiselijke kring waarop u zelf geen invloed kunt hebben (bijvoorbeeld rampen), dan kan de voorspelling van tevoren elders worden gedeponeerd, bijvoorbeeld bij de voorspellingenbank van het Parapsychologisch Instituut of bij Skepsis. De voorspellingbank bestaat al vele jaren, maar ik heb nog niet gehoord dat er opmerkelijk veel treffers werden gescoord.

  2. @ H.M. Franssen

    De praktische suggestie van Nanninga hierboven geeft uiteraard ook een benadering. Het gaat er dan eigenlijk om een soort persoonlijke ‘gesloten verzameling’ op te bouwen en te kijken hoe de verhouding is van zaken die wel uitkomen en niet uitkomen. De psychologie kan er dan in principe verder (deels) buiten blijven. Het wordt dan bij wijze van spreken gewoon tellen. (Nou ja gewoon, daar zitten ook nog grote problemen aan vast, en het kan daarom hooguit een invloed hebben op uw eigen taxaties. Hoewel, inderdaad één gedeponeerde, enorm specifieke voorspelling in het wereldgebeuren, triviaal of niet, zou de hele wereld op zijn kop zetten!) (Als u gaat vertellen dat uw vrouw zich nooit vergist in dit opzicht, dan strookt dat in elk geval niet met de algemene bevindingen.)

    Maar ik denk dat u evenmin van plan bent de ervaringen op die manier eens systematisch op een rij te zetten als op de manier die in het boek gesuggereerd wordt. Het is in beide gevallen namelijk ook een hoop serieus werk. (En de idee was ook niet om het hele verhaal werkelijk hier neer te zetten, maar hooguit de bevindingen van en inzichten bij het uitwerken van de procedure. Alleen al de vraag in hoeverre dat ook lukt bij uitsluitend triviale ervaringen lijkt interessant. Want zoals gesteld: bij het doorlopen van de procedure komen er niet zelden toch over het hoofd geziene zaken naar voren. Dat hoeft niet per se in de probleemsfeer te zijn, zoals u nu lijkt te veronderstellen. (Bij de mensen die zich meldden op het Parapsychologisch Laboratorium was dat vaak wel zo, maar dat kan juist met het zich daar aanmelden te maken gehad hebben.) In mijn terminologie zou de ervaring van het ‘feestje Hans’ bijvoorbeeld ‘de meest opmerkelijke ervaring’ kunnen zijn of de ‘laatste’. En die dan systematisch in de levensschets plaatsen, dat dan weer wel. En kan uw vrouw zich ook de ‘eerste’ herinneren, enzovoort. Kortom, gewoon de hele procedure, ook bij triviale ervaringen.)

    En ik zeg daarbij onmiddellijk, dat als het altijd alleen maar om trivialiteiten gaat, er voor jezelf verder ook niet al te veel reden is voor behoorlijk wat werk. Het maar verder gewoon gezellig houden, is dan zeker niet de slechtste optie. Mij hoor je dan verder ook niet. (De opmerking: “Mijn vrouw is een spirituele persoonlijkheid tegen wil en dank. Zelf wordt ze af en toe horendol van dingen die ze voorvoelt”, stelt me echter ook weer niet helemaal gerust.)

    Maar u deed hier toch wat meer: u reageerde op het boek en u verhief uw persoonlijke ervaringen met een ander tot een algemene maatstaf in uw eerste reactie. U lichtte een onderdeel uit het hele verhaal, en stelt nu een half heuglijk punt 1 en een wat minder heuglijk punt 2. (Telepathie en ‘kijkjes in de toekomst’ zijn volgens mijn definitie overigens hetzelfde: eventueel weten wat je niet via waarnemen, je herinneren of redeneren kunt weten, zie het eerste hoofdstuk van het boek.)

    Over halfheuglijk punt 1 valt eerst te zeggen dat u het paragnostenonderzoek wat serieuzer zou kunnen nemen, door daar niet alleen de niet-systematische eigen ervaringen tegenover te stellen, als gelijkwaardig. (De spreiding in de kwaliteit van ‘zieners’ bleek juist helemaal nihil; het risico-nemend gedrag en wie weet bij ‘optredens’ de zogenoemde warm- en coldreading capaciteit kent wel spreiding.) Wel met 10 verschillende paragnosten ervaring. Daar spreekt eventueel wel een ‘onderzoekende’ houding uit. En overigens waarom deed u dat: omdat uw vrouw vaak ervaringen heeft of uit eigen interesse of waarom? (Uw afsluitende vraag aan mij past daar wel bij: vele ongerijmdheden heb ik in het leven wel gezien, en sommige met grote regelmaat, maar inderdaad niet op dit vlak.)

    Heuglijk bij punt 1 is wel dat uw vrouw een sensitieve is die (mogelijk mede door factoren in de omgeving, laten we zeggen eventueel ook door uw sceptische en zakelijke instelling en nog een heleboel factoren) niet de stap gezet heeft zich als paragnost te gaan gedragen. (Zoals aangegeven feitelijk een mooi punt van verder onderzoek: bij puur triviale ervaringen en laten we zeggen een zakelijke echtgenoot met invloed gebeurt het mogelijk niet zo gauw dat men de stap van sensitieve naar paragnost zet.)

    Geen feiten dus, maar punten van verder onderzoek, ondanks uw onheuglijke punt 2. Bepaalde vormen van onderzoek zijn natuurlijk wel degelijk mogelijk. En er is door ons bijvoorbeeld nooit gezocht naar het bewijs van welk tegendeel dan ook. Dat had u op zijn minst ook wel kunnen lezen, zo niet in het boek, dan wel alsnog in de paar toelichtende posts hierboven.

    De conclusie moet nu mijns inziens dan ook zijn: u moet zelf eerst verder onderzoeken, en dat kost echt werk, linksom (de suggestie van Nanninga volgen) of rechtsom (de meer psychologische analyse van het boek volgen) om er verder over te kunnen spreken. Maar nog steeds bekruipt me het idee dat u het boek niet echt helemaal gelezen of begrepen hebt, en dat is ook best lastig met een boek op internet, of het komt toch door het boek zelf, want echt heel simpel blijkt het juist voor mensen met ervaringen van henzelf of mensen in hun omgeving nou ook weer niet. Maar daar kan ik verder ook weinig meer aan doen dan hier nog verder commentaar geven.

  3. @H.G. Boerenkamp en Rob Nanninga

    Onderzoek heeft reeds plaatsgevonden omdat ik weet hoe vaak mijn vrouw en haar vader (die in Adelaide/Australie woont) elkaar exact op hetzelfde moment wilden bellen (dus: één van de 2 belt en de ander heeft de telefoon al in de hand waardoor er een vreemde situatie ontstaat). Als dat één keer voorkomt (zoals bij mij, hoewel dat wel met mijn vrouw was) is dat toeval. Als je elkaar elke dag belt wordt de raakkans natuurlijk groter. Maar gesprekken over die afstand waren in het verleden nogal duur dus werd er per jaar hoogstens een keer of 10 gebeld. Van minimaal 5 gevallen weet ik dat ze exact tegelijk de telefoon opnamen. Aangenomen dat er zo’n 21 * 10 * 2 = 420 gesprekken hebben plaatsgevonden in de afgelopen 21 jaar zegt mijn gevoel voor logica dat er iets bijzonders aan de hand is. Dat hoef ik niet eens uit te rekenen.

    Dat er bij het onderzoek meestal geen onderscheid wordt gemaakt tussen telepatie en precognitie vind ik overigens teleurstellend. Als ervaringsdeskundige op paranormaal gebied maak ik wél dat onderscheid omdat precognitie vele malen interessanter is dan telepatie.

  4. @Franssen,

    “Als ervaringsdeskundige op paranormaal gebied maak ik wél dat onderscheid omdat precognitie vele malen interessanter is dan telepathie.”

    Dat is inderdaad een goed onderscheid. Vaak wordt precognitie (‘het van te voren kunnen weten’) verward met telepathie (‘beïnvloeden van elkaars weten over grote afstand’). Het van tevoren kunnen weten is namelijk vaak goed verklaarbaar. Ik had vroeger een oom die in Nieuw Zeeland woonde en het bellen was inderdaad kostbaar. Dat deden mijn ouders/grootouders daarom niet vaak, maar wel regelmatig (even een subroutine: mijn eerste elektronicaproject was overigens een gratis modem waarmee ik berichten naar Australië kon zenden; 3 keer over laten gaan was een ‘1’. Niet zo’n hoge baudrate, maar het was wel helemaal gratis! /end sub).

    Als bellen duur is, dan doe je dat inderdaad zeg voor het gemak even 12 keer per jaar. Er vindt vervolgens een natuurlijk spreiding tussen de maanden plaats en de gesprekken zullen met een hele kleine standaarddeviatie rond een bepaalde dag van de maand plaatsvinden (het is een beetje zoals soldaten zich in “rotten van vier” schikken. Iedereen staat uiteindelijk op een vaste afstand van elkaar). De kans dat twee familieleden in Australië en in Nederland dan tegelijk denken, “het is alweer een tijdje geleden” of sterker nog, “het is volgens mij weer tijd om te bellen” wordt daarmee erg groot. Voeg daaraan toe dat je de successen onthoudt en de missers vergeet en de precognitie van uw vrouw is wellicht toch minder onwaarschijnlijk dan hij lijkt (en 5 ‘tegelijk’ op 420 gesprekken is slechts 1,2%, da’s niet echt hoog, zeker als je vaak rond een bepaald tijdstip belt nodig voor het overbruggen van de tijdszones).

  5. @ H.M. Franssen (en Agno)

    U zegt: “Dat er bij het onderzoek meestal geen onderscheid wordt gemaakt tussen telepathie en precognitie vind ik overigens teleurstellend. Als ervaringsdeskundige op paranormaal gebied maak ik wél dat onderscheid omdat precognitie vele malen interessanter is dan telepathie.”

    Er is ook niets op tegen om ervaringen in die zin wél verschillend te benoemen. (Dat sluit zelfs ook meer aan bij het ingeburgerde spraakgebruik). Maar feitelijk kan men precognitie ook gewoon zien als vallend onder de algemene definitie van de spontane helderziende ervaring zoals gegeven: de gebeurtenis waarop de beleving slaat heeft in dat geval alleen in de toekomst plaats en niet op hetzelfde moment of in het verleden.

    Bij elke goede analyse komt dat aspect van de tijdsrelatie tussen beleving en gebeurtenis overigens vervolgens ook weer naar voren, en wat mij betreft noem je het dan bijvoorbeeld alsnog weer precognitie en retrocognitie. Maar nodig is dat niet.

    In termen van ‘informatie’ doet het er in eerste instantie namelijk niet toe, tenzij zou zijn gebleken dat er verschillende processen bij betrokken zouden zijn. En daar zijn geen aanwijzingen voor. Op pagina 16 en 17 van het boek staat dit wat verder toegelicht, ook de problematische relatie tussen de begrippen ‘telepathie’ en ‘helderziendheid’.

    Vooralsnog acht ik het verstandiger van één overkoepelende term uit te gaan en die heb ik ‘helderziende ervaring’ genoemd. De ‘kwalitatieve’ verschillen die de verschillende ervaringen voor de betrokkene kunnen hebben gaan daarmee echt niet verloren.
    Die worden alleen in één kader geplaatst. (In het kader van het weten op een andere manier dan we weten dat we kunnen weten, om dat nog maar eens te herhalen.)

  6. @Agno

    1,2% lijkt niet veel, maar je mag niet zo rekenen. Stel dat je binnen 5 seconden moet opnemen, het tijdraam 4 uur is en de periode waarbinnen zou kunnen worden gebeld 1 week. Dat betekent dat er (7 x 4 * 3600) / 5 mogelijkheden zijn om te bellen. Dus is er een kans van 1 op 20160 om één keer tegelijk de telefoon op te nemen. Bij 2 keer is de kans nog maar 1 op 406425600, en het ging om 5 keer. Als deze berekening niet klopt (wat zou kunnen 😉 ) dan hoor ik het graag.

  7. @Franssen,

    Kijk uit met rekenvoorbeelden! Jan Willem zit daar als een havik bovenop en heeft er griezelig veel verstand van…;-)

    Toch een poging:
    Het aantal keuzeseconden in het tijdsraam wordt drastisch lager omdat de mens een gewoontedier is met een agenda:
    1. het tijdsverschil met Nederland. Meestal bel je zo rond 7 a 8 uur ’s avonds naar vader, dus in NL is het dan ’s ochtends vroeg (10 uur verschil in de winter, 8 uur in de zomer aannemende dat hij in Melbourne, Canberra of Sydney woont). Ik denk daarom dat echtgenote niet ’s avonds vanuit NL naar vader belde, maar dit overdag deed (i.e. avond in Australië zodat vader op tijd naar bed kon)
    2. de neiging om op een vast tijdstip te bellen. Bijv. op een heel uur of net na het nieuws (of Gooische Vrouwen ;-)).
    3. de neiging om op een vaste dag te bellen (want Opa heeft namelijk altijd zijn bridge-avond op donderdag en woensdag zit echtgenote in NL ook op de bridgeclub. Jaja, de liefde voor bridge is van vader op dochter overgegaan :-)).

    Laten we daarom eens uitgaan van een tijdsraam van 2 uren met elk een variatie van zeg 5 minuten rondom het hele/halve uur en dat dit op maximaal 2 verschillende dagen in 1 bepaalde week in de maand plaatsvindt.

    Dan wordt het: (2d * 2u * 5*60s) / 5 = 240 keuzeseconden. Dat komt al veel dichter in de buurt bij de ervaring. Gezien het gewoontedier karakter van de mens, zijn regelmatige agenda, de vaste TV uitzendingen en dezelfde factoren in het leven van vader, durf ik ook te betwijfelen of de kansen van opeenvolgende belmomenten wel zo onafhankelijk zijn. Het kan best zijn dat de eerste kans meteen de “gewoonte” bepaald heeft en dan mag je ze niet zomaar vermenigvuldigen (volgens mij is dat met bayesiaanse kansrekening op te lossen. P(a|b) = de kans op a gegeven de kans op b).

  8. P.S.
    1 ‘Keuzeseconden’ moet natuurlijk ‘keuzemomentjes’ zijn!
    2 Het keuzemoment om elkaar gelijtijdig te bellen is denk ik veel langer. Hoe korter die tijdspanne namelijk is, hoe groter de kans dat je in gesprek krijgt omdat je beide met de hoorn in de hand staat. Ik denk dat een ‘succes’ daarom meer in de trant ligt van ‘goh da’s toevallig zeg, ik wilde je net bellen!”. De momentjes kunnen we dus ook op 10 sec of meer zetten hetgeen de kans op een ‘hit’ opnieuw verdubbelt.

  9. Ik vind dat Agno goed beredeneert waarom de berekening van Franssen niet klopt (dit wordt toch geen mutual admiration society?). Franssen maakt impliciet de aanname dat de beslissing om te bellen gemodelleerd wordt door volgens het toeval een der beschikbare 20.160 vijfsecondenperioden uit te kiezen, waarbij de term ‘toeval’ betekent dat al die 20.160 periodes ongeveer dezelfde kans hadden. Of het nou zo gegaan is als Agno schetst is onbekend, maar Franssen doet de sterke bewering en die moet maar uitleggen hoe hij aan die verbazend uniforme kansverdeling komt.

    Dan is er nog de mogelijkheid van een herinneringsillusie. Opvallende gebeurtenissen worden in de herinnering vaak na verloop van tijd nog opvallender en ook schematischer. Om dat soort illusies te voorkomen, legt men waarnemingen schriftelijk vast. Men zou bijvoorbeeld een dagboek kunnen bijhouden, waar men bijzonderheden noteert meteen nadat ze zich hebben voorgedaan.

    Iets wat nog niet vermeld is, en wat kan bijdragen tot ‘vaste routine’ is het feit dat op bepaalde tijdstippen een goedkoper tarief ingaat. Men belt dan spoedig na het omschakeltijdstip.

  10. Natuurlijk is het lastig uit te rekenen maar laten we een mogelijk zeer lange discussie verkorten, door aan te nemen dat de kans dat je elkaar precies treft telkens 1 op 50 is. Ik neem aan dat iedereen het erover eens zal zijn dat dit aan de zuinige kant is. De kans dat dit 5 keer gebeurt is dan 1 op 312.500.000. Wat mij sterkt in de overtuiging dat dit bijzonder is: in dezelfde periode is dit mij slechts één keer overkomen. Met mijn vrouw.

  11. @Franssen,

    “Wat mij sterkt in de overtuiging dat dit bijzonder is: in dezelfde periode is dit mij slechts één keer overkomen. Met mijn vrouw.”

    Uw redenatie versterkt mijn vermoeden alleen maar. Met volstrekt willekeurige mensen gebeurt u dit kennelijk niet en dat klopt dus met de kansverwachting, maar het gaat hier om uw echtgenote(!). Uw levens zijn op elkaar afgestemd, u doet dingen samen, maakt afspraken, weet waar de ander is en kent elkander door en door. Bovendien dicht u uw vrouw precognitieve vaardigheden toe, dus u gaat er vervolgens beter op letten. Het gevaar van selectieve perceptie ligt dan op de loer. Successen worden uitvergroot en missers worden genegeerd.

    De kans op een “betekenisvolle synchroniciteit’ met een bekende waarmee je samenleeft is daarom vele malen groter dan met een volslagen onbekende. Zelfs als een bijv. een oud klasgenootje van 30 jaar geleden plotseling belt en je zat net aan hem of haar te denken, dan is er een wederzijdse beïnvloeding. Sterke gevoelens van “Sehnsucht” schijnen namelijk zo rond de 45 jaar de kop op te steken.

  12. @Agno

    Het is hilarisch om te zien dat een exacte berekening weerlegd wordt met bijzonder vage punten. Probeer eerst eens te bewijzen dat de kans nóg kleiner is dan 1 op 50, zou ik zeggen! Dit doet me denken aan een paragnost, die met veel vaagheid probeert tussen de schaarse correcte waarnemingen dóór niet al te vaak af te gaan.

    Overigens gaan bijzonder weinig van de beperkingen die hierboven zijn geopperd in ons geval op.

  13. Excuus, het moet natuurlijk zijn: probeer eerst eens te bewijzen dat de kans nog GROTER is dan 1 op 50. 😉

    Op zich een interessante oefening. Mijn gevoel voor logica zegt me dat met een kans van 1 op 50 alle beperkingen ruimschoots zijn gecompenseerd.

  14. @ Franssen

    Dat van die kans van 1 op kleiner dan 50 hadden we natuurlijk begrepen. Maar bij 240 gesprekken en een kans van 1 op 50 kom je toch aan ca. 5 coïncidenties (aangenomen dat herinneringsbedrog geen rol speelt).

    Er is nog iets anders: achteraf kan een bepaalde gebeurtenis erg toevallig lijken, en de berekende kans heel klein. Als je een pak kaarten goed schudt is de ontstane volgorde uiterst onwaarschijnlijk (1 op een 8 met 67 nullen). Waarom haal je daar je schouders over op? We maken allemaal wel eens iets mee dat twee eigenschappen heeft: (1) voor onszelf emotioneel betekenisvol (2) een schijnbaar lage berekenbare kans.

    De serieuze kansberekening zou eigenlijk moeten kijken naar ALLE denkbare gebeurtenissen die degene die ze ervaart ertoe brengt te denken ‘dit kan geen toeval zijn!’ Het gaat om de gezamelijke kans van al die gebeurtenissen. Helaas is dit vaak onberekenbaar omdat we niet al die mogelijke schijnbare wonderen kennen.

    Voorbeeld: iemand wint een grote prijs in de loterij, met kans 1 op een miljoen. Die persoon zelf zal dat heel bijzonder vinden, speciaal als-ie net dat bedrag nodig heeft om een wonderdokter te betalen. Maar voor een buitenstaander is het niet bijzonder, die weet dat het zeker was dat die prijs ergens zou vallen. De gezamenlijke kans op al die miljoen gebeurtenissen van het type ‘persoon X wint die prijs’ is gewoon 1. Misschien kan de buitenstaander dat aan de winnaar duidelijk maken, omdat in dit geval het kansmechanisme zo duidelijk is. Maar als de winnaar er een bovennatuurlijke macht bij haalt en zegt: ‘Ik had nog zo gebeden tot de heilige Nicolaas’ dan staat de buitenstaander met de mond vol tanden. Als de heilige Nicolaas of welke bovennatuurlijke kracht dan ook voor echt worden aangezien, en hun echtheid nog vergroot wordt door een kleinekansgebeurtenis na aanroep, dan valt er niet meer in te brengen.

    Het enige wat je dan kunt voorstellen is een proef, die de gelovige natuurlijk zal afwijzen, want Sint Nicolaas verhoort alleen gebeden als die voortkomen uit vroomheid en grote nood.

    Sheldrake heeft proeven gedaan met telefoontelepathie, maar dat waren gecommandeerde telefonades. De proefpersoon moest raden wie van vier van tevoren vastgelegde personen het was als de telefoon overging, en welk van de vier, dat werd door het lot aangewezen. Daar kwam iets significants uit, beweert Sheldrake. Maar dat is geen bewijs voor spontaan telepathisch tegelijk willen opbellen.

  15. @Nienhuys

    We praten (schrijven) langs elkaar heen v.w.b.t. de berekening en ik denk dat het mijn schuld is. Als over de gehele periode van 20 jaar, over 400 gesprekken, de kans dat 1 keer tegelijk wordt opgenomen 1 op 50 is, wordt de kans dat 2 keer tegelijk wordt opgenomen 1 op 2500. Maar inderdaad, als de kans bij elk gesprek 1 op 50 is, dan gebeurt dat iedereen regelmatig. 😉

    De discussie zit echter vast omdat een goede berekening nauwelijks mogelijk is. Zelf meet ik de waarschijnlijkheid af aan de keren dat het mezelf is overkomen en mensen die ik ken. Als iets dergelijks speelt stel ik in mijn omgeving altijd veel vragen. Ik denk dat de kans bijzonder klein is dat dit 1 persoon 6 keer gebeurt, maar goed. Ik heb veel geleerd van de antwoorden, ik zal proberen op een aantal zaken extra te letten. Mijn dank.

  16. Tja, ik denk dat gelijktijdig elkaar bellen niet zo vaak als 1 per 50 keer voorkomt. Ik kan me maar een keer herinneren, dat ik mijn zuster belde, en dat die ‘in gesprek was’ omdat ze bezig was mij te bellen. Of was het nou dat ik of zij de hoorn opnam net voor het oproepsignaal de bel deed overgaan? Ik weet de omstandigheden ook niet meer die het nogal vanzelfsprekend maakten dat we elkaar wilden bellen. Persoonlijk ben ik dan geneigd ‘toeval’ te denken, en de details te vergeten.

  17. @ H.M. Franssen

    J.W. Nienhuys formuleerde een en ander al overtuigend en grappig genoeg. Hij maakte ook nog deze opmerking: “Dan is er nog de mogelijkheid van een herinneringsillusie. Opvallende gebeurtenissen worden in de herinnering vaak na verloop van tijd nog opvallender en ook schematischer. Om dat soort illusies te voorkomen, legt men waarnemingen schriftelijk vast. Men zou bijvoorbeeld een dagboek kunnen bijhouden, waar men bijzonderheden noteert meteen nadat ze zich hebben voorgedaan.”

    Terwijl u zelf nog opmerkt: “Als iets dergelijks speelt stel ik in mijn omgeving altijd veel vragen. Ik denk dat de kans bijzonder klein is dat dit 1 persoon 6 keer gebeurt, maar goed. Ik heb veel geleerd van de antwoorden, ik zal proberen op een aantal zaken extra te letten.”

    We hoeven dus ook niet uit te sluiten dat uw vrouw wat dat bellen betreft in zekere zin toch een soort lottowinnares-geval was.

    Maar behaalde resultaten in het verleden zijn ook hier geen garantie voor de toekomst. Zoals in het boek ook aangegeven, moet men niet opkijken van sceptische reacties ook al denkt men geen last gehad te hebben van directe waarnemingsfouten, selectieve perceptie, herinneringsillusie enzovoort. (Hoewel men daar te allen tijden wel zelf voor open moet staan, want werkelijk iedereen heeft daar ook in zekere mate last van.)

    De vraag is nu alleen nog even, hoe hiermee dan precies verder?

    Het beste, zo niet enige, blijft, nieuwe ervaringen (en liefst ook de oude, met name de eerste en de tweede en de meest opmerkelijke daarna) een voor een (of het nou om telefoon- of ‘feestje Hans’ ervaringen gaat) vast te leggen, en dan liefst volgens de procedures uit hoofdstuk 6. Dat geeft in elk geval (systematisch) goed vastgelegde ervaringen in de context. Ook niet uitkomende ‘voorspellingen’ krijgen dan alleen een systematische plaats. Dat geeft u op termijn meer duidelijkheid en mogelijkheden er misschien nog iets meer over te kunnen zeggen. Dus ook de (of een) systematiek van het ‘op een aantal zaken extra letten’ is echt van belang.

  18. Elke lezer van dit blog raad ik graag het artikel van Paul Kurtz aan, indien nog niet gelezen: Ketters, dwarsliggers of vragenstellers? Het nieuwe skepticisme van Paul Kurtz, dat mijns inziens nog steeds het beste antwoord geeft op de vraag: Wat is skepticisme?

    RTL heeft het ZZ overgenomen van de KRO. De bedenkers van het programma hebben hier en daar een een kwastje verf gebruikt, maar er is geen reden om nog iets toe te voegen aan de uitvoerige ZZ-analyses door Skepsis van de uitzendingen van vorig jaar. (Ik heb even de moeite genomen om nog één keer te kijken.)

    Me langzaamaan meer en meer verdiepend in Skepsis, kan ik me in eerste instantie nogal moeilijk concentreren! Wat is er veel werk aan de winkel voor de sceptici! En wat is er al een hoop werk verzet. En wat lijkt er ook veel herhaling van zetten (drogredenen en argumenten) op te treden in blogs en ook redundantie in de artikelen. Nog steeds maar delen van de Skepter-CD-Rom gelezen, en nu voor het eerst eens systematisch de links van de homepage van Skepsis naar andere sceptische websites in de wereld aangeklikt, en nog maar nauwelijks aan goed lezen toegekomen. En dat is allemaal wel noodzakelijk, voor je meent nog een ‘nieuw gezichtspunt’ naar voren te kunnen brengen.

    Terwijl er in mijn vroegere, hier besproken, werk weinig ruimte nodig was voor het bespreken van allerlei vormen van hele en halve bedriegerij – want de mogelijkheid daartoe hadden we tevoren uitgeschakeld – wordt me nu steeds duidelijker dat dat hier juist niet langer kan, ook als als we het alleen over ‘helderzienden en helderziendheid’ hebben, en nog niet eens over het lemma paranormaal, laat staan over het hele arsenaal onderwerpen die de aandacht van het scepticisme krijgen en verdienen. (Ik ga dat hier maar niet in verband proberen te brengen met allerlei mogelijke processen die daar een rol in kunnen spelen: maar de voortschrijdende commercialisering moet daarbij wel flink tellen, lijkt me: ‘als er maar geld in zit’ lijkt wel een niets ontziende overweging aan het worden.)

    Zo meende ik in eerste instantie dan ook bij de Skepsis-heruitgave van het boek een stukje te moeten schrijven voor mensen die na lezing toch meenden een bezoek te moeten brengen aan een helderziende (paragnost of medium), en gaf daar al een aanzet toe bij het systematisch doorspitten van het digitaal archief van de Volkskrant 1994-2006 op het onderwerp helderziendheid. (Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (4): Op consult gaan, en Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (5): Consult). Nu zie ik dat dat in de context van die krant misschien nog wel zinnig was, maar niet meer in dit kader.

    Want dat zou alleen maar redundant zijn. Bij de eerste de beste link vanuit de Skepsis-Homepage die ik vandaag wat nader bekeek vond ik al een stuk dat grosso mode dezelfde informatie bevat. Bij: ASKE: Association for Skeptical Inquiry: Before you see a psychic.

  19. Ik vrees dat de proliferatie van (geloof in) pseudo-kennis nog wel even doorgaat. Een onderwijsstelsel dat vaardigheden belangrijker vindt dan het doorgeven van kennis, helpt ook niet echt. Paul Kurtz gaat geheel voorbij aan economisch en sociale factoren zo te zien. Wat de laatste factor betreft, “Godsdienstige veranderingen in Nederland” (SCP, 2006) signaleert, vrij vertaald, een stabiele groep atheïsten met weinig neiging tot bijgeloof aan de ene kant van het spectrum, aan het andere uiteinde een afkalvende groep van orthodoxe christenen met eveneens weinig neiging tot bijgeloof, en daartussen een groeiende groep van ongebonden spirituelen die overal in geloven mits het onzin is (met dank aan Piet Vroon). Juist in die kringen waant men zich meestal een godheid in het diepst van zijn gedachten, en wat vervolgens aan kennis opborrelt, daar kan geen al dan niet skeptische wetenschapper tegenop. Afgezien van de groep atheïsten klopt dit dus heel aardig met het aan G. K. Chesterton toegeschreven gezegde : “Wie niet meer in God gelooft, gelooft niet nergens in, die gelooft overal in”.

    Degene die wat al te veel wolken van onwetendheid tegenkomt, trooste zich met een passage uit “Orthodoxie” van dezelfde Chesterton (vert. Piet Kerstens), door mij enigszins aangepast pour les besoins de la cause : “Als je redeneert met een New Ager, is het uiterst waarschijnlijk dat je aan het kortste eind trekt ; want in veel opzichten werkt zijn verstand sneller, daar hij niet opgehouden wordt door de dingen die onafscheidelijk zijn van goed oordelen. Hij wordt niet gehinderd door zin voor humor (behalve Sten Oomen) of door naastenliefde, of door de onuitgesproken zekerheden die berusten op ervaring. Hij is strenger logisch, daar hij zekere affecties, die een normaal mens eigen zijn, verloren heeft … Hij is alles kwijt, behalve zijn verstand.” Een uurtje kijken naar de Astrolijn volstaat ter adstructie. Geen speld tussen te krijgen.

  20. @ A. Atsou-Pier

    Die Astrolijn ben ik ook eens zappend tegengekomen. Ik moet bekennen dat de tranen me bijna in de ogen schoten, toen ik het voor het eerst zag. (En dus niet in de lach, zoals ik me van een ander ook heel goed kan voorstellen.) (Later heb ik nog een keer gekeken om te controleren of ik het wel goed gezien had.) Niet zelden en niet alleen daar wordt er zo geld opgehaald bij de mensen die daarvan waarschijnlijk het minste hebben.

    Er is wel degelijk ook van alles in de maatschappij aan de hand dat nodig bespreking behoeft als context waarin Skepsis opereert. (Het is ook niet veel minder dan krankzinnig dat de universiteiten zich relatief zo weinig gelegen laten liggen aan het bestrijden van onzin en het overlaten aan een paar goedwillenden.) Maar hoe concreet en precies kan dat worden aangewezen?

    Een kleinigheidje voor de goede zaak. Als het om de verwijzing naar de Astrolijn gaat zou ik niet durven beweren dat het ‘verstand’ nog het enige is dat is overgebleven. Dat lijkt me moeilijk vol te houden. Laten we zeggen: in dat geval een ‘heel bepaald klein deel van’ het verstand. Maar verder geestig gesteld, ja. Te veel soorten humor mag je overigens bij een site als Skepsis niet verwachten, maar ik kan soms heel hartelijk in de lach schieten bij bepaalde ironie van de hoofdscribenten RN en JWN. Ik moet daarbij zeggen dat ik ook zelf nog niet zo goed weet hoe hier en daar een wat lichtere toon te vinden. Maar kort en goed, het gaat ook wel om serieuze zaken, die niet in alle richtingen te relativeren zijn. Humor schiet hier heel gauw zijn doel voorbij. Ik zou bijna zeggen: probeer het maar eens.

    Maar dank voor deze reactie, want dat geeft me vooral ook de mogelijkheid u iets te vragen, waar ik gezien een paar andere reacties van u op andere blogs al eerder even aan dacht.

    Zoals u op 15 januari opmerkte op deze blog:
    “Ik vroeg onlangs aan de heer Nienhuys of het niet wat psychologischer en sociaal-economischer kon…” , ben ik geneigd u nu te vragen om dat sociaal-economische aspect eens wat concreter naar voren te brengen door daarover zelf een aparte nieuwe blog te starten. (Zeker omdat u nu ook opmerkt dat Kurtz daar niets over zegt, maar er kan natuurlijk ook niet alles gezegd worden in een enkel artikel, maar toch.) Ik heb het vermoeden dat u behoorlijk wat wilt zeggen daarover en waarschijnlijk ook te zeggen hebt, en ik ben heel benieuwd hoe u dat in relatie brengt met de doelstellingen van Skepsis, zoals die op de eerste pagina van de homepage staan.

    Zo speelt ook ethiek geen ‘expliciete’ rol in het werk van Skepsis, maar die is net als de rol van de psychologie, die u in eerste instantie miste. Beide aspecten zijn wel voortdurend op de achtergrond en soms ook op de voorgrond aanwezig bij Rob Nanninga en vergis je niet, evenzeer ook bij Jan Willem Nienhuys. En eigenlijk zo helder als glas, maar vaak tussen de regels door. (Ze hebben beiden wel minstens 20 jaar ervaring met heel veel, vergeet ook dat niet, en ik kan me voorstellen dat ze zo heel soms danig uit hun slof schieten. Maar menig psycholoog mag een lesje empathie gaan leren bij beide heren: zelfs uit de meest onsamenhangende teksten zijn ze soms in staat de kern te halen en die dan ook nog te communiceren en te beantwoorden. Niet met expliciet ‘invoelen’ in allerlei achterliggende zaken, maar je kunt proeven dat ze dat kunnen en meestal ook nog doen, en heel soms niet: betere empathie heeft Carl Rogers nooit bedacht. Maar geen knollen voor citroenen: de uitermate belangrijke dimensie echtheid bij Rogers.)

    Inderdaad dat ‘sociaal-economische’ aspect is zeker niet expliciet, voor zover ik kan nagaan en ook ik ben pas voor een deel klaar met lezen op de Cd-ROM. Zeker in blogvorm is er denk ik geen enkel argument om dat sociaal-economische aspect niet eens ter sprake te brengen, ook niet als dat een confrontatie met de doelstellingen van Skepsis zou opleveren. (Of in mijn woorden: niet alleen over de sociaal-economische context, maar ook over de hele maatschappelijke context van het sceptiscisme en Skepsis zou verder kunnen worden nagedacht en gesproken.)

    Iets concreter: Heeft het echt wel zin om nogmaals ZZ te analyseren, met gemeende waardering voor Henry de Hoon, en waarom dan, als tegelijk P&W (publieke omroep) Geller een podium geeft op de manier zoals nu gebeurde? Is het zo geen vechten tegen windmolens geworden, en waarom dan niet?

    Maar terug naar u en een en ander weer beperkend: sociaal-economische aspecten. Het hoeft u waarschijnlijk niet heel veel tijd te kosten (en hier en daar hebt u ook al in die richting gereageerd). Wat zou in uw ogen het centrale punt zijn? Ik zal uw blog met grote interesse lezen.

  21. @ Boerenkamp

    U overschat mij, ik ben slechts lezeres te W., en heb niets bijzonders gestudeerd.

    In haast het volgende.

    Uw bericht hierboven bevat voor mij tal van aanknopingspunten, eigenlijk meer aandachtspunten voor Skepsis (o.a. doelstellingen).

    Heb zelf veel gehad aan Chesterton, lijkt mij verplicht leesvoer voor skeptici (JWN, die ergens refereerde aan het werk van C. S. Lewis, of RN zal nu ongetwijfeld melden dat hij Chesterton kent ; overigens is het originele citaat van Chesterton iets duidelijker dan mijn parafrasering op een openbaar blog).

    Leuke pychologische factor (bij mijzelf deze keer) : ik wou direct reageren op het bericht van dhr Franssen, maar durfde niet, want hoe kan ik nu kritiek leveren op iemands echtgenote ? Gelukkig hadden u en vele andere heren op dit punt geen gewetensbezwaren !

    N.B. Ik bedoelde dus niet dat JWN, RN, etc. geen humor of empathie zouden hebben. Dat lijkt mij nu typisch iets voor New Agers, wat Chesterton eigenlijk ook zegt, alsmede een volslagen gebrek aan fantasie. Met humor of ironie bereikt men geen New Agers. Dat neemt niet weg dat ik mij kostelijk geamuseerd heb met de zeer serieuze worsteling tussen JWN en RN enerzijds en Ragnar anderzijds, die bij tijden tot grote hoogten voerde.

    Wegens de sociaal-economische factor z.z.p-er zonder kostwinner (in de niet-alternatieve sector dus) moet ik mij helaas even aan de skeptische discussie onttrekken, maar ik kom ongetwijfeld op een hele reeks punten terug t.z.t.

  22. @ Atsou

    ik ben niet zo literair ingesteld, van Chesterton ken ik alleen zijn Father Brown verhalen, maar daar legt hij bijzonder veel van zijn eieren in dezelfde trant.

  23. @ A. Atsou-Pier

    Alle begrip voor de slotregels van uw reactie.
    Maar voor de beginregel wat minder. Het gaat tenslotte alleen om de argumentatie en om een kijk op bepaalde zaken waarop met argumenten gereageerd kan worden. (Als het over kwantumfysica gaat en over hogere wiskunde hou ik bijvoorbeeld wel wijselijk mijn mond.)

    Uw aanvankelijke verbazing over het in eerste instantie niet aantreffen van sociaal-economische aspecten vond ik wel verrassend, en hoewel die net als de ethische en psychologische overigens wel overal doorheen klinken in de geschriften en reacties van de hoofdscribenten, zou die verbazing desondanks misschien ook wel tot een ‘apart’ uitgelicht blogonderwerp (hebben) kunnen leiden.

    (Let wel: die doelstellingen op de eerste pagina van de homepage staan er wel na 20 jaren ervaring, en niet voor niets zo als ze er nu staan. Met andere woorden, er moesten en moeten voortdurend keuzen worden gemaakt, ook door Skepsis). (En zo was ik zelf in het begin bij het doorvlooien van de CD-Rom nog even verbaasd dat ethiek niet wat explicietere aandacht had gehad. Ik begrijp dat nu beter. Want als iemand daar een goed stuk over kan schrijven is het ongetwijfeld ook welkom in Skepter. De standaard voor een bijdrage aan het blad zelf ligt wel een stuk hoger dan voor een blog, mogen we aannemen. Enzovoort.) Alle werk kost wel tijd en energie, en die kun je niet overal voor hebben. Ik merk later nog wel een keer wat die verbazing bij u meer precies inhield.

    P.S1. Wat die humor betreft: ik had het over de site, die op zich niet zo veel soorten humor toelaat (want meestal in reactie op en in discussie met mensen die die humor volgens Chesterton juist niet meer hebben), en inderdaad zoals door mij geformuleerd kan het lijken alsof u daarover iets anders zei. Dat was niet de bedoeling. Ik had uw reactie wel begrepen.

    P.S.2 Als je nu bij de Search-knop op de homepage van Skepsis intikt: ‘ethisch’ zijn er op de website van Skepsis zelf al 13 hits (bij ‘ethiek’ loopt het al op tot 32), en bij ‘sociaal economisch’ zijn het er 17. Kortom alle aspecten des levens sijpelen wel door. Maar er apart de aandacht op richten is wat anders. Al gauw zijn de begrippen ‘te groot’, waar dan niets concreets over te zeggen valt. Net als psychologische aspecten. Dat kan echt alles betekenen. Daarom blijf ik benieuwd wat u meer precies bedoelde toen u sociaal-economische factoren opschreef.

  24. Ter vermijding van misverstand, mijn laatste alinea gister was niet bedoeld als contactadvertentie.

  25. Wil gebruik maken om te reageren. Er zijn mensen die ervaringen hebben welke zij niet aan de grote klok hangen. Dit omdat er geen behoefte bestaat om zichzelf te bewijzen. Nu, ik kan alleen over mijzelf oordelen wat betreft eigen ervaringen. Deze worden door de mensheid, helderziend genoemd. Oké, het zij zo. Mijn oma had deze ervaringen ook, dus gelukkig werd/word ik in mijn familie als normaal beschouwd. Niemand kijkt ervan op als ik voorspellingen doe, die even later daadwerkelijk gebeuren. Het ‘overkomt’ je, je zoekt het niet op. Ik heb beslist niet de neiging om dit met veel tamtam te verkondigen. Vaak houd ik zelfs mijn mond erover dicht, want het heeft geen meerwaarde voor een ander. Het is hoogstend een bewonderingwaardige gebeurtenis voor degenen die absoluut niet weten hoe dit kan. Men is eenmaal geneigd bij dit soort gevallen allerlei verklaringen en waarden aan te hangen.
    Ik begrijp best dat het voor de meeste mensen het onwaarschijnlijk lijkt. Neemt niet weg dat er nu eens opgehouden moet worden met arrogante beweringen van zgn. deskundigen die pretenderen het te weten. U doet hiermee mij en meerdere mensen met zo’n gave schromelijk te kort…

  26. @ Atsou-Pier

    Ik weet niet of het in alle opzichten verstandig is er nog even op terug te komen, maar in het algemeen belang toch maar, als u dat kan billijken: op internet altijd voorzichtig zijn met spontane persoonlijke opmerkingen in combinatie met op een andere manier eventueel ook herkenbaar zijn. Of het één niet doen of het ander. Helaas noodzakelijk.

  27. @ P. Ools

    Vermoedelijk heeft u het boek niet (helemaal) gelezen of goed begrepen. Beide is ook geen sinecure. Een heel boek op internet lezen is nogal wat, maar het geeft tegelijk wel de mogelijkheid gemakkelijker aantekeningen te maken bij passages waarover je vragen hebt of opmerkingen. Aan het begrijpelijk willen en kunnen maken enerzijds en begrijpen van een tekst anderzijds zitten grenzen. Ik heb me destijds veel moeite gegeven zoveel mogelijk het eerste te doen. Aan het tweede kan ik niet veel verhelpen.

    Indien u het boek aandachtig zou lezen, zou u merken dat de zogenoemde sensitieve (iemand die regelmatig helderziende ervaringen heeft, zoals u) in het boek niet met arrogante beweringen wordt benaderd. Hij of zij wordt min of meer juist uitgenodigd om samen te kijken wat er eventueel aan de hand is, om te zien of alles rond de ervaringen zo goed mogelijk is afgewogen, dus ook door de persoon die de ervaringen heeft, zoals u.

    Er is ook een procedure beschreven die u zou kunnen volgen waardoor het (naast het hopelijk krijgen van wat meer inzicht in de algemene context en betekenis) ook gemakkelijker wordt te communiceren over uw ervaringen met een derde: analyseer uw eerste, tweede, meest opmerkelijke of indrukwekkende ervaring daarna en ook uw laatste ervaring volgens de regels van dat boek.

    Ja, dat is een hoop werk. Maar zonder de bereidheid daartoe kan ik nu niet meer lezen dan: ik heb dergelijke ervaringen en ik loop er niet mee te koop maar ik voel me toch min of meer tekortgedaan door mensen die in mijn ogen arrogante beweringen doen over die ervaringen, en ik heb het idee dat dat op deze website ook gebeurt.

    Arrogante beweringen staan er mijns inziens niet in het boek. Als ze er wel in staan in uw ogen: waar dan?

    En bij nadere kennismaking met en goed lezen van wat de huidige hoofdscribenten van Skepsis, R Nanninga en JW Nienhuys werkelijk schrijven met betrekking tot dit onderwerp, of welk ander onderwerp ook, zult u merken dat zij dat ook niet doen, en indien toch, dan in elk geval heel zelden. Ironisch of scherp worden zij soms pas als de ander niet werkelijk in gesprek wil gaan en dan zelf niet zelden met nogal arrogante beweringen komt.

    (Bij andere scribenten op bijvoorbeeld een blog ligt het hier en daar wat anders wat betreft arrogante beweringen, maar in elke discussie op een blog komt dat voor.)

    In gesprek gaan betekent dan: samen naar mogelijke verklaringen zoeken voor ervaringen of verschijnselen met argumenten over en weer. (Zie hierboven op dit blog ten aanzien van de heer Franssen.) Uiteindelijk zou helderziendheid als verklaring ook geaccepteerd worden als daar werkelijk grond voor te vinden zou zijn. Vooralsnog wijst alles er op dat herhaalde helderziende ervaringen in elk geval extreem onwaarschijnlijk zijn, dus niet als ervaring op zich, maar wat betreft de vraag of helderziendheid de beste verklaring voor die ervaringen zou zijn.

    Bij eenmalige (in een mensenleven) spontane ervaringen is dat nog wat onduidelijker. De verklaring ‘helderziend informatieproces’ wordt bij de eenmalige spontane ervaring wat minder op grond van al bestaand onderzoek uitgesloten of uit te sluiten geacht, maar voorlopig ook op grond van een aantal goede redenen als onwaarschijnlijk gezien. Om dat te begrijpen zou het boek ook dienstig kunnen zijn. Op dat gebied is meer zinnig onderzoek nog denkbaar en ook gewenst, hoe moeilijk uitvoerbaar ook.

  28. Geachte heer Boerenkamp,
    Bedankt voor uw reactie. Met arrogantie bedoel ik in zijn algemeenheid. Het probleem met deze materie is namelijk de definitie helderziendheid: waarneming buiten de bekende zintuigen om, zowel van voorwerpen als van gebeurtenissen…
    Dit houdt in dat er unieke waarnemingen plaatsvinden die niet via de usantieel zintuigen gebeuren. En daarmee komen wij meteen tot de kern van het verhaal, het is een afwijkend gebeuren. Zoals het vaak gaat met zeldzame zaken, of er is bewondering of men gaat er krampachtig mee om. Men weet zich dan geen houding te geven. Ik hoef mijzelf niet te bewijzen, heb niet de minste behoefte toe. Het heeft mij veel gegeven omdat er een tipje van de sluier van het mysterie leven is opgelicht.
    Natuurlijk zijn er lieden die misbruik maken, de mensheid heeft zich altijd al vergrepen aan macht. En het is daarom ook goed om hiervan bewust te zijn, of anderen ervoor te waarschuwen.
    Het zou mooi zijn als er een verklaring werd gevonden voor helderziendheid. Vooral juist voor diegene welke geneigd is om zijn/haar gave stil te houden.
    Ik vrees dat menselijkerwijs geen ophelderingen te vinden zijn. Het is en blijf een theorie voor vele, louter gebaseerd op een hypothese. Voor mijzelf is het de praktijk. Ik wil niemand mijn ervaringen opdringen, een ieder is vrij om te denken wat hij wilt.

  29. @ P. Ools

    Dan er ook maar geen probleem van maken voor uzelf. Ik voel me in zekere zin wel een deskundige die een en ander meent te weten. De wetenschap zoekt met uw permissie gewoon wel naar zo goed mogelijke cq waarschijnlijke verklaringen, en stelt op grond daarvan dat herhaalde spontane helderziende ervaringen – dus nogmaals in termen van verklaring en niet in termen van het hebben ervan – extreem onwaarschijnlijk zijn, onder veel meer op grond van het al gedane onderzoek en de argumentatie gegeven in het boek.

  30. In eSkeptic, de nieuwsbrief van The Skeptics Society, las ik bij mijn eerste verkenningen van de links vanuit de website van Skepsis, vrijwel bij toeval, want het zijn nogal wat websites en artikelen, een stuk van Michael Shermer, gedateerd May 4th 2004. Hij reageert op een boekbespreking (“Debunked!” by Georges Charpak and Henri Broch) in de New York Review of Books door Freeman Dyson.

    U kunt het beste het artikel in zijn geheel lezen natuurlijk, maar ik licht er hier een paar van de erin voorkomende uitspraken van Dyson even uit: (Wikipedia geeft trouwens aan dat Dyson ook graag voor ketter in welke door hem als zodanig ‘waargenomen’ kerk dan ook speelt):

    I claim that paranormal phenomena may really exist but may not be accessible to scientific investigation. This is a hypothesis. I am not saying that it is true, only that it is tenable, and to my mind plausible.
    ….
    One fact that emerges clearly from the stories is that paranormal events occur, if they occur at all, only when people are under stress and experiencing strong emotion. This fact would immediately explain why paranormal phenomena are not observable under the conditions of a well-controlled scientific experiment.
    ….
    I am suggesting that paranormal mental abilities and scientific method may be complementary. The word “complementary” is a technical term introduced into physics by Niels Bohr. It means that two descriptions of nature may both be valid but cannot be observed simultaneously. The classic example of complementarity is the dual nature of light. In one experiment light is seen to behave as a continuous wave, in another experiment it behaves as a swarm of particles, but we cannot see the wave and the particles in the same experiment. Complementarity in physics is an established fact. The extension of the idea of complementarity to mental phenomena is pure speculation. (Let wel, hgb.) But I find it plausible that a world of mental phenomena should exist, too fluid and evanescent to be grasped with the cumbersome tools of science.

    Shermer reageert hierop met een brief naar de New York Review of Books onder meer met:

    Psi phenomena have now been subjected to rigorous scientific experiments for over a century (as Dyson notes), and the results are unequivocal: psychic power is a chimera (zeg maar: wilde fantasie, hgb)….

    Either people can read other people’s minds (or the backs of ESP cards), or they can’t. Science has more than adequately demonstrated that they can’t….

    Van belang zou kunnen zijn op te merken, dat juist de (meestal eerste en eenmalige) volledig spontane helderziende ervaringen, feitelijk nog juist heel slecht onderzocht zijn in tegenstelling tot wat Shermer misschien denkt. (En dat die ‘eerste spontane helderziende ervaring’ toch nog wel het lastigst te verklaren is binnen het hele scala ‘paranormaal’.) Want veel erger: het zijn ervaringen die nauwelijks onderzocht kunnen worden!

    Er zijn alleen collecties aangelegd van inderdaad en bijna uiteraard grotendeels achteraf vastgelegde anekdotes, en in verreweg het merendeel van die gevallen gaat het dan om crisissituaties (rond een naaste verwant). We kunnen moeilijk of simpelweg gewoon niet, dergelijke echte crisissituaties gaan creëeren in een onderzoekssituatie. (En alles wat een paragnost doet bij vermissingsgevallen – een veronderstelde emotionele of op zijn minst van groot belang zijnde situatie in onderzoek – en wat er aan emotionele kermisattractie op TV is zoals nu weer met ZZ2 bij RTL, komt in de verte niet in de buurt van de ervaring van de moeder die haar zoon op de grond ziet liggen in een droom en ‘weet’ dat er iets ernstigs met hem aan de hand is, zoals in het boek hier ter sprake beschreven als kernvoorbeeld.)

    Maar daar ligt wat mij betreft tegelijk nu nog de enige ‘ruimte’ voor de ‘echte’ helderziendheid. De preciese te verwachten verdeling van geheel spontane belevingen van de een en (meestal tragische) gebeurtenissen rond de dierbare ander, en de potentiële overeenkomst en samenhang blijft voorlopig buiten bereik voor elke onderzoeker. We kunnen een en ander hooguit proberen te benaderen met rekenvoorbeelden (op hoeveel ‘wonderen’ moet je rekenen). En uiteraard moet er ook rekening gehouden worden met alle mogelijk denkbare psychologische en meettechnische valkuilen. In elk geval staat ook vast dat verreweg de meeste tragische situaties niet leiden tot een ‘helderziende’ ervaringen bij verwanten. (Ik ken persoonlijk ook nog een duidelijke indrukwekkende doodshallucinatie van een vrouw van haar man op zee: in geen opzicht waar gebleken! Moet wel meegeteld worden.) We kennen de verdelingen echter niet precies. En voor zover we nu kunnen overzien: nooit.

    Dus hoe aantrekkelijk de zorgen-maken-hypothese ook is (moeders die meer dan de helft van de gevallen voor hun rekening nemen binnen een gezin in de drie bestaande serieuze collecties is een heel redelijke zo niet sterke steun in de richting van ‘geen helderziendheid, maar eerder zorgen over of simpelweg stilstaan bij de ander’), zoals ik die ook in mijn boek voorstel, een soortgelijk argument wordt gek genoeg niet gebruikt door Shermer in zijn reactie op Dyson. Het zou mijns inziens een beter argument zijn geweest dan te zeggen dat alles nu wel vastgesteld is. (Ik ken overigens het overige verloop, if so, van de discussie tussen de heren niet.)

    We kunnen dus ook echt nog niet zeggen dat ook die real-life ‘stress- en crisissituaties’ nu volledig zijn onderzocht. Het probleem zit hem naar mijn bescheiden mening dan ook meer in de letterlijke bijna-ononderzoekbaarheid (moreel en technisch) dan in het ‘principle of complementarity’.

    We zullen genoegen moeten nemen met onderzoek dat de ene hypothese (zich zorgen-maken-over en het stilstaan bij de meestal verwante ander, en alle psychologie die erbij betrokken is) meer waarschijnlijk waar maakt, dan de andere (helderziendheid), of omgekeerd, als het gaat om spontane (veelal eenmalige) helderziende ervaringen in een mensenleven. Althans met de huidige stand van de wetenschap. Een apodictisch nee kan niet op grond van die huidige stand van zaken, en wat mij betreft alleen wat die spontane eerste ervaring betreft, en zo’n nee kan mijns inziens wel op wat daar allemaal aan verondersteld ‘helderziends’ uit voort kan komen in datzelfde mensenleven. Dat kunnen we aantonen.

  31. “We kunnen dus ook echt nog niet zeggen dat ook die real-life ‘stress- en crisissituaties’ nu volledig zijn onderzocht. Het probleem zit hem naar mijn bescheiden mening dan ook meer in de letterlijke bijna-ononderzoekbaarheid (moreel en technisch) dan in het ‘principle of complementarity’.”

    In grote lijnen eens en ik vind uw benadering van de discussie over het fenomeen ‘helderziendheid’ bijzonder interessant en tolerant (ik zie een Nieuwe Skepticus in actie 😉 ).

    We raken hier echter een fundamenteel probleem. In het algemeen kun je altijd stellen dat de wetenschappelijk verklaarde werkelijkheid en de ‘rest’ een complementaire verklaring van het geheel kunnen vormen. Als je de grens tussen beide werelden echter wilt afbakenen dan kom je al snel terecht op tegenstellingen als niet-onderzoekbaar want spontaan/eenmalig en goed onderzoekbaar want frequent en reproduceerbaar. Falsificaties van de laatste groep drijven het ‘claim’ kamp al snel in een hoek met het eerste als enige resterend argument. Deze tegenstelling zal echter eeuwig bestaan aangezien beide soorten ervaringen ‘waar’ kunnen zijn vanuit de verschillende axioma’s die de opstellers van helderzienheids-hypotheses hanteren. De analogie met de complementaire beschrijving van licht als een golf en deeltje is daarom misplaatst. Beiden zijn namelijk vanuit dezelfde wetenschappelijke axioma’s uitputtend beschreven en experimenteel getoetst. Het ene is niet minder verklaarbaar of onderzoekbaar dan het andere.

    Hier komen we dus nooit uit aangezien er altijd wel een bijzondere, anekdotische, spontane en eenmalige helderziende ervaring in een stress/crisissituatie te bedenken valt die niet als moreel en technisch toetsbaar bliepje zichtbaar gemaakt kan worden op het radarscherm van de wetenschap. Het begrip complementariteit vervolgens misbruiken om de mogelijkheid van paranormale ervaringen open te laten, is ook mijn inziens onjuist (de zorgen-maken-over hypthese is inderdaad ‘veel belovender’). Complementariteit wordt niet bereikt door het optellen van appels en peren.

    De reposte van Shermer is volgens mij puur op wetenschappelijke axioma’s gebaseerd. Hij stelt dat experimenten geen enkele indicatie geven voor het bestaan van paranormaliteit. Hij stelt zelfs dat: ‘psychic power is a chimera’. Uit deze sterke woordkeuze leid ik af dat hij geen enkele behoefte voelt om nog ruimte te laten voor de mogelijkheid van het bestaan van spontane, eenmalige, niet meetbare ervaringen in stress/crisissituaties.

    In het boeiende artikel van Paul Kurtz over het ‘Nieuwe Skepticisme’ (dank voor de link!) eindigt hij met: “skeptische onderzoekers moeten altijd open staan voor nieuwe mogelijkheden, onverwachte nieuwe denkrichtingen. Ze moeten altijd bereid zijn om in het kader van verder onderzoek zelfs de meest fundamentele inzichten opzij te zetten. Het belangrijkste principe van skeptisch onderzoek is zoeken, waar mogelijk, naar adequaat bewijs en redelijke gronden voor iedere claim in welke context dan ook.”

    Daar ben ik het helemaal mee eens, echter tot je een punt bereikt waarbij een ‘bijzondere’, eenmalige/spontane claim simpelweg niet moreel/technisch toetsbaar is op basis van ‘adequaat bewijs of redelijke gronden’ (en die ervaringen zijn altijd te bedenken). Op zo’n moment heeft het ook voor een Verlichte Nieuwe Scepticus geen enkele zin om de discussie verder aan te gaan en is een vreemdzame coexistentie van ideëen/geloven obv verschillende axioma’s de enige uitweg (zie hoe religie en wetenschap naast elkaar bijven voortbestaan).

    Volgens mij bereiken we met het onderzoek naar helderziendheid onderhand ook zo’n punt (zeker na het baanbrekende werk van uzelf in de jaren 80). Shermer is er kennelijk al van overtuigd dat de ‘onderzoekbare’ ervaringen niets opleveren en dus geëxtrapoleerd kunnen worden naar de ‘bijna ononderzoekbare’ ervaringen en dat deze laatste groep daarmee ook als ‘uiterst onwaarschijnlijk’ gekwalificeerd mag worden. Zijn stelling wordt bovendien versterkt door de natuurkundige wetten waarmee de natuur en ook onze zintuigen werken.

    Wellicht is een ‘apodictisch nee’ inderdaad een stap te ver, maar ik neig toch naar een ‘apodictisch niet’ (zei hij licht provocerend…)

  32. @ Agno

    Uitgangspunt, het artikel van Kurtz. Grappig dat jij het niet kende, want bij die link dacht ik niet zozeer aan ervaren skeptici zoals jij. (Ik tutoyeer nu verder maar.) Veel discussie hoeven we denk ik niet te voeren.

    Ik denk evenmin als jij dat het principle of complementarity in deze context ergens op slaat. Dyson zegt zelf trouwens: “The extension of the idea of complementarity to mental phenomena is pure speculation. Waar ik al aan toevoegde: (Let wel, hgb.).” En de alinea van jou zet dat inhoudelijk prima uiteen. Dat deed Shermer bijvoorbeeld al niet zo helder in mijn ogen.

    En het ging mij juist vooral om de reactie van Shermer. Hij protesteert wel met recht dat Dyson zich ook nog beroept op twee dames uit zijn familiekring. (Maar dat moet wel bijna pesterig zijn geweest van Dyson?)

    Shermer zegt echter ook: “Psi phenomena have now been subjected to rigorous scientific experiments for over a century….” Dat is natuurlijk ook kletskoek. Een eeuw? Feitelijk is er nog heel weinig onderzoek gedaan, als je dat vergelijkt met andere takken van de sport wetenschap, meer in het bijzonder de psychologie. Wel is er heel veel tamtam gemaakt en dat dan weer veel meer in vergelijking met de andere takken van de sport. En met die rigoreusheid van dat onderzoek valt het in andere contexten wel mee: er wordt in andere contexten juist weer gesproken van heel veel belabberd onderzoek op het gebied van de parapsychologie. Zie ook de eerste titel en target van Kurtz in 1976: SCICOP.

    Mijn punt is dan vooral: op zo’n uitdaging van Dyson moet je volgens mij niet reageren met ‘er is niks gevonden in een eeuw’. Er is soms wel wat gevonden en dat maakt het mede zo problematisch. Maar inderdaad niets consistents en betrouwbaars. Over het Ganzfeld en de meta-analyses wordt nog wel gesoebat. Maar ik denk niet dat daar een revolutie uit voortkomt, om me ook maar eens een gemakkelijk oordeel te permitteren.

    Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat een man als Rhine ook wel een hele rare reuzensprong maakte: van spontane ervaringen naar pure raadexperimenten, en in mijn boek zie je als het ware ook nog een lijntje teruglopen naar wat je experimenteel nog wel kunt doen om weer dichter in de buurt te komen bij dat waar alles mee begint: de spontane ervaringen. Uiteindelijk loop je experimenteel vast op de klip van de ‘volledige spontaniteit’ en de meestal geïnvolveerde tragiek. Daar kun je dus experimenteel niks meer mee. (En dat met name weet Dyson dus maar al te goed.) Het enige wat je resteert is het proberen te ‘construeren’ van een verdeling van belevingen en gebeurtenissen in de bevolking, en kijken of die ‘onverwacht corresponderende belevingen’, met ook nog alle moeilijkheden die vastzitten aan ‘betekenisgeving’, daarin passen. Echt kennen en leren kennen doen we die verdelingen echter niet om redenen die ik je niet verder hoef uit te leggen.

    Schouten heeft in samenspraak met mij uiteindelijk die drie grote collecties spontane ervaringen op een grote hoeveelheid kenmerken gescoord in de jaren 1970/1980. (Dat had bij wijze van spreken met de eerste Engelse collectie ook al in de jaren 1930 kunnen gebeuren want het gaat om eenvoudige chi-kwadraten en dan had je ook al gevonden dat moeders binnen het gezin het leeuwendeel van de ervaringen voor hun rekening nemen.) En daar kan dan juist zo’n psychologische ‘theorie’ uit voortvloeien. En dan kun je natuurlijk wel degelijk onderzoek gaan doen dat die psychologische theorie (of een andere) versterkt of verzwakt. Maar dat moet dan ook nog wel eerst gebeuren voor je alles van tafel veegt! Wie rapporteert welke ervaringen eerder? Mensen die zich meer zorgen maken? Complex, maar niet geheel onmogelijk onderzoek. Die theorie versterken maakt dan de hypothese ‘echte helderziendheid’ in spontane gevallen steeds zwakker. Mijns inziens moet dat echter nog wel grotendeels of geheel gebeuren. Er moet dus ook nog wel een ‘positief’ antwoord komen die de hypothese helderziendheid extreem onwaarschijnlijk maakt, ook voor spontane gevallen.

    Jij zegt dan mogelijk weer: “Zijn (Shermers) stelling wordt bovendien versterkt door de natuurkundige wetten waarmee de natuur en ook onze zintuigen werken.” Dus dat laatste wat ik zei hoeft eigenlijk niet eens.

    Tja, het zal je opgevallen zijn dat ik de zogenoemde observationele theorieën in mijn boek niet eens noem. Niet aan mij besteed. Uiteraard waren en zijn er sommige fysici die menen de kwantumfysica (ik zeg het maar even zo, maar zelfs deze uitdrukking mag van de echte kenners niet) te doorgronden en ook geïnteresseerd zijn in de parapsychologie, die uiteindelijk gebaseerd is op die spontane ervaringen. Nog betere kenners van de kwantumfysica (‘t Hooft bijvoorbeeld) geven geen cent voor die interesse. En aangezien ik er relatief maar heel weinig van begrijp, laat ik die kant van de zaak gaarne aan de fysici en aanverwanten over. Op dat terrein komen er ‘doorbraken’ of ‘geen doorbraken’ van meestal hele heldere (wiskundige) hoofden op een bepaald terrein. Ik bemoei me er niet mee. Op zich eventueel wel een stuk spannender, want de echte frontlinie van de wetenschap. Maar de grootste geesten hadden en hebben echt geen zin in en tijd voor parapsychologie, en dat zegt ook boekdelen.

    Op zijn minst blijft er buiten dat toch een taak of rol voor de experimenteel psycholoog: is met psychologisch onderzoek ook aannemelijk te maken dat het om ‘zich zorgen maken’ gaat of niet? (Daar zegt een observationele theorie niets over. Ook de natuurwetten doen dat niet.) En als het dat niet is wat is het ‘psychologisch’ gezien dan wel? Antwoorden op dat vlak zouden een betere repliek zijn geweest op Dyson in mijn ogen. Dat is wat ik vooral wou zeggen. Maar het werd al wat lang en nu weer, zei de enigszins Verlichte Oude Scepticus ;).

  33. Een mooie repliek, HGB. Ik lees een verlicht scepticus die het helder ziet 😉

    Om misverstanden te voorkomen, ik ben absoluut geen ervaren scepticus, maar heb er altijd wel een “sceptische” levenshouding op na gehouden. Mijn werkelijke interesse in Skepsis dateert van slechts drie jaar geleden toen Robbert van den Broeke met zijn ‘genverbrander’ op spectaculaire wijze ontmaskerd werd. Hierdoor heb ik ook de Stichting Skepsis leren kennen en ben inmiddels een frequent snoeper uit de ruif van sceptische denkjuweeltjes die hier op deze site aangeboden worden. Met name het artikel van Kurtz heeft mij de ogen geopend. Het is een buitengewoon heldere en enisgzins normstellende ‘job description’ voor de Nieuwe Scepticus. Dit verschaft mij nieuwe inzichten om de scherpe kantjes af te vijlen die nog immer te frequent mijn sceptische reacties binnensluipen. De hoofdscribenten JWN en RN zijn duidelijk reeds professionele beoefenaars van deze denkwijze en ik heb oprecht bewondering voor hun ongebreidelde tolerantie, kennis en open opstellen in het debat over bijzondere claims. Zij hebben gedurende de vele jaren van discussies inmiddels de juiste balans gevonden en zijn daardoor in staat ook bruggen te slaan (tot het ook hen te gortig wordt natuurlijk, niets menselijks is de Nieuwe Skepticus natuurlijk vreemd!).

    Terug naar het onderwerp. Meteen maar mijn eerste leerpunt als junior Nieuwe Scepticus. Mijn insteek is tot nu toe gebaseerd op “ik zal uitleggen op basis van Natuurkundige wetten waarom helderzienheide ervaringen zeer onwaarschijnlijk zijn”. Ik realiseer me nu dat ik daarmee wel de weg afsluit voor het opwerpen van de wellicht veel interessantere vraag: “maar wat zou dan een logische andere verklaring kunnen zijn?”. Dit is inderdaad het terrein van de experimenteel psycholoog en op de inzet van geavanceerde statistiek na liggen er nog bar weinig raakvlakken tussen Natuurkunde en Psychologie (Pauli en Jung zijn beroemde voorbeelde en ook Roger Penrose heeft wel eens een uitstapje gemaakt). HGB zal echter niet oversteken naar de voor hem te wiskundige Natuurkunde en ’t Hooft haalt zijn neus op voor de paranormale wereld.

    Ook begrijp ik nu opeens ook veel beter dat het “Helderziendheid bekeken” onderzoek gericht was op de vraag “wat gebeurt er nu eigenlijk tussen consultant en client?” en dat de verkregen antwoorden een redelijk afdoende verklaring voor de percipiëerde paranormale ervaringen bieden. Het onderzoek levert eenieder een goed onderbouwd alternatief aan en laat de lezer verder de keuze om daarmee helderziendheid als uiterst onwaarschijnlijk te duiden of niet (zoals ook mooi zichtbaar is in de discussie met mevr. P. Ools hierboven).

    Het zou inderdaad mooi zijn als eenzelfde onderzoek naar de spontane ervaringen gedaan zou kunnen worden. Helaas kan je hierbij geen dialoog afluisteren en analyseren en de spontane data zijn meestal anecdotisch van aard. De vermoede correlatie met crisis/stress-factoren is inderdaad moreel lastig reproduceerbaar (“mevrouw, we hebben slecht nieuws voor u. Uw zoon is dood. Trouwens nu we het er toch over hebben, heeft u misschien onlangs gedroomd dat ie dood zou gaan? Niet. Oké, trouwens uw zoon leeft nog gewoon hoor en nog bedankt voor uw medewerking aan dit onderzoek. Ik wens u een prettige dag verder.”)

    Ik ga toch maar eens nadenken of er wellicht een onderzoekbare hypothese voor spontane ervaringen te bedenken valt.

    Enfin, een eerste heldere aha-erlebnis op deze toch ietwat regenachtige zondagmiddag 🙂

  34. @ Agno (I)

    Een en ander toch nog wat preciezer. Opgeknipt in drie stukken. Mogelijk ken je dit artikel ook nog niet: De fysica en het wonderbaarlijke: Gerard ’t Hooft, Skepter 12(3), september 1999. De uitdrukking ‘zijn neus ophalen voor het paranormale’ is wat te sterk, als je het geheel bekijkt. Hij geeft onder meer aan waarom hij niets ziet in de zogenoemde observationele theorieën (zonder die overigens met name te noemen). En je kunt wel zeggen dat hij daar zijn neus voor ophaalt, omdat die van exacte wetenschappers komen, die beter zouden moeten weten. Hij zegt daarna echter onder meer ook dat de skepticus er zich daarom nog niet al te gemakkelijk vanaf moet maken: “We hebben hier (mogelijk, hgb) te maken met een delicaat psychologisch verschijnsel”… om die paragraaf (verklaring 4, hbg) te besluiten met “Toegegeven: schrijver dezes is fysicus en geen psycholoog, dus mijn weergave van de psychische gesteldheid van de paranormale belever zal onnauwkeurig zijn…..” Kortom, parafraseer ik: dat moet onder meer de psychologie verder uitzoeken, en dat mag dan allemaal misschien wel wat nauwkeuriger dan ik het hier probeer. Zo lees ik het althans. En dat is toch weer niet zomaar de neus ophalen. Maar hij heeft wel zelf wat anders aan en in zijn hoofd. En zo is het.

    Ik heb zelf niets over te steken naar de theoretische natuurkunde, want die was en is domweg te moeilijk voor mij. En kon ik het wel, dan had ik daar ook nog niks te zoeken in relatie tot het onderwerp, zo maakt hij ook wel duidelijk. (Maar in de parapsychologie waren / zijn er wel een aantal namen verbonden aan die observationele theorieën zoals Schmidt, Walker, Millar enzovoort en die zouden dan eventueel – alleen bij wijze van spreken hoor – maar in discussie met hem moeten, als ze hun theorie toch willen verdedigen.)

    Verder moeten we er maar niet te veel grote namen bij halen, als die van Pauli en Penrose. Ver boven mijn pet. Ik voel weinig affiniteit met Jung, voor zover ik me de vroegere lezing van een deel van zijn werk nog herinner. Een uitgebreid ‘systeem’ over de menselijke persoonlijkheid, maar in elk geval niet al te pragmatisch en bij de ‘betekenisvolle coïncidenties’ had ik de allergrootste vraagtekens.

  35. @ Agno (II)

    Terug naar het boek. Iets precieser dan wat jij nu stelt: er is een proefschrift, waarin in principe op de eerste plaats gezocht werd naar gunstige omstandigheden voor de veronderstelde gave van paragnosten, maar zo dat we in elk geval hoe dan ook iets konden zeggen over het gedrag van paragnosten in die verschillende omstandigheden en de invloed van die omstandigheden op hun gedrag (en dat niet specifiek gericht op de paragnost-klant interactie, behalve het omgaan door de paragnosten met ontkenningen van uitspraken). Daarnaast zijn er, laten we voor het gemak zeggen, drie (er waren er uiteraard meer) daarvan losstaande publicaties: een over een op zijn minst betere versie van een experiment a la Rhine (en eigenlijk meer aansluitend op het nog vroegere werk van Heymans), het project met de zogenoemde sensitieven (plus een eenmalige daaraan gekoppelde, niet apart gepubliceerde maar naar mijn idee wel belangrijke proef met twee bekende kunstenaars: hoe dicht kun je bij de ‘volledige spontaniteit’ komen), en het project ‘analyse spontane gevallen’ door S. Schouten.

    Met name het project met de ‘sensitieven’ was daarbij al wel zo opgezet, dat we nog meer concrete aanwijzingen over de erbij betrokken ‘psychologie’ zouden kunnen krijgen.

    Dat allemaal samen wordt in het boek in één kader gezet. Daar pas, en niet in het proefschrift, ga ik ook dieper en vrijer in op de interactie tussen paragnost en klant, als één van de aspecten van het grotere geheel. De ‘ontwikkeling’ tot paragnost is voor een groot deel afgeleid uit de gesprekken met de paragnosten, uit de gerichte vragen, die er naast de consulten waren, en uit het project ‘sensitieven’.

    En daarbij geldt dat het boek van het niveau ‘denken’ is, niet ‘weten’, dat wil zeggen nog deels nader te bepalen, en mogelijk op sommige punten ook wel te weerleggen.

    Voor jou misschien een wat futiel onderscheid, maar ik moet de zaak wel precies blijven stellen. Want van mensen die op deze blog reageren met ‘eigen ervaringen’ wil ik bijvoorbeeld ook dat ze wel eerst het boek lezen, en dan pas vragen stellen als ze het niet begrijpen of kritiek leveren als ze die hebben, en liefst de procedure eerst volgen. (Ik ga niet meer zo ver als RN en JWN die inderdaad een nog veel groter geduld hebben, en bovendien nog de veel bredere scope hebben om op alle pseudo- en quasi-wetenschappelijke claims in te gaan.)
    Men moet wat mij betreft ook bereidheid tonen zelf ook moeite te willen doen, en enigszins openstaan voor het zoeken naar meer dan één mogelijke verklaring.
    En ik heb nu overigens ook ontdekt, dat je met een strikt heldere redenering zoals jij die in eerste instantie aan Franssen voorhield, later ondersteund door JWN, in dit blogkader soms ook heel zinnig en afdoende een persoon behulpzaam kunt zijn! Maar de meeste gevallen zullen zich er niet voor lenen.
    Dus ook op dit punt is er weer geen wet van Meden en Perzen.

  36. @ Agno (III)

    Over onderzoek mbt spontane gevallen (via de indirecte benaderingen, middels wat ik nu maar de ‘vaker stilstaan bij de ander-hypothese’ noem, breder dan de ‘zich zorgen maken-hypothese’) zeg ik al heel even iets in het boek. Binnen gezinsverhoudingen: Moeders zouden vaker dan vaders over (nare dingen mbt tot) partner en kinderen moeten dromen. Maar je snapt hoe moeilijk (praktisch en meettechnisch en kostbaar) dergelijk soort onderzoek is. Weerlegt een eventueel negatieve uitkomst de hypothese ook meteen? Nee, het verzwakt die psychologische hypothese wel, naarmate beter uitgevoerd, en zolang we niet echt beter weten, ten faveure van de hypothese helderziendheid. Een positieve uitkomst versterkt de hypothese, maar ook al niet meer dan dat. Enzovoort. Zo gaat het in de meeste psychologie, als het om het moeilijkste deel van een verhaal gaat. Het is dus geen fysica.

    De zich zorgen maken – hypothese heeft S. Schouten destijds meteen ‘operationeel’ op zijn data proberen toe te passen. Hij vond er geen sterke eerste aanwijzingen voor. Maar dat ene onderzoek is echt niet afdoende. De bestaande collecties zijn onder meer geen ‘gesloten verzamelingen’. En dat zou nodig zijn. Bovendien moet het zich zorgen maken of het vaker stilstaan bij vooraf, toch ook nog anders worden geoperationaliseerd. Allemaal moeilijke verdere discussiestof, waar het verder niet meer van gekomen is.

    Opvallend is dat er met de schat aan informatie die er in de analyses van S.Schouten mogelijk nog verborgen ligt verder heel weinig is gedaan (voor zover ik weet via hemzelf, maar ik heb het vak dus ook nauwelijks meer gevolgd, en de meeste parapsychologen waren / zijn ook niet gericht op het zoeken naar alternatieve ‘psychologische’ verklaringen). Ik heb in 1986 uit de drie collecties het patroon gedestilleerd dat in het boek besproken wordt. Maar er moet echt nog meer in zitten.

    Als je langs deze lijnen verder zou willen denken, dan zou het artikel van S. Schouten in de EJP (European Journal of Parapsychology) 5, 3, p 221-244, 1984: ‘Applying the ‘worry’ hypothesis to spontaneous paranormal experiences’, wel het vertekpunt moeten zijn. In de referentielijst daarbij staan de referenties naar de analyses van de collecties, uitgevoerd in 1979 (Engelse), 1981 (Duitse) en 1982 (Amerikaanse). Maar ja, hoe kom jij daaraan? Ik kon het artikel na zoveel jaar nog ergens in een lade vinden en heb het ook nog even vluchtig herlezen. Nog steeds heb ik het idee dat er veel werk in deze richting (eigenlijk) nodig zou zijn, als we tenminste een ‘positief’ antwoord willen hebben.

    Dit artikel alleen al laat ook zien dat psychologie geen fysica is en hoe moeizaam de weg eventueel is om op tot een ‘positief’ antwoord te komen over wat er bij spontane ervaringen dan wel voornamelijk speelt als het geen helderziendheid is. Het zal ook een complex antwoord zijn, waarbij in elk geval ook meer dan één alternatieve hypothese in het geding zal zijn, voor verschillende gevallen, vrees ik. Wat de ‘verklaringskracht’ ook niet versterkt.

    Mogelijk heb jij nog wel hele schrandere ideeën, ook al kom ik aan uitvoeren van onderzoek in elk geval zelf niet meer toe. (En ook al te weinig aan het lezen van alles wat de sceptici van het eerste uur in die twintig jaar hebben geopperd.)

  37. @ Boerenkamp

    Sommige zaken zijn inderdaad delicaat. Maar JWN a bon dos, zoals de Fransen zeggen.

    @ Nienhuys

    Het ei dat Chesterton legt in zijn “Father Brown”-verhalen betreft mijns inziens de redelijke en relationele aspecten van het christendom versus andere (on)geloven : de mens heeft de rede en de wisselwerking met anderen nodig om niet te vervallen in een ongebreidelde zelfkazende spiritualiteit waarbij de betrokkenheid bij maatschappelijke problemen uit het zicht verdwijnt. Hij werkt dit uit in o.a. “Orthodoxy”, waarvan de titel van het 4e hoofdstuk skeptici zal aanspreken : “The ethics of elfland”. Al fantaserend en gebruik makend van paradoxen maakt hij gehakt van de Ilja Maso’s, Pim van Lommels en andere spiritisten van zijn tijd, alsmede van een aantal toen beroemde literatoren, kunstenaars en materialistische (jawel) wetenschappers. Honderd jaar na dato nog zeer leesbaar. Sommige dingen veranderen kennelijk nooit.

  38. Psycholoog Chris French was op het Skepsiscongres van 2006, zie ik via Search. Hij moet al weer een eind verder zijn met allerlei onderzoek, maar ik stuitte op een artikel van hem uit de jaren negentig, waarnaar op de site van Skepsis nog niet verwezen wordt, maar dat ook al een aardig inzicht geeft in relevant psychologisch onderzoek met betrekking tot het paranormale, min of meer speciaal toegespitst op de helderziendheid cq de parapsychologie. Ik volsta met de link voor de geïnteresseerde: Parapsychology and the paranormal.

  39. Naar aanleiding van topic Synchroniciteit op het Forum

    Het lijkt misschien de moeite waard, om de 32 kenmerken die Sybo Schouten destijds hanteerde bij het scoren van de drie grote verzamelingen spontane ervaringen -gepubliceerd in Research Letter (geaffilieerd aan European Journal of Parapsychology), No 9, February 1979, Sybo A. Schouten, Universiteit Utrecht – hier te noemen.

    In eerste instantie zijn ze geformuleerd richting de oudste beschikbare collectie spontane ervaringen (de Engelse) : Phantasms of the Living, 1886 door Gurney, Meyers en Podmore. Later zijn ook een Duitse en een Amerikaanse collectie geanalyseerd tav ongeveer dezelfde kenmerken.

    Met deze kenmerken gescoord, konden een aantal alternatieve hypothesen ten opzichte van de helderziendheids-hypothese min of meer ‘getoetst’ worden. (Getoetst, is een te groot woord, want de verzamelingen zijn niet ‘gesloten’. Maar in drie volgende artikelen probeerde Schouten wel een en ander aannemelijker te maken. Onder meer dat je er met de ‘worry’ hypothese alleen waarschijnlijk niet komt. Misschien kom ik er, bij interesse, nog verder op terug.)

    Ik noem hier niet overal de preciese categorieën waarin elk kenmerk werd gescoord. Dat zou zelfs hier wat veel zijn. Ik geef hier alleen de complete lijst kenmerken waar een ieder een ervaring op zou kunnen bekijken. (Ook valt er nog wel wat op te merken over de gebruikte kenmerken en categorieën. Achteraf leek het mij bijvoorbeeld jammer dat het al dan niet in eigen huis zijn van de percipient niet een apart kenmerk was. En nog wel een en ander.)

    Kun je er ook iets mee als je een enkele ervaring op deze manier benadert? Nee, niet veel. In elk geval kan het wel zo zijn dat je je nog van een enkel over het hoofd gezien detail bewust wordt. En ook nagaan hoe goed of slecht de ‘ervaring’ eigenlijk is vastgelegd. Maar dergelijke gegevens gaan pas echt wat zeggen bij een (liefst gesloten) collectie ervaringen van veel mensen. Dan duiken er wel degelijk patronen op. (En het eerste wat dan al moet worden onderzocht is in hoeverre er sprake is van ‘rapportage-effecten’.)

    Het is in elk geval veel simpeler om te doen, dan het uitgebreide systeem in mijn boek, dat dan ook gericht was op de ‘sensitieve’ met zijn ‘herhaalde spontane ervaringen’. (En daar is het ‘doel’ het ‘integreren’ van de ervaringen.)
    Voor een enkele spontane ervaring in het leven zou het de voorkeur verdienen, dit spontane-gevallen systeem te hanteren, bij het verdere ‘nadenken’ erover. (Hier blijft de psychologie er verder buiten.)

    Ga uit van de definitie: ervaring = (onverwachte) overeenkomst tussen beleving en gebeurtenis.
    Meestal gaat het in de praktijk om een percipient, dus degene die de beleving heeft, en een doelpersoon, dus diegene die de gebeurtenis overkomt.

    Maar in principe moeten ook ervaringen als die van Henry met zijn broodplankjes op deze manier benaderd (kunnen) worden. Percipient en doelpersoon zijn dan dezelfde persoon.

    Valt dit al niet helemaal mee, de Brugse ervaringen?!) van Rob lijken nog heel wat moeilijker in te passen. In elk geval is het nog complexer, omdat het ‘een stapeling ervaringen binnen een episode’ lijkt. Toch kun je bij hem ook niet van de ervaringen van een ‘sensitieve’ spreken, want ‘die episode’ lijkt betrekkelijk eenmalig in zijn leven. Ik denk dat als ik op zijn ervaring zou ingaan hem toch zou vragen de ‘meest frappante/ indrukwekkende deelervaring’ van de episode te nemen en die als ‘spontane ervaring’ te scoren. (Niet dat ik dit van Rob vraag, laten we ons beperken tot Henry.)

    (Let wel: en een en ander nog allemaal los van de ‘betekenis’. Dat moge duidelijk zijn.)

    Hier de kenmerken, en misschien kan Henry eens kijken wat zijn antwoorden zijn? Hoe ver hij er mee komt. Dat kan ik meteen zien waar ik nog wat moet aanvullen, om het voor de ‘scoorder’ eventueel duidelijker te maken, zonder al die categorieën bij elk kenmerk van Schouten over te hoeven pennen. (Dus let wel Henry, voor jou is het in een paar opzichten lastiger dit te scoren dan het zou zijn voor de moeder die droomt dat haar zoon op de grond ligt en om haar roept en die ongeveer op dat moment een motorongeluk krijgt.)

    (01. Nummer van het geval)
    02. Sexe van de percipient
    03. Leeftijd van de percipient op het moment van de beleving
    04. Familiesituatie van de percipient ten tijde van de beleving, bijvoorbeeld gehuwd en een of meer kinderen
    05. Sexe van de doelpersoon
    06. Leeftijd van de doelpersoon op het moment van de beleving
    07. Familiesituatie van de doelpersoon ten tijde van de beleving, bijvoorbeeld weduwnaar.
    08. Relatie tussen percipient en doelpersoon, bijvoorbeeld moeder-dochter.
    09. Type beleving: onder meer: intuïtie, droom, wakker visueel, wakker auditief, wakker visueel en auditief.
    10. Actie ondernomen door de percipient op grond van de beleving in de richting van de doelpersoon vóór het vernemen van de gebeurtenis, bij voorbeeld een brief gaan schrijven (of tegenwoordig: gaan opbellen?)
    11. Overtuiging van het helderziende van de beleving vóór vernemen van de gebeurtenis, bijvoorbeeld de echtgenoot wakker maken om de droom te vertellen, direct opschrijven van de beleving in een dagboek?
    12. Identificatie van de doelpersoon. Gaf de beleving aan om wie het ging? En letterlijk of symbolisch?
    13. Identificatie van de gebeurtenis. Gaf de beleving aan om welke gebeurtenis het ging? En letterlijk of symbolisch?
    14. Aantal gegeven details betreffende de gebeurtenis in de beleving.
    15. Aantal acheraf correcte details in de beleving.
    16. Tijd van de dag van de beleving: nacht , morgen, middag, avond.
    17. Seizoen van het jaar van de beleving.
    18. Is de percipient op het moment van de beleving alleen of niet? In het openbaar vervoer is niet alleen.
    19. Aantal getuigen van de beleving vóór de gebeurtenis bekend was.
    20. Is de beleving buiten, in de open lucht of niet? In een tent is in de open lucht.
    21. De ernst van de gebeurtenis: onder meer: dood, ernstige ziekte of ongeluk , lichte verwonding, ernstige materiële schade, lichte materiële schade, triviale gebeurtenis, positieve gebeurtenis.
    22. Was de aandacht van de doelpersoon op het moment van de gebeurtenis gericht op de percipient?
    23. Was er een reden voor de percipient om zijn aandacht op de doelpersoon te richten? Ja bijvoorbeeld, als de doelpersoon zich in een militaire actie bevindt.
    24. Aantal getuigen van de gebeurtenis.
    25. Tijd tussen beleving en gebeurtenis, zowel beleving in tijd vóór gebeurtenis als gebeurtenis in tijd vóór beleving: onder meer: minder dan een uur, één tot zes uur, zes tot 24 uur, een tot twee dagen enzovoort.
    26. Tijd tussen gebeurtenis en de rapportage ervan.
    27. Wie rapporteerde er? De percipient, de doelpersoon, een familielid van een van beiden.
    28. Lengte van de rapportage. Hoeveel woorden?
    29. Is er een schatting te maken van de onwaarschijnlijkheid van de gebeurtenis? In principe niet echt te doen, en daarom beperken tot de vraag: doet zich zoiets vaker dan eens per jaar voor naar je schatting? Blijft relatief. Maar er kan een grof onderscheid geprobeerd worden.
    30. Gevoelens die gepaard gingen met de beleving bij de percipient: onder meer: bezorgd, bang, gedeprimeerd, pijn , gemengde gevoelens, positieve gevoelens.
    31. Andere bijzonderheden betreffende de percipient. Met name: was er sprake van ziekte (in brede zin dus ook middelen) ten tijde van de beleving, had al eerder ooit een spontane ervaring, had al eerder een spontane ervaring mbt hetzelfde type gebeurtenis, andere familieleden hadden al een spontane ervaring.
    32. Afstand tussen percipient en doelpersoon ten tijde van de beleving. Met name: in het zelfde dorp of dezelfde stad, in verschillende dorpen of steden in hetzelfde land, in verschillende landen.
    (33. Tijd tussen de beleving en het moment dat de percipient hoorde van de gebeurtenis.)

  40. 34. Hoe goed of gedetailleerd is het autobiografisch geheugen van de percipiënt ? Kan wel eens omgekeerd evenredig zijn met de meer banale zaken des levens zoals daar zijn (ik doe even een greep) : een 38-urige werkweek, ruziën met achtereenvolgende partners, zieke ouders en buren verzorgen, kinderen opvoeden, een paar keer emigreren, studeren om beroepshalve en anderszins bij te blijven, het huishouden doen, sociale activiteiten, … Anders gezegd, men moet wel in de gelegenheid zijn om bij het eigen gevoelsleven te kunnen stilstaan.

  41. @ Atsou-Pier,

    Natuurlijk zijn er nog meer vragen te bedenken, maar dit is bijvoorbeeld niet iets wat er te ‘scoren’ viel bij een collectie uit 1886. Deze lijst kenmerken werd (kon worden) ‘losgelaten’ op die verzameling (niet gesloten) ‘bestaande’ anekdotes. Het al of niet goede autobiografische geheugen van een percipient kan niet of meestal niet uit een anekdote worden afgeleid. En evenmin de mate van activiteit of de ‘mate van opleiding’ (neem ik nu even aan, want dat weet ik na dertig jaar ook niet meer precies, anders was dat laatste op zijn minst wel een kenmerk geweest denk ik nu.) Zou je heden ten dage een ‘nieuwe’ echt gesloten verzameling willen opzetten, dan zou je dat ongetwijfeld meenemen.
    Maar zoals gezegd, misschien dat ik later gewoon in ‘brokjes’ verder ga met het bespreken van die artikelen van Schouten, dan wordt een en ander mogelijk nog wat duidelijker.

    En dat het uitermate complexe en ‘betrekkelijke’ data blijven, mag ook duidelijk zijn. De vraag is echter steeds of er een ‘betere weg’ is.

    We zeggen ook niet meer dan we menen dat we kunnen zeggen, hoop ik.

  42. Laten we als rapportage van de ervaring van Henry deze nemen (er waren twee rapportages, met kleine onderlinge verschillen):

    “Toch heb ik zelf een soortgelijke ervaring die er op lijkt. Het is een heel gek verhaal, dus ik kan het niet verzonnen hebben… Hier komt het dan.
    Ik vond eens twee houten ontbijtplankjes achter in een oude kast bij mijn vader. Leuk om een schilderijtje op te schilderen, vond ik. Ik zei nog: ´Het hadden er alleen drie moeten zijn, dan had ik een mooi drieluikje kunnen schilderen´. Maar helaas, mijn vader had er maar twee. Nog geen kwartier later loop ik even door de tuin van mijn vader. Onder heg zie ik iets vreemds liggen. Wat denken jullie dat het was lieve lezertjes… ? Precies zo´n houten ontbijtplankje als die twee uit de kast bij mijn vader. Maar het was niet van hem. Het was toevallig over de heg gegooid door iemand. Maar dat kon hooguit een dag eerder zijn gebeurd, want mijn vader had de dag ervoor nog de heg geknipt en toen lag het er nog niet, dat wist hij zeker. Er wordt nooit zoiets over de heg gegooid bij mijn vader. Hooguit een blikje. Het is ook een heel vreemd voorwerp om bij je te hebben en over een heg te gooien. Maar het lag er. Toen heb ik alsnog een drieluikje geschilderd en het staat nog steeds bij mij op de kast.”

    Hieronder geef ik aan hoe een dergelijke ervaring dan (ongeveer) gescoord zou worden. Het moge duidelijk zijn dat men bij het werkelijk opzetten van een ‘gesloten’ verzameling zou proberen te voorkomen dat er data ontbreken (en nog wat meer data verzameld zouden worden). (Hier doet het even niet ter zake, verder.)

    (01. Nummer van het geval)
    02. Sexe van de percipient: man
    03. Leeftijd van de percipient op het moment van de beleving: 30-40 (na aanvulling)
    04. Familiesituatie van de percipient ten tijde van de beleving: onbekend.
    05. Sexe van de doelpersoon: niet relevant
    06. Leeftijd van de doelpersoon op het moment van de beleving: niet relevant
    07. Familiesituatie van de doelpersoon ten tijde van de beleving: niet relevant
    08. Relatie tussen percipient en doelpersoon: percipient is doelpersoon.
    09. Type beleving: intuïtie (Ik zei nog: ´Het hadden er alleen drie moeten zijn, dan had ik een mooi drieluikje kunnen schilderen´.).
    10. Actie ondernomen door de percipient op grond van de beleving in de richting van de doelpersoon vóór het vernemen van de gebeurtenis: nee (hij loopt kennelijk toevallig naar buiten, om een luchtje te scheppen of wat ook, niet om een derde plankje onder de heg te weten).
    11. Overtuiging van het helderziende van de beleving vóór vernemen van de gebeurtenis: nee (hij denkt daar zelfs helemaal niet aan.
    12. Identificatie van de doelpersoon. Gaf de beleving aan om wie het ging? En dat letterlijk of symbolisch?
    Percipient is doelpersoon.
    13. Identificatie van de gebeurtenis. Gaf de beleving aan om welke gebeurtenis het ging? En dat letterlijk of symbolisch? Ja. Letterlijk (het vinden van een gehoopt derde plankje.
    14. Aantal gegeven details betreffende de gebeurtenis in de beleving: 2 (een derde plankje, dat hetzelfde zou moeten zijn als de andere twee).
    15. Aantal correcte details in de beleving: 1 (een derde plankje, maar het was feitelijk wat groter)(na aanvulling.
    16. Tijd van de dag van de beleving: nacht, morgen, middag, avond: onbekend.
    17. Seizoen van het jaar van de beleving: onbekend
    18. Is de percipient op het moment van de beleving alleen of niet?: nee (samen met vader).
    19. Aantal getuigen van de beleving voor de gebeurtenis bekend was: 1 (vader)(niet buiten verhaal zelf)
    20. Is de beleving buiten, in de open lucht of niet?: nee (hij is binnenshuis op het moment van de beleving).
    21. De ernst van de gebeurtenis: triviale gebeurtenis (het vinden van derde plankje).
    22. Was de aandacht van de doelpersoon op het moment van de gebeurtenis gericht op de percipient?
    Niet relevant. (Of misschien toch ja, ‘hij is met zichzelf bezig’, maar niet door S zo gescoord, denk ik.)
    23. Was er een reden voor de percipient om zijn aandacht op de doelpersoon te richten?
    Niet relevant. (Of misschien toch: ja: ‘hij is met zichzelf bezig’, maar niet door S zo gescoord, denk ik.)
    24. Aantal getuigen van de gebeurtenis: 1 (vader, ook al is bij binnen bij het vinden zelf, maar hij krijgt het meteen te zien).
    25. Tijd tussen beleving en gebeurtenis, zowel beleving vóór gebeurtenis en gebeurtenis vóór beleving: beleving vóór gebeurtenis: minder dan een uur
    26. Tijd tussen gebeurtenis en de rapportage ervan: onbekend (poos geleden)
    27. Wie rapporteerde er? De percipient, de doelpersoon, een familielid van een van beiden: percipient.
    28. Lengte van de rapportage. Hoeveel woorden?: 100 – 200.
    29. Is er een schatting te maken van de onwaarschijnlijkheid van de gebeurtenis? In principe is dat niet te doen, en daarom beperken tot de vraag: doet zich zoiets vaker dan eens per jaar voor naar je schatting? Blijft relatief, maar er kan een grof onderscheid geprobeerd worden: < eens per jaar (behoorlijk bizar voorval) 30. Gevoelens die gepaard gingen met de beleving bij de percipient: onder meer: bezorgd, bang, gedeprimeerd, pijn, gemengde gevoelens, positieve gevoelens: onbekend (maar zeker verbazing). 31. Andere bijzonderheden betreffende de percipient. Met name: was er sprake van ziekte (in brede zin) ten tijde de beleving, had al eerder ooit een spontane ervaring, had al eerder een spontane ervaring mbt hetzelfde type gebeurtenis, andere familieleden hadden al een spontane ervaring: onbekend (behalve dat hij aangeeft een tijd gericht te zijn geweest op 'synchroniciteiten' in de andere rapportage). 32. Afstand tussen percipient en doelpersoon ten tijde van de beleving. Met name: in het zelfde dorp of dezelfde stad, in verschillende dorpen of steden in hetzelfde land, in verschillende landen. Niet relevant. 33. Tijd tussen de beleving en het moment dat de percipient hoorde van de gebeurtenis: minder dan een uur. Met dergelijke gegevens van elke anekdote ging Schouten in eerste instantie na hoe de totale verzameling in de Phantasms of the Living eruit zag. Komen er dan bij mannen bijvoorbeeld meer ‘intuities’ voor dan bij vrouwen die bijvoorbeeld meer dromen melden, of maakt dat niet uit? Kortom, er onstaat een database, die op alle mogelijke manieren te bevragen is. En het bleek dat er sprake was van allerlei patronen, die nieuwe vragen opriepen. Voor een individu met de ene eigen ervaring kan het beantwoorden van de lijst niet veel meer opleveren dan het zich eventueel (weer) beter gaan herinneren van (mogelijk relevante) details. Maar het structureert in elk geval de ervaring al vast op een standaard manier.

  43. Geachte deskundigen ,skeptisi,beminde en verder niet beminde (on)gelovigen. Hierbij wilde ik even terug komen op de overheerlijke discussies, tussen mevr P.Ools en de heer HG Boerenkamp en daarbij een kleine dienstmededeling/cq ervaring van mijn bescheiden persoontje mede delen.

    Ten eerste wil Ik sowieso even kwijt dat het werk wat Skepsis doet natuurlijk prima is , al weten de meesten mensen nu wel onderdehand ,zelfs de analfabeten, dat 98 %, van wat voor ,zg onverklaarbare zaken dan ook , bullshit is, ok.
    Daar ging dus ook de discussie over tussen mevr P.Ools en heer HG Boerenkamp,(zie stuk naar boven toe)
    Sja ,de waarheid zal weer beetje in het gouden midden liggen? Simpel omdat er schijnbaar nu eenmaal dingen zijn die niet NU! en niet over 1000 jaar wetenschappelijk te verklaren zullen zijn ,nooit niet.
    Ok ,wij moderne mensen willen alles nu eenmaal rationaal/verbaal /internationaal/en het liefst erggg radicaal/ 2 2 = 4, verklaard zien enzo , sjaaa…..
    Helaas , maar dan soms geen pindakas ,als U al een liefhebber was . Maar zonder dolle ,met dolle ook, eigenlijk ben Ik hier, druk me netjes uit, een beetje beroerd van aan het worden van die oeverloze discussies
    vooral door mensen die schijnbaar geen enkele para normale of what ever ervaring echt hebben mee gemaakt ,dit bedoel Ik in dit geval niet op 1 persoon maar in het algemeen.(DUS geen ERVARINGSDESKUNDIGE )

    D e uitspraak van heer HG B

  44. Neem me niet kwalijk ,maar er ging iets mis,(mbt discussies mev P Ools en HG Boerenkamp) waarschijnlijk met deze wat oudere PC (zie bovenstaande)
    zal maar zeggen dit wordt vervolg van deel 1.
    Ik zou toch even willen aan halen, de uitspraak van heer HG Boerenkamp ,
    mbt; mevr P.Ools(helderziende) zo van :Ik citeer ; Dan moet U er ook maar geen probleem? van maken?; dacht niet dat mevr op die uitspraak zat te wachten , dus toch een lichte arrogantie?? ( al claimt heer Boerenkamp dan wel dat hij dit nooit zo bedoeld??)/cq sjaa ,zo van ; het zal wel?/
    En dat U zich een deskundige noemt kwa onderzoek ,prima ,maar alleen is hier niemand echt 100% deskundig ,omdat nogmaals het hele grote gebied waar deze zaken over gaan te groot is, te irrationeel voor de deskundigheden.

    Komen we bij mijn ervaring , Ik zeg maar even van te voren dat Ik net zo skepties was en nu nog een beetje , (daar gaan we al ,beminde (on)gelovigen) , als de gemiddelde Neaderthalerszz enzo,,,
    Zal nog even toelichting geven over die sessie van 1 uur; wilde hoofdzakelijk iets te horen komen in twijfel geval (overlijden )van mijn zuster , had 1 foto van haar ,en 1 foto mee genomen waar ik en mijn ouders samen op staan. Ging er heen met zoiets van , al zou Ik maar 1 of 2 dingetjuhs te horen krijgen waar van Ik pertinent weet ,hee dit weet niemand ,staat nergens opgetekend ,no cold /no hot reading ,sja,,,
    wat dan ?, nu Ik heb het geweten !!
    Wil nog even vermelden dat Ik naar een kring bent gegaan waar van alles te doen is , maar 25, e per uur wordt gevraagd , dus om slapend rijk te worden enzo is hier niet aan de orde , er worden daar ook mensen verder geholpen om hun (gaves) verder te ontwikkelen.

    De helderziende vrouw die mijn sessie deed , zei ook dat ze deze gave al vrij vroeg ontdekte ,zij zich niet meer hoefde te bewijzen ( zelfde wat mevr P.Ools zei, dacht Ik).
    Maar goed zal niet in alle details gaan treden, maar Ik kreeg zeker 6! van 9 dingen te horen, waarvan Ik PERTINENT en gelijk ter plekke al wist ;hier weet niemand van behalve de mensen op de fotoos, hier niets opgetekent van staat ,dus geen cold reading en Ik OOK NIETSS van te voren aan gegeven hebt ,helemaal niets, dus ook geen hot reading of noem maar op (er was bv ; iets over naam van een land ;Pakistan (zo waar! heeft me bijna het leven toen gekost daar ) Ik probeerde beetje gemeen ,om haar nog op dwaalspoor te zetten door te roepen nee; INDIA , maar NEE ! ; ZEI ZE DIRECT ; Ik krijg van je moeder Pakistan door, en ging ze verder ; EN ZEG JE MOEDER ,TOEN dachten we ; we zijn onze zoon kwijt ,sjaa en dan ben je ergg stil pfff. (hoeveel landen zijn er niet? ook een van de zeer weinige landen waar in die tijd , 1970 , openlijk drugs werden verhandeld/ gebruikt/ ,weer toeval??) / noot : ben nu alweer 25 jaar clean /.
    En ook die andere 5 a 6 dingen klopten zo , zo gedetailleerd, zo specifiek , met alleen die fotoos in haar handen ,en polshorloge om , ok , dat mn vader bakker was tijdens zn leven, ok ; maar dan nog even over die hot/ coldreadings , we denken toch niet dat in die 2 mnd van te voren, toen Ik afspraak moest maken ,dat die helderziende in die paar mnd , mij niet kennende ,overal FBI agente ging lopen spelen voor die paar centen ? EN DAN NOG? Ik kan wel met 1001 vragen komen over Jan en alleman, 100000 situaties what ever , dit begrip van die cold reading is al zo slap. Zeker gezien die zeer specifieke mededelingen die Ik tot in de kleinste details kreeg voor gezet (ongevraagd!),nogmaals Ik gaf niets aan van te voren ,expres niet , sjaaa, blijft er weinig over dan die fotoos . Gedachtenkracht? zoals iemand dat eens zei?
    DAAR geloof Ik nu niet in , zou wel erg fijn zijn ook voor je privacy enzo, maar niet heus ,, nee Ik daag iedereen uit, om bij mij , maar voor 5 min mn gedachten specifiek te gaan raden , hoed af dan , maar ook dan, wie ben Ik om pertinent te zeggen ;ook flauwe kul ?

    Ik heb over die hele sessie twee keer contact gehad met den heer R. Nanninga, na eerste maal kreeg Ik mail terug met; ja ok, maar voor betrouwbaarheids gehalte moest daar dan iemand bij zijn , alles worden opgenomen en meer zo, om in de gaten te houden hoever woorden bewerkt worden ,het hot/cold readings gehalte is, enzov , meestal weten mensen achteraf niet meer precies wat ze gezegd hebben enzovvv, sjaaa ,,, .
    Ik heb mijnheer tweede mail gestuurt met de hele sessie, die Ik echt haast woord voor woord en nu nog uit mn hoofd kent; maar ook toen nog ;ja maar dit en dat en men weet dikwijls niet meer zo goed na afloop wat je hebt gezegd enzovvv,, ja hallo ,Ik ben een hele nuchtere Rotterdammer ,ook van eerst zien dan geloven ,maar ook tijdens dit getyp nu, snap Ik het nog steeds niet , maarrrrrrr,,,,,,,,, is het dat nu misschien juist niet?, waarom (wel veel) maar niet alles te verklaren KAN ZIJN?. Heer Nanninga had mijn toestemming om dit te publiceren (tweede mail, verslag sessie) maar Ik heb niets meer vernomen , misschien toch beetje eng dat hier niets meer verklaard kunt worden?/ dmv, de hot/cold en wat voor readings/ verklaringen dan ook?

    En als laatste , buiten deze eigen ervaring waar Ik nog steeds stil van wordt ,,,,,
    Ik heb al zoveel uitzendingen gezien van Char , anderen mediums what ever , als je de uitdrukkingen van gezichten leest na een mededeling ,dikwijls over ernstige zaken ( dood van een kind ,verlies van dierbare bv)en je ziet hoe mensen in huilen uitbarsten op een manier .dat als ze dit allemaal moesten acteren ( want daar praten we dan toch over bij al die in scene gezette sessies??), dan lopen er heel wat Oscar Wellussen , Greta Garboos enzov,, rond ,( om zo direct op commando ala minuut in tranen uit te barsten ,dit kan niemand ), op het moment dat ze zeer specifieke /verdrietige dingen te horen kregen.

    MAAR, stel dat dit allemaal door gestoken kaart is ,dan vind Ik dat dit hoogst stafbaar moet worden want dit betekent dat omroepen e.d hier aan mee doen winst maken enzov , dus zeer lakend is,,, maar dan nog ,al die stellen die bv , een kind verloren en je zag hoe ze huilend reageerden ,noem maar op, nadat ze zulke specifieke dingen ,ware niet te verzinnen bijna , details te horen kregen, spelen die dan over die zeer ernstige en verdrietige zaken; afgesproken ?, dat spelletje? mee? lijkt me wel heel bizar in al die honderden ,of meer / uitzendingen?

    En nu echt als laatste , heel simpel ;ALS (zoals in mijn geval en Ik weet gewoon ergens dat het niet uit te leggen is , mbt mijn sessie, omdat bv; zelfs geciteerd werd ; een gezegde van mijn moeder ;zo specifiek in de zelfde bewoordingen zeer precies weer , ,nog net niet met de echte stem van mijn moeder erbij ,maar iets wat ze zovele malen wel gezegd hebt /en ook die in totaal 6 van 8 a 9 dingen die niemand kon weten, geen hot en/of cold of noem maar op reading ,nogmaals) ALS >,, er dus maar van al die miljoenen readings door alle getijden heen, er maar 1 % van waar zijn , is 1 % al het bewijs dat er meer is dan we denken,met nadruk op denken , sjaaaaa..,,..simpel eigenlijk ,dan is HET er! of gewoon helemaal niet ! Maar dat gekissebis , en aan halen onderzoeken van die en die meneer uit 1888 enzo ,(Freud was ook jaren lang The Men , maar is ook zoveel van achterhaald ,) erggg vermoeiend meestal pfff en vooral dat verkapte wellus/nietus , waar zijn de meeste mensen zo bang voor dan? Stel dat er een leven na dit leven is ,so what? Ik zou het geweldig vinden om mijn ouders , opa en oma mn zuster en vele anderen weer te kunnen aanschouwen in welke vorm dan ook ,ja toch? Nogmaals ;onderzoek /skeptisisme prima ,maar laat iedereen in zn waarde , behalve de echte charlatans, cq/ oplichters ,zeker als het over heel gevoelige ,verdrietige situaties zou gaan ,misbruik daar van makend ,zij mogen van mij levens lang krijgen ,natuurlijk.
    Maar mn goede grootvader zaliger zei altijd: waar rook is ,is meestal beetje of misschien wel heel veel vuur, sjaaa, maar niet te verklaren . gek hee??,,, want alles was hier onbrandbaar ! sjaaaa,,,bv,,
    Alles naar waarheid verteld:
    Met vriendelijke groet van A vd Bos/Rotterdam.

  45. @ A vd Bos

    In dit lange bericht viel me op dat vdB getroffen wordt door mensen die bij Char in snikken uitbarsten. Dat kan toch geen acteren zijn, redeneert hij. Nou is er niemand die dit publiek van acteren verdenkt, maar vdB zou kunnen overwegen dat Char goed zicht op haar publiek heeft en dat het misschien met wat ervaring niet zo moeilijk is om in te spelen op wat je aan emotionele reacties ziet. Het is vast niet zo dat de betrokkenen een pokerface hebben totdat Char of wie dan ook de spijker op de kop slaat. Er zitten om te beginnen waarschijnlijk in de zaal al veel gelovigen die ook nog eens gekomen zijn om contact te maken met een dierbare dode. Bovendien krijg je op de tv precies te zien wat uit een lange vertoning de interessantste en emotioneelste beelden zijn.

  46. @ Aad vd Bos

    Uit de reactie van mevrouw Ools kon ik niet opmaken dat ze zich arrogant behandeld voelde.

    Sommige mensen hebben bepaalde ervaringen die ze als helderziend ervaren. Dat is wat mij betreft geen echt probleem zolang ze er geen last van hebben of er niet mee aan de weg willen gaan timmeren. Ook al zijn er veel vragen bij te stellen, zoals in het boek ook gedaan wordt.

    Het boek is er onder meer voor mensen die misschien ook nog een keer op een andere manier willen proberen aan te kijken tegen hun ervaringen. Maar dat is niet eenvoudig en kost veel eigen inspanning. Ik geef graag toe: eigenlijk te veel voor de meesten. Maar dat neemt de mogelijkheid of zelfs noodzaak in sommige gevallen niet weg.

    U hebt kennelijk een consult bij een paragnost of medium gehad waarvan u onder de indruk was.
    Ook dat thema wordt uitvoerig in het boek besproken. Hot en cold reading komen in het boek met die bewoordingen niet ter sprake omdat hot reading in het onderzoek hoe dan ook werd uitgesloten, en voor zover er toch pogingen tot cold reading konden worden gedaan in bepaalde condities, werden die feitelijk uitgeschakeld door de procedure bij het toekennen van de waarde aan de uitspraken. (Overigens bestonden die termen toen nog helemaal niet, naar mijn weten, maar ze dekken wel degelijk een hoop van de lading.)

    In de ‘gewone praktijk’ kan dat uitschakelen echter allemaal niet. Uiteindelijk ook de hot reading niet, maar zeker ook bepaalde aspecten van cold-reading niet. Daarvoor verlopen de consulten te snel en niet zelden te emotioneel. (En dan gaat een mens, bijna ieder mens, niet alleen eventueel u, horen wat hij wil horen, zelfs dingen die niet gezegd worden. Kijk maar eens naar het consult in het boek. Lees desnoods alleen dat eens.)

    Kennelijk lijkt u het ook te hebben over een kring, waar méér dan een persoon komt. Zoals u het beschrijft met zoveel rake specifieke details naar uw beleving, zou er op de allereerste plaats toch absolute zekerheid moeten zijn over het uit kunnen sluiten van hot reading. (Ik gebruik die termen ook maar want u bent er kennelijk van op de hoogte dat ze bestaan.) Waren er echt nooit familieleden, kennissen of wie dan ook op de hoogte van geen van die details, enzovoort? En met name mensen die die kring ook bezoeken of bezochten? Dan de cold-reading, we kunnen het in een individueel geval (buiten onderzoek) niet bepalen. Ten slotte de eventuele persoonlijke verslaglegging. Het geheugen is (let wel: bij vrijwel ieder mens) berucht onbetrouwbaar in dit soort aangelegenheden. Enzovoort. (Kijk ook maar eens naar bepaalde geruchtmakende rechtszaken.)

    Het enige dat ik u echt kan zeggen is dat er in de verte niet zoiets gebeurde in 150 echt gecontroleerde consulten met paragnosten en mediums, als hetgeen u lijkt te zijn overkomen. En dat we daar een algemene conclusie uit konden trekken. En daarom durf ik te zeggen dat het lijkt moet zijn in uw geval.

    Het is overigens niet mijn bedoeling – en nooit geweest – om mensen steun die ze willen of zoeken bij elkaar in bepaalde contexten zomaar uit handen te willen slaan. Als het vooral financieel maar echt binnen de perken blijft, en er ook geen te grote emotionele afhankelijkheid ontstaat. Hoe het er in de ‘wilde praktijk’ ook aan toe kan gaan, als dat niet in de gaten gehouden wordt, kunt u op sommige plaatsen (ook) lezen op het Volkskrantblog ‘Helderziendheid in de Volkskrant 1994-2006′. Ik hoop dat u die twee dingen in elk geval wel in de gaten houdt.

    Op soortgelijke manier sluit ik echt niet uit dat paragnosten en mediums, vooral de beginners, heel meevoelend kunnen zijn met verdrietige situaties en echt spontaan kunnen gaan huilen, zoals ieder mens dat kan overkomen als hij of zij zich inleeft in de ander, maar de Chars en andere optreders in het grote publiek zijn dat stadium – als die dat stadium al ooit gehad hebben – in elk geval wel voorbij.
    De echte kern is dat het helderziende willen worden geen ambitie kan zijn. Dan nog maar liever als mevrouw Ools in stilte voor eigen gevoel ‘dingen goed voelen aankomen’, wat de wetenschap verder ook zegt.

    Maar de echte Rotjeknor zegt ook en durft zich ook te realiseren dat er in de wereld ook wel eens doorgestoken kaart kan spelen. Dat maakt me wat minder voorzichtig bij dit toch wat lange verhaal.(Ik hoop dat het geen beleding of arrogantie in uw ogen is en dat er – waarschijnlijk en hopelijk- geen speciale redenen als dyslexie spelen: je op je taal concentreren kan ook een bron van verheldering zijn. In eerste instantie schrok ik van uw taal een beetje, maar na nog een keer lezen zit er toch een redelijk logische opbouw in uw verhaal op zich. Maar het kost mij evengoed moeite en tijd om wat taalfouten te vermijden. En sommige zullen er blijven. Het is een kwestie van elkaar aanspreken, ja toch?)

    Citaat: “Ik zou het geweldig vinden om mijn ouders, opa en oma en zuster en vele anderen weer te kunnen aanschouwen in welke vorm dan ook, ja toch?”

    Niks mis mee, zelfs voor de meest nuchtere Rotterdammer, maar niet de beste instelling om een medium te bezoeken. Uit verlangen kan men de meest gewenste dingen horen, zelfs de dingen die niet gezegd worden, zoals nogmaals gezegd. Nanninga heeft, als beheerder van dit blog, waarschijnlijk herhaaldelijk willen aangeven, dat hij in die zin ook niet goed met een ‘individueel’ verhaal uit de voeten kan, omdat alle serieuze onderzoek op al die genoemde mechanismen wijst. Dat is teleurstellend voor sommigen met een individuele ervaring, maar wat zou zijn antwoord anders hebben moeten zijn?

    Er was eens een medium in Rotterdam….en dan? Wat mij betreft: gewoon die situatie waarin u zelf zit ten aanzien van deze zaken toch nog wat kritischer (durven) bekijken, niet te gek kwaad worden als dat (weer wat) tegenvalt, en toch steeds een beetje vertrouwen houden in de de mensheid.

    Met dank aan JW Nienhuys, die nog een ander aspect belichtte.

Reacties zijn gesloten.