Aardstralen zijn op uw portemonnee gericht!
door Jan Willem Nienhuys
Wat is de waarheid over aardstralen? Heel in het kort is die ongeveer
als volgt. Wichelroedelopers bestaan al lang. Het zijn lieden die met
een gevorkte tak of zoiets zoeken naar zaken die men graag wil hebben.
In het Duits heet de wichelroede dan ook Wünschelrute (wensroede). De
wichelroede is of werd gebruikt om erts op te sporen, om water te vinden,
en zelfs om boeven te vangen. De aardstralen zijn in de 20ste eeuw bedacht
om de volstrekt denkbeeldige werking van de wichelroede te verklaren,
en vervolgens zijn deze stralen opgevat als universele ziekteoorzaak.
In 1932 verscheen een boek van ene Gustav Freiherr von Pohl. Deze bespreekt
het feit dat kanker meer en meer voorkomt. Hij betoogt dat kanker bij
'natuurvolken' (waartoe hij de Chinezen ook rekent) minder vaak voorkomt.
Uit het overzicht dat hij geeft van het voorkomen van kanker blijkt dat
kennelijk de aanwezigheid van westers geschoolde artsen van grote invloed
is: hoe meer artsen hoe meer kanker. De argeloze lezer zou denken dat
het voorkomen van deze gevreesde ziekte samenhangt met toegenomen levensverwachting
en verbeterde diagnoses, en dat betere medische zorg samenhangt met beide
aspecten.
Niet aldus von Pohl. Hij denkt dat het ongezond wonen in steden en het
neerzetten van huizen zonder rekening te houden met de intuïtie die 'natuurvolken'
nu eenmaal hebben, de oorzaak is van al die kanker. Zodoende werden de
'wateraders' van de wichelroedelopers gepromoveerd tot dodelijke stralingsbronnen.
Mogelijk zijn de ideeën van von Pohl deels ontleend aan occultisten
zoals von Reichenbach (die in de 19de eeuw theorieën over de Odische kracht
ontwikkelde) en Anton Mesmer. De laatste ontdekte in de 18de eeuw het
zogeheten dierlijk magnetisme (een wetenschappelijke commissie stelde
toen al vast dat het om suggestie ging). Ook de ontdekking van de röntgenstralen
en de radioactiviteit omstreeks de eeuwwisseling is een inspiratiebron
geweest van tal van lieden die meenden nieuwe geheimzinnige 'stralen'
ontdekt te hebben.
Met die wateraders is het trouwens een rare zaak. In rotsachtige gebieden
bevindt het water zich in spleten in de rots, en het verplaatst zich door
een netwerk van spleten en breuken. Wie in zo'n gebied naar water zoekt,
moet een beetje geluk hebben. Je kunt het geluk trouwens helpen door op
de plantengroei te letten, en misschien doen sommige wichelroedelopers
in zulke gebieden dat ook. De aardstraalgelovigen hebben die wateradertheorie
zonder wijziging naar Nederland overgenomen. In Nederland zijn er in het
geheel geen wateraders. Het grondwater is overal. In Nederland wordt bij
allerlei bouwprojecten flink gegraven, maar nimmer vindt men daarbij geconcentreerde
ondergrondse waterlopen of iets dergelijks.
Wat er gebeurt als een wichelroedeloper een onderzoek doet is het volgende.
De wichelroede wordt op zo'n manier vastgehouden dat een kleine verandering
van de stand van de handen of een kleine beweging de wichelroede kan doen
omslaan of verdraaien. Vaak hebben de handen dan ook een stand die niet
lang kan worden volgehouden, wat kleine oncontroleerbare bewegingen extra
bevordert. Hetzelfde kan gebeuren met een zogeheten pendel: een slingertje
dat men in de hand houdt en dat gaat slingeren onder de invloed van geringe
bewegingen. Het is een zogeheten metastabiel systeem.
Wat veroorzaakt die bewegingen nu? De wat dommere wichelaar denkt dat
de stralen of wat dan ook zelf de roede in beweging brengen, maar de enigszins
verstandige wichelaar zal zeggen dat hij- of zijzelf uiterst gevoelig
is, en dat het systeem niets anders doet dan de onbewuste reacties van
de wichelaar versterken. Het idee is dus kennelijk dat de onbewuste reacties
van de wichelaar feilloze aanwijzingen versterkken. In tal van contexten
komt men de opvatting tegen dat alles wat onbewust is (en dus onberedeneerd),
daardoor ook bijzonder betrouwbaar en onweerstaanbaar is.
In feite is het veel aannemelijker dat de wichelaar reageert op eigen
overtuigingen en geloof. Een schijnbaar onaanzienlijke scheur of barst
of andere onregelmatigheid die hij in het terrein ziet, kan invloed uitoefenen
op dat geloof, evenals de reacties van een klant als het bed wordt genaderd
waarin de persoon met klachten meestal slaapt. De klant zal trouwens vaak
gewoon vertellen wat er aan de hand is, dat maakt het raden een stuk makkelijker.
De wichelaar heeft door oefening het vermogen verworven om zonder erbij
na te denken de bewegingen te maken die passen bij zijn of haar geloof.
Dat kan vreemd lijken, maar bewegingen leren maken zonder erbij na te
denken doen we allemaal. Wie fietst of chauffeert maakt zonder er bij
na te denken de goede stuur- en schakelbewegingen. Wie vlot kan typen
denkt echt niet na bij elke aanslag. En sommige mensen hebben de neiging
om onbewust mee te praten met hun gesprekspartners, en met hun lippen
de woorden te vormen die hun gesprekspartners op het punt staan uit te
spreken (speciaal als die zich enigszins clichématig uitdrukken). En het
verschijnsel dat dieren kunnen leren reageren op nauwelijks merkbare bewegingen
van hun baas of anderen is ook bekend. Het wordt in het circus gebruikt
voor acts met 'rekenende olifanten' en dergelijke, en ook honden die 'raden'
wat hun baas gaat doen (bijvoorbeeld als die zijn leesbril afzet of zijn
pen dichtschroeft of iets dergelijks) kunnen op die manier worden verklaard.
Het beroemdste voorbeeld is het rekenende paard Kluge Hans uit het begin
van deze eeuw, die het rekenen had geleerd zonder dat zijn baas zelf begreep
dat het beest op zijn bewegingen reageerde.
Dit verschijnsel is ook bekend van de studie van het spiritisme: het
tafeldansen, glaasjedraaien, het gebruik van het zogeheten ouijabord berusten
allemaal op hetzelfde verschijnsel. Zo constateerde de natuurkundige Faraday
in 1853 dat de bewegingen van (lichte) tafeltjes gedurende een spiritistische
seance veroorzaakt werden door de deelnemers zelf. Die deelnemers meenden
serieus dat zij met hun handen (die vlak op de tafel lagen) de beweging
van de tafel volgden. Het verschijnsel dat de beweginkjes die we maken
ongemerkt onder invloed kunnen staan van onze ideeën heet ideomotoriek
of ook wel het Carpentereffect, naar W.B. Carpenter die het in 1852 ontdekte.
In feite was M.E. Chevreul al achter dit verschijnsel gekomen in 1810,
en in 1854 opperde Chevreul (onafhankelijk van Carpenter) dat het tafeldansen
waarschijnlijk op hetzelfde verschijnsel berustte. Dit effect kan voor
grote vertekening van resultaten zorgen. Ik correspondeerde eens met iemand
die er zeker van was dat hij aardstralen met zijn wichelroede kon detecteren,
en dat een geaarde leiding de aardstralen afboog. Bij computergestuurde
proeven die hij zelf inrichtte bleek dat hij goed scoorde als hij wist in welke volgorde de aarding werd aangeschakeld en uitgeschakeld. Tot
zijn grote verbazing verdween het effect als de computer door middel van
een toevalsreeks die hij niet kende het aan- en uitschakelen regelde.
De illusie dat men bij zijn gevoelens niet wordt beïnvloed door kennis,
hoop en angst is kennelijk gemakkelijk op te roepen. Daarom is adequate
blindering zo belangrijk bij proeven.
Terug naar von Pohl. Al in 1937 kwamen Duitse onderzoekers tot de conclusie
dat die aardstralen illusies waren. Freiherr von Pohl maakte niettemin
school en een zekere Mieremet begon na 1945 aardstralenkastjes aan de
man te brengen in Nederland. Toen dit de spuigaten uit begon te lopen,
stelde de KNAW een onderzoek in; dit onderzoek werd gedaan door de commissie
Clay. Ze rapporteerde in 1954 en 1955.
Dit rapport liet niets heel van de beweringen van wichelroedelopers.
In elk geval waren de kastjes die ze verkochten waardeloos. Op 2 maart
1956 verscheen in de AO-reeks, waar ik als belangstellende tweedeklassertje
op geabonneerd was, een boekje getiteld Aardstralen en kastjesverkopers,
naar aanleiding van dit rapport.
Het KNAW-rapport meldt onder meer (vrij geciteerd) dat de literatuur
waarin het bestaan van aardstralen werd verdedigd tal van glijdende overgangen
bleek te bevatten van erkende wetenschappelijke gegevens naar ongefundeerde
speculaties. Deze laatste worden in de hand gewerkt door het feit, dat
de schrijvers vaak de erkende wetenschappelijke gegevens niet of verkeerd
begrepen hebben.
De auteurs van het rapport hebben over een van die boeken, dat van professor
Solco Tromp vernietigende recensies geschreven in het Nederlands Tijdschrift
voor Geneeskunde en in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde.
Ze zeggen dat Tromp gewoon rijp en groen zonder enige kritische instelling
maar aan elkaar rijgt om zijn stelling te bewijzen dat dieren en planten
uiterst verfijnde waarnemingsvermogens moeten hebben voor allerlei zaken
waarvoor mensen geen goede zintuigen hebben.
De wichelroedelopers die door de KNAW waren onderzocht konden geen betrouwbare
aanwijzingen geven. De kastjes hadden geen effect: niet op de wichelroedelopers,
althans als zij niet wisten of ergens een kastje stond of niet, en niet
op de planten of dieren die er mee beschermd zouden moeten worden. De
grafkelder onder de kerk in Wieuwerd die zulke krachtige aardstralen zou
hebben dat lijken er mummificeerden (een ander beweerd merkwaardig effect
van aardstralen) bleek enigszins tochtig te zijn, zodat ondanks de tamelijk
hoge vochtigheidsgraad vlees en dergelijke konden uitdrogen voordat rottingsprocessen
kans kregen. Wanneer de tocht werd afgeschermd met verticale schoorsteenpijpen,
dan trad normaal bederf op. Tot zover wat details uit het rapport van
1954 (later, in 1955, verscheen een tweede rapport).
Mijn eerste contact met het weer ontluikende aardstralengeloof was de
kwestie van een mevrouw die een paardenpension in Breda had. Een van de
paarden die bij haar waren ondergebracht was ziek geworden, en het meisje
van wie het paard was, had er eerst een obscure haaranalist en homeopathische
paardendokter bijgehaald, die zijn aardstralenkennis had aanbevolen, een
zekere Gerrit Zomer. Deze arriveerde, liet een foldertje achter en ook
een diagnose: de betrokken stal was vergeven van de aardstralen, maar
daar had hij iets tegen.
Toen ik zijn materiaal onder ogen kreeg (mij toegestuurd door een alerte
Skepsis-donateur) was ik erg opgewonden, en schreef in oktober 1990 ongeveer
het volgende. In deze versie is de tekst maar een beetje uitgebreid.
Oiko-biologica
Onlangs kreeg ik een foldertje van de firma oiko-biologica (de firmanaam
heeft geen hoofdletters in de folder) van Rob Tax uit Vlaardingen. Om maar
met de deur in huis te vallen: dit is een kwalijk geschrift van een domoor
die maar van één ding verstand heeft, namelijk van mensen bangmaken met
geleerderige onzin en ze vervolgens dure waardeloze apparaten aansmeren.
Sommige mensen schaffen die dan aan onder het motto: baat het niet dan schaadt
het niet. Ik ben het daar niet mee eens. De enige baten komen terecht in
de zak van de verkoper, en dat is tegelijk de helft van de schade voor de
klant. De klant heeft nog meer schade, want die is niet alleen zijn of haar
geld kwijt, maar ook een deel van het gezonde verstand, want als je eenmaal
fors hebt betaald voor een of ander bijgeloof is het maar moeilijk om het
van je af te zetten.
U merkt wel, dat ik buitengemeen woedend ben over dit soort afzetpraktijken.
Laat ik ordelijk vertellen waarom oiko-biologie zo'n onzin is. Ik volg
daarbij de tekst van het foldertje, dat meteen al begint met in grote
letters te verkondigen UW WONING KAN U ZIEK MAKEN.
De slaapplaats. 'Kankerwoning' is een bijgeloof, helaas niet
een onbekend soort bijgeloof. Zeker, het zal wel eens voorkomen dat in
één woning meerdere keren kanker voorkomt. Per slot van rekening gaan
we allemaal vroeger of later dood, en kanker is bij ongeveer een kwart
van de mensen de doodsoorzaak. Het voorkomen van kanker in een woning
zal dus op grond van de wetten van het toeval nogal eens voorkomen. De
opmerking 'iedereen heeft wel eens van het begrip kankerwoning gehoord'
slaat dus nergens op. We hebben ook allemaal van weerwolven gehoord, dat
wil niet zeggen dat ze bestaan.
Schadelijke straling. De folder praat veel over de vermeende
schadelijkheid van allerlei soorten straling. Nu zijn er wel schadelijke
soorten straling, maar dat is kortgolvige, hoogfrequente straling,
zoals ultraviolet licht, röntgenstraling en radioactieve straling.
Het is bijzonder ongezond om een deel van je lichaam in een werkende
magnetronoven te stoppen, of pal voor een krachtige straalzender of radarinstallatie
te gaan staan. Je wordt dan namelijk levend gekookt.
Maar dat doet normaal gesproken niemand. De bangmakerij betreft voornamelijk
elektrische leidingen (buitens- en binnenshuis) en elektrische apparaten
binnenshuis. Door die leidingen loopt wisselstroom, en dat betekent dat
er om die leidingen een veranderlijk magnetisch veld aanwezig is. Dat
is wat anders dan straling. De frequentie van wisselstroom is zoals bekend
50 trillingen per seconde oftewel 50 Hertz. Ter vergelijking: radio- en
tv-zenders hebben typisch een frequentie van honderd miljoen trillingen
per seconde. Ultraviolet licht heeft een frequentie die nog eens een miljoen
maal zo hoog is.
Zijn die laagfrequente magnetische velden gevaarlijk of zelfs maar een
beetje ongezond? Daar wordt nog veel onderzoek naar gedaan, maar duidelijke
effecten zijn er niet. Een veranderlijk magnetisch veld kan in geleidend
materiaal stroompjes opwekken (daar berust de werking van dynamo's op),
en dus ook minuscule stroompjes in het menselijk lichaam. De stroompjes
die huishoudelijke magnetische velden opwekken zijn ongeveer van dezelfde
sterkte (of zwakker) als het effect van je bukken.
Dat klinkt vreemd - waarom zou er stroom in je lichaam ontstaan als
je je bukt? Dat is minder vreemd dan het lijkt, want overal op aarde is
er het aardmagnetisch veld. Het maakt weinig uit of in een object het
magnetisch veld verandert doordat het object stilstaat en het veld verandert,
of dat het object verandert bij een onbewegelijk veld. Nu zijn we gewend
om ons te bukken, overeind te komen, om te draaien, te gaan zitten en
weer op te staan. Niet alleen wij, maar al onze voorouders tot honderden
miljoenen jaren terug, alle wat grotere landdieren, hebben met dat aardmagnetische
veld te maken gehad, en zo langzamerhand is ons lichaam daar wel op ingesteld
door de evolutie.
Waar komen dan die verhalen over 'gevaarlijke' laagfrequente magnetische
velden vandaan? Het spijt me te moeten zeggen: van bedenkelijk medisch
onderzoek. Zo zou een onderzoekster, mevrouw Wertheim, hebben gevonden
dat zwangere vrouwen die onder elektrische dekens of op (elektrisch verwarmde)
waterbedden slapen vaker miskramen hadden dan andere vrouwen. Máár: de
onderzoekster heeft niet gecontroleerd of het misschien gewoon aan de
overmaat van warmte van elektrische dekens lag. Deze uitslag is niet het
resultaat van proeven, maar van navragen bij miskraamgevallen en bij gewone
geboortes. De mogelijkheid dat bezitsters van elektrische dekens en waterbedden
gewoon vaker zwanger werden en dus ook meer miskramen hadden, neemt ze
niet eens in aanmerking, hoewel haar feitenmateriaal dat toch wel suggereert.
Bovendien heeft de methode van navragen het probleem dat je moeilijk voor
allerlei 'lifestyles' kunt corrigeren.
Dezelfde onderzoekster vond dat leukemiepatiëntjes wat vaker dan hun
leeftijdgenootjes bleken te wonen in huizen waar wat meer stroom voorbij
kwam door de bovengrondse elektriciteitsleidingen. Het probleem was dat
dit niet bleek samen te hangen met de feitelijke sterkte van de magnetische
velden binnenshuis. De onderzoekster was trouwens niet bepaald 'blind'
te werk gegaan bij het vaststellen van die hoeveelheid stroom. Pas nadat
haar toevallig was opgevallen dat leukemiepatiëntjes in de buurt van transformatorhuisjes
e.d. woonden, ging ze op onderzoek uit, en het verhaal vertelt niet of
ze wel de gevallen die haar op een idee gebracht hadden, had buitengesloten
bij vervolgonderzoek. Verder was niet behoorlijk nagegaan hoeveel auto's
er bij die huizen voorbij kwamen, terwijl toch het benzeen in uitlaatgassen
(zeker in vroeger tijden) een hoofdverdachte is bij ziekten als leukemie.
Bij analoog onderzoek is eigenlijk nooit duidelijk hetzelfde gevonden,
en hoewel het gebruik van elektriciteit enorm is toegenomen (dertig maal
zoveel geworden), is er landelijk geen corresponderende toename in het
aantal gevallen van leukemie.
Bangmakers zullen wijzen op een Zweedse studie waarin wel een verband
tussen kanker en elektriciteitsleidingen zou zijn gevonden. Wat ze daar
dan bij onder tafel moffelen is dat de betrokken Zweedse onderzoekers
hun gegevens op zo'n reusachtig aantal manieren hebben onderzocht, dat
er wel iets uit moest komen. Ze hebben naar allerlei soorten kanker gekeken,
naar verschillende afstanden tot de hoogspanningslijnen, naar laagbouw
en flats, naar kinderen en volwassenen, naar geschatte veldsterktes en
naar feitelijke, enzovoorts enzovoorts. Het zou wel een wonder zijn als
ze niet ergens een toevallige afwijking hadden gevonden. En wat voor afwijking
dan wel? Alles bij elkaar een handvol gevallen op een bevolking zo groot
als de stad Utrecht.
Dezelfde verhalen gaan over beeldschermen. Ook daar ligt het voor de
hand dat alsmaar in dezelfde houding zitten werken voor zo'n beeldscherm
plus toetsenbord - dat meestal niet bijzonder verstandig is ontworpen
- de oorzaak is van de klachten, in plaats van de minieme invloed van
de magnetische wisselvelden. De artsen die onderzoek naar dit soort zaken
doen, weten vaak niet genoeg van statistiek om betrouwbare uitspraken
te doen.
Een deel van dit type onderzoek wordt door natuurkundigen gedaan, en
die hebben vaak weinig ervaring met medisch onderzoek. Bij sociaal-medisch
onderzoek heb je te maken met een enorme hoeveelheid storende factoren
die je niet in de hand hebt. Wanneer men bijvoorbeeld vindt dat mensen
die dicht bij elektriciteitsleidingen wonen, wat vaker leukemie krijgen
dan 'gemiddeld', dan kan dat heel wat lijken. Maar leukemie komt vaak
in clusters voor, waarom is niet goed bekend, misschien spelen virussen
een rol, misschien erfelijke factoren; er is wel eens geconstateerd dat
in plaatsen waar veel mensen uit verschillende delen van het land recent
bij elkaar zijn gaan wonen, meer leukemie voorkomt. Dat zou kunnen wijzen
op een effect van besmetting met virussen van elders, maar het kan ook
liggen aan een verhoogd radongehalte in nieuwbouw. Voor zover ik weet
heeft nog nooit iemand systematisch gekeken naar het voorkomen van leukemie
in nieuwbouw versus langer bestaande woningen. Het is niet gemakkelijk
om na te gaan of mensen die in de buurt van hoogspanningsleidingen wonen
als groep misschien vaker blootstaan aan andere schadelijke invloeden
(chemicaliën op de werkplek). Niet voldoende zicht op storende factoren
van medisch-sociale aard kan maken dat natuurkundigen zich ook vergissen
met de statistiek, en dat ze een 'toevallige' uitschieter aanzien voor
iets belangrijks.
Overigens worden er ook in laboratoria met weefselkweken proeven gedaan.
De uitslagen daarvan zijn vreemd. Sommige onderzoekers vinden soms wel
iets en soms niets. Zo vond één onderzoeker (in Amerika, waar de netfrequentie
60 Hertz is) dat er wel bij 60 Hertz, maar niet bij 55 of 65 Hertz effecten
waren. Een andere onderzoeker vond bij weefselkweken van rattenzenuwen
wel iets, maar bij levende ratten weer niets. Weer een ander vond dat
een bepaald effect alleen maar optrad bij een bepaalde veldsterkte en
niet bij lagere of bij hogere. Zie mijn commentaar over natuurkundigen
die onvoldoende ervaring hebben met medisch onderzoek.
Een algemeen beeld dat je bij knullig onderzoek ziet, is dat als de
onderzoeker ergens sterk van overtuigd is, hij of zij vaak steun voor
die overtuiging vindt, vaak doordat allerlei fouten over het hoofd worden
gezien wanneer er iets gevonden is dat in het eigen straatje past.
Elektrische velden kunnen trouwens niet echt in het lichaam binnendringen,
omdat vlak onder de opperhuid het menselijk lichaam geleidend is, en het
inwendige van de mens dus als het ware beschermd is tegen die velden,
door een kooi van Faraday bestaande uit de bloedvaatjes die in de lederhuid
liggen. Dat betekent onder andere dat proeven met weefselkweken of ontblote
zenuwen niet zo veel zeggen.
Een andere bron van verhalen over laagfrequente velden zijn effecten
die nabij hoogspanningsleidingen gemeten worden. Een leiding van 380.000
Volt, die boven de grond hangt kan merkbare effecten geven op mensen en
dieren in de buurt. Speciaal grote metalen structuren (auto, of een hek)
kunnen door inductie onder spanning komen te staan. Die moeten dan behoorlijk
geaard worden, en normaal gesproken zal de elektriciteitsmaatschappij
die de leiding bezit de kosten van zulke beveiliging op zich willen nemen.
Zelfs pal onder een 380 kV leiding die 10 meter boven de grond hangt is
het elektrisch veld maar 7 kV per meter. Dat is voor gevoelige personen
de ondergrens waarbij men af en toe oppervlakkige prikkelingen door microscopische
ontladingen (tussen kraag en nek bijvoorbeeld) voelt.
Indien men niet pal onder de leiding staat, maar een eindje ervandaan,
een meter of 20, 30, dan is het effect al gauw tienmaal zo klein. In België
hebben diverse veeboeren omstreeks 1987 geklaagd over schadelijke effecten
van elektrische hoogspanningsleidingen. Veelal bleken de dieren dan niet
goed verzorgd (onhygiënische stallen, verkeerd of te weinig voer). Vaak
werden de boeren opgestookt tot klagen door wichelroedelopers (radiësthesist
heten die daar) die allerlei onzin vertelden over de samenhang tussen
de hoogspanningsleidingen en aardstralen, en die soms adviseerden om de
aardingen van apparaten en metalen structuren te verwijderen (omdat de
aardstralen of de schadelijke invloeden ervan via de aarding zouden binnenkomen).
Levensgevaarlijke adviezen.
Terug naar de oiko-folder. Deze noemt (metalen?) transportleidingen
die tegen roesten worden beschermd met een 'kathodische beveiliging'.
Het is baarlijke onzin om daar gevaar in te ontwaren. Immers het idee
van zo'n beveiliging is dat je door een uiterst klein gelijkstroompje zorgt dat er een beetje spanningsverschil is tussen de metalen leiding
en de omgeving. Maar zo'n klein gelijkstroompje wekt een zeer klein magneetveldje
op, dat bovendien niet veranderlijk is, en op korte afstand al verwaarloosbaar
klein is vergeleken met het aardmagnetisch veld. Dan ziet de oiko-folder
gevaar in tv-kabels. Tv-kabels zijn speciaal zo ontworpen dat hoogfrequente
(fm, tv) velden zich zonder verlies daarbinnen in kunnen voortplanten.
Die leveren dus geen bijdrage aan wat voor belasting met straling of magneetvelden
ook.
Aardstralen. De auteurs schrijven 'veel van deze energie wordt
aangevoerd door ondergrondse formaties'. Het is onduidelijk welke energie
ze bedoelen. Ze spreken over wateraders, maar dat zijn dingen waarvan
een geoloog nog nooit iets gemerkt heeft. Toegegeven, duizenden meters
onder de grond kunnen zich in de rotsbodem plaatsen bevinden waar zich
water onder druk bevindt, dat naar buiten kan spuiten bij het boren van
een mijngang. Maar dat is wat anders, en zelfs daar stroomt het niet,
maar zit onder druk in holten. In Nederland is er overal grondwater. Het
zit beslist niet in aders en 'stroomt' tamelijk langzaam, denk aan meters
per dag (en dat is nog vlug). Hoe breuklijnen energie kunnen aanvoeren
is onduidelijk. Wat zich wel kan voordoen in aardbevingsgebieden (Nederland??)
is dat delen van continentale schollen heel langzaam langs elkaar schuiven,
millimeters per jaar. Dat schuiven gaat met horten en stoten. Zo'n schol,
vaak een gebied waar een land als Nederland of nog veel meer in zijn geheel
op past, wordt langzaam aangedrukt, en dan schiet door de opgehoopte spanning
opeens de zaak los en dan heb je een aardbeving. Een aardbeving geeft
geen meetbare straling af. Dan spreekt de auteur over energie die door
het aardmagnetisch veld wordt aangevoerd. Het aardmagnetisch veld voert
helemaal geen energie aan (was het maar zo, dan waren in één klap alle
energieproblemen de wereld uit). Wat wél af en toe gebeurt is dat door
storingen op de zon flarden magneetveld (gekoppeld aan deeltjesstromen)
langs de aarde 'waaien'. De deeltjesstromen veroorzaken dan noorderlicht,
en de zogeheten magnetische stormen kunnen het radioverkeer storen en
stroom- of spanningsstoten opwekken in telegraafdraden of misschien zelfs
elektriciteitsnetten.
De auteur vertelt nog meer over het aardmagnetisch veld, het zou een
ingewikkelde structuur zijn. Volstrekte onzin. Ik denk dat de auteur totaal
niets weet van elektriciteit en magnetisme. Hij heeft het over netten
van aardstralen, die door Hartmann en Curry zijn bedacht. Ernst Hartmann
en Manfred Curry waren Zuid-Duitse artsen die hadden bedacht dat aardstralen
in een patroon van grote vierkante mazen naar boven komen. Ik ga er verder
niet op in.
Terug naar die oiko-folder. De auteur heeft het over velden van elektromagnetische
energie. Dat, tezamen met die rare plaatjes en zijn onbegrip over het
verschil tussen een veranderlijk veld (50 Hertz) en een onveranderlijk
veld, en het feit dat hij waarschijnlijk ook het verschil tussen een elektrische
spanning, magnetische flux, energie en mogelijk ook kracht niet weet,
geeft me het gevoel dat de auteur er in het geheel niets van weet.
Tax heeft het over polariteit (rechts- of linksdraaiend). Dat kun je
van straling soms wel zeggen, maar van laagfrequente veranderlijke magneetvelden
is dat onzin. Links- en rechtsdraaiend kun je alleen maar zeggen als er
zo iets is als een voortplantingsrichting, en dat kun je pas zeggen als
je voldoende ver van de bron bent, namelijk in de orde van grootte van
een golflengte (een paar duizend kilometer dus, in geval van 50 Hertz),
en dan alleen nog als de betrokken straling circulair gepolariseerd is.
En waar het gaat over de frequentie van de straling uit wateraders die
misschien dezelfde is als de hartfrequentie (80 slagen per minuut?) wordt
het helemaal te dol. Wat is dat ultra-fijne energie (?) bereik? Wordt
dat in Watt of Joule gemeten of in Hertz? Als je mij vraagt is dit gewoon
occulte wartaal.
Invloed van stralingen. Het wordt steeds doller. Ik weet gewoon
niet waar ik beginnen moet. Kanker en multiple sclerose zouden voor linkse
en rechtse polariteit anders reageren. Dit is totaal nieuw voor de wetenschap.
Misschien is de auteur in de war met bepaalde optisch actieve stoffen
die de polarisatierichting van het licht kunnen verdraaien, en waarvan
er misschien bij sommige patiënten een overmaat aanwezig is in het bloed
of bepaalde organen.
Ziekten en frequenties: allemaal uit de rijkelijk vloeiende duim van
de auteur. Hij legt wel iets uit over het afstemmen van radio's, maar
degenen die weten waarom en hoe je zo'n radio kunt afstemmen, weten ook
dat in een long, een nier of een verkoudheid géén afstemeenheid zit, dat
wil zeggen geen combinatie van condensatoren en inductiespoelen die in
een bepaalde frequentie gemakkelijk mee kan trillen.
Het idee dat twee elkaar kruisende lichtbundels elkaar versterken is
pure waanzin: het licht wordt op de kruising van twee bundels gewoon twee
keer zo sterk. Hetzelfde met wapening in beton, die volgens de auteur
energie zou produceren. Misschien is de auteur in de war met zware metalen
structuren zoals dakgoten (dichtbij) of voorraadtanks (veraf) die soms
tv-signalen kunnen reflecteren, waardoor je dubbele beelden krijgt. Wapening
in beton kan geen energie produceren. Waar zou die vandaan moeten komen?
Wat de auteur over kosmische straling poneert is bijzonder droevig en
het toont aan hoe weinig hij er van weet. Hij denkt dat kosmische straling
weldadig is, zeker omdat 'kosmisch bewustzijn' goed voor je is. Kosmische
straling is er gelukkig niet zoveel. De lucht houdt het meeste tegen.
Maar het beetje kosmische straling dat tot ons doordringt bestaat uit
zeer energierijke deeltjes die pas door zeer dikke lagen aarde of metaal
kunnen worden gestopt (daarom moeten bepaalde experimenten om zeldzame
deeltjes op te sporen altijd in heel diepe oude mijnen, honderden meters
onder de grond worden uitgevoerd). Kosmische straling is schadelijk (in
een vliegtuig krijg je er ook meer van en in het hooggebergte ook) en
je houdt het niet buiten door de kieren te dichten, zoals de auteur schijnt
te denken.
Overigens is natuurlijk sterke isolatie inderdaad niet erg gezond, als
je niet op de ventilatie let. Verbrandingsgassen, rook, inhoud van spuitbussen
en schoonmaakmiddelen, alsmede sporen van allerhande schimmels blijven
binnenshuis langer circuleren, naarmate de ventilatie slechter is. Huizen
die zich op een granietbodem bevinden kunnen teveel radon (een radioactief
element) krijgen. Behoorlijke ventilatie van de kruipruimten onder een
huis kan daar tegen helpen. Maar in Nederland komen rotsbodems niet zo
vaak voor.
Geomantie. Zelfs op het occulte vlak is de auteur slecht thuis.
Geomantie betekent waarzeggerij gebaseerd op de aarde. De auteur noemt
Pompeï als voorbeeld van geomantische bouwkunst. Wel, dan hebben die geomanten
hun werk slecht gedaan, want Pompeï lag op een plaats die op een kwade
dag geheel door metersdikke lagen gloeiende as en lava uit de Vesuvius
bedekt werd. Hoe de auteur weet wat de 'geomanten' van vroeger allemaal
wisten blijft onduidelijk. Die kunst is toch verloren gegaan?
Wat de auteur beweert over knappe Egyptische wiskundigen is ook al flauwekul.
De Egyptenaren kenden nauwelijks wiskunde. Het rekenen met breuken deden
ze zo onhandig dat je er zowat een enorm tabellenboek voor nodig had,
en van meetkunde wisten ze net genoeg om het land elk jaar opnieuw op
te meten na de overstroming van de Nijl.
De auteur haalt er ook de Chinese geomantie bij. Daar weet ik toevallig
iets meer van af. Het heeft totaal niets met vermeende aardstralen te
maken. Ik ga er hier niet verder op in.
Gevolgen. Ook hier is de duim van de auteur weer driftig aan
het werk geweest. Hierboven hebben we gezien dat de auteur uitgaat van
onbewezen beweringen over de invloed van wisselende magnetische velden,
die hij verwart met elektromagnetische stralen, en waarvan hij de oorzaak
zoekt in het onveranderlijke aardmagnetisch veld en niet-bestaande wateraders.
Het is trouwens volstrekt onduidelijk hoe stromend water een magneetveld
zou kunnen opwekken; probeer maar eens met een kompas iets aan stromend
water te ontdekken! Uit de beweringen over wateraders blijkt dat die hypothetische
dingen hun invloed in de vorm van smalle bundels omhoog sturen. Immers,
bij graafwerkzaamheden is nog nooit iemand op zo'n waterader gestuit,
dus ze zitten kennelijk behoorlijk diep. Toch kunnen wichelroedelopers
en lijders aan de hierna te bespreken kwalen merken dat op de eerste verdieping
van een huis banen van schadelijke invloeden hooguit een paar meter breed
zijn, en soms zelfs puntvormig, op 'kruisingen'. Met andere woorden die
merkwaardige wateraders richten hun euvele invloeden met grotere precisie
dan een zaklantaarn pal omhoog. Wat zou er bij die denkbeeldige aders
zitten, dat voorkomt dat de stralen naar opzij uitwaaieren?
In dit hoofdstukje 'gevolgen' wordt zonder enig bewijs geponeerd dat
die 'aardstralen' 's ochtends om 5 uur het sterkst zijn en nog beïnvloed
worden door de maan! Hoe kan de maan nu het aardmagnetisch veld of wat
voor soort van elektromagnetische verschijnselen beïnvloeden?
Hoe verklaart de auteur deze onzin? Hij komt met een aantal klachten
die iedereen wel eens heeft. Erg medisch onderlegd is hij ook al niet,
anders had hij mictiedrang (aandrang om te plassen) wel correct gespeld
in plaats van er mixtiedrang van te maken. 's Nachts opstaan om te plassen
is trouwens een volkomen normaal verschijnsel (dat helaas vooral bij ouden
van dagen nogal wat ongelukken veroorzaakt doordat ze minder goed zien,
of wat minder goed ter been zijn). Het is wonderlijk dat hij roos, jeuk,
impotentie, verkoudheid, vieze smaak in de mond en aardstraalfantasieën
niet ook noemt, maar misschien doen die zich volgens hem niet zo vroeg
in de ochtend voor.
Ik vind het een misselijk staaltje van bangmakerij, eerst beginnen met
kankerwoningen, dan de lezer murw maken met geleerd klinkende wartaal,
en vervolgens de lezer aanpraten dat hij of zij ook aan gevaren blootstaat,
door met klachten te komen die iedereen wel eens heeft. De ochtend nadat
ik deze kletskoek had gelezen onderging ik zelf: heftig dromen, tandenknarsen,
zweten, woelen, slapende handen, benauwd gevoel, hartkloppingen, vlinderend
gevoel in de maag, hoofd bonzen tegen het beddenschot, te vroeg wakker
worden met een onrust, jeuk in de vingers om iets te gaan tikken, kortom
een soortement hyperactiviteit, en wonderlijk genoeg gingen al die klachten
meteen over toen ik maar opstond en dit verhaal in een zitting achter
elkaar in mijn computer heb ingetikt. Mijn kriebelingen gingen toen vlug
over en de vieze voze smaak in de mond die ik had gekregen, ook. Wat een
rotzak om mensen te bestoken met angst voor 'bliksempunten' door die met
wiegendood te associëren!
Woningonderzoek. Hier komt de aap uit de mouw. Meneer Schneider
heeft een toestel uitgevonden, een Lecherantenne waarmee woonbiologen
(van de firma oiko-biologica, dan wel Walter Kunnen van Archibo-Biologica
ongetwijfeld) u en uw huis kunnen nameten. Wat een Lecherantenne is, zal
ik hier niet uitleggen, de versie van Schneider is een gewone wichelroede
met een schuifje erop en getalletjes, om de fantasie van de aardstraalneringdoende
te helpen.
Het is niet uitgesloten dat de onderzoekers zelf in al die grotendeels
door hen zelf bedachte onzin geloven. Ik kan u verzekeren dat aardstralen,
compleet met intensiteiten en polariteiten in de natuurkunde onbekend
zijn. Wetenschappers van tegenwoordig moeten vaak resultaten leveren,
en er wordt nogal wat gepubliceerd dat eigenlijk niet zo vreselijk interessant
is. Een tot nu onbekende soort gemakkelijk meetbare straling met aanwijsbare
gezondheidseffecten zou ogenblikkelijk drommen onderzoekers aantrekken
en duizenden publicaties opleveren. De nieuwe ontdekking van de zogeheten
supergeleiding bij hoge temperatuur produceerde in twee jaar tijds ongeveer
10.000 wetenschappelijke publicaties. En dat was nog iets dat geen enkele
betekenis op de korte termijn had voor de gezondheid. Het is onvoorstelbaar
dat als die aardstralen van Schneider echt zouden bestaan, de enigen die
er iets aan zouden doen niets van natuurkunde zouden weten.
In feite weet de natuurkunde er behoorlijk wat van, want er is onderzoek
naar aardstralen gedaan. De KNAW heeft al in 1954 een rapport van een
uitvoerig onderzoek gepubliceerd. Conclusie: niets te vinden, wichelroedelopers
laten zich beïnvloeden door wat ze zien. Als een grasveld geheel vergeven
is van de aardappelaaltjes, merken ze niets, maar de roede slaat uit wanneer
ze een plek in een aardappelveld passeren waar je kunt zien dat de aaltjesinfectie
wat ernstiger is. Het Engelse leger heeft onderzocht of wichelroedelopers
mijnen kunnen detecteren of stromend water of heuse magneetvelden. Conclusie:
niets. In Finland en Duitsland en Italië zijn wichelroedelopers onderzocht,
conclusie telkens maar weer: niets. In Noorwegen is onderzocht of wichelroedelopers
enig succes hadden bij het zoeken naar slachtoffers van lawines. Antwoord:
niets (het plaatselijke Rode Kruis had het levensgevaarlijke idee dat
je met wichelroedes naar slachtoffers kunt zoeken - hoeveel slachtoffers
zouden er onder de sneeuw gestikt zijn terwijl occultisten kostbare tijd
verdeden met hun wichelroedes?). En telkens maar weer blijken de wichelroedelopers
stomverbaasd dat hun vermeende vaardigheden op niets berusten, telkens
maar weer bedenken ze achteraf smoesjes, en het zou me niets verbazen
als ze telkens maar weer doorgaan met hun talenten aan te prijzen.
Praktische tips. De aap komt nog wat verder uit de mouw. Ik laat
de onzin over honden en katten en hun instinct maar liggen. Mijn vingers
zijn murwgetikt. Zou er een aardstraal door mijn toetsenbord lopen? Onderaan
de laatste pagina wordt namelijk duidelijk waar het om draait: u moet
biodin-rommel kopen. U kunt het alleen van Archibo-Biologica kopen, want
die heeft het patent. Sommige mensen denken dat een patent betekent dat
de werkzaamheid bewezen is, maar dat is niet zo. Het betekent alleen maar
dat wat je te koop hebt anders is dan wat andere mensen te koop hebben,
en dat niemand het zonder toestemming mag namaken. U kunt bij wijze van
spreken patent krijgen op vierkante wielen, als u aannemelijk kunt maken
dat niemand eerder op dat idee is gekomen. En let op! Als u chronisch
ziek bent, en de dokter weet het ook niet (u bent namelijk therapieresistent),
dan hoeft de man met de Lecherantenne al bijna niet meer te komen. U kunt
dan zo meteen wel een flinke lading biodin resorbators aanschaffen. Het
verbaast me dat ze geen kwantumkorting geven in zulke gevallen.
Samenvattend moet ik constateren dat de firma oiko-biologica een ordinair
kwakzalversbedrijf is: ze bestaan van mensen die toch al ziek en kwetsbaar
zijn bang maken met geleerde onzin, en ze daarna voor veel geld waardeloze
rommel verkopen. Een belastingadviseur met 50 jaar praktijkervaring schreef
onlangs: ik heb de alternatieve niet-artsen leren kennen als niets ontziende
zakkenvullers, die zich op schaamteloze wijze verrijken ten koste van
hun medemensen. Het lijkt me dat Archibo-Biologica ook onder deze kenschetsing
kan vallen.
De firma oiko-biologica (of Archibo-Biologica) is niet de enige, er
zijn er meer. De heer Broekhuis (eveneens uit Vlaardingen) is er ook zo
een. Hij meet voor 400 gulden uw huis door, en smeert u dan matten (ongeveer
zo groot als een matras) aan voor 1200 gulden per stuk, 'om de frequentie
tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen', en op de vraag of dat niet
veul geld is, zegt hij ijskoud, dat het gewoon een vakantie minder is!
Elke paar matten verkocht is natuurlijk voor hem een vakantie meer! Een
passief apparaat dat zomaar frequenties verkleint (van wat dan wel eigenlijk?)
- het kan wel, hoor, maar dan praten we over niet-lineaire effecten in
laserbundels die door bijzondere materialen schijnen. Wie Broekhuis naar
het hoe en waarom vraagt, verneemt dat 'de zwaartekracht toch ook niet
bewezen is'. Wel, als je iets los laat, dondert het naar beneden, dat
zal Broekhuis ook wel weten. Hij bedoelt misschien dat de zwaartekracht
nog niet is uitgelegd in termen die hij zelf begrijpt, of misschien heeft
hij van horen zeggen dat de gravitatietheorie nog niet goed gecombineerd
is met de kwantummechanica. Maar de verschijnselen die met de zwaartekracht
te maken hebben zijn al hoog en breed met grote nauwkeurigheid nagemeten,
en die metingen komen elke keer weer uit, zelfs als eerstejaarsstudenten
ze voor de oefening moeten overdoen. Terwijl die wichelroedelopers zonder
uitzondering bij het eerste het beste fatsoenlijk opgezette onderzoek
door de mand vallen. De heer Broekhuis (geboren circa 1972), heeft zijn
kennis van de Duitse anti-aardstraalmattenfabrikant Terra en vindt dat
sommige van zijn collega's maar beunhazen zijn. Dat is trouwens een algemeen
verschijnsel: velen in de aardstralenbusiness vinden alle anderen maar
kaf, terwijl zij zichzelve immer tot het koren rekenen.
Haas
Die mening word gedeeld door de ingenieur E. Michiel Haas, samen met de
Weense architect en Magister Peter Schmid auteur van het boekje Biologisch Bouwen en Wonen, gezond voor Mens en Milieu met
een voorwoord van de bekende geleerde Ed Nijpels. Schmid was eerder op het aardstralenpad gegaan en gebruikte veldmeters, maar als de dekaan van de faculteit Bouwkunde
dan vroeg wat voor soort van velden, magnetische of elektrische, en om welk
frequentiebereik het ging, dan stond hij met de mond vol tanden. Michiel Haas heeft behalve
architectuur (in Zürich, waar hij de ingenieurstitel niet mag voeren) ook
homeopathie gestudeerd, en is vervolgens in het aardstraalwezen gedoken.
Hij runt een bedrijfje, het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie
BV (NIBE), op de Huizerstraatweg in Naarden, dat voor pakweg 500 gulden
inclusief BTW en voorrijdkosten uw slaapkamer komt doormeten, alleen op
elektromagnetische velden en aardstralen. Voor lucht-, water- en radioactiviteitsmetingen
betaalt u flink extra. Als u een heel huis wil kopen kunt u dat voor slechts
1500 gulden (ex. BTW) laten nameten, en dan krijgt u nog inlichtingen over
de bouwkundige staat erbij. (In 1997 promoveerde Haas aan de TU Eindhoven
tot doctor, promotor was Schmid, zijn stellingen gingen onder meer over
astrologie, homeopathie en 'genezingsprocessen in de aarde door persoonlijke
transformatie'.)
Het Gooi schijnt trouwens een bijzondere aantrekkingskracht te hebben
op aardstraalgelovigen. Het biologisch bouwbedrijf van John Hartong uit
Naarden doet ook mee aan deze onzin. Emmy Lindeman, voormalig elektroacupuncturiste
te Hilversum, heeft zich blijkens een verhaal in De Gooi- en Eemlander erop geworpen. Ook de heer Herman W.J. den Hartog, de drijvende kracht
achter het Nederlands Genootschap voor Radiësthésie en Radionica,
(NGVR, een andere club aardstralers) uit Purmerend is van oorsprong uit
deze buurt afkomstig: zijn vader maakte deel uit van Frederik van Eedens
kolonie Walden. Omdat Hermans moeder daardoor een 'reine dracht' had (dat
wil zeggen geen seksuele betrekkingen gedurende de zwangerschap) is Den
Hartog naar eigen zeggen buitengewoon gevoelig voor schadelijke stralingen
uit de ondergrond. De club van Den Hartog vergadert nog steeds in de buurt
van Bussum, vroeger bij Oud-Valkeveen, daarna in Laren, waar een NGVR-lid
woonde. Tegenwoordig vergadert de NGVR in Vleuten. Den Hartog is trouwens
zeer gebeten op lieden als Tax, Broekhuis en Haas, die hij onbetrouwbaar
acht. Volgens hem is het zuiver toeval dat Haas en consorten daar in de
buurt wonen.
Wat zegt Haas over zijn collega's? 'Slechts een klein deel is tot opvallende
resultaten in staat.' 'Veel wichelroedelopers kennen het verschil niet
[tussen elektromagnetische velden en aardstralen]'. 'Zogenaamde ontstoringsapparaten
zijn in veel gevallen van geen enkele waarde.' Het verhindert Haas niet
om in zijn keuringsrapporten een aaneenschakeling van baarlijke onzin
op te voeren (die hij volgens Den Hartog trouwens heeft overgeschreven
uit de documentatie van de firma Mersmann die de geomagnetometer levert
die hij gebruikt). Volgens Haas is ook statische elektriciteit een ernstige
bedreiging van de gezondheid, want dat is veelal kunstmatige lading, en
dat is zoals men zich wel kan voorstellen veel enger dan natuurlijke lading.
Allergenen (huismijten, stuifmeel, schimmelsporen) vermeerderen zich door
die kunstmatige ladingen. Nou heb ik wel eens gelezen over de onsmakelijke
gewoonten van huismijten (ze schijnen te poepen en daar kun je behoorlijk
allergisch van worden, als je met de verkeerde aanleg geboren bent), maar
dat levende organismen zich door statische elektriciteit zouden kunnen
vermenigvuldigen dat was al te fantastisch voor de schrijfster van Frankenstein
(die liet zich inspireren door de ontdekking van de galvanische elektriciteit),
dat is een gedachte die voor het laatst gangbaar was in de tijd van de
heksenverbrandingen.
Wat poneert Haas over aardstralen en wichelroedelopers? Over aardstralen
dezelfde onzin als hierboven geschetst (netsystemen, geomantische zones,
breuken in de aardkorst, ondergrondse waterlopen), maar hij voegt eraan
toe dat er aanwijzingen zijn dat het een soort neutronenstraling is. Zeker
in de verzamelde werken van professor Barabas (bekend van Suske en Wiske
uit de referentiebibliotheek van opgemelde geleerde) gelezen. De huidweerstand
van proefpersonen zou boven aardstralen bij elektroacupunctuur veranderen,
van 40 kilo-Ohm naar 100 kilo-Ohm. Over elektroacupunctuur kan ik nog
veel meer vertellen, maar ik volsta met te vermelden dat het een waardeloze
diagnostische methode is (niet voor de diagnosticus, natuurlijk die er
bakken met geld mee verdienen kan). Ze berust erop dat de diagnosticus
(soms zonder het zelf te merken) harder of zachter met zijn meetelektrode
drukt. De weerstand van de huid hangt sterk af van de druk die je uitoefent.
Maar ook de vochtigheid van de huid, dus zweet, kan een grote invloed
hebben. Je kunt je makkelijk voorstellen wat het effect op een klant is
wanneer je diagnosticus zegt dat hij nu de ziekte door gaat meten waar
de klant zo bang voor is.
Je zou denken dat een fenomeen dat volgens alle zelfbenoemde aardstraalfantasten
nachtzweet veroorzaakt dus een vermindering van huidweerstand zou geven.
Maar nee hoor: een toename. Misschien heeft hij micro-Ampère met kilo-Ohm
verward. Weet zo'n homeopathisch bouwkundige veel.
Dan zouden aardstralen de radioactiviteit van de grond verhogen. Dat
is een natuurkundige ontdekking van de eerste orde! Al honderd jaar hebben
natuurkundigen vergeefs geprobeerd of radioactiviteit ook maar ergens
door beïnvloed kan worden. Nooit iets gevonden. De geologische tijdmeting
berust eenvoudigweg op dat idee. Die meneer Haas kan meteen de Nobelprijs
krijgen voor zijn fundamentele ontdekking. Of zou hij zich een beetje
vergissen? Waarschijnlijk is hij in de war met tweederangs literatuur
waarin 'plaatsgebonden ziekmakende effecten' worden toegeschreven aan
radon dat uit de grond komt. Het onderscheid tussen 'aardstralen verhogen
de radioactiviteit van de grond' en 'aardstralen zijn eigenlijk verhoogde
radioactiviteit van de grond' is natuurlijk moeilijk te onthouden voor
een charlatan.
Haas meet de aardstralen door middel van een toestel dat afwijkingen
van het aardmagnetisch veld aangeeft. Overal waar dus wat ijzer in verwerkt
zit (vaak delen van een bed) geeft dus fantastische uitslagen. Zijn advies
is dan het bed te verplaatsen.
Over zijn collega's zegt Haas: Het overgrote [niet-begaafde] deel, vooral
ook dat deel dat meent dat ontstoren voor hele hoge kosten goed werkt,
zit dicht tegen de kwakzalvers aan.
De heer Haas beveelt ook Terraproducten aan, alsmede natuurlijke verf
die zijn buurman en geestverwant Hans Claessen verkoopt.
In de alternatieve geneeskunde is het gebruikelijk om vroom te mompelen
dat er veel kaf onder het koren schuilt. Daar kun je alternatieven al
bijna aan herkennen, aan die opmerking. Afgaande op wat ik nu van aardstraaldeskundigen
gezien heb, denk ik dat het in dat wereldje gebruik is om elkaar voor
kwakzalver of oplichter uit te maken.
Onderzoek
Hoe liep het trouwens af met het paardenpension? De eigenaresse had natuurlijk
schade, want het meisje dat het zieke paard bezat ging haar paard ergens
anders stallen (nadat het beter geworden was, trouwens), maar latere klanten
hebben aan de betrokken stal nooit iets bijzonders gemerkt. Met Haas heb
ik (indirect, dat wel) meer contact gehad. Frasen uit het hierboven geciteerde
strijdschrift tegen oiko-biologica werden in de krant geciteerd, hetgeen
me in contact bracht met klanten van Haas.
En toen een Haagse beheerder van een flat huurders had die wegens vermeende
aardstralen geen huurverhoging wilden betalen en daarvoor naar de kantonrechter
gingen, beriepen ze zich op een rapport van Haas. Haas werkt trouwens
min of meer samen met de aardstraaldeskundige dr. Marie Lou Creyghton
(die doctorstitel slaat op haar kennis van de culturele antropologie).
Het duo had al een wapenfeit op hun naam staan, want twee jaar tevoren
hadden ze een aardstraal gevonden in een flat in Randwijk in Gelderland.
De eigenaresse van de flat, de woningbouwvereniging Hedova, had zich laten
inpakken en had moeite moeten doen om een bewoner met vage klachten aan
een andere woning te helpen (zie ook Skepter,
maart 1992). (Marie Lou Creyghton is, volgens een artikel in Cosmisch
bewustzijn, 31ste jaargang, nummer 2, april 2000, oorspronkelijk door
de NGVR in de geheime van het wichelroedelopen ingewijd, en heeft zich
pas later bij de club van Haas aangesloten.
Ten behoeve van de Haagse woningbeheerder heb ik toen een rapport opgemaakt
waarvan ik nu een deel citeer.
Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van de wichelroede.
Al deze onderzoeken hebben uitgewezen dat wichelroedelopers over geen
enkele vaardigheid beschikken, dat zij geen water, metalen of magnetische
velden kunnen aantonen, maar dat zij beweren deze wel en met gemak te
kunnen aantonen. Iets nauwkeuriger: bij proeven blijkt telkens dat als
de wichelaars weten wat ze dienen te vinden ze 100 percent goed
scoren. Als ze onder dezelfde omstandigheden een proef doen waarbij ze
niets weten, dan falen ze. Zo bleek in Noorwegen dat wichelroedelopers
geen lawineslachtoffers kunnen vinden (hoewel het Noorse Rode Kruis geloofd
had in de kundigheden van de wichelaars), zie de publicatie van Rolf Manne
(1990). Nils Edelman (1989) toonde in Finland het onvermogen van wichelroedelopers
aan. Dit zijn slechts enkele van de onderzoekingen, Prokop (1955) en Prokop
en Wimmer (1985) vermelden er nog veel meer. Over een modern onderzoek
in Kassel dat met grote nauwkeurigheid is uitgevoerd berichten König en
anderen (1990).
Er is een bekend onderzoek (uitgevoerd door een tweetal 'gelovigen')
dat de suggestie wekte dat althans sommige begaafden wel iets presteren.
Dit onderzoek wordt later besproken.
De aardstralen zijn een bedenksel van een zekere Gustav Freiherr von
Pohl, uit 1932. Deze baron beweerde dat zogeheten `wateraders' gevaarlijke
stralen uitzonden, die hij met een wichelroede kon aantonen. Deze aardstralen
kwamen naar boven in smalle banen, met zulke scherpe begrenzingen dat
ze wel op de plaats van hun ontstaan door heel bijzondere mechanismen
gebundeld zouden moeten worden. Het hele stadje Vilsbiburg werd door von
Pohl onderzocht, en hij vond dat bijna elk huis waar ooit een kankerpatiënt
was geweest boven een waterader lag. Latere onderzoekers hebben vastgesteld
dat volgens von Pohl er zoveel wateraders onder Vilsbiburg liepen, dat
ongeveer driekwart van de bevolking al aan kanker overleden had moeten
zijn, als von Pohl gelijk had.
De techniek van von Pohl wordt nog steeds toegepast: iedereen die een
wichelroedeloper om advies vraagt, krijgt te horen dat er een aardstraal
onder het bed loopt. Dit is ook begrijpelijk, want de wichelroedeloper
heeft altijd klanten met gezondheidsproblemen, en de wetenschap voor het
bed te staan van iemand met klachten is voldoende om de ideomotoriek in
gang te zetten. We zullen zien welke moderne technieken de aardstraaldeskundige
tegenwoordig kan gebruiken om bij vrijwel elk bed 'afwijkingen' te ontdekken.
Al in de periode 1932-1939 zijn er in Duitsland vele wetenschappelijke
proeven genomen met aardstralen, die alle op niets uitliepen. Men zie
hiervoor de geciteerde werken van Prokop; een aantal van deze worden ook
door de KNAW geciteerd.
Sinds die tijd is het geloof aan aardstralen in Duitsland blijven bestaan.
Moderne wichelroedelopers onderscheiden nu tientallen soorten aardstralen.
Zo zouden die aardstralen nu ook in veel opzichten op gewone elektromagnetische
straling lijken, namelijk frequenties hebben en polariteiten (dat wil
zeggen links- of rechtdraaiend zijn). Verder worden allerlei netten onderscheiden.
Men moet zich voorstellen dat als de aardstraaldeskundige ergens een straal
van het Hartmannnet ontwaart, hij of zij dan een vijftal meters in oostelijke
of westelijke richting gaat, en daar weer een Hartmannstraal weet, en
dus ook ontwaart. Het woord 'net' moet men letterlijk nemen, want die
netten liggen als ruitjespapier over de aarde. Er is ook een diagonaalnet,
waarvan de 'lijnen' richting zuidoost-noordwest en zuidwest-noordoost
verlopen. Waar de lijnen van de netten elkaar snijden wordt een extra
intensiteit vermoed.
Men zal zich afvragen hoe de wichelroedeloper al deze netten kan onderscheiden.
Dit gebeurt met een zogeheten Lecherantenne. Dit is een toestel dat uit
de gewone natuurkunde bekend is. Het bestaat in zijn eenvoudigste vorm
uit twee parallelle draden, die door een dwarsverbinding kortgesloten
kunnen worden. De dwarsverbinding kan over de draden heen en weer geschoven
worden. Draden plus dwarsverbinding vormen dan dus een soort hoofdletter
U of H. Men verbindt de vierde zijde van de rechthoek via een meetapparaat.
Het geheel vormt een trillingskring, die gaat resoneren als de afmeting
overeenstemt met die van de golflengte; men meet dan hoe sterk de kring
resoneert. Door het heen en weer schuiven van de dwarsverbinding stemt
men de antenne af. Deze beschrijving is enigszins versimpeld. Veel wichelroedes
hebben de vorm van een Y. Bij een `Lecherantenne volgens Schneider' zit
in de `staart' van de Y een tweetal parallelle geleiders, met een verschuifbare
dwarsverbinding. Er zit verder geen meetapparatuur in. De wichelroede
stelt het schuifje in, en wanneer de wichelroede dan uitslaat is 'dus'
een aardstraal van de corresponderende golflengte of frequentie vastgesteld.
Voor meer details over de precieze aard en toepassingsgebied van de gewone
Lecherantenne kan men te rade gaan bij elektrotechnici.
Op dit gebied schijnt een enorme pseudo-wetenschappelijke folklore te
bestaan. Sommige wichelroedelopers menen dat aardstralen en ook laagfrequente
elektromagnetische velden besmettelijk zijn, en ze kunnen door iemand
met een 'Lecherantenne' af te tasten zelfs zogenaamd vaststellen aan welke
velden of stralen zo iemand heeft blootgestaan. Ook zouden de diverse
`frequenties' verschillende ziekmakende effecten hebben. Al deze zaken
ontspruiten aan de verbeelding van de wichelroedelopers.
In München en Wenen zijn wetenschappelijk ogende onderzoeken naar het
effect van aardstralen uitgevoerd. Omdat men natuurlijk niet kon vaststellen
of het om stralen of om een anderssoortige invloed ging, sprak men van
plaatsgebonden prikkelingszones. De onderzoekingen werden uitgevoerd door
twee 'gelovigen', H.-D. Betz en H.L. König. König is de auteur van een
boek Unsichtbare Umwelt dat door vaklieden als amusementsliteratuur
wordt betiteld (zie commentaar in Skeptiker 1/89). In dit boek
wordt uitgelegd dat koningskronen wellicht een soort kooien van Faraday
waren die hun dragers beschermden tegen nadelige elektrische velden; hoefijzers
brengen geluk omdat het eigenlijk hoogfrequentresonators zijn die schadelijke
1000 megahertz aardstralen ontstoren. Ook matrasspiralen en piramides
worden aangezien voor krachtige ontstoringsstructuren. In dit verband
dient vermeld dat aardstraaldeskundigen met evenveel gemak verkondigen
dat zulke spiralen juist de aardstralen erger maken.
Deze onderzoekers kregen de opdracht van de Duitse overheid om onderzoek
naar aardstralen te doen. Hun uiteindelijke rapport bevat wel het woord
aardstralen in grote letters op de kaft, maar wat dat dan wel zijn komt
verder niet aan de orde. Vele tientallen personen werden onderzocht op
ongeveer 5 manieren (sommige experimenten werden voortijdig afgebroken).
Twee behaalden er 'significante' resultaten. Nu is 'significant' een statistische
vakterm die ongeveer betekent 'zo wonderlijk of zeldzaam dat het betrokken
verschijnsel normaal gesproken slechts hooguit eens per twintig keer toevallig
optreedt'. Met andere woorden, als men 40 personen onderzoekt is het volkomen
normaal dat er een paar 'significant' scoren. Voor meer gedetailleerde
kritiek verwijs ik naar Skeptiker 4/89 (Moll et al.). De betrokken
onderzoekers hebben hun rapport in eigen beheer uitgegeven, en voor zover
ik weet is over dit onderzoek niet in serieuze vakliteratuur gepubliceerd.
Er is geen sprake van dat dit onderzoek ook maar iets heeft geproduceerd
dat te maken heeft met vermeende ziekmakende effecten die uit de aarde
komen of die aan een vaste plaats op de aarde gebonden zijn.
Een tweede onderzoek is dat onder leiding van de elektroacupuncturist
O. Bergsmann in Wenen, 1990. Dit onderzoek heeft een groot aantal zwakke
punten. Zo werden de plaatsen waar zich 'aardstralen' zouden bevinden
in het lab door wichelroedelopers vastgesteld. Maar zo langzamerhand is
de onbetrouwbaarheid van wichelroedelopers een wetenschappelijk bewezen
feit en niemand, zelfs de 'gelovigen' niet, hebben ooit een methode kunnen
aangeven waarmee men een betrouwbare wichelroedeloper kan aanwijzen. Dan
waren de onderzoekers en de patiënten niet geblindeerd: voor de patiënten
was het niet moeilijk te raden welke de 'gevaarlijke' plekken in het lab
waren. Aan de patiënten werden zeer veel metingen verricht. De auteurs
hebben over deze metingen op zo'n onsystematische manier bericht dat aangenomen
moet worden dat ze in totaal over de duizend statistische analyses hebben
gepleegd op de data. Het is dan niet verwonderlijk dat er 24 'significant'
uitkwamen. Voor verdere kritiek op dit onderzoek verwijs ik naar Skeptiker 1/91 (Oepen et al.), waarin ook een verslag staat van een vrijwel correct
uitgevoerde proef met wichelroedelopers, die volledig negatief uitviel
(König et al.).
Eén zaak die opvalt bij wichelroedelopers die aan proeven deelnemen
is dat ze in het geheel niet uit het veld geslagen zijn door de resultaten.
Zelfs als ze aan het begin van de proef perfect scoren zolang ze weten
wat ze moeten vinden, voeren ze nog allemaal redenen aan waarom het niet
werkt als ze niets weten. Dit is bij het onderzoek van allerlei wonderlijke
geloven een heel gewone zaak. Astrologen die door de mand vallen voeren
een verkeerde stand van Pluto aan, homeopaten die geconfronteerd worden
met nul-resultaten zeggen dat één proef toch niets bewijst, hoewel ze
bij wijze van spreken bij één proef die door handig rekenen positief schijnt
uit te vallen van mening zijn dat hun geloof nu onomstotelijk bewezen
is.
Er is nog nooit een wichelroedeloper gevonden die bij wetenschappelijk
onderzoek consistente resultaten behaalde. In de publicaties van Betz
en König wordt telkens één enkele ingenieur (Schröter) genoemd die wonderbaarlijke
resultaten zou behalen bij het zoeken naar bronnen in ontwikkelingsgebieden,
en die ook in hun onderzoek in München goede resultaten behaalde toen
op zijn verzoek het onderzoek verplaatst werd naar een hem goed bekende
locatie (onderzoekers die zich op zo'n manier door hun proefpersonen laten
vertellen wat ze moeten doen zijn daardoor alleen al gediskwalificeerd).
Er is geen reden om aan te nemen dat Schneider en Hartmann (die door Haas
als autoriteit worden aangehaald) een haar beter zijn. Het feit dat ze
actief gewerkt hebben aan het bedenken van extra pseudo-wetenschappelijk
moois (zoals genoemde Lecherwichelroede en Hartmannnetten) is een extra
aanwijzing dat het charlatans zijn.
Het rapport van het NIBE verwijst naar fijnstoffelijke energieën en
metafysica en onmeetbare fenomenen. Daaruit blijkt al de achtergrond van
dit rapport. Het gaat hier in wezen om een soort geloof of religie. Het
rapport noemt recent Amerikaans onderzoek, waaruit zou blijken dat men
als men slaapt honderd maal gevoeliger is. Niet vermeld wordt waarvoor
dan wel. Ik weet niet welk onderzoek dit is, maar ik weet wel dat er in
dit gebied een hoop pseudo-wetenschap omgaat.
Haas noemt 'elektrische wisselvelden' en beveelt aan om eventueel een
netvrijschakelaar te installeren. Dat is een toestel dat de spanning van
een groep afschakelt, zodra de stroom tot bijna nul is gedaald. Zodra
een of ander elektrisch apparaat wordt ingeschakeld, wordt de groep weer
ingeschakeld. Zoals boven vermeld is volkomen onduidelijk hoe de laagfrequente
elektrische velden teweeggebracht door stroomdragers met 220 Volt wisselspanning
lichamelijke effecten kunnen veroorzaken. Doordat de huid een Faradaykooi
vormt kunnen deze velden nauwelijks in het lichaam binnendringen. Om dezelfde
reden kunnen trouwens de elektrische velden van hoogspanningsleidingen
niet eens huizen binnendringen: de muren en dak van een huis fungeren
voor dat soort velden als Faradaykooi. De netvrijschakelaar kan worden
aangeschaft bij een Arnhemse biologische bouwwinkel die op verzoek ook
wel een wichelroedeloper wil aanbevelen.
Ook schrijft Haas over het gebruik van de Lecherantenne volgens Schneider,
waarvan ik de 'werking' boven al uitlegde. Hier blijkt dat de aardstraaldeskundige
meent dat de 'terrestrische straling' tot effect heeft dat er waarden
van 5000 nT/m worden gemeten. Dit is zeer vreemd, want er zijn nooit consistente
meetbare effecten waargenomen die met vermeende aardstralen samenhangen.
Wat deze waarden willen zeggen zal hieronder blijken.
Op pagina 16 van het rapport van Haas komt de aap al wat verder uit
de mouw. Diverse soorten 'stralen' worden genoemd, maar ik wil hier herhalen
dat wat de wetenschap betreft, ze allemaal onzin zijn. Dat kolen- en oliehoudende
lagen enige meetbare straling zouden afgeven is natuurlijk onzin. Waar
zou de energie voor de productie van die straling dan vandaan komen, en
welk proces dat specifiek is voor zowel erts (welk erts?) als kolen als
olie als gas produceert die straling dan? Als het waar zou zijn, zouden
geologen geen peperduur seismisch onderzoek hoeven te doen. Het is volkomen
onduidelijk hoe een 'laag', zoals bijvoorbeeld de steenkool die overal
onder Nederland voorkomt op geleidelijk verlopende diepte, aanleiding
zou kunnen geven tot effecten die van de ene tot de volgende centimeter
verschillen. Om aan te tonen dat een wichelroedeloper 'iets' van kolen
of olie kan waarnemen, zou men een dergelijk persoon nu eens moeten bestuderen
boven een kolenlaag en dan weer op een plaats waar geen kolen zijn, terwijl
de betrokken persoon niet weet of er onder hem of haar een laag kolen
zit, ja of nee. Zulke proeven zijn kostbaar (objectief aanwezigheid van
kolen vaststellen is niet eenvoudig) en moeilijk te blinderen. Als zo'n
proef met succes een paar maal gedaan zou zijn, zou dit zeker bekend zijn,
en vaak worden geciteerd in de propagandaliteratuur. Maar wichelroedelopers
kunnen zelfs geen brok kolen in een gesloten doos detecteren als ze er
een meter van af staan.
Het rapport gaat door en vermeldt dat niet bekend is wat aardstralen
zijn. Er wordt vermoed, zegt het rapport dat het een soort neutronenstraling
is. Dit is natuurlijk onzin. Neutronen zijn tamelijk makkelijk vast te
stellen (hoewel daar nog wel haken en ogen aan zitten, zoals de 'ontdekkers'
van de koude kernfusie hebben ontdekt). Hoge intensiteiten van neutronenstraling
zijn binnen enkele minuten tot een paar uur fataal. Bronnen van neutronenstraling
kunnen niet anders dan kernreacties zijn. Neutronen worden door een paar
meter aarde wel tegengehouden. Dus waar zouden die neutronen dan vandaan
moeten komen? Welke kernreacties vinden er plaats vlak onder de oppervlakte
van de aarde? Mogelijk is de auteur in de war met neutrino's. Neutrino's
zijn zeer lichte, wellicht massaloze deeltjes, die bij kernreacties geprodcuceerd
worden, en die in grote aantallen uit de zon komen (evenveel als of meer
dan lichtdeeltjes; de productie van een neutrino vindt plaats tijdens
een kernreactie die heel wat meer energie produceert dan een enkel foton
van zichtbaar licht; per seconde gaan er naar schatting tien miljard neutrino's
door elke vierkante centimeter, overal op aarde). Ze zijn echter zeer
moeilijk aan te tonen. Ze komen uit het binnenste van de zon en worden
niet gehinderd door de half miljoen kilometer dikke buitenlaag van de
zon. Ze vliegen merendeels dwars door de aarde. Pas een laag lood van
vele biljoenen kilometers dik of daaromtrent zou de helft van een bundel
neutrino's kunnen absorberen. Wetenschappers zijn blij als ze met zeer
grote en gecompliceerde opstellingen diep onder de aarde er eentje per
dag kunnen opvangen. Maar deze deeltjes die overal dwars doorheen gaan
zonder enige interactie te vertonen kunnen natuurlijk geen duidelijke
effecten op het menselijk lichaam hebben, nog afgezien daarvan dat de
neutrinodichtheid overal op aarde hetzelfde is. Dat de aardstralen polariteit
en richting hebben volgt alleen uit fantasie.
Het rapport gaat door en noemt het belachelijke verhaal van von Pohl
als serieuze bron. De auteur meent dat afwijkingen van het aardmagnetisch
veld aanwijzing zijn voor aardstralen. Correct is dat het aardmagnetisch
veld ongeveer 50.000 nanotesla bedraagt (nano betekent gewoon: een miljardste,
en tesla is ongeveer de veldsterkte vlak bij de pool van een flinke magneet).
De richting van het veld, is zoals bekend, noord-zuid. Een kompas is een
klein magneetje waarmee men die richting kan vaststellen. Plaatselijk
kan de richting wel afwijken van de 'gewone' richting. Dit is het geval
als er zich gemagnetiseerde materialen in de omgeving bevinden, en een
flinke massa ijzer of staal kan ook al afwijkingen geven. Het rapport
stipt deze mogelijkheid wel aan. Het zou een illusie zijn te denken dat
er 'mysterieuze' afwijkingen van het aardmagnetisch veld zijn, waarvoor
'aardstralen' verantwoordelijk zijn. De theorie van het magnetisme is
goed bekend, en elke minieme afwijking van de theorie zou, als deze consistent
waarneembaar bleek, goed zijn voor een revolutie in de natuurwetenschap.
De natuurwetenschap is ook heel goed in staat om allerlei minieme verstoringen
te meten. Er is een hele tak van wetenschap, het paleomagnetisme, die
uiterst zwak magnetisme van vulkanische gesteenten en van gebakken klei
onderzoekt en aan de uitkomsten interessante conclusies kan verbinden,
bijvoorbeeld over het ogenblik waarop dit magnetisme in het betrokken
object is 'vastgevroren'. De metingen moeten worden uitgevoerd in ruimten
die zoveel mogelijk vrij zijn van storende invloeden. Niemand van het
personeel van een dergelijk instituut mag dan ook maar een dubbeltje of
ander ijzer- of nikkelhoudend voorwerp bij zich hebben, omdat dit de metingen
kan verstoren. Zouden zulke onderzoekers geheimzinnige verstoringen door
'aardstralen' dan over het hoofd zien? Over paleomagnetisme kan men zich
informeren bij het betrokken instituut van de Universiteit van Utrecht.
Het rapport drukt de afwijkingen van het aardmagnetisch veld uit in
nanotesla per meter. Ik zal toelichten wat dat betekent. Als bijvoorbeeld
de noord-zuidcomponent van het aardmagnetisch veld op een bepaalde plaats
50.000 nT is, en tien centimeter verderop is het 49.500 nT, dan is er
over die 10 cm dus een verandering van 500 nT. Met andere woorden, op
dat traject van tien centimeter verandert het veld met 5000 nT per meter.
We zeggen dan dat er ter plaatse een gradiënt is van 5000 nT/m. Als we
de sterkte van de noord-zuidcomponent in beeld brengen, is die gradiënt
uit de grafiek af te lezen als helling. Als door de aanwezigheid van ijzer
ter plaatse de richting van het veld een graad of 5 verandert, dan zal
dit al te zien zijn als een verandering van 5000 nT van de noord-zuidcomponent.
Het is dus duidelijk dat onderzoek van de slaapkamer met een 'geomagnetometer'
een dure manier is om de aanwezigheid van ijzer vast te stellen. Een bed
dat staal bevat zal vrijwel zeker afwijkingen geven, omdat staal vaak
wat magnetisch is van zichzelf. Met een eenvoudig kompas of een metaaldetector
kun je natuurlijk gemakkelijk vaststellen hoe het met ijzer en staal in
een bed gesteld is. In geval van bedden, zoals hier het geval kennelijk,
zal waarschijnlijk visuele inspectie van het bed de ijzeren bestanddelen
kunnen vinden. Een verslagje van een onderzoek dat ook zo'n grafiekje
produceert wordt gedaan door Hans Richter (1990). In dat geval mat de
'magnetometer' de sterkte van de horizontale component, die naar de auteurs
meldden, precies het ijzer of staal van het onderstel van het bed te zien
geeft.
Waarom zou een verstoring van het aardmagnetisch veld tot enige klacht
aanleiding geven? De een slaapt in noord-zuidrichting, de andere in oost-west.
Tijdens de slaap verandert men regelmatig van houding, waarbij dus ook
telkens de stand van het lichaam ten opzichte van het aardmagnetisch veld
verandert. Het is onaannemelijk dat plaatselijke geringe afwijkingen van
richting en sterkte van het aardmagnetisch veld tot klachten aanleiding
kunnen geven. In dit verband is het interessant om erop te wijzen dat
het leggen van een vijl of een ander ijzeren voorwerp onder het bed voor
het gevoel van sommige mensen juist tot een spectaculaire verbetering
van subjectieve klachten leidt. Kennelijk spelen deze invloeden zich allemaal
af in de sfeer van de suggestie en fantasie.
De woningbeheerder won zijn zaak, en heeft uit erkentelijkheid voor
de verschafte steun Skepsis nog een donatie doen geworden, geloof ik.
De dames hadden natuurlijk tegenargumenten, maar de rechter vermoedde
dat daartegen dan ook weer bezwaren zouden komen, en concludeerde kennelijk
dat er niet voldoende reden was om de huurverhoging te weigeren.
Bote Mikkers
Een geval apart is Bote Mikkers. Dit is een pendel- en aardstraaldeskundige
in het noorden van ons land. Met hem kwam ik (alweer) indirect in aanraking
toen hij een bijzonder onzinnig stuk had geschreven in een makelaarskrant, de NVM'er (de adviezen van Mikkers behelzen vaak dat men maar moet
verhuizen, hetgeen mogelijk de sympathie van de makelaars verklaart).
Mikkers noemt kwartsstraling, maar kwarts straalt helemaal niet. Wat
er in uw kwartshorloge zit is een soort stemvorkje dat in trilling gehouden
wordt. Het straalt niet, en dat is maar goed ook, want anders zou het
batterijtje van uw horloge het niet lang uithouden. Wat betreft de alfa-,
bèta- enzovoorts aardstralen, daar is de heer Mikkers duidelijk in de
war met hersengolven (het alfawaakritme van ongeveer 10 Hz, enzovoorts).
Mikkers: 'Zo was Freiherr Gustav von Pohl ervan overtuigd dat kanker
alleen daar tot ontwikkeling komt waar sprake is van een hevige straling
veroorzaakt door ondergrondse waterlopen.'
Veel onzin over aardstralen komt regelrecht uit het boek van von Pohl.
Aardstralen zouden het volgende veroorzaken: astma, hartklachten, flauwvallen,
alle infecties, maagpijn, beriberi, diabetes, onvruchtbaarheid, blindedarmontsteking,
problemen op school en nog veel meer. Latere 'deskundigen' hebben daar
nog hersenvliesontsteking, tuberculose, digitalisvergiftiging, ingewandswormen,
rokersbenen, MS en buitenbaarmoederlijke zwangerschappen aan toegevoegd.
Ook volgens von Pohl hebben wilde dieren zelden kanker, maar huisdieren
juist wel, want wilde dieren kunnen ergens anders gaan slapen als het
ze ergens niet bevalt. Maar katten houden van aardstralen en bijen en
mieren ook. Mierenzuur beschermt ze, en daarom is mierenzuur (nog steeds
volgens de gekke baron) zo goed tegen reumatiek. Dus mierenzuur helpt
ook tegen kanker, volgens de baron.
Mikkers: 'De geconcentreerde straling die de aarde verlaat kan van verschillende
aard zijn. Er is alpha, beta, theta, gamma straling in dit opzicht gemeten.
Met andere woorden de hevigheid, aard en frequentie kan zeer verschillend
zijn. Waardoor ook de gevolgen anders kunnen zijn. Gamma straling slecht.
Delta-golven 0,5-3,5 Hz; Theta-golven 3,5-7 Hz; Alpha-golven 7-13 Hz;
Beta-golven 13-25 Hz.'
Mikkers is helemaal in de war. Al die golven die hij noemt zijn golven
in de elektrische activiteit van de menselijke hersenen, met uitzondering
van gammastraling, die komt vrij bij kernreacties, dus in kernreactoren,
maar ook bij het verval van radon, en een beetje gammastraling komt uit
het heelal. Veel gammastraling is ongezond. Voor veel mensen is de voornaamste
bron van gammastraling trouwens niet het radon, maar het polonium dat
in tabaksbladeren zit, en bij het roken zich in de longen vastzet.
Mikkers noemt ook de bloedtest van Aschoff. Dokter Aschoff dacht dat
bij iemand die aan aardstralen blootstaat het bloed verandert, namelijk
het wordt gedepolariseerd, hetgeen volgens de goede dokter wil zeggen
dat het van magnetisch in elektrisch verandert. Daardoor wordt het immuunsysteem
aangetast (charlatans die iets medisch willen aanprijzen halen altijd
het immuunsysteem erbij waar nog maar weinig van bekend is); kennelijk
krijg je van aardstralen dus een soort aids, zegt Aschoff. Aschoff neemt
dus zijn slachtoffers wat bloed af, dit doet hij op een vloeipapiertje,
dan gaat hij eerst met een fantastische machine na of het bloed 'elektrisch'
is, en daarna wordt het bloed met een soort elektroacupunctuur getest.
Charlatannerie tot de n-de macht. Als hij zo 'bewijst' dat zijn
slachtoffer in een voorstadium van kanker is (dat hij alleen kan zien),
dan 'geneest' hij je daar weer van met een dieet. Kassa voor Aschoff.
Mikkers: 'Reeds 4000 jaar voor Christus was er een boek genaamd 'Feng
Shue' waarin beschreven de leer der natuurwaarnemingen. ... Iedere architect
in China hield niet alleen rekening met deze voorschriften, maar besteedde
zeer veel aandacht en zorg aan de keus van de plaats waar gebouwd zou
worden ... Alvorens er toestemming werd gegeven namens de keizer om te
bouwen, was er een deskundige stralingsgevoelige geraadpleegd, een zgn.
geomant of te wel een aardwaarzegger. Deze bepaalde o.a. met behulp van
een wichelroede of er straling aanwezig was, die voor de mens schadelijk
zou kunnen zijn.
Keizer Yu heeft tijdens de Hia-dynastie [bedoeld is Hsia] (2205-1766
v. Chr.) een aantal decreten laten uit gaan, die te maken hadden met de
wijze waarop men met de natuur en de daarin aanwezige krachten diende
om te gaan. Door toedoen van missionarissen zijn deze in de 17e-18e eeuw
als duivelswerk verbrand. In China beschouwde men destijds de aarde als
een levend orgaan net zoals de andere mensen en dieren.'
(Ik schrijf het kromme Nederlands uit de NVM'er over, precies
zoals het er staat.)
Mikkers mededelingen over fengshui zijn belachelijk. China bevond zich
in 2000 v.C. nog in het stenen tijdperk. De zogenaamde keizer Yü
(niet: Yu) werd in de Chou-dynastie (1122-256) vereerd als de godheid
die het land had opgetild uit het water, maar later bedacht men voor hem
een rol als keizer die de rivieren van China getemd had. Voor zover na
te gaan is Yü een puur legendarische figuur. De vroegste sporen van
Chinees schrift vindt men op orakelbotjes van ongeveer 1500 v.C. Dat er boeken van 4000 jaar v.C. zouden bestaan is pure fictie, laat staan
dat daar von Pohls theorie in zou staan. Dat in China om het even wat
zou zijn uitgeroeid door missionarissen in de 17de eeuw is te belachelijk
voor woorden.
Chinezen besteedden wel aandacht aan de ligging van huizen (en speciaal
de graven van voorouders) in de omgeving. Fengshui betekent letterlijk
Wind-Water. De oudere term ervoor is K'an Yu. Het begin van de doctrines
van K'an Yu dateert misschien wel uit de 4de eeuw v.C., in elk geval was
er in het jaar 80 al een Chinese geleerde, Wang Ch'un, die het onzin vond.
Het is interessant om te weten dat het kompas in China werd uitgevonden,
waar het gebruikt werd door fengshuideskundigen om het zuiden te bepalen.
Wang Ch'un schrijft er al over. De waarde van fengshui ligt in de architectonische
opvatting dat gebouwen en tuinen met de omgeving moeten harmoniëren. In
de visie van fengshui zijn rechte lijnen uit den boze, en horen rotspartijen
en bomen in groepjes voor te komen en is de ideale plek voor een woning
nabij stromend water. Dit om harmonie te bereiken met de plaatselijke
stromingen van de kosmische adem. De beste plaats voor een huis is met
aan de zuidzijde vrij uitzicht op een rivier, meer of zee, en aan de achterzijde
in het noorden beschermd door bergen. Elke makelaar zal daar mee instemmen
denk ik. Verder zat fengshui vol gecompliceerde bijgelovige onzin, maar
zoiets mals als aardstralen kwam er niet in voor. Hoe dan ook, iets is
nog niet waar omdat Chinezen het geloven - of moeten we soms Mau Zedong
als onze grote leider beschouwen omdat miljoenen Chinezen zulks gedaan
hebben?
De oorsprong van dat verhaal van Keizer Yü is een inscriptie die
ergens gevonden is in China, daterend van naar ik meen 147 na Chr. waar
de mythische keizer Yü staat afgebeeld met een onduidelijk instrument
dat een soort hellebaard is of misschien een landmeetkundig instrument
of een spade. Met enige fantasie kan men er ook een ratel in herkennen.
In het boek van von Pohl komt deze theorie van de Chinese keizer ook weer
terug, maar von Pohl noemt hem Kwang-Hsi, dat is de naam van een van de
laatste keizers van de 19de eeuw.
Mikkers: 'De luchtsamenstelling wordt aangetast, negatieve ionen worden
in positieve omgezet, m.a.w. er ontstaat een zeer lage zuurstofgraad,
niet ideaal om in te leven, wel ideaal om iets te conserveren. Gevolg
voor astmapatiënten is duidelijk.'
De lust ontbreekt me om op alles in te gaan. Het idee dat zuurstof en
positieve ionen iets met elkaar te maken hebben, dat positieve lading
onder invloed van aardstralen in negatieve lading kan overgaan, dat de
'zuurstofgraad' (wat dat ook mag zijn, zuurgraad of zuurstofgehalte?)
zou kunnen dalen of dat lood zomaar radioactief zou kunnen worden (als
je het gebruikt om aardstralen af te schermen) is te idioot voor woorden.
Als zoiets waar zou zijn, dan zouden natuurkundigen dat allang weten.
Ik heb achterhaald waar het vandaan komt, althans gedeeltelijk. In het
eerder vermelde curieuze boek van König komt op pagina 199 een passage
voor waar dit waarschijnlijk op berust. Daar gaat het over proeven van
Hartmann (de uitvinder van een van die netten). Op een plaats waar een
afwijking van het aardmagnetisch veld werd geconstateerd, bleek bij eerdere
meting soms wel 20 procent meer gammastraling te zijn (gammastraling komt
maar weinig voor, en zo'n tijdelijke toename kan een meetfout zijn of
iets te maken hebben met betere ventilatie waardoor radon beter wordt
afgevoerd). Daarom neemt Hartmann aan dat 'de merkwaardige omstandigheden
van zuurstofionisatie en zuurstofconcentratie op die plaats misschien
verantwoordelijk is voor de afwijking in het magnetisch veld vanwege de
diamagnetische eigenschappen van zuurstof'. Ik weet bijna wel zeker dat
elke natuurkundige (Hartmann was een kennelijk nogal alternatieve arts)
dit baarlijke onzin zal vinden, maar Mikkers heeft het omgezet in nog
veel ergere wartaal.
Kwalijk aan het verhaal in de makelaarskrant is dat een moeder met een
zoontje met astma dat las, vervolgens Mikkers bestelde, die wat met zijn
wichelroede rondliep, praatte als Brugman, adviseerde om maar niet naar
de deskundigen van het Astmacentrum te luisteren, want zo'n beetje stof
daar werd het zoontje juist een kerel van, en vervolgens 350 gulden contant
vroeg. Pas weken later, en na aandrang, stuurde hij een kwitantie. Hij
beweerde tegenover Skepsis dat een Duitse geleerde achter hem stond, maar
bij navraag bleek de Duitse geleerde Mikkers niet te kennen en aardstralen
onzin te vinden. Kennelijk had Mikkers veel te vergaande conclusies getrokken
uit de overhandiging van een visitekaartje tijdens een congres over effecten
van elektriciteit en magnetisme op de mens.
Het aardstralencircuit
In het bovenstaande zijn diverse personen aan de orde gekomen die zich in
Nederland bezighouden met aardstralen. Ik ken er meer dan degenen die hier
opgenoemd zijn. Ik heb weinig zicht op de kanalen waarlangs ze aan hun klanten
komen. Alternatieve genezers, met name homeopaten en elektroacupuncturisten
sturen wel eens mensen naar wichelroedelopers. Ik ken geen tijdschriften
waarin ze regelmatig reclame maken, op het blad Gezond bouwen en wonen na. Ik vermoed dat hun klantenwerving voornamelijk via het informele circuit
gaat. Via advertenties in huis-aan-huisbladen en artikeltjes in damestijdschriften
krijgen ze ook meer publiciteit.
Een aparte positie neemt drs. E.W. Kasteleyn in. Deze noemt zich parapsycholoog,
en was behalve afgestudeerd geoloog ook documentalist bij het Informatie-
en Documentatiecentrum Alternatieve Geneeswijzen (IDAG) in Amersfoort.
Kasteleyn heeft in eigen beheer een aantal van zijn artikelen over wichelroedelopen
gebundeld en uitgegeven. Het niveau van deze artikelen is beduidend hoger
dan de wartaal van de meeste wichelroedelopers. Niettemin kiest Kasteleyn
duidelijk partij. De resultaten van voorstanders worden als feiten weergegeven,
terwijl hij bij de bespreking van de kritiek elke zin inleidt met 'Oepen
stelt', 'Windeler schrijft', 'Löb maakt melding' enzovoorts, zonder uit
te leggen of de betrokken kritiek terecht is of niet.
Kasteleyn neemt ook een typische tactiek over van de voorstanders van
het occulte. Als een eenvoudige proef aangetoond heeft dat wichelroedelopers
helemaal niet kunnen wat ze beweren te kunnen, namelijk feilloos water
in buizen detecteren of iets dergelijks, dan komen de gelovigen en proberen
aan te tonen dat de prestaties van de betrokkenen net iets beter zijn
de kansverwachting. Deze constatering gebeurt echter achteraf en ook worden
proeven geanalyseerd waarbij weinig moeite is gedaan om subtiele effecten
onder controle te krijgen.
Suitbert Ertel
Bij deze rekenpartijen van occultisten gaat wel eens wat mis. Zo berekende
de Duitse psycholoog professor Suitbert Ertel die gelooft in allerlei kosmische
invloeden dat er toch een klein effect zat in de uitkomst van de eerder
vermelde proef in Kassel. Hij vond dit door een gecompliceerde statistische
manipulatie. Van alle franje ontdaan kwam die er echter op neer dat 'evenveel
of meer dan' werd verward met 'meer dan', waardoor alle wichelaars een extra
treffer van hem cadeau kregen.
Dezelfde Suitbert Ertel was betrokken bij een heranalyse van een van
de proeven van Betz en König. De Amerikaanse neurobioloog Jim Enright
(van het Scripps Instituut voor Oceanografie in La Jolla) had de zogeheten
schuurproeven van Betz en König nog eens grondig bekeken. Bij deze proeven
moesten de wichelaars op de bovenverdieping van een schuur proberen te
raden waar een verrijdbare buis met water of iets dergelijks zich op de
begane grond bevond. Enright kwam er aan de hand van de oorspronkelijke
meetgegevens achter dat de wichelaars helemaal niet zo bijzonder hadden
geprestereerd als Betz en König hadden gerapporteerd. Betz en König hadden
de prestaties van de wichelaars beoordeeld door ze niet alleen punten
te geven voor een voltreffer, maar ook (wat minder) voor 'bijna-treffers'.
Het schema voor de puntentoekenning was echter buitengewoon ingewikkeld.
Vervolgens hadden de onderzoekers op volstrekt onnavolgbare wijze uitgerekend
hoeveel punten iemand volgens de kansberekening zou kunnen scoren om zo
na te gaan of de feitelijke scores al dan niet bijzonder waren. Het lijkt
erop of de rekenmethode ten minste gedeeltelijk pas na het verzamelen
van de feiten is bedacht. Meer voor de hand liggende rekenmethoden geven
weinig bijzonders te zien, op een merkwaardige voltreffer van de lievelingswichelaar
van Betz en König na. Nadrukkelijke navraag van Enright over het tijdstip
waarop de rekenwijze was bedacht, werd beantwoord met zwijgen. Betz en
König verdedigden zich tegen de analyse van Enright, en werden daarin
gesteund door Ertel. Deze heranalyseerde de gegevens opnieuw en kwam tot
de tegenovergestelde conclusies als Betz en König. Het is niet zo dat
er enkele begaafden zijn, nee, het is juist zo dat de gezamenlijke prestaties
(vergaard in 843 afzonderlijke pogingen om de positie van een pijp te
raden) van de wichelaars een uiterst significant effect te zien gaven.
Je moest er dan wel van uitgaan dat de aardstralen uit deze waterpijpen
onder een zeer specifieke hoek tegen het dak van de schuur weerkaatst
werden. Dat verklaarde volgens Ertel de lichte neiging van de wichelaars
om iets te 'detecteren' dat spiegelbeeldig lag opzichte van de werkelijke
plaats van de pijp, als tenminste het spiegelpunt op exact 34 decimeter
(jawel!) van de ingang van de schuur gekozen werd. Betz en König waren
zeer verheugd met deze steun, en het viel hen kennelijk niet op dat Ertel
hun mening (slechts weinigen zijn begaafd) vierkant tegensprak (iedereen
is een beetje begaafd). (Zie ook Skepter, maart 1997.)
De analyses van Enright kregen nog een opmerkelijk staartje. In de communicatie
tussen Enright en Ertel over details van Ertels bizarre berekeningen maakte
Enright op een gegeven ogenblik opmerkingen over vreemde afwijkingen van
de toevalsgenerator die Betz en König gebruikt hadden, en liet doorschemeren
dat deze weliswaar de resultaten van het duo zouden ondermijnen, maar
dat deze geen verschil maakten voor de rekenpartijen van Ertel. Kennelijk
is deze opmerking totaal verkeerd opgevat, want ongeveer een jaar na de
publicaties van Enright, Ertel en anderen rapporteerde Betz (König was
inmiddels overleden) dat Enright zijn kritiek had teruggetrokken - wat
Enright in alle toonaarden ontkende. Ook deze affaire weerspiegelt een
algemeen aspect van pseudo-wetenschappelijke geloven. Een piepklein schijntje
van wetenschappelijke steun wordt blindelings aangezien voor solide steun,
terwijl op goede gronden gebaseerde wetenschappelijke tegenwerpingen op
allerhande manieren worden genegeerd.
Overigens moet gezegd worden dat waar aardstralen vaak samengaan met
grof geldverdienen, dit minder het geval is bij academische onderzoekers.
Deze worden volgens mij gedreven door een behoefte om bewijzen te vergaren
voor bovennatuurlijke vermogens - en en passant natuurlijk ook roem voor
zichzelf. Voor hen is er wellicht weinig onderscheid tussen de subtiele
aanwijzingen voor het bestaan van bovennatuurlijke krachten en paranormale
vermogens en het eigen vermogen om met geraffineerde statistische middelen
die subtiele effecten uit de gegevens tevoorschijn te toveren.
Veel van dit onderzoek en tegenonderzoek wordt in Duitsland gedaan.
Daar is het geloof aan deze zaken heel sterk. Vrijwel alle Nederlanders
die zich actief met aardstralen bezighouden hebben Duitse connecties.
Ze zijn gevormd op Duitse instituten, gebruiken Duitse instrumenten, verkopen
Duitse afschermapparatuur, en citeren Duitse onderzoekers. Dat was al
zo in de tijd van Mieremet, dat is nu nog steeds zo. De angst voor elektriciteit
waar ze op inspelen is echter import vanuit Amerika.
Besluit
Uit eigen ervaring weet ik hoe onzeker en verward je bent als je gezondheid
(of die van je dierbaren) bedreigd wordt, en ik heb gezien hoe makkelijk
mensen dan het slachtoffer kunnen worden van bangmakerij. Dat sommige van
die aardstraaldeskundigen in hun eigen onzin geloven, zegt niets.
'Aardstralen' zijn het product van de verziekte geest van charlatans,
ze zijn uitsluitend op uw portemonnee gericht.
Nawoord voor de Skepsis-site
Diverse versies van deze tekst heb ik in gedrukte vorm wel eens ter hand
gesteld aan mensen die me om inlichtingen over aardstralen vroegen. De lezer
zal delen ervan ook terugvinden in het boek van Hulspas en mij Tussen
Waarheid & Waanzin - een encyclopedie der pseudo-wetenschappen waarvoor
elders op deze site reclame wordt gemaakt. Speciaal voor de Skepsis-site
is de tekst nog eens helemaal nagekeken.
Literatuur
Anoniem (1989). Erdstrahlen I, II. Skeptiker 1/89, p. 15-17.
Betz, H.-D. en J.T. Enright (1998), Widerrufen oder nicht? Skeptiker 4/98, p.169-170.
Betz, H.-D. et al. (1996), Dowsing Reviewed - the Effect Persists. Naturwissenschaften vol. 83, p.272-275.
Betz, H.-D. (1999), Dowsing Succesful. Skeptical Inquirer vol.
23 (5), p.59-60.
Edelman, Nils (1989), Untersuchungen zur Wünschelrute in Finnland. Skeptiker 4/89, p.9-11.
Enright, J.T. (1995), Water Dowsing: the Scheunen Experiments. Naturwissenschaften vol. 82, p.360-369.
Enright, J.T. (1996), Dowsers Lost in a Barn. Naturwissenschaften vol. 83, p.275-277.
Enright, J.T. (1999), Testing Dowsing: The failure of the Munich Experiments. Skeptical Inquirer vol. 23 (1), p.39-46.
Enright, J.T. (1999), The Whole Truth. Skeptical Inquirer vol.
23 (5), p.60-61.
Ertel, S. (1996), The Dowsing Data Defy Enright's Unfavorable Verdict. Naturwissenschaften vol. 83, p.232-235.
Ertel, S. (1992), Reanalyse des Kasseler Wünschelruten-Tests der GWUP. Skeptiker 3/92, p.69-72.
Extreem laagfrequente velden en gezondheid. Gezondheidsraad 1992/07.
Hulspas, Marcel (1993), Bang voor het broodrooster: de angst voor elektromagnetische
straling. Skepter 6(1) (maart 1993), p.3-27.
Kasteleyn, E.W., (1993) Wetenschappelijk onderzoek wichelroedelopen
en geopathie. Leusden.
Klein Breteler, M.A. (1990), De diagnostische waarde van elektroacupunctuur
volgens Voll bij hartaandoeningen. Huisarts en Wetenschap vol.
33 (7), p.268-272.
König, R., et al. (1991), Wünschelruten-Test in Kassel. Skeptiker 1/91, p.4-10.
König, R. et al. (1992), Schlusswort zum Kommentar von Suitbert Ertel
über den Wünschelrutentest der GWUP in Kassel. Skeptiker 3/92,
p.73-74.
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Werkgroep voor landbouwkundig
onderzoek inzake het wichelroedeprobleem (1954), Beknopt overzicht
van een onderzoek naar de betekenis van de wichelroede voor de landbouw. Overgenomen uit het Verslag van de gewone vergadering der Afdeling Natuurkunde
van Zaterdag 24 April 1954, vol. 63, no 4. Noord-Hollandsche Uitgevers
Maatschappij, Amsterdam.
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Werkgroep voor landbouwkundig
onderzoek inzake het wichelroedeprobleem (1955), Onderzoek naar de
betekenis van de wichelroede voor de landbouw. Noord-Hollandsche Uitgevers
Maatschappij, Amsterdam.
Manne, R. (1989), Wünschelrute und die Suche nach Lawinenopfern. Skeptiker 4/89, p.4-8.
Molewijk, C.G. (1992), Een stralende toekomst;
de terugkeer van de aardstralen. Skepter 5 (1) (maart 1992), p.3-6.
Moll, Jürgen, et al. (1989), 'Der Wünschelruten-Report', Kritische Stellungnahmen
zu einem umstrittenen Forschungsproject. Skeptiker 4/89, p.11-24.
Oepen, Irmgard, Jürgen Windeler, Horst Löb (1991), Wiener Standort-Experimente. Skeptiker 1/91, p.11-20.
Pohl, Gustav Freiherr von (1932), Erdstrahlen als Krankheitserreger.
Forschungen auf Neuland. Jos C. Hubers Verlag, Diessen vor München.
Prokop, Otto, (herausg.) (1955), Wünschelrute, Erdstrahlen und Wissenschaft.
Ferdinand Enke Verlag, Stuttgart.
Prokop, Otto, en Wimmer (1985), Wünschelrute, Erdstrahlen, Radiästhesie.
Die okkulten Strahlenfühligkeitsleheren im Lichte der Wissenschaft.
3. völlig neu bearbeitete Auflage. Ferdinand Enke, Stuttgart.
Richter, Hans, Helmut Stirner (1990), Gesundheitsgefährdende Strahlen:
der Unterschied zwischen Theorie und Praxis. Skeptiker 2/90, p.17-18.
Schreiber, G.H. (1989), Mortaliteitsonderzoek Limmel. Afstudeerscriptie.
Schreiber, G.H., et al. (1990), Biologische effecten van laagfrequente
electromagnetische golfvelden. Tijdschrift Sociale Gezondheidszorg vol. 68, p.215-224.
Schreiber, G.H. et al. (1993), Cancer Mortality and Residence near Electricity
Transmission Equipment: A Retrospective Cohort Study. International
Journal of Epidemiology vol. 22, no. 1, p.9-15.
Vogt, E.Z., and R. Hyman (1979) Water witching U.S.A.. University
of Chicago Press, Chicago.
Dr. Jan Willem Nienhuys is secretaris van de stichting Skepsis.
© Stichting Skepsis. Het is niet toegestaan artikelen uit Skepter op andere websites over te nemen.
|