Tijdschrift Skepter
Jaargang 16, nummer 2, 2003 Homepage Onderwerpen Updates Nieuwe Skepter
Twee artikelen: Bioresonantie in de praktijk en Bioresonantie gewogen

Storende frequenties
Bioresonantie in de praktijk


door Alex Meijer

Alex Meijer heeft al lange tijd last van een 'muisarm'. De reguliere geneeskunde heeft dat in vier jaar tijd niet kunnen verhelpen. Daarom was hij graag bereid een bezoek te brengen aan een bioresonantietherapeut. Zo ontdekte hij hoe efficiënt de alternatieve geneeskunde kan zijn.

'We hebben over twee maanden nog wel een gaatje. Schikt het u om twee uur 's middags?' klinkt het door mijn telefoon. Voor mijn neus ligt een lange lijst met namen van bioresonantietherapeuten. En overal hetzelfde nieuws: lange wachtlijsten. Ten slotte lukt het mij om een therapeut te vinden waar ik 'al' over drie weken terechtkan. Kennelijk gaan de zaken goed.

Drie weken later is het dan zover. Ik zit in de trein naar Hoogezand, op weg naar mijn eerste afspraak met een bioresonantietherapeut. Terwijl het oude treinstel schokt en trilt, denk ik terug aan het ontstaan van mijn kwaal. Het begon vier jaar terug. Ik hield aan mijn baantjes trekken in het zwembad een eigenaardige spierpijn over. Natuurlijk gebruikte ik mijn handen intensief doordat ik veel met de computer werkte, en daarnaast uren per dag klassiek gitaar studeerde. En natuurlijk had ik over Repetitive Strain Injury () gehoord, de nieuwe ziekte die veertig procent van de computergebruikers treft. Maar het verband had ik nog niet gelegd. Muisarm? Maar ik werk helemaal niet met een muis, alleen met een toetsenbord! Tot op een vrijdagmiddag het verband pijnlijk duidelijk werd. Mijn collega was eerder naar huis voor het weekend, en had alvast de verwarming uitgedaan. Na uren helemaal in mijn werk op de computer te zijn opgegaan werd ik 'wakker' doordat mijn handen opeens helemaal niet meer wilden bewegen. Ze waren helemaal verkleumd en deden pijn. Nou, dan ga ik maandag wel verder, was mijn eerste gedachte, maar de eerste aanwijzingen dat de symptomen iets minder werden, dienden zich pas een jaar later aan. Al die tijd was zelfs het drinken van een slok koffie al zwaar en pijnlijk werk. Kopje met twee handen oppakken, slok nemen, en meteen weer neerzetten, voordat de pijn te erg wordt.

Fronsende wenkbrauwen

Wat haast nog pijnlijker was dan de fysieke pijn en de rouw om het verlies van mijn werk en mijn grootste hobby, was de kennismaking met het medisch circuit. Een lange reeks mensen in witte jassen volgde elkaar op, en allemaal verklaarden ze met grote stelligheid te weten wat RSI was. Dat lijkt mooi, maar het vervelende was dat ze allemaal met dezelfde stelligheid een heel andere theorie hadden. Bovendien stonden ze niet open voor andere verklaringen, of de mogelijkheid dat het nog helemaal niet zo zeker is wat de ziekte nu precies is. Het begon met de keuringsarts van het GAK: 'U moet deze warme kompressen minstens twee uur per dag gebruiken. Doet u dat niet, dan kan dat gevolgen voor uw uitkering hebben.' Daarna volgden er nog vele verbazingwekkende gesprekken zoal deze in het academisch ziekenhuis in Groningen. 'Warme kompressen? Onzin, die kunt u wel weggooien! Het zit allemaal tussen de oren!' Mijn reactie: 'Mooi dat u precies weet wat er aan de hand is. Ik neem aan dat u dan ook een behandeling hebt die precies bij uw diagnose past.' Arts: 'Nee. Gaat u maar naar huis (en zoek het zelf maar uit).' En inderdaad is dat het gevoel dat je als patiënt bekruipt, dat je het zelf moet uitzoeken. Als patiënt doe je dat dan ook, je gaat zelf op zoek. Je probeert te ontdekken wat je wel kan en wat je niet kan. Je leest en hoort verschillende theorieën over het ontstaan van RSI en over wat je ertegen kunt doen. Je ontdekt dat er weinig met zekerheid bekend is over de ziekte die je hebt, behalve dat veertig procent van de gebruikers van de computer er last van krijgt. Maar als er maatregelen worden getroffen ter voorkoming van RSI dan ligt het opeens nooit aan de computer, maar aan de gebruiker ervan. Dus niet het advies 'doe die computer de deur uit', maar 'u heeft een verkeerde werkhouding', of 'u moet psychologisch worden begeleid'. Miljoenen jaren van evolutie hebben er kennelijk toe geleid dat er een mens is ontstaan die fysiek in staat moet zijn om de hele dag achter de computer door te brengen, alleen op psychisch vlak loopt die evolutie nog wat achter. Maar met de nodige begeleiding krijgen we dat ook wel zo ver.

Zelf een oordeel en enige kennis van de ziekte hebben mag ook niet van de medici. Tijdens herkeuringen worden de wenkbrauwen gefronst: 'U lijkt wel érg met uw ziekte bezig te zijn?!' Stil thuis zitten afwachten tot het vanzelf overgaat, lijkt het advies.

Blinkende platen

Op weg naar de bioresonantietherapeut dus. Nu moet ik bekennen dat ik nooit op het idee zou zijn gekomen als Skepter me niet gevraagd had. Nog snel even een boekje gelezen over wat het nou eigenlijk precies is. Nu heb ik in een ver verleden een mts-elektronicadiploma behaald, en dus zou ik alles in het boekje over elektrische trillingen en resonantie moeten snappen, maar ik snap er helemaal niets van. Sterker nog, de ene helft van de beschrijving trapt allemaal open deuren in, en de andere helft is volkomen ongeloofwaardig. Al snel leg ik het boekje enigszins moedeloos weg. Sceptisch geworden betreed ik dus de wachtkamer van de bioresonantietherapeut. 'Praktijk voor fysio- en bioresonantietherapie' staat er op het bordje. Een fysiotherapeut die wat is gaan bijklussen? De wachtkamer is zoals je mag verwachten van een dokterspraktijk. Kaal, blauw zeil, en een apparaat met Spa-blauw. In een van de twee behandelkamers huilt een kind. Een enigszins nors kijkende man in een witte jas loopt voortdurend heen en weer tussen de behandelkamers. Ik wordt niet gegroet of opgemerkt, tot na een minuut of tien de norse man op mij afkomt. Ik mag meekomen, en betreed een ruimte met daarin een bureau, een apparaat dat ik uit het boekje herken als een Bicom-bioresonantieapparaat, en een – zo te zien lang ongebruikte – behandeltafel zoals fysiotherapeuten die gebruiken. Na de formaliteiten te hebben afgedaan mag ik bij het apparaat plaatsnemen: 'Ja, RSI... Het lichaam wordt intensief gebruikt en kan de afvalstoffen onvoldoende afvoeren. Daardoor raakt alles verzuurd en dan krijg je dus echt beschadigingen in het lichaam. Prima te behandelen met de Bicom.' De therapeut wijst met enige trots op het apparaat.

Eerst wordt mijn 'algemene energiehuishouding' gemeten. In beide handen krijg ik een dikke messingstaaf die ik moet vasthouden. De staven zijn met snoertjes met bananenstekkers verbonden met de Bicom. Ik hoor een pieptoon. 'We meten nu het algehele energieniveau. Mmm, ja. Precies wat ik dacht. Kijk, de meter moet normaal tot tachtig uitslaan, maar dat doet hij niet, dus u hebt te weinig energie.' Ik knijp eventjes hard in de staven, om te zien of er wat verandert. De pieptoon gaat inderdaad omhoog, maar de meter die mijn ziekelijke energieniveau aanwijst blijft onbewogen. 'Nou daar kunnen we wat aan doen met dit apparaat, we gaan precies meten wat bij u de frequenties zijn waar de problemen zitten.' De man frutselt wat met draden en knopjes. Hij vertelt me te blijven zitten zoals ik zit en opeens is hij weg.

Gelaten wacht ik op zijn terugkeer, terwijl ik naar lampjes kijk die over een frequentieschaal in megahertzen heen en weer glijden. Het lijkt eeuwen te duren, terwijl ik in een soort hypnotische roes naar de lampjes staar. Dan staat opeens de therapeut weer naast me. Hij begint te vertellen: 'Als je lichaam meer energie vraagt dan het kan leveren, dan leidt dat tot totale verzuring van spieren, pezen, banden, alles. Dit apparaat meet de trillingen in je lichaam en vergelijkt ze met waarden die in het apparaat zijn opgeslagen, hoe ze horen te zijn. Alles wat er dan verschilt werkt verstorend en dat gaan we eruit filteren. Door de trillingen in spiegelbeeld terug te sturen, neutraliseren we slechte trillingen. Dus met tegentrillingen. Daardoor krijgt het lichaam als het ware een duw om het zelf weer te gaan doen. Want dat is belangrijk, dat je niet afhankelijk wordt van machines of pillen, maar dat het lichaam het zelf weer kan doen.'

De man wordt langzaam wat minder nors, en hoe meer ik hem vraag hoe enthousiaster hij wordt. Zijn ogen beginnen trots te twinkelen als het erover gaat hoe geweldig het apparaat is, en hoe het alles zelf doet. Hij sluit me nu anders aan. Mijn handen komen te liggen op glanzende messing plankjes, om mijn hoofd komt een soort band, en er wordt ook iets achter mijn rug gefoezeld, dat doet denken aan de loden schort van iemand die röntgenfoto's neemt. Dan klinkt uit de andere kamer een piep, en de man loopt weer weg.

Even later is mijn behandelaar terug. 'Loopt-ie nog?', vraagt hij. Hij ziet dat dat het geval is en zegt: 'Ja, hij slaat vanzelf af als het evenwicht bereikt is.' Er klink een luide piep uit de Bicom. Mijn evenwicht is kennelijk hersteld. Ik zou dus graag even gemeten zien dat ik nu weer in evenwicht ben, want mijn technische achtergrond wil wel bewijs geleverd zien. 'Als je nu weer meet, dan staat de wijzer dus op het goede energieniveau?', vraag ik daarom. 'Nee,' luidt het antwoord, 'nu gaan we bepaalde organen in het lichaam stimuleren om afvalstoffen af te voeren. Dat kost energie, dus als je nu zou meten meet je het verkeerde. We gaan nu specifiek die frequenties eruit halen waarbij een hoge mate van verstoring was.'

Weer klinkt een luide piep, en de man verschijnt weer om een paar knopjes in het apparaat anders in te stellen. 'Gaat u het nog proberen op een andere frequentie?', vraag ik. 'Ja. Men is al jaren bezig uit te zoeken welke klachten in precies welk frequentiegebied zitten. Men is bezig die gegevens gedigitaliseerd op te slaan. Dan hoef je alleen de scan nog te laten lopen, en hij gooit alle frequenties die niet goed zijn eruit…. Nee, als dat lukt, zou dat een enorme stap voorwaarts zijn!' Zijn ogen glinsteren bij de gedachte aan die schitterende toekomst die op het punt staat aan te breken, en hij gaat steeds enthousiaster vertellen. 'De onderzoekers die dit apparaat ontwikkeld hebben, hebben een aantal prioriteiten gesteld. Nummer een: het moet effectief zijn, het moet gewoon werken. En ten tweede, het moet zo patiëntvriendelijk mogelijk zijn. Nou, daar is men heel goed in geslaagd.'

In gedachten vul ik hem aan: 'Nou, en zo therapeutvriendelijk mogelijk.' In plaats van de zware lichamelijke arbeid van de fysiotherapeut te moeten verrichten, hoeft mijn behandelaar tegenwoordig alleen nog maar een aantal draadjes aan te sluiten, en op knopjes te drukken. Hij hoeft zelfs niet eens te weten wat hij eigenlijk doet, want het apparaat doet alles. En bijkomend voordeel voor hem is dat hij in twee behandelkamers tegelijk kan werken. Hij verdient dus aan twee patiënten tegelijk. Ik vraag me af of de tarieven nu gehalveerd zijn, of dat meneer dubbel zoveel verdient.

Mijn handen mogen weer van de blinkende messing platen af. We zijn klaar. Al met al heeft het zo'n dertig minuten geduurd. 'Mooie afdruk van uw handen. Ja we moeten ze heel veel poetsen om ze zo blinkend te houden… Dat laatste was stabiliseren van datgene wat we nu gedaan hebben. Maar we kunnen nu niet controleren of die waarden die in het begin hebben gemeten naar boven of beneden zijn gegaan, want die organen zijn nu bezig met het afvoeren van afvalstoffen', vertelt hij nogmaals. 'Je moet daarom alleen nog twee liter water extra drinken vandaag, en geen Spa-rood of leidingwater, want dat bevat te veel mineralen, die moeten ook weer worden afgevoerd, en dat kost weer extra energie. Spa-blauw dus. Dat ligt ook niet zo zwaar op de maag.'

Probleemloos betaald

Opeens gaat het snel. 'Maken we meteen een nieuwe afspraak? Hoe bent u verzekerd? Nou dit valt onder fysiotherapie, dus dat wordt meestal wel vergoed.'

Ik zit in de trein, terug naar Groningen, en ik voel me lekker. Nou, toegegeven, ik voel me heerlijk. Waarom? Ik zal het proberen na te gaan. Bij de bioresonantiepraktijk kwam ik terecht in een steriele medisch ogende omgeving die ik had leren associëren met mensen die me een schuldgevoel probeerden aan te praten, met mensen die niet bereid waren me serieus te nemen. Maar eindelijk eens niets van dat alles. Hier was iemand die ondanks zijn medische uitstraling luisterde, beaamde, en snel en zakelijk handelde. En geen gezeur over kosten en papieren, nee, alles wordt probleemloos betaald. Heerlijk! De trein begint te knarsen, we lopen station Groningen binnen en ik stap uit. Ik voel me herboren. Nog steeds vind ik die hele theorie van de bioresonantie onzin, maar wat zou dat. Nog twee behandelingen en ik schijn overal vanaf te zijn. Wie weet ga ik nog eens.

 


 

 

BICOM

Meetrillen met de Bicom
Bioresonantietherapie gewogen


door Frans Bijlsma

 

Wie zou niet graag meetrillen met de harmonie der sferen? Of, wat dat betreft, met de harmonie in hem- of haarzelf?

Want om trillingen gaat het in essentie bij de theorie en praktijk van de bioresonantietherapie, ook wel iets ruimer gedefinieerd als bioinformatietherapie. In het boek van Reinhold D. Will (1) wordt vrij uitvoerig ingegaan op die theoretische achtergrond en de praktische toepassingen.

Na een algemene inleiding over fysische en chemische principes die aan het menselijk leven ten grondslag liggen, waarin zo ongeveer alles met alles wordt verbonden, wordt een praktijkgeval beschreven. Het betreft een 18-jarige jongeman met een 'ongeneeslijke huidziekte', bij wie met behulp van het Bicomapparaat (zie verderop) maar liefst 22 allergieën plus een schimmelinfectie werden ontdekt en behandeld – met gunstig gevolg uiteraard. In deze casuïstiek komt voorts een litteken van een blindedarmoperatie ter sprake dat als 'stoorveld' werkt, en de aanmaning een ziekte holistisch te behandelen.

De inleiding meldt ook: 'Bij bloedproeven in het laboratorium kan worden aangetoond dat een bepaalde stof in het lichaam aanwezig is, terwijl de klachten van de patiënt passen bij een tekort aan die stof. De inzichten vanuit de bioresonantie bieden de oplossing. Als de energetische kracht van die stof zo zwak is, zal ondanks de aanwezigheid ervan geen of slechts een verminderde reactie plaatsvinden.' Dat zet de hele biochemie op zijn kop. We zijn op onze hoede. Door het hele boek wordt trouwens behoorlijk kwistig gestrooid met schimpscheuten op de kortzichtige reguliere geneeskunde.

Succesvolle behandelingen resoneren met de trillingen van de patiënt, is de titel van een volgend hoofdstuk. De wisselwerking tussen het algemene trillingspatroon van een mens of dier, de 'algehele energetische toestand', en de trillingen van afzonderlijke lichamelijke functiestoornissen en organen en van talrijke storende factoren die later uitvoerig aan de orde komen, wordt echter nergens duidelijk. De nieuwe geneeskunde is er een die berust op materie, energie en informatie. Gelukkig worden naast milieufactoren ook subjectieve en psychische aspecten van ziekte en gezondheid genoemd.

Dan komt de theoretische basis ter sprake. Dat materie op te vatten is als verdichte energie zal iedereen beamen; het is sinds Albert Einstein en Max Planck fundamentele fysica. Dit inzicht op atomair niveau wordt evenwel doorgetrokken naar de hele mens als elektromagnetisch veld, maar het geldt ook voor orgaansystemen en afzonderlijke stoffen: hieruit resulteert dan als iets volkomen nieuws de energetische geneeskunde, waarvan de bioresonantietherapie een onderdeel is. Zij werkt met de elektromagnetische trillingen van patiënten en van stoffen.

Het overzetten van verschijnselen op atomair en subatomair niveau naar een heel organisme is mijns inziens volstrekt ongeoorloofd. Dat is net zoiets als beweren dat wanneer twee jongelieden in de kelder van een groot gebouw aan het tafeltennissen zijn, het hele gebouw staat te schudden. Let wel: het gaat hier niet om elektrische activiteit van bepaalde organen, als gevolg van fysiologische (en pathologische) processen, waarvan men dankbaar gebruik maakt bij diagnostisch onderzoek: hart (ECG), hersenen (EEG), retina (ERG), spieren (EMG) en andere. Deze energetische activiteit wordt weliswaar ook met huidelektroden gemeten, maar kan altijd experimenteel en in vitro in het orgaan zelf worden aangetoond. Dan hebben we het over iets heel anders dan over orgaanactiviteit die via 'meridianen' bepaald wordt.

Daarna komt de aap uit de mouw. Het begin van dit alles wordt gesitueerd in 1977, toen de Duitse arts en elektroacupuncturist Franz Morell op het idee kwam de 'lichaamseigen trillingen' van patiënten via elektroden op te nemen en weer aan hen terug te geven. De ingenieur Rasche ontwierp voor dat doel een apparaat en zo ontstond de MORA-therapie, later omgedoopt in bioresonantietherapie, die thans voornamelijk met het Bicomapparaat wordt beoefend (zie noot 2). Cellen, weefsels en organen hebben elk hun specifieke elektromagnetische trillingen. Deze staan met elkaar in verbinding en beïnvloeden elkaar, resulterend in een totaal dat het individuele trillingenbeeld wordt genoemd. Bij een gezond mens is dit harmonisch, bij ziekten (zieke organen, vreemde en schadelijke stoffen) ontstaan disharmonische trillingen. Men zou van fysiologische en pathogene of pathologische trillingen kunnen spreken. Deze kunnen door middel van een separator in het Bicomapparaat van elkaar gescheiden worden. Vervolgens kwam Morell op het idee disharmonische trillingen op te heffen door ze de patiënt weer 'in spiegelbeeld' (ondersteboven dus) toe te dienen, waardoor ze verzwakt of zelfs geheel uitgewist worden, volgens hetzelfde beginsel waarmee geluid met antigeluid bestreden kan worden (zie echter noot 3). In de Bicomtechnologie kunnen dan therapeutische impulsen naar gelang de individuele gevoeligheid van de patiënt versterkt of afgezwakt worden. De theorie gaat ervan uit dat de elektromagnetische trillingen therapeutische informatie bezitten die biochemische processen in werking kan zetten en aldus genezing tot stand brengen. Dit is in tegenspraak met verschillende plaatsen in het boek waar de biochemie niet zo belangrijk wordt geacht, zie bijvoorbeeld het eerdere citaat. Een stof bezit bepaalde (biochemische) eigenschappen of bezit die niet. Om daar dan ook nog een 'energetische kracht' aan toe te schrijven gaat wat ver, tenzij men die kan aantonen. Dat wordt nergens gedaan. Het werken met de testampullen (zie hierna) kan niet als zodanig worden opgevat.

Het Bicombehandelapparaat kent een behandeldeel met LCD-scherm en frequentieband, een printer en een testdeel. Voor het stellen van de energetische diagnose krijgt de patiënt een ronde elektrode in de hand, waarna de therapeut met een teststift de huidweerstand meet van bepaalde punten aan handen en voeten, vingers en tenen. Dit zijn acupunctuurpunten! De energetische toestand van de gemeten meridianen kan dan op de ronde schaalverdeling (1-100) van het testdeel worden afgelezen. Men kan er ook een medicijn of allergeen mee testen dat in een aluminium of messing beker zit die opgenomen is in het circuit van de meetstroom. Dit deel van het proces is vrijwel identiek met de praktijk van de elektroacupunctuur volgens Voll (EAV), de Vegatest, enzovoorts (zie ook Skepter, juni 1997).

Naar gelang de bevindingen wordt dan een behandelprogramma opgesteld met betrekking tot de therapiesoort (harmonische of disharmonische trillingen), versterking of verzwakking en de duur van de therapie (zie noot 1). Het programma wordt met cijfertoetsen ingetoetst, opgeslagen en zo nodig later aangepast. Na bewerking, bijvoorbeeld inverteren, worden de trillingen via dezelfde elektrodenkabels naar de patiënt teruggeleid in de hoop op resultaat. Het programma, de instellingen en testresultaten kunnen worden geprint en bewaard bij de patiëntendocumentatie. Gelukkig wordt in één alinea op bladzijde 25 in het kader van een holistische diagnose ook het belang van anamnese van de patiënt genoemd, evenals lichamelijk onderzoek, laboratoriumuitslagen en zelfs eventueel huisbezoek, dit laatste dan wel met het oog op een eventuele 'geopathische belasting' (aardstralen, zie hierna). Het gaat ook wat ver om te stellen dat wanneer bijvoorbeeld de schimmel Candida albicans in een faecesmonster niet kan worden aangetoond, er nog wel een Candidatrilling in dat monster kan zitten, dus toch positiviteit.

Wat onderzoekt men met de bioresonantietests eigenlijk? Ten eerste de algehele energetische toestand van de patiënt, voorts de energetische toestand van zijn of haar meridianen, wat op informatie uit organen en functiesystemen zou neerkomen, de invloed van trillingen van (talrijke) stoorfactoren op de patiënt, de werking van en tolerantie voor medicijnen en ten slotte de optimale instelling van het behandelapparaat. Het is goed hier extra aandacht te geven aan de zeer uitgebreide groep van storende en belastende factoren. Ze kunnen volgens de auteur met de methoden van de conventionele geneeskunde meestal niet worden opgespoord. Het zijn achtereenvolgens:

1. Straling.
a. Geopathische stoorzones ofwel aardstralen. De auteur is zo eerlijk te vermelden dat het bestaan ervan tegenwoordig door de wetenschap wordt betwijfeld;
b. elektromagnetische straling, uit tal van bronnen;
c. radioactieve / ioniserende straling.
Dit lijkt mij, wat betreft b en c, een van de gemakkelijkste onderdelen: zulke straling is eenvoudig door meting vast te stellen, ze is er of ze is er niet. Over exacte metingen wordt geen enkele mededeling gedaan.

2. Toxinen.
Er zijn summatieve en cumulatieve aspecten en risicogroepen. Onder die laatste vallen ook patiënten wier (voor)ouders geslachtsziekten, tuberculose en andere aandoeningen hebben gehad, want dan kan het gaan om 'overgeërfde gifstoffen'. Dan zijn er werkplek en beroep, milieu, huis-, tuin- en keukengifstoffen, zware metalen (hierbij ook weer het kwikamalgaamverhaal uit de tandheelkunde, zie Skepter, september 1996), pesticiden, medicijnen en zelfs inentingen, die naast een acute overreactie tot chronische, sluipende schade in de vorm van 'regulatiestoornissen' zouden kunnen leiden.

3. Allergenen.
Deze worden in het boek zeer uitvoerig apart besproken.

4. Belasting door micro-organismen: bacteriën, virussen, schimmels. Parasieten worden niet genoemd.

5. Darmstoornissen. Het lymfesysteem van de darmwand zorgt voor 75 percent van onze lichaamseigen afweer; meestal moet bioresonantietherapie deze herstellen na dysbacteriose of mycose ten gevolge van verkeerde voeding, medicamenten (onder andere antibiotica) of infecties.

6. Beschadigingen van het lichaam. Littekens kunnen 'stoorvelden' vormen, evenals chronische ontstekingen en kiesvullingen (amalgaam, maar ook goud). Andere afwijkingen in mond en gebit en metalen verhemelteplaten kunnen eveneens een rol spelen. Over elders in het lichaam ingebrachte prothesen wordt niets vermeld, hoewel dat wel in de lijn zou liggen.

Ter uitbreiding van het diagnostisch arsenaal om een of meer van al deze stoorfactoren op te sporen worden dan nog genoemd de elektroacupunctuurdiagnose (gebaseerd op de traditionele Chinese acupunctuur), de kinesiologie (met behulp van 'indicatorspieren', de biotensortest (staafvormig instrument waarvan het bovenste, beweeglijke deel reageert op elektromagnetische trillingen), de Nogierreflextest, die polsveranderingen als reflex op een bepaalde stof of stoftrillingen bestudeert en de Bicomdraaiingstester (draaiing van gepolariseerd licht, voor geopathische belasting en stoffen).

Ten slotte zijn er de talrijke testampullen voor allergeendiagnostiek, voorts die met bacteriën, virussen, schimmels, erfelijke en andere toxinen, zware metalen, pesticiden, milieugiffen, lichaamseigen organen en producten. Ook de meridianen en 'elementen' van de Chinese acupunctuur kunnen getest worden. De testampullen worden eenvoudigweg in een houder geplaatst die in de stroomkring is opgenomen. In feite is de theorie hierachter niets anders dan de magische wet van het contact: de elektrische stroom is in contact met een glazen buisje met een 'erfelijke toxine' of wat dan ook, en verbreidt zo de invloed van de ampulinhoud door het lichaam. De bioresonantietherapeut is kennelijk niet voor één gat te vangen.

De therapie in het algemeen beoogt het herstel van het zelfregulerend vermogen van het lichaam en bestaat meestal uit een basistherapie en een vervolgbehandeling, die meer specifiek is. Principes als uitschakeling van stoorfactoren en het individualiseren van medicijnen zijn al besproken. Er zijn dan nog aanvullende therapieën en zelfs een afsluitende therapie mogelijk: een zogenaamde constitutietherapie die volgens de regels van de klassieke homeopathie geschiedt. Hoewel de behandeling pijnloos is, kunnen zich beginreacties, overdreven reacties, genezingsreacties en reactivering van chronische ziekten voordoen. Gelukkig worden ook grenzen van de bioresonantietherapie genoemd (vier categorieën). De paragraaf met wetenschappelijke bewijzen is uitgesproken mager. Zo wordt een vergelijking getrokken met de al meer dan 200 jaar miskende homeopathie!

Het aantal ziekten dat met deze therapie kan worden behandeld is nagenoeg eindeloos. Zo staat op bladzijde 73: 'Bijna alle ziekten gaan gepaard met disharmonische trillingen of worden hierdoor veroorzaakt of uitgelokt. Daarom kunnen bijna alle ziekten met goede genezingskansen met de bioresonantietherapie worden behandeld.' Achtereenvolgens passeren de revue:

a. Allergische aandoeningen. Een derde van de bevolking zou eraan lijden! De provocerende allergeeninformatie zou in het lichaam opgeslagen zijn als engram (zie noot 4).

Tot de groep van allergische aandoeningen worden behalve neurodermitis en astma merkwaardigerwijze ook darmontstekingen als de ziekte van Crohn (enteritis regionalis) en colitis ulcerosa gerekend, alsmede bepaalde vormen van reuma. Bijna elk symptoom kan volgens de auteur van allergische oorsprong zijn. Ook de reeds genoemde stoorfactoren spelen hier een rol. Doel van de therapie is uitwissen van het engram. De bioresonantietherapie kan hierbij aangevuld worden met neuraaltherapie, chiropractie, colonhydrotherapie (de dikke darm met water spoelen), Bachbloesemtherapie en gesprekstherapie.

b. Aandoeningen van reumatische aard.

c. Huidaandoeningen. Deze zouden voor 80 percent op inwendige ziekten berusten.

d. Hart- en vaatziekten. In de beschreven casus uit de praktijk wordt naast een Bicomhartprogramma ook leverontgifting en toxinenafdrijving toegepast, alsmede inwrijven van de hartstreek met sint-janskruidolie.

e. Longaandoeningen.

f. Lever- en galaandoeningen.

g. Maag- en darmaandoeningen.

h. Nier- en blaasaandoeningen.

i. Migraine.

j. Kinderziekten.

k. Het hyperactieve kind, hyperkinetisch syndroom (HKS), met maximaal 15 symptomen. Ongeveer alle eerder genoemde stoorfactoren kunnen hier een rol spelen. De lezer vraagt zich onwillekeurig af waarom niet ieder kind hyperactief is. Een holistische aanpak is uiteraard noodzakelijk.

l. Gynaecologische aandoeningen. Besproken wordt een praktijkvoorbeeld van een vrouw die na een Bicomprogramma met onder andere haar eigen menstruatiebloed geen acute menstruatiepijn meer had.

m. Tumoren. Bestrijding van de disharmonische trillingen bij kanker zou 'op zijn minst een verlichting' kunnen brengen. Over het onderscheid tussen goedaardige en kwaadaardige tumoren, iets wat de reguliere geneeskunde uiterst belangrijk vindt, wordt niet gerept. In een tweede praktijkvoorbeeld (een 34-jarige man met de ziekte van Hodgkin, klinisch met chemotherapie behandeld) wordt de bioresonantietherapie uitgebreid met natuurgeneeskundige medicijnen en voetzonereflexmassage.

n. Aandoeningen van het gebit.

Kortom, wat niet? Al deze categorieën worden gelardeerd met praktijkvoorbeelden. Nu moet men met individuele gevallen altijd oppassen. Er kunnen verschillende verklaringen voor de genezing zijn, zoals placebo-effecten, spontane genezing (die vaker voorkomt dan men denkt), een onjuiste diagnose, en bovendien ontbreekt meestal een (langdurige) follow-up. In de wetenschappelijke geneeskunde wordt casuïstiek (gevalsbeschrijving) vrijwel nooit voor bewijsvoering toegelaten. Een 'bewijs' door opsomming van een groot aantal successen is in de geneeskunde een sterke aanwijzing dat het om kwakzalverij gaat; als dan bovendien de behandeling voor een groot aantal kwalen heet te werken en de uitleg een groot aantal natuurwetenschappelijke en medische ongerijmdheden bevat is de conclusie dat het om charlatanerie gaat vrijwel onontkoombaar.

Bioresonantie bestaat uit twee delen: diagnose en therapie. Voor de beoordeling van een therapie is altijd een dubbelblind, liefst gerandomiseerd en placebogecontroleerd onderzoek van voldoende veel patiënten nodig. Een dergelijk onderzoek is mij wat de bioresonantietherapie betreft niet bekend (zie ook noten 5 en 6). Deze zou overigens ook voor dieren geschikt zijn. Een succesvolle behandeling bij dieren zou tegen placebo-effecten pleiten. Ook bij dieren kan een waslijst van stoorfactoren in het spel zijn.

Maar aan therapie gaat diagnose vooraf. De diagnose is op veel manieren te testen, zonder dat je zieken hoeft te suggereren dat ze misschien wel beter kunnen worden als ze meedoen aan een proef. Ze kan vergeleken worden met reguliere diagnose, en de prestaties van verschillende diagnosten kunnen met elkaar vergeleken worden. Wat betreft de vergelijking met reguliere diagnose heeft de resonantietherapie zich al ingedekt. Als het lab niets vindt, kan er toch wel iets zijn. Maar kan men met bioresonantie ook maar één diagnose die regulier is vastgesteld dupliceren? De propaganda voor bioresonantie zwijgt hierover.

Een methode die veel niet bestaande ziekten opspoort, jaagt de klanten angst aan en kan alleen maar dienen om ze aan een onzinnige therapie te krijgen.

Ten slotte presenteert Will nog aanbevelingen waarop de patiënt kan letten en wat hij of zij kan doen om het effect van de bioresonantietherapie te vergroten. De opgegeven redenen om geraffineerde suiker en varkensvlees in de voeding te vermijden (ze zouden 'therapieblokkades' kunnen vormen door respectievelijk remming van de activiteit van Escherichia coli in de darm en doordat varkensvlees op menselijk eiwit lijkt en vaak toxinen bevat) lijken mij onzinnig. De raad om een goed slaapritme en voldoende beweging na te streven is natuurlijk wel in orde.

Het nawoord maakt gewag van duizenden gevallen waarin de bioresonantietherapie genezing heeft gebracht nadat de conventionele geneeskunde geen resultaat had opgeleverd. Zoiets is zonder goede literatuuropgaven volstrekt oncontroleerbaar. En juist die (bladzijde 108) stellen teleur. Alle 19 referenties betreffen (merendeels in Duitsland uitgegeven) boeken. De drukpers is geduldig. Artikelen in erkende medische tijdschriften ontbreken, om maar te zwijgen van renommeerde periodieken, vermoedelijk omdat een deugdelijk onderzoek naar de waarde van diagnose of therapie nooit heeft plaatsgehad.

Zoeken op internet levert berichten op die wat de theorie betreft geen nieuws bieden. Aangaande de werkzaamheid worden weer een aantal casussen opgevoerd, die voornamelijk afkomstig zijn uit de praktijk van de heer J. van Twillert, klassiek homeopaat en directeur van Regumed Benelux, de firma die de Bicomapparaten levert. Onder 'Scientific Research' worden vijf onderzoeken vermeld, alle zonder publicatie maar wel met instituutsnamen, terwijl elders onder 'wetenschappelijk onderzoek naar de bioresonantietherapie' eveneens vijf referenties worden gegeven waarbij het tweemaal boeken betreft en tweemaal publicaties respectievelijk (2,3) en (4,5) uit het Institut für regulative Medizin in Gräfelfing, Duitsland, gelieerd aan de fabrikant Regumed in dezelfde Duitse stad. Over onpartijdigheid gesproken …

Mijn conclusie is dat de bioresonantietherapie een alternatieve geneeswijze is, zonder zelfs maar een suggestie van werkzaamheid. Ze pretendeert wel van nieuwe wetenschappelijke inzichten gebruik te maken, maar dit is onversneden pseudo-wetenschap in de beste traditie van kwakzalverij met indrukwekkende apparaten. Dat ook uit zeer recent speurwerk op internet geen publicatie in een erkend, onafhankelijk wetenschappelijk medium naar voren komt zegt genoeg.

Noten

1. Met harmonische trilling wordt in de natuurkunde algemeen bedoeld een trilling zoals van een massa aan een veer of slinger, die in grafiek gebracht door een zuivere sinuskromme wordt voorgesteld. Maar in de bioresonantie betekent het slechts 'met een positieve werking op het lichaam'. Hoe het Bicomapparaat weet wat goed en wat verkeerd is, is onduidelijk. Een onderzoeker vond binnen in zo'n ding slechts een eenvoudige weerstandsmeter en wat elektronica voor de randapparatuur, en geen spoor van elektronica voor signaalanalyse.

2. M. Hörner, Bioresonanz: Anspruch einer Methode und Ergebnis einer technischen Überprüfung, Allergologie, Jg. 18 (1995), p. 302-303, onderzocht het MORA-apparaat, en constateerde dat het toestel voornamelijk elektromagnetische omgevingsruis mat met de frequentie van het lichtnet; eventuele elektrische trillingen van het lichaam kon het apparaat door zijn bouw niet eens meten. Om zwakke elektrische signalen van het lichaam in de reguliere geneeskunde te meten, moeten de kabels worden afgeschermd, anders gaan ze als antenne werken, en om dezelfde reden zijn de elektroden klein. De Bicomkabeltjes zijn niet afgeschermd, en de grote staaf die de patiënt in de hand moet houden is ook een prima antenne.

3. De terminologie suggereert dat het om een fysisch proces gaat, maar door interferentie kan men 'trillingen' niet elimineren. Als de signalen van twee trillingsbronnen (in de gedachte van de bioresonantiedenkers een bepaald orgaan en het apparaat) interfereren, treedt alleen een ruimtelijke herverdeling op van de energie van beide. Er verdwijnt geen energie, ook niet in de vorm van warmte, met andere woorden als op een bepaalde plaats het signaal wegvalt, zal het op een andere plaats juist versterkt worden. Dit nog afgezien van de vraag of de grondleggers van de bioresonantie wel het onderscheid tussen wisselstroom en elektromagnetische golven begrepen. Stroom gaat namelijk prima door een geleider zoals het menselijk lichaam, maar kan niet door interferentie gemodificeerd worden, terwijl interferentie elektromagnetische golven suggereert die bij de frequenties waar het hier over gaat eigenlijk veranderlijke elektrische velden zijn die juist nauwelijks in menselijke lichaam doordringen. Zie ook F. Cap, Bemerkungen eines Physikers zur Bioresonanz, Allergologie, Jg. 18 (1995), p. 253-257.

4. Het engram is een idee uit de scientologie, waarmee bioresonantie allerlei verbanden heeft, zo waren Franz Morell en ook de grondlegger Brügemann van het Regumed-Institut actieve scientologen. Van Morell is overigens geen enkele wetenschappelijke activiteit bekend op een proefschrift uit 1944 aan de universiteit van Giessen na.

5. Twee Oostenrijkse onderzoeken uit 1993 en 1996 gingen na of met een MORA-apparaat allergieën betrouwbaar waren vast te stellen; van 1997 dateert een Zwitsers onderzoek waarbij de helft van 32 kinderen met neurodermitis behalve standaardtherapie volkomen geblindeerd 'biofysische informatietherapie' (een andere fantasienaam voor bioresonantietherie) ontvingen met behulp van een Bicomapparaat. Er was geen enkel onderscheid tussen beide groepen.

6. De informatie van deze noten is ontleend aan het geschrift Bioresonanz, een uiterst kritische publicatie van Ronald Ziegler (1998).

Literatuur

1. Will, Reinhold D., Bioresonantietherapie. (Uit het Duits vertaald) De Driehoek, 2001, derde druk, Amsterdam.
2. Schumacher, P., Biophysikalische Therapie der Allergien (uit het Institut für regulative Medizin, Gräfelfing). Sonntag Verlag, Stuttgart 1994. (Bij 83 % van de 164 kinderen met allergie trad volledig herstel op, bij 11 % verbetering.)
3. Brügemann, H., Diagnose und Therapieverfahren im ultrafeinen Bioenergie-Bereich. Karl Hauf Verlag, Heidelberg 1985, 2. Auflage. (Onderzoek bij hamsters, die na behandeling levendiger, actiever, sneller waren en een toename van het aantal witte bloedcellen hadden.)
4. Uhlmann, J., Ausleitung und Desensibilisierung von dentale Schwermetalle und deren Bedeutung. Heft 16 Institut für regulative Medizin, Gräfelfing, p.116-125, Kolloquium 1995.
5. Endler, P.Ch. et al., Übertragung von Molekulinformation mittels Bioresonanzgerät (BICOM) im Amphibienversuch. Acta medica empirica Band 44 Heft 3, Karl Hauf Verlag, Heidelberg 1995 (Referate Informationen 12/93 und 13/93, Institut für regulative Medizin, Gräfelfing.)


 


Frans Bijlsma is patholoog.
© Stichting Skepsis. Het is niet toegestaan artikelen uit Skepter op andere websites over te nemen.



Het tijdschrift Skepter is een uitgave van de stichting Skepsis. U kunt het werk van de stichting steunen door donateur te worden of een abonnement te nemen.

Voor 4 euro ontvangt u de nieuwste Skepter als proefnummer. Meer informatie over een abonnement of donateurschap is te vinden op de aanmeldingspagina.


Nieuwste Skepter
NIEUWSTE SKEPTER

Naar de bovenkant